DYSFUNCTIES,
NEUROFYSIOLOGIE EN
EMOTIES
1. INLEIDING
Het zenuwstelsel en de affectieve neurowetenschappen:
Meer dan enkel het brein!
o Affectieve neurowetenschappen bestuderen hoe emoties ontstaan en hoe
ze gedrag beïnvloeden.
o Dit gaat niet alleen over het brein, maar over het hele zenuwstelsel.
o Gedrag en emoties ontstaan door een samenspel van hersenen, lichaam,
hormonen, zenuwstelsel en omgeving.
o Voor criminologie is dit belangrijk omdat antisociaal gedrag vaak
samenhangt met emotionele reacties zoals woede, angst, schaamte, schuld
of gebrek aan empathie.
Autonome zenuwstelsel!
o Het autonome zenuwstelsel regelt automatische lichamelijke processen
waar we geen bewuste controle over hebben.
o Voorbeelden: hartslag, ademhaling, spierspanning, zweetreacties,
stressreacties.
o Het bepaalt hoe ons lichaam reageert op emoties zoals angst of gevaar.
o Bij dreiging kan het lichaam automatisch overschakelen naar actie: vechten,
vluchten of bevriezen.
o Dit is belangrijk bij antisociaal gedrag, omdat sommige mensen sneller of
sterker geactiveerd worden dan anderen.
Basisemoties + sociale emoties
o Basisemoties zijn snelle, automatische en evolutionair oude emoties.
o Voorbeelden: angst, woede, verdriet, vreugde, walging.
o Ze helpen om snel te reageren op gevaar, verlies of kansen.
o Sociale emoties ontstaan vooral in sociale context.
o Voorbeelden: schaamte, schuld, trots, jaloezie, vernedering.
o Sociale emoties zijn zeer belangrijk voor moreel gedrag en sociale controle.
o Schuld en schaamte kunnen iemand tegenhouden om regels te overtreden.
1
, o Een gebrek aan schuld of schaamte kan de interne rem op antisociaal
gedrag verzwakken.
Waarom zoveel aandacht voor emoties?
Emoties werden te lang verwaarloosd
o In de wetenschap lag de focus lange tijd op rationaliteit, denken en
cognitie.
o Emoties werden vaak gezien als irrationeel of storend.
o Vandaag weten we dat emoties fundamenteel zijn voor beslissingen,
gedrag en morele oordelen.
o Mensen nemen beslissingen niet puur rationeel. Emoties kleuren hoe
iemand situaties inschat en hoe iemand reageert.
Emoties (angstgevoeligheid, strafgevoeligheid) en sociale emoties
(schaamte, schuld, trots) zijn sterke voorspellers van intenties tot
delictplegen.
o Angstgevoeligheid betekent hoe sterk iemand reageert op gevaar, straf of
risico.
o Strafgevoeligheid betekent hoe sterk iemand leert uit negatieve gevolgen.
o Iemand met hoge angst- en strafgevoeligheid zal sneller geremd worden.
o Iemand met lage angst, lage schuld of weinig schaamte heeft minder
interne remmen.
o Daardoor kan die persoon sneller antisociaal gedrag stellen.
o Sociale emoties zoals schaamte en schuld helpen om gedrag aan te passen
aan sociale normen.
o Trots kan prosociaal werken, maar ook statusgedrag of dominantie
versterken, afhankelijk van context.
De rol van hormonale systemen:
HPA-as (hypothalamus-hypofyse- bijnier-as) en HPG-as (hypothalamus-
hypofyse-gonadale as).
o De HPA-as is de stressas.
o Ze regelt de productie van stresshormonen, vooral cortisol.
o Deze as bepaalt hoe iemand bedreiging en stress verwerkt.
o Chronische ontregeling van de HPA-as kan leiden tot prikkelbaarheid,
impulsiviteit, agressie of emotionele problemen.
o De HPG-as regelt geslachtshormonen, zoals testosteron.
o Deze as speelt een rol bij dominantie, statusstreven, competitie en
risicogedrag.
o Vooral tijdens de adolescentie is deze as belangrijk, omdat hormonale
veranderingen samengaan met meer gevoeligheid voor status, peers en
risico.
Stoornissen in de cortex: gebrekkige impulscontrole en de rol van trauma.
De prefrontale cortex is cruciaal voor impulscontrole, planning, morele afweging
en emotieregulatie.
Trauma, vooral in de kindertijd, kan de ontwikkeling van deze gebieden verstoren.
Daardoor kan de “rem” op gedrag zwakker worden.
Gevolg: meer impulsiviteit, minder nadenken over gevolgen en verhoogd risico op
antisociaal gedrag.
Belangrijk: trauma veroorzaakt niet automatisch criminaliteit, maar kan in
combinatie met biologische kwetsbaarheid het risico verhogen.
2
, 2. AFFECTIEVE NEUROWETENSCHAP
Emotionele systemen als basis voor de persoonlijkheid JAAK PANKSEPP- pionier
Affectieve neurowetenschap onderzoekt hoe emotionele systemen in het brein
gedrag sturen.
Jaak Panksepp was een pionier in dit domein.
Hij stelde dat mensen en dieren beschikken over aangeboren emotionele
systemen.
Die systemen zijn evolutionair oud en liggen diep in het brein.
Ze vormen mee de basis van persoonlijkheid, motivatie en sociaal gedrag.
Als deze systemen verstoord zijn, kan dat bijdragen tot angst, agressie, gebrek
aan empathie of antisociaal gedrag.
1) Zoekgedrag (nieuwsgierigheid, avontuurlijkheid,…)
o Dit is het SEEKING-system.
o Het gaat over exploratie, motivatie, nieuwsgierigheid en het zoeken naar
beloning.
o Het zet mensen aan om dingen te ontdekken, doelen na te streven en
nieuwe ervaringen op te zoeken.
o Bij overactivatie kan dit samenhangen met sensation seeking,
prikkelzoekend gedrag of risicogedrag.
o In criminologische context kan een sterk zoek- of beloningssysteem
bijdragen aan middelengebruik, diefstal, avontuur zoeken of impulsief
gedrag.
2) Woede (agressiesysteem)
o Dit is het RAGE-system.
o Het wordt geactiveerd bij frustratie, bedreiging, beperking of conflict.
o Woede kan functioneel zijn bij zelfverdediging, maar kan ook leiden tot
agressie of geweld.
o Als dit systeem slecht gereguleerd wordt door de prefrontale cortex, kan
iemand sneller impulsief agressief reageren.
3) Vrees (angstsysteem – fight/flight/freeze)
o Dit is het FEAR-system.
o Het helpt gevaar detecteren en activeert vechten, vluchten of bevriezen.
o Angst is normaal beschermend.
o Te veel angst kan leiden tot vermijding en paniek.
o Te weinig angst kan leiden tot lage strafgevoeligheid en meer risicogedrag.
4) Paniek/verdriet
o Dit is het PANIC/GRIEF-system.
o Het hangt samen met verlies, scheiding, verdriet, eenzaamheid en
hechting.
o Bij kinderen is dit belangrijk wanneer ze gescheiden worden van
verzorgers.
o Verstoringen kunnen leiden tot hechtingsproblemen, emotionele
instabiliteit of agressie vanuit afwijzing.
5) Spel (< speels gedrag, leren, sociaal zijn)
o Dit is het PLAY-system.
o Spel is belangrijk voor sociaal leren.
3