Een model voor opvoedkundige
vaardigheden: Patterson
Inleiding
Patterson: behandelingsprogramma ontwikkeld specifiek gericht op ouders
1.1 de afdwingtheorie: coërcieve processen
ook het tirannieke proces genoemd: proces waarbij kinderen leren hun zin
te krijgen door middel van verschillende gedragingen (weigergedrag,
eisend gedrag,…)
dwinggedrag ontstaat door interacties tss ouder en kind
beide partijen trainen elkaar (vb. kind in winkel)
= manier om controle te krijgen op situatie
geen correcties = risico op antisociaal gedrag
5 ouderlijke vaardigheden om dwingend gedrag te verminderen:
- positieve betrokkenheid - positieve
bekrachtiging
- interpersoonlijke probleemoplossing - discipline
- monitoring
1.2 negatief proces bezwaart
opvoedkundige vaardigheden:
4-fase model
negatieve processen doorlopen 4 fasen:
1) de opstart: een eenvoudige, onbeladen vraag
wordt door de jongere als vijandig ervaren
2) negatieve reactie: de jongere reageert met
weigering, verwijt of enige vorm van negatieve
emotie
3) kickboxen: zinloze discussie volgt, luisteren
naar elkaar verdwijnt
4) agressie en irritatie: escaleert naar fysieke
agressie en irritaties blijven waardoor je
steeds overgaat naar een nieuw incident
dit draait meer om de gevoelens van irritatie dan om het dwinggedrag
, 1.3 de opvoedkundige vaardigheden
1.3.1 positieve betrokkenheid
= gezonde, warme en respectvolle houding aandacht aan de jongere,
het bieden van een omgeving
Cruciaal voor goede ouder-kind relatie
1.3.2 positieve bekrachtiging
= aspect van ouderlijke vaardigheden gericht op aanmoedigen en
belonen terwijl ongewenst gedrag geen reactie oplevert
Belonen kan zowel via sociale bekrachtigers (schouderklopje,
complimentje,…) als via tastbare (extra uitgaansuren, extra
vriendenbezoek,…) maar kan ook storend werken dus DOSEREN!
1.3.3 interpersoonlijke probleemoplossing
gezamenlijk oplossen van problemen waarbij relationele aspecten
essentieel zijn
autoritair oplossingsmodel: aannemen te weten wat goed is voor de ander
en beslissingen neemt over de ander
vermijdend oplossingsmodel: vind dat het bespreken van problemen geen
zin heeft omdat er toch niets zal veranderen
vechtstijl: problemen worden opgeblazen, iedereen wordt betrokken bij het
probleem
veelvoorkomende fouten:
- te snel advies
- aannemen van rol als therapeut
- impulsief reageren
1.3.4 discipline
consequent leiding geven door ouders of opvoeders wanneer ze
geconfronteerd worden met ongewenst, regeloverschrijdend gedrag
4 delen van discipline:
- natrekken en concretiseren van gedrag: juist benoemen van gedrag
- negeren van onbelangrijk ongewenst gedrag: de opvoeder dient
onderscheid te maken tussen banale en essentiële problemen
, - geven van opdrachten: aan welk probleem moet gewerkt worden?
aandachtspunt bij geven van opdrachten:
juiste tijdstip kiezen
wijze waarop opdracht gegeven wordt
gebruik van weinig opdrachten
- straffen, het geven van negatieve gevolgen aan gedrag
aandachtpunten:
kleine straffen die telkens worden herhaald bij probleemgedrag
straffen die direct kunnen worden toegepast
sancties worden wel degelijk gedaan
zeggen waarom gestraft
interactie met jongeren even stopzetten voor ademruimte
1.3.5 monitoring
het weten wat de jongere doet wanneer men niet in de buurt is
overzicht houden door:
- met wie is hij weg
- wat wordt er gedaan
- waar?
- Wanneer vertrek en aankomst
2 geweldloos verzet en nieuwe autoriteit of verbindend
gezag
Verantwoordelijkheid ligt volledig bij ouders, niet zoals bij Patterson waar
ook kinderen hun gedrag verandert moet worden houdt GV en NA dan
geen rekening met de kinderen?
2.1 van traditioneel gezag over de anti-autoritaire houding naar
nieuwe autoriteit
Verschillende visies van opvoeden: streng zacht,…
2.1.1 traditioneel (patriarchaal) gezag
Gekenmerkt door:
- Monoculturele maatschappelijke visie: waarden en attituden worden
afgedwongen vanuit dogma (vsiei op mens, gedrag en
maatschappij)
- Afstandelijkheid en angst: autoriteitsfiguren houden emotionele
afstand + niet sterk betrokken bij opvoeding nabijheid =
kwetsbaarheid volgens hun
- Controle: vertrouwen is goed, controle beter wantrouwen kinderen
die moeten worden opgevoed worden via straf en beloning
, - Onmiddellijke reactie: bij GOG direct reageren (urgentie) zo niet =
verlies van gezag
- Pyramidale gezagsstructuur: hiërarchische structuur hoe hoger
hoe meer gezag. Bij fout = laagste zijn schuld
- Geheimhouding en privacy: houden problemen voor zich en anderen
moeten niet moeien
- Escalerende verharding: de ander moet luisteren zo niet = straf
hoe meer je weigert hoe erger de straf
- Voorschrijven wat goed is: vanuit kennis en hiërarchie weten wat
beter is voor de ander
- Willen winnen: wil altijd laatste woord
- Alleenheerschappij: wil conflicten en alles alleen oplossen
- Gericht op gedrag: interventies richten zich op gedrag en wil
gedragsverandering niet de behoeften van het kind
2.1.2 de anti-autoritaire reactie
Kreeg vorm rond volgende waarden:
- Geen gezag: gelijkheid en dialoog is belangrijker
- Vrijheid: kinderen opvoeden lukt enkel als je ze vrijheid geeft,
aanpassen aan behoeften van het kind
- Zelfbeschikking: kinderen leren uit zichzelf het belangrijkste
- Zelf uitvinden en oplossingen bedenken: gestimuleerd om zelf te
exploreren en oplossingen te zoeken
- Openheid en emancipatie: alles kan en mag gezegd worden , ouders
delen zorgen zodat kind dit ook doet
- Wensen en driften vanzelf reguleren: niet schamen voor bepaald
gedrag, genoeg liefde en geduld brengt het kind tot zelfregulatie
- Zelf gevolgen laten ervaren: niet fouten aanduiden maar kind
verantwoordelijkheid laten nemen
- Openstaan voor het creatieve en onverwachte: opgroeien zonder
restricties en eisen stimuleert creativiteit
- Vooral gericht op de onbegrensde mogelijkheden: zelfontplooiing
staat centraal
2.1.3 effecten van het anti-autoritaire model op ons denken over
opvoeding
Hechting
Nieuw opvoedingsideaal bestaat uit goede eigenschappen responsief en
liefdevol ouderschap heeft goede invloed op kind
MAAR ten kosten van aangeven van grenzen, overwinnen van
moeilijkheden,…
Empathie en onvoorwaardelijke zorg
vaardigheden: Patterson
Inleiding
Patterson: behandelingsprogramma ontwikkeld specifiek gericht op ouders
1.1 de afdwingtheorie: coërcieve processen
ook het tirannieke proces genoemd: proces waarbij kinderen leren hun zin
te krijgen door middel van verschillende gedragingen (weigergedrag,
eisend gedrag,…)
dwinggedrag ontstaat door interacties tss ouder en kind
beide partijen trainen elkaar (vb. kind in winkel)
= manier om controle te krijgen op situatie
geen correcties = risico op antisociaal gedrag
5 ouderlijke vaardigheden om dwingend gedrag te verminderen:
- positieve betrokkenheid - positieve
bekrachtiging
- interpersoonlijke probleemoplossing - discipline
- monitoring
1.2 negatief proces bezwaart
opvoedkundige vaardigheden:
4-fase model
negatieve processen doorlopen 4 fasen:
1) de opstart: een eenvoudige, onbeladen vraag
wordt door de jongere als vijandig ervaren
2) negatieve reactie: de jongere reageert met
weigering, verwijt of enige vorm van negatieve
emotie
3) kickboxen: zinloze discussie volgt, luisteren
naar elkaar verdwijnt
4) agressie en irritatie: escaleert naar fysieke
agressie en irritaties blijven waardoor je
steeds overgaat naar een nieuw incident
dit draait meer om de gevoelens van irritatie dan om het dwinggedrag
, 1.3 de opvoedkundige vaardigheden
1.3.1 positieve betrokkenheid
= gezonde, warme en respectvolle houding aandacht aan de jongere,
het bieden van een omgeving
Cruciaal voor goede ouder-kind relatie
1.3.2 positieve bekrachtiging
= aspect van ouderlijke vaardigheden gericht op aanmoedigen en
belonen terwijl ongewenst gedrag geen reactie oplevert
Belonen kan zowel via sociale bekrachtigers (schouderklopje,
complimentje,…) als via tastbare (extra uitgaansuren, extra
vriendenbezoek,…) maar kan ook storend werken dus DOSEREN!
1.3.3 interpersoonlijke probleemoplossing
gezamenlijk oplossen van problemen waarbij relationele aspecten
essentieel zijn
autoritair oplossingsmodel: aannemen te weten wat goed is voor de ander
en beslissingen neemt over de ander
vermijdend oplossingsmodel: vind dat het bespreken van problemen geen
zin heeft omdat er toch niets zal veranderen
vechtstijl: problemen worden opgeblazen, iedereen wordt betrokken bij het
probleem
veelvoorkomende fouten:
- te snel advies
- aannemen van rol als therapeut
- impulsief reageren
1.3.4 discipline
consequent leiding geven door ouders of opvoeders wanneer ze
geconfronteerd worden met ongewenst, regeloverschrijdend gedrag
4 delen van discipline:
- natrekken en concretiseren van gedrag: juist benoemen van gedrag
- negeren van onbelangrijk ongewenst gedrag: de opvoeder dient
onderscheid te maken tussen banale en essentiële problemen
, - geven van opdrachten: aan welk probleem moet gewerkt worden?
aandachtspunt bij geven van opdrachten:
juiste tijdstip kiezen
wijze waarop opdracht gegeven wordt
gebruik van weinig opdrachten
- straffen, het geven van negatieve gevolgen aan gedrag
aandachtpunten:
kleine straffen die telkens worden herhaald bij probleemgedrag
straffen die direct kunnen worden toegepast
sancties worden wel degelijk gedaan
zeggen waarom gestraft
interactie met jongeren even stopzetten voor ademruimte
1.3.5 monitoring
het weten wat de jongere doet wanneer men niet in de buurt is
overzicht houden door:
- met wie is hij weg
- wat wordt er gedaan
- waar?
- Wanneer vertrek en aankomst
2 geweldloos verzet en nieuwe autoriteit of verbindend
gezag
Verantwoordelijkheid ligt volledig bij ouders, niet zoals bij Patterson waar
ook kinderen hun gedrag verandert moet worden houdt GV en NA dan
geen rekening met de kinderen?
2.1 van traditioneel gezag over de anti-autoritaire houding naar
nieuwe autoriteit
Verschillende visies van opvoeden: streng zacht,…
2.1.1 traditioneel (patriarchaal) gezag
Gekenmerkt door:
- Monoculturele maatschappelijke visie: waarden en attituden worden
afgedwongen vanuit dogma (vsiei op mens, gedrag en
maatschappij)
- Afstandelijkheid en angst: autoriteitsfiguren houden emotionele
afstand + niet sterk betrokken bij opvoeding nabijheid =
kwetsbaarheid volgens hun
- Controle: vertrouwen is goed, controle beter wantrouwen kinderen
die moeten worden opgevoed worden via straf en beloning
, - Onmiddellijke reactie: bij GOG direct reageren (urgentie) zo niet =
verlies van gezag
- Pyramidale gezagsstructuur: hiërarchische structuur hoe hoger
hoe meer gezag. Bij fout = laagste zijn schuld
- Geheimhouding en privacy: houden problemen voor zich en anderen
moeten niet moeien
- Escalerende verharding: de ander moet luisteren zo niet = straf
hoe meer je weigert hoe erger de straf
- Voorschrijven wat goed is: vanuit kennis en hiërarchie weten wat
beter is voor de ander
- Willen winnen: wil altijd laatste woord
- Alleenheerschappij: wil conflicten en alles alleen oplossen
- Gericht op gedrag: interventies richten zich op gedrag en wil
gedragsverandering niet de behoeften van het kind
2.1.2 de anti-autoritaire reactie
Kreeg vorm rond volgende waarden:
- Geen gezag: gelijkheid en dialoog is belangrijker
- Vrijheid: kinderen opvoeden lukt enkel als je ze vrijheid geeft,
aanpassen aan behoeften van het kind
- Zelfbeschikking: kinderen leren uit zichzelf het belangrijkste
- Zelf uitvinden en oplossingen bedenken: gestimuleerd om zelf te
exploreren en oplossingen te zoeken
- Openheid en emancipatie: alles kan en mag gezegd worden , ouders
delen zorgen zodat kind dit ook doet
- Wensen en driften vanzelf reguleren: niet schamen voor bepaald
gedrag, genoeg liefde en geduld brengt het kind tot zelfregulatie
- Zelf gevolgen laten ervaren: niet fouten aanduiden maar kind
verantwoordelijkheid laten nemen
- Openstaan voor het creatieve en onverwachte: opgroeien zonder
restricties en eisen stimuleert creativiteit
- Vooral gericht op de onbegrensde mogelijkheden: zelfontplooiing
staat centraal
2.1.3 effecten van het anti-autoritaire model op ons denken over
opvoeding
Hechting
Nieuw opvoedingsideaal bestaat uit goede eigenschappen responsief en
liefdevol ouderschap heeft goede invloed op kind
MAAR ten kosten van aangeven van grenzen, overwinnen van
moeilijkheden,…
Empathie en onvoorwaardelijke zorg