Slides zijn perfecte samenvatting, HB is dus eig overbodig -> slides vormen structuur
Sb= strafbedeling -> alle reactie op criminaliteit (straffing, vervolging…)
Geen opnames, wel op het einde vd lessenreeks oude lesopnames beschikbaar
Examen:
- 10 meerkeuzevragen (op 1 punt) (zonder giscorrectie) en 5 open vragen (2 punten)
o Er kunnen 2 antwoorden juist zijn -> duidelijk vermeld in opgave
Als je dan maar 1 vind, krijg je toch dat half punt als dit juist is
- Zie examen op canvas en doe voorbeeldexamen eens (er komt 1 vraag sws op het examen
hiervan)
o Liever teveel dan te weinig (trekt geen punten af die je teveel zegt en fout zouden
zijn)
o Minstens 10 regels
o Geen opsomming
o Shcrijf op elk blad naam en studentennummer
-
1
,Inleiding
Wat is geschiedenis
= het is alles en overal
- Bevat verschillende perspectieven met andere ideeën en interesses
o niet 1 waarheid -> zorgt voor kritisch denken
o perspectieven zorgen voor discussie / geweld (bv Palestina & Israël)
- veel liefde voor bepaalde figuren, maar dit is niet alles
History = het verleden (wat er is gebeurt) (kun je niet meer terughalen)
= wat mensen over het verleden schrijven (wat mensen erover schrijven en van maken)
- historisch werk is één lezing vh verleden
o bevat meningen en meer interesse in bepaalde zaken
o er zijn bepaalde regels, maar blijft objectief
- wij leren meest aanvaarde versie vd geschiedenis -> komt vaak kritiek op en verandert (BLM)
rol vh verleden
- wordt gebruikt en misbruikt
- persoonlijk verleden vormt ons ook mensen rondom ons
o het verleden vd mensheid of reflecteren over verleden
- menselijk bewustzijn bevat altijd dingen uit verleden, je reflecteert en doet dingen door je
verleden
geschiedschrijving zonder nut
schrijven over het verleden = geschiedschrijving
- hoeft niet nuttig te zijn -> gwn omdat het kan en om inzicht
o verleden bestuderen omwille van zichzelf
o verhalen maken die mensen amuseren en inspireren, om mensheid te begrijpen
o bezigheid en status voor historici
- post-moderne historici: ‘anything goes’
o geschiedenis schrijven = verhalen schrijven
o omdat het interessant en leerrijk is
MAAR: niet ‘anything goes’
o geschiedschrijving is niet onschuldig
verhalen hebben impact
o gebruik/misbruik verleden: macht, controle, beïnvloeding…
o geschiedenis proberen toe te eigenen uit ideologische motieven
geschiedschrijving wel nut
- beschrijven
o voorkomen dat we vergeten
o lessen trekken (maar welke lessen?, of leren we eruit?)
o complexiteit blootleggen + mythes doorprikken
- verklaren: via verleden heden begrijpen
o ontwikkelingen ontdekken en verklaren
o verandering: verschuivingen, omwentelingen…
2
, niet doen alsof dinge anders zijn, vaak herhalen dingen zich
achterhaal wat er ECHT nieuw is
o continuïteit: terugkerende patronen, verbanden of rode draad
o inzicht in samenhang & proces = besef complexiteit
o kritisch: wat zit er achter de actuele fenomenen, hoe gegroeid?
o Common sense en stereotypen vermijden
o Mogelijke scenario’s voor toekomst
Hoe verleden het heden bepaalt = indicatie wat in toekomst zal doorwerken
Wat niet bepaald is door verleden = open voor keuze
Beperkingen geschiedschrijving
- Historici hebben zelf stereotypen en common sense ideeën
- Geen pasklare antwoorden op sociale vragen
- Geen toekomstvoorspellingen, wel schetsen
- Opgelet voor determinisme
Historici, hun ‘feiten’ en interpretatie
Moeilijke relatie tsn feit en interpretatie = kernprobleem in geschiedschrijving
- Elke stap in keten bevat interpretatieproblemen
o Feit/ gebeurtenis -> bron -> historicus -> verhaal
o Er is altijd een stap van feit naar bron -> hierbij gebeurt interpretatie
Bron kan in verschillende vormen: kunstwerk, verhaal, kledij…
Ooggetuigen verschillen ook (door interpretatie)
o De historicus gaat aan de slag met bron -> ontcijferen vd bronnen vaak moeilijk
(onvolledig, onduidelijk, oude taal…) => wordt bron juist geïnterpreteerd?
- Fout bij
o Waarnemen en registreren = interpreteren
o Historici geen eigen waarneming: werken met sporen
o Alle mogelijke sporen/getuigenissen kunnen bronnen zijn
o Bronnen zijn ook interpretaties of uitspraken over feiten
o Bronnen kunnen verschillend gelezen worden
o Ordenen informatie uit bronnen in verhaal: weer interpretatie
o Bronnen kunnen misleidend zijn
Fake news en bronnenmanipulatie
- Van alle tijden en in alle soorten
- Kwaad opzet of slordigheid
- Vervalsing opsporen is moeilijk
- Onderscheidt tsn echt vinden via materiaal, taalgebruik; kenmerken…
o Maak gebeurtenis ‘historisch’ in de mythologie: fotografeer later nagespeelde scène
o Foto’s worden soms in scène gezet, zodat het er ‘mooier’ uitziet
Allemaal interpretatie?
- Basis spelregels historische bewijsvoering
o Kritische juxtapositie vd bronnen (bronnen vergelijken)
Afwegen v getuigenissen = vergelijken v onafhankelijke bronnen
Weeg verschillende versies en perspectieven af
Valkuilen: mythe vd unanimiteit; woord tegen woord
3
, Soms liegen alle bronnen in dezelfde richting
o Redeneringen opbouwen
Falsificatietechniek: hypothese of mogelijke verklaring is bewezen zolang ze
niet wordt tegengesproken/ ontkracht
Redeneringen in het negatieve: zwijgen vd bron als indicatie
Opzettelijk ‘zwijgen’ = betekenisvol? -> probleem: bronnen ‘zwijgen’
vaker
-
4