Inleiding
Filosoof
= philo (vriend) + sophos (wijsheid) = belangstelling voor kennis
Beschouwt alledaagse dingen adhv methodes
Streeft naar universaliteit ( overal, altijd, voor iedereen)
Controleert wrm we dingen vertrouwen + vanwaar de kennis komt
Filosofie ~ wetenschap
Vormen:
ontologie ( wat is werkelijk) epistemologie (welke kennis is betrouwbaar)
ethiek logica esthetica
1
,Oudheid deel A
Reductie
= herleiden v veelheid naar eenheid
-> opzoek naar archè (= oorsprong -> onveranderlijk, overal en altijd id natuur aanwezig)
Sociologen, psychologen en natuurkundige redeneren anders (andere inzichten)
Radicale reductie: fysicalisme
-> alles herleiden tot fysica (vb. verliefd -> … -> chemische reactie -> atoom)
-> gevaar: demystificatie (= alles willen uitleggen -> romantiek verdwijnt)
Toepassingen:
- Argumentatief: suggereert diepere waarheid
- Onderzoekend: zet aan tot het uiterste
- Criminologen: wat is misdadig gedrag? Is het sociologisch / psychologisch? Achterliggende
oorzaak?
Thales
uit Milete -> Griekenland -> 1ste filosoof uit W-E -> natuurkundige
600 V.Ch
Archè = herleide natuur naar water (Nijl: geen leven ver vd Nijl, wel erbij)(geboorte: 1 st waterbreuk ->
kind)
Geen originele teksten (hearsay)
anekdotes zoals: olijfpers (opgekocht en verkocht met winst), zonsverduistering (voorspelt)
1ste natuurfilosoof: zonder verwijzing naar goden/magie verklaarde hij de natuur (Griekenland
- > alles verklaard door natuugoden)
Stelling van Thales: hiermee kon hij hoogtes berekenen
=> via wi en natuurkunde kunnen ze alles herleiden
o Thales slaagde er niet in om wi en natuurkunde volledig te combineren
Demokritos
400 V.Ch
-> water is op te delen tot atomen -> atoom is fundamenteel en niet deelbaar => je kunt niet
verder
Pythagoras
500 V.Ch
-> kon wi en natuurkunde combineren
- Relatie tsn intervallen van toonladders en wi verhoudingen
- a² + b² = c²
- natuur kan worden verklaard door wi => de wereld is wiskundig gestructureerd
2
,principe van voldoende reden
betekent niet dat er een oorzaak is
toepassingen:
- argumentatief: elk onderzoek is gelimiteerd (je leert niet bij door te stellen dat er geen reden
is)
- onderzoekend: alles wat is, heeft een reden -> je blijft zoeken naar de verklaring => kennis
- criminologen: maak onderscheid tsn reden / oorzaak -> anders fysicaliseer je
Anaximander
Geeft redeneringen, geen definities
* 600 V.Ch
* Milete
“aarde is onbeweeglijk omdat een beweging in welke richting ook een verschil zou maken”
-> alle richtingen zijn gelijk: geen reden om te bewegen in een bepaalde richting
=> geen voldoende reden om te bewegen
Archè= Apeiron (het onbegrensde)
- Het onderliggende aan alle dingen heeft geen kenmerk, het is alles en niets
- Iets dat alle dingen gemeen hebben, de ultieme oorzaak, daarom is het dus onbepaald en
onvatbaar
- Apeiron is onbegrensd want alle dingen hebben het
Principe van voldoende reden: alles heeft (materiële) oorsprong, maar dit is onkenbaar
o Principe betekent niet dat er noodzakelijk een oorzaak is
Wolff
* 18e E
“niets is zonder reden wrm het veeleer bestaat dan waarom het niet bestaat”
Leibniz
* 18e E
“alhoewel deze redenen meestal niet gekend zullen zijn
-> niet omdat ze er niet zijn, wel omdat wij ze niet weten
Schopenhauer
*19e E
Voor alles wat je weet, je bestaan, verandering, wat je doet is er voldoende reden, maar geen
noodzakelijke oorzaak
vb. cadeautje geven (wel reden, geen oorzaak)
Kritiek van Hume
*1750
Hoe sterk het principe ook is, het is niet te bewijzen
-> je hebt een reden om het te geloven / niet te geloven
Niet mogelijk om verband tsn reden en oorzaak te geven
Niet te bewijzen dat er een reden is vr de samenhang in de wereld
3
, Analogie
Anaximenes
*500 V.CH
= helpt dingen voor te stellen door kenbare dingen te gebruiken
- Redenering waarmee we helpe te vergelijken: onbekend met bekende vergelijken
o Er moeten gelijkenissen zijn om te kunnen vergelijken
Arché = lucht -> essentieel voor de mens & wereld
(herkennen, kunnen uitleggen)
“zoals onze ziel, die lucht is, ons in stand houdt, zo omringen adem en lucht de gehele
wereld”
“de sterren draaien om de aarde zoals een tulband ons hoofd omringt”
“het universum draait als een molensteen”
“De sterren zitten vast aan de kristallijne sferen zoals met spijkers”
“de zon is zo plat als een blad”
Empedokles
*450 V.Ch
“de wisselwerking tsn dingen houdt nooit op, ze komen samen door liefde en gaan uit elkaar
door haat / strijd
4 archés: Aarde, water, lucht en vuur
o Vb aardepot: aarde + water -> wordt luchtiger -> verwarmen en vorm geven
Xenophanes
*500V.Ch
“paarden zouden paarden als goden afbeelden, leeuwen als leeuwen”µ
=> wij beelden het af als mensen -> onbekende voorstellen met bekende
“Er is geen mens, en zal er nooit zijn, die de volledige waarheid kent. En als die ze toch zou
kennen, zou die het zelf niet weten. “
we kunnen enkel gissen (=gokken)
Toepassingen:
- Argumentatief: complexe dingen plaatsen in gekend kader (longen ~ bomen)
(Galileo bewijsde zo heliocentrisme -> rond een planeet draaien manen, dus planeten
draaien rond de zon)
- Onderzoekend: kennis/ hypothesen door te vergelijken
- Criminologen: vergelijk met een bekende (niet perse vergelijkbare) situ -> kan inzicht brengen
+ bevattelijker maken (vgl met film, verhaal…)
-> let op met vgl met gelijkaardige situ -> oorzaak niet perse dezelfde
4