STAP 1 — FEITEN ISOLEREN
“WIE? → WAT? → WAAR? → WANNEER?”
3 VRAGEN
1. Wie zijn de actoren? → staten, IO’s, individuen, volkeren
2. Wat is de handeling? → geweld, interventie, erkenning, schending, verdrag, vervolging
3. Welke rechtsbron regelt dit? → VN-Handvest, gewoonterecht, verdrag, ILC, rechtspraak
STAP 2 – ACTOREN
1. STATEN
“staat A / B”
regering
leger
minister
ambassade
staatsorgaan
Gevolg
Volwaardig subject van internationaal recht
Alle klassieke regels van toepassing
Mogelijke rechtsproblemen
Gebruik van geweld
Non-interventie
Aansprakelijkheid
Verdragen
Immuniteit
Jurisdictie
Rechtsbronnen
VN-Handvest
Internationaal gewoonterecht
Verdragen
ILC Articles
Examenzin: “Aangezien het gaat om handelingen van een staat, zijn de regels van het klassiek
internationaal recht van toepassing.”
2. INTERNATIONALE ORGANISATIES (IO’S)
VN
EU
NAVO
WHO
Veiligheidsraad
Gevolg
Beperkte rechtspersoonlijkheid
Enkel bevoegd binnen hun mandaat
Typische rechtsproblemen
Bevoegdheidsoverschrijding
Toerekenbaarheid
Immuniteit
1
, Rechtsbronnen
Oprichtingsverdrag
Gewoonterecht
IGH-rechtspraak (Reparations for Injuries)
Examenzin: “Internationale organisaties beschikken over afgeleide rechtspersoonlijkheid.”
3. INDIVIDUEN
persoon
verdachte
slachtoffer
staatsburger
rebel
Gevolg
Beperkt subject van internationaal recht
Vooral relevant bij:
o mensenrechten
o internationaal strafrecht
Typische rechtsproblemen
Mensenrechtenschending
Strafrechtelijke vervolging
Immuniteit
Rechtsbronnen
EVRM
BUPO
Statuut van Rome
Examenzin: “Individuen kunnen rechten en plichten ontlenen aan het internationaal recht.”
4. VOLKEREN
bevolking
etnische groep
kolonie
minderheid
Gevolg
Relevantie voor zelfbeschikkingsrecht
Typische rechtsproblemen
Intern zelfbeschikkingsrecht
Extern zelfbeschikkingsrecht
Rechtsbronnen
VN-Handvest art. 1(2)
VN-resoluties 1514 & 2625
Examenzin: “Het zelfbeschikkingsrecht komt toe aan volkeren.”
2
“WIE? → WAT? → WAAR? → WANNEER?”
3 VRAGEN
1. Wie zijn de actoren? → staten, IO’s, individuen, volkeren
2. Wat is de handeling? → geweld, interventie, erkenning, schending, verdrag, vervolging
3. Welke rechtsbron regelt dit? → VN-Handvest, gewoonterecht, verdrag, ILC, rechtspraak
STAP 2 – ACTOREN
1. STATEN
“staat A / B”
regering
leger
minister
ambassade
staatsorgaan
Gevolg
Volwaardig subject van internationaal recht
Alle klassieke regels van toepassing
Mogelijke rechtsproblemen
Gebruik van geweld
Non-interventie
Aansprakelijkheid
Verdragen
Immuniteit
Jurisdictie
Rechtsbronnen
VN-Handvest
Internationaal gewoonterecht
Verdragen
ILC Articles
Examenzin: “Aangezien het gaat om handelingen van een staat, zijn de regels van het klassiek
internationaal recht van toepassing.”
2. INTERNATIONALE ORGANISATIES (IO’S)
VN
EU
NAVO
WHO
Veiligheidsraad
Gevolg
Beperkte rechtspersoonlijkheid
Enkel bevoegd binnen hun mandaat
Typische rechtsproblemen
Bevoegdheidsoverschrijding
Toerekenbaarheid
Immuniteit
1
, Rechtsbronnen
Oprichtingsverdrag
Gewoonterecht
IGH-rechtspraak (Reparations for Injuries)
Examenzin: “Internationale organisaties beschikken over afgeleide rechtspersoonlijkheid.”
3. INDIVIDUEN
persoon
verdachte
slachtoffer
staatsburger
rebel
Gevolg
Beperkt subject van internationaal recht
Vooral relevant bij:
o mensenrechten
o internationaal strafrecht
Typische rechtsproblemen
Mensenrechtenschending
Strafrechtelijke vervolging
Immuniteit
Rechtsbronnen
EVRM
BUPO
Statuut van Rome
Examenzin: “Individuen kunnen rechten en plichten ontlenen aan het internationaal recht.”
4. VOLKEREN
bevolking
etnische groep
kolonie
minderheid
Gevolg
Relevantie voor zelfbeschikkingsrecht
Typische rechtsproblemen
Intern zelfbeschikkingsrecht
Extern zelfbeschikkingsrecht
Rechtsbronnen
VN-Handvest art. 1(2)
VN-resoluties 1514 & 2625
Examenzin: “Het zelfbeschikkingsrecht komt toe aan volkeren.”
2