H1 : DOELGROEP GERICHT SCHRIJVEN
1.1 BEPAAL JE DOELGROEP
ijkpersoon Een fictieve persoon die model staat voor de
hele groep
1.2 PAS JE INHOUD AAN
Hoe? Vaktaal gebruiken of juist niet
Technische zaken naar gewoon publiek ()
1.3 HANTEER DE JUISTE TAAL
Naam? Als je ze kent in aanspreking gebruiken
beklemtoon Geen verschillende lettertypes, beklemtoon vet,
cursief en onderstrepen vermijden (moeilijk
leesbaar)
Jargon = vaktaal
Hoe zijn je zinnen Kort = voor kinderen
Gewoon= gewone mensen
Lang = wetenschappelijke teksten
Wat met telefoonnummer/emailadres Op de plaats waar de klant het nodig heeft
Hoe titel/ onderwerp verzinnen Zoveel mogelijk van de 5 w’s in verwerken
Tone of voiice De stijl waarin een bedrijf of merk communiceert
met de doelgroep
Wanneer gebruik je u en wanneer je U : formeel en staat voor zakelijkheid en afstand
Jij : informeel, staat voor nabijheid vriendschap
en vertrouwen.
1.4 ZORG VOOR EEN AANTREKKELIJKE LAY-OUT
Lettergrootte? Groot : ouderen 11 of 12
Gewoon publiek kies 9 of 10
Lay-out - Voldoende witruimte
- Niet te veel opmaakmogelijkheden
gebruiken
- Functionele afbeeldingen, grafieken,
tabellen en schema’s gebruiken (APA)
Les 2
H2 : DOELGERICHT SCHRIJVEN
Soorten tekstdoelen - Informeren
- Overtuigen
- Activeren
- Onderhouden
- samenvatten
2.1 INFORMEREND SCHRIJVEN
Uit wat bestaat het Feiten -> objectief
Inhoudelijke kenmerken 5w’s + h
, Omgekeerde piramide = oprolbaarheid
Een principe dat ervan uit gaat dat je lezer in het
begin van een artikel nog geïnteresseerd en
geconcentreerd is, maar dat hij zijn interesse en
concentratie verliest naarmate hij verder leest.
2.2 OVERTUIGEND SCHRIJVEN
wat Subjectief
Inhoudelijke kenmerken Standpunten + heldere argumenten + oplossing
2.3 ACTIVEREND SCHRIJVEN
Activerende tekst = wervende tekst
Je wil dat je lezer iets gaat doen
Inhoudelijke kenmerken Belangrijkste kenmerk : je oproep tot actie = call
to action
Nadruk op voordelen leggen + bewijs leveren +
drempels wegnemen en urgentie toevoegen +
boodschap simpel houden
2.4 ONDERHOUDEND SCHRIJVEN
doel Lezer vermaken
Inhoudelijke kenmerken Verhaalcomponenten + schrijf beeldend,
gedetailleerd + nadruk op emoties door feiten +
veel aandacht aan de eerste zin
2.5 SAMENVATTEND SCHRIJVEN
= Beknopte weergave
Les 3
H3 : GESTRUCTUREERD SCHRIJVEN
3.1 INLEIDING, MIDDEN EN SLOT
inleiding Antwoord op 5 w’s
Aanleiding + vooruitblikken voor wat volgt
midden Het onderwerp uitdiepen
Tussenkoppen kunnen helpen, meerdere
alinea’s, meerdere deelonderwerpen
slot Heeft een afrondende functie
Het belangrijkste wat je als schrijver over je
onderwerp wil zeggen, kan ook een
samenvatting, conclusie, aansporing of
toekomstverwachting zijn
3.2 ALINEAOPBOUW, KERNZINNEN EN TUSSENTITELS
alinea Bestaat uit zinnen die bij elkaar horen en samen
een deelaspect van het tekstonderwerp bevatten
kernzin = hoofdgedachte