Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages
Summary

Complete samenvatting sociale psychologie hoofdstuk 3, 4, 6, 7, 13

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages

Complete samenvatting van de hoofdstukken 3, 4, 6, 7 en 13 van het boek Sociale Pychologie onderbouwt met hoorcolleges.

Content preview

Sociale psychologie hoofdstuk 3 & 4
Sociale cognitie en perceptie

Sociale cognitie: hoe mensen denken over zichzelf en de sociale wereld; hoe mensen sociale
informatie selecteren, interpreteren, herinneren en gebruiken om oordelen te vormen en
beslissingen te nemen.

2 typen sociale cognitie:

1. Automatische sociale cognitie  snel en automatisch denken (zoals vooroordelen)

2. Gecontroleerde sociale cognitie  lang nadenken over belangrijke beslissingen in je leven
(zoals studiekeuze)

Automatisch denken: denken dat onbewust, onopzettelijk, onwillekeurig en zonder inspanning
geschiedt. Verschillende soorten automatisch denken:

- Automatisch doelen nastreven
- Automatisch beslissen
- Automatisch denken en metaforen over lichaam en geest

Sociale denker: mensen zijn goed in sociale cognitie, de manieren waarop mensen over zichzelf en
de sociale wereld denken.

Sociale Perceptie wil zeggen:

1.) Welke signalen wij ‘aflezen’ van mensen om ons heen en hoe wij hun taal duiden/ interpreteren.
Zodat we een indruk hebben

- Wat voor persoon iemand is

- Hoe iemand iets bedoeld/ overkomt op anderen

2.) En vervolgens hoe wij vervolgens conclusies trekken over anderen en welke consequenties
(gedrag) we vervolgens trekken.

Dit doen wij door te letten op non-verbale communicatie: manier waarop mensen (on)opzettelijk
communiceren zonder woorden. Zoals bijvoorbeeld:

- Gelaatsuitdrukkingen  de belangrijkste emoties worden gecodeerd (uitdrukken of
voortbrengen van non-verbaal gedrag) op dezelfde manier. Deze non-verbale handelingen
worden dan gedecodeerd (interpreteren van de betekenis van de non-verbale handeling).
Soms is dat decoderen best lastig, dan is er sprake van vermenging van affect (een
gelaatsuitdrukking waarin een deel van het gezicht de ene emotie uitdrukt, terwijl het andere
deel een andere emotie uitdrukt)
- Emblemen: non-verbale gebaren met een duidelijk omschreven definitie binnen een
bepaalde cultuur (zoals de duim of middelvinger)

Spiegelneuronen: neuronen die reageren als wij zelf een bepaalde handeling verrichten en als we
een ander deze handeling zien verrichten (gapen werkt aanstekelijk).

Thin-slicing: betekenisvolle conclusie trekken over iemands persoonlijkheid op grond van extreem
kortdurende uitingen van diens gedrag.

,Sociale perceptie is niet objectief, het gaat over welke schema’s/ verwachtingen worden geactiveerd
en hoe wij op basis van deze schema’s handelen.

Script: schema’s over specifieke gebeurtenissen, oftewel de beschrijving van hoe zo’n gebeurtenis
verloopt.

Schema’s:

• Mentale structuur om kennis en informatie te verzamelen op basis van thema’s

• Woorden en beelden activeren schema’s

• Ze sturen zo onze interpretatie van het ‘hier en nu’

Een schema is een compleet arsenaal aan informatie en ervaringen die geheel getriggerd wordt als er
een cue ervaren wordt die te linken is aan het schema. Dus, schema’s sturen onze verwachtingen
door van alles in te vullen met als gevolg dat wij voortdurend heel veel aannemen terwijl die
informatie niet gegeven is, maar door ons zelf is ingevuld. En wel omdat die info bij ons schema
hoorde.

• Schema’s zijn gebaseerd op persoonlijke ervaringen, indrukken en kennis van een onderwerp

• Dus schema’s kunnen hetzelfde onderwerp hebben bij mensen maar andere inhoud.

• De inhoud van de schema’s die actief worden bepalen dus de beleving van een persoon.

Dus wat is beleving: beleving wordt bepaald door de inhoud van de schema’s die worden
geactiveerd bij een persoon door cues uit de omgeving.

Schema’s die veel gebruikt worden leiden tot een verhoogde toegankelijkheid. Dit betekent dat als
er gekozen moet worden uit een aantal schema’s het meest gebruikte schema de voorkeur krijgt. Dus
je interpretatie van de wereld gebeurt op basis van de meest gebruikte schema’s die voorhanden
zijn/ op de voorgrond staan.

2 soorten toegankelijkheid:

1. Blijvend toegankelijk door eerdere ervaringen  als bepaalde schema’s constant actief zijn
staan ze ‘gereed voor gebruik’ bij ambigue (dubbelzinnige) situaties

2. Tijdelijk toegankelijk 

- Tijdelijk toegankelijke schema: als je bijvoorbeeld aan het studeren bent over een bepaalde
ziekte zul je hier eerder aan denken als je een verwarde man ziet dan voor/ na de toets

- Tijdelijk toegankelijk schema door recente ervaringen: dit betekent dat een specifiek thema
of kenmerk op een bepaald moment op de voorgrond staat door iets waarover je hebt
nagedacht of wat je vlak voor de ambigue gebeurtenis hebt gedaan.



Priming kan echter ook gebeuren, ik liet net ‘per ongeluk’ het logo van pepsi cola zien. Dit kan ertoe
leiden dat je eerder aan pepsi dacht dan coca cola. Dit is het priming effect; als je mensen dwingt om
een schema te activeren is de kans groot dat dit hun interpretatie vervolgens stuurt. Maar als het
concurrerende schema (coca cola) toch toegankelijker is omdat dit het meest wordt gebruikt door
die persoon, kan het priming effect teniet worden gedaan. Dus priming effecten werken het beste als
mensen geen sterke voorkeur hebben voor een bepaald merk.

, Priming: het proces waarbij recente ervaringen de toegankelijkheid van een schema, kenmerk of
concept vergroten.

Primacy effect: als het aankomt op het vormen van een indruk, beïnvloeden de eerste indrukken die
we van anderen krijgen hoe we informatie interpreteren die we later krijgen.

Belief perseverance: de neiging vast te houden aan een oorspronkelijk oordeel, zelfs wanneer we
geconfronteerd worden met informatie die ons tot heroverweging zou moeten aanzetten.

Perseveratie-effect: bevinding dat opvattingen van mensen over zichzelf en de sociale wereld
aanhouden, ondanks bewijzen van het tegendeel.

Bestraffingseffect: bevinding dat positieve opvattingen over de sociale wereld waarvan bewezen
wordt dat ze onjuist zijn, kunnen omslaan naar zeer negatieve opvattingen.

Attributietheorie: beschrijving van de manier waarop mensen de oorzaken van hun eigen en
andermans gedrag verklaren (interne of externe attributie).

Fundamentele attributiefout: neiging om de mate waarin iemands gedrag wordt veroorzaakt door
interne, dispositionele factoren te overschatten en de rol van externe, situationele factoren te
onderschatten.

Welke fout maken we nou fundamentele attributiefout

- Overschatten rol van persoonlijkheid

- Onderschatten rol van omgevingsfactoren

Is dit begrijpelijk? Ja, we hebben letterlijk geen zicht op, of inzicht in die omgevingsfactoren. Dus de
makkelijkste verklaring ligt in de persoonlijkheid van de onbekende studenten dit noemt men
perceptuele saillantie. Waar ons oog op valt is bepalend voor onze eerste automatische verklaring
van gedrag, de interne attributie

Corrigeren we dan nooit?

Jawel, als we ons de tijd gunnen om de situatie aandachtig te bekijken en te overdenken gunnen we
ons de ruimte om alternatieve verklaringen te zoeken voor het gedrag. Dan gaan we scenario’s
verzinnen anders dan persoonlijkheid, die het gedrag kunnen verklaren. Dus dan en alleen dan
passen we onze interne attributie aan en verruimen we die met externe attributie. Maar als we een
snel oordeel moeten vellen of moe zijn Fundamentele attributiefout.

Perceptuele saillantie: het ogenschijnlijke belang van de informatie waarop mensen hun aandacht
gericht hebben.

Tweeledig proces van attributie: het analyseren van andermans gedrag door eerst een automatische
interne attributie te maken en dan pas na te denken over mogelijke situationele oorzaken van het
gedrag, op basis waarvan de oorspronkelijke interne attributie mogelijk kan worden aangepast.

Zelfdienende attributie: verklaringen van eigen successen toeschrijven aan interne, dispositionele
factoren en verklaringen van eigen mislukkingen toeschrijven aan externe situationele factoren.

Covariatiemodel: theorie die stelt dat om een attributie te kunnen maken over de oorzaak van
iemands gedrag, we systematisch kijken naar het patroon tussen aan- of afwezigheid van mogelijke
causale factoren en het al dan niet optreden van het gedrag. Je verzamelt dus informatie en kijkt hoe
dit in de loop van de tijd, per plaats, bij verschillende mensen en gedragsdoelstellingen verandert.

Connected book
 image
Elliot Aronson, Timothy D. Wilson Sociale psychologie
Publisher: april 2017 ISBN: 9789043035361 Edition: 9

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
3,4,6,7,13
Uploaded on
February 24, 2021
Number of pages
16
Written in
2019/2020
Type
Summary
$5.35

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
kellydelouw
3.9
(20)
Sold
144
Followers
97
Items
28
Last sold
1 month ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions