Inhoudstabel Neurokine PR
herhaling 2
positionering van een CVA PT 6
transfers bij CVA pt 13
oefentherapie romp na CVA 26
oefentherapie OL 42
oefentherapie BL 58
transfers dwarslaesie 79
Oefentherapie DL 88
MS CASUSsEN 91
Parkinson 93
balans en posturale controle in neurologische aandoeningen 103
Integratie examencasussen 109
1
,HERHALING
INTRODUCTIE
1.1 HOE IS FYIOTHERAPEUTISCH PROCES OPGEBOUWD?
Systematisch proces van verwijzing naar ontslag en follow-up
EVALUATIE/BEOORDELING
- T gebruikt zijn theoretische kennis en klinische expertise om klinisch oordeel te vellen => Pt
vaardig observeren in taakanalyses
- Pt wordt geëvalueerd op verschillende niveaus van ICF
- Tijdens behandeling: beoordelingsproces gaat door, aangezien er constant monitoring van
reacties plaatsvindt
GOAL SETTING
- Na evaluatie: opstellen van klinische hypothese om bewegingsbeperking en/of functionele
moeilijkheden te verklaren
= > hypothese = hulp bij prioriteren van doelen en opstellen van behandelplan
- Proces van doelen vaststellen => in overleg met therapeut, patiënt en familie
o Lange termijn doelen
▪ Deze geven Pt hoop en motivatie
▪ Vaak ambitieus, kan positief zijn => ook risico’s!
= > onhaalbaar: verlies van hoop en therapie- of levensmotivatie
▪ Pt informeren over haalbaarheid doelen
▪ Opmerking: je kan LTD opv voortgang in KTD bijstellen
o Korte termijn doelen: Pt gericht + opgesteld volgens SMART (specifiek, meetbaar,
acceptabel/haalbaar, realistisch, tijdsgebonden)
▪ Zijn de stapjes naar de lange termijn doelen
▪ Voordelen:
• Duidelijkheid over wat Pt kan verwachten en wanneer
• Motivatie => kleine successen worden sneller behaald!
• Inzicht in voortgang en haalbaarheid van LTD
BEHANDELPLAN
= afh. van doel van Pt, maar ook van responsiviteit van Pt op bepaalde interventies
- Als kine richt je uw op
o Bevorderen van verandering in beweging
2
, o Aanleren van hoe Pt moet bewegen en hoe Pt slechte en goede bewegingen kan
herkennen
INTERVENTIE
Algemene therapieprincipes: algemene kenmerken van effectieve motorische revalidatie na
beroerte:
1) Specificiteit van training
- Wat wordt getraind, verbetert (terwijl een overdracht naar niet-getrainde taken is niet
duidelijk aangetoond)
- Taakspecificiteit, contextspecificiteit en omgevingsspecificiteit!
2) Intensiteit of dosis van oefening
- Belang van oefentijd: Pt met CVA baat bij meer tijd besteed aan oefenen
- Onbekendheden: optimale dosis en lang termijn effecten niet duidelijk
- Herhaald oefenen van functionele taken => activiteiten in BL en OL verbeteren
3) Timing van intensieve training
- Revalidatie zo vroeg mogelijk na beroerte starten!
- Intensivering van training aanbevolen als eerst kwetsbare dagen voorbij zijn
Aanvullende algemene bevindingen
- Individueel aangepaste oefeningen (relevant, betekenisvol en binnen limieten)
- Herhaling met variatie
- Rustperiodes tussen sessies en herhalingen
- Feedback op prestaties en resultaten
o Procedureel leren (vb. lopen) => FB op resultaten
o Declaratief leren (vb. bij complexe bewegingen zoals aankleden) => FB op prestatie
- Betekenisvolle omgeving
Principes voor behandeling van neurologische Pt
1) Proximale stabiliteit voor distale functie
- Stabiele basis noodzakelijk voor coördinatie van distale lichaamsdelen
= > daarom: revalidatie van romp speelt centrale rol en is toepasbaar op proximale en distale
lichaamsdelen
- Vb. stabiliteit in intrinsieke handspieren in belangrijk voor beweging vingers
2) Beperkingen in selectieve bewegingen
- Vaak moeite met loskoppelen van bewegingen van elkaar
3) Oefenen tegen Fz
- Zo snel mogelijk! => meest objectieve referentie voor kracht en controle
4) Cognitieve component in oefening
- Met denktaak
- Verhoogt complexiteit en functionele relevantie
5) Nooit trekken aan ledematen!!!
- Vooral niet aan hemiplegische schouder => RODE VLAG
- Risico op subluxatie en pijn
3
, 6) Betekenis geven aan bewegingen
- Functionele context = beter leerresultaat
- Glas heffen > arm heffen
2. FYSIOTHERAPEUTISCHE EVALUATIE
2.1 HOE BEOORDELEN WE PT NA EEN BEROERTE?
=> verzameling van initiële gegevens + gebruik van gestandaardiseerde meetinstrumenten
- Eerste beoordeling kan meerdere sessies duren (als Pt moe is of …)
- Belangrijk: observeer de impact van de door Pt ervaren beperkingen VOORALEER je prioriteit
gaat geven aan problemen en behandeldoelen
= > vb. als T moet je bepalen of een probleem in motorische controle tijdens lopen
voorkomen uit verlies van initiëren van spiergroep OF abnormale spierspanning
INITIËLE GEGEVENS
- Leeftijd
- Medische geschiedenis
- Functionele en motorische vaardigheden
- Gevoel en sensatie
- Psychologisch, sociale en familiale status
GESTANDAARDISEERDE MEETINSTRUMENTEN
- Doel: identificeren van niveau van beperking, individuele ervaringen en mogelijkheden
- Parameters: sensatie, houding, beweging, functie, activiteit, participatie, aandacht, begrip,
eerdere vaardigheden
4
herhaling 2
positionering van een CVA PT 6
transfers bij CVA pt 13
oefentherapie romp na CVA 26
oefentherapie OL 42
oefentherapie BL 58
transfers dwarslaesie 79
Oefentherapie DL 88
MS CASUSsEN 91
Parkinson 93
balans en posturale controle in neurologische aandoeningen 103
Integratie examencasussen 109
1
,HERHALING
INTRODUCTIE
1.1 HOE IS FYIOTHERAPEUTISCH PROCES OPGEBOUWD?
Systematisch proces van verwijzing naar ontslag en follow-up
EVALUATIE/BEOORDELING
- T gebruikt zijn theoretische kennis en klinische expertise om klinisch oordeel te vellen => Pt
vaardig observeren in taakanalyses
- Pt wordt geëvalueerd op verschillende niveaus van ICF
- Tijdens behandeling: beoordelingsproces gaat door, aangezien er constant monitoring van
reacties plaatsvindt
GOAL SETTING
- Na evaluatie: opstellen van klinische hypothese om bewegingsbeperking en/of functionele
moeilijkheden te verklaren
= > hypothese = hulp bij prioriteren van doelen en opstellen van behandelplan
- Proces van doelen vaststellen => in overleg met therapeut, patiënt en familie
o Lange termijn doelen
▪ Deze geven Pt hoop en motivatie
▪ Vaak ambitieus, kan positief zijn => ook risico’s!
= > onhaalbaar: verlies van hoop en therapie- of levensmotivatie
▪ Pt informeren over haalbaarheid doelen
▪ Opmerking: je kan LTD opv voortgang in KTD bijstellen
o Korte termijn doelen: Pt gericht + opgesteld volgens SMART (specifiek, meetbaar,
acceptabel/haalbaar, realistisch, tijdsgebonden)
▪ Zijn de stapjes naar de lange termijn doelen
▪ Voordelen:
• Duidelijkheid over wat Pt kan verwachten en wanneer
• Motivatie => kleine successen worden sneller behaald!
• Inzicht in voortgang en haalbaarheid van LTD
BEHANDELPLAN
= afh. van doel van Pt, maar ook van responsiviteit van Pt op bepaalde interventies
- Als kine richt je uw op
o Bevorderen van verandering in beweging
2
, o Aanleren van hoe Pt moet bewegen en hoe Pt slechte en goede bewegingen kan
herkennen
INTERVENTIE
Algemene therapieprincipes: algemene kenmerken van effectieve motorische revalidatie na
beroerte:
1) Specificiteit van training
- Wat wordt getraind, verbetert (terwijl een overdracht naar niet-getrainde taken is niet
duidelijk aangetoond)
- Taakspecificiteit, contextspecificiteit en omgevingsspecificiteit!
2) Intensiteit of dosis van oefening
- Belang van oefentijd: Pt met CVA baat bij meer tijd besteed aan oefenen
- Onbekendheden: optimale dosis en lang termijn effecten niet duidelijk
- Herhaald oefenen van functionele taken => activiteiten in BL en OL verbeteren
3) Timing van intensieve training
- Revalidatie zo vroeg mogelijk na beroerte starten!
- Intensivering van training aanbevolen als eerst kwetsbare dagen voorbij zijn
Aanvullende algemene bevindingen
- Individueel aangepaste oefeningen (relevant, betekenisvol en binnen limieten)
- Herhaling met variatie
- Rustperiodes tussen sessies en herhalingen
- Feedback op prestaties en resultaten
o Procedureel leren (vb. lopen) => FB op resultaten
o Declaratief leren (vb. bij complexe bewegingen zoals aankleden) => FB op prestatie
- Betekenisvolle omgeving
Principes voor behandeling van neurologische Pt
1) Proximale stabiliteit voor distale functie
- Stabiele basis noodzakelijk voor coördinatie van distale lichaamsdelen
= > daarom: revalidatie van romp speelt centrale rol en is toepasbaar op proximale en distale
lichaamsdelen
- Vb. stabiliteit in intrinsieke handspieren in belangrijk voor beweging vingers
2) Beperkingen in selectieve bewegingen
- Vaak moeite met loskoppelen van bewegingen van elkaar
3) Oefenen tegen Fz
- Zo snel mogelijk! => meest objectieve referentie voor kracht en controle
4) Cognitieve component in oefening
- Met denktaak
- Verhoogt complexiteit en functionele relevantie
5) Nooit trekken aan ledematen!!!
- Vooral niet aan hemiplegische schouder => RODE VLAG
- Risico op subluxatie en pijn
3
, 6) Betekenis geven aan bewegingen
- Functionele context = beter leerresultaat
- Glas heffen > arm heffen
2. FYSIOTHERAPEUTISCHE EVALUATIE
2.1 HOE BEOORDELEN WE PT NA EEN BEROERTE?
=> verzameling van initiële gegevens + gebruik van gestandaardiseerde meetinstrumenten
- Eerste beoordeling kan meerdere sessies duren (als Pt moe is of …)
- Belangrijk: observeer de impact van de door Pt ervaren beperkingen VOORALEER je prioriteit
gaat geven aan problemen en behandeldoelen
= > vb. als T moet je bepalen of een probleem in motorische controle tijdens lopen
voorkomen uit verlies van initiëren van spiergroep OF abnormale spierspanning
INITIËLE GEGEVENS
- Leeftijd
- Medische geschiedenis
- Functionele en motorische vaardigheden
- Gevoel en sensatie
- Psychologisch, sociale en familiale status
GESTANDAARDISEERDE MEETINSTRUMENTEN
- Doel: identificeren van niveau van beperking, individuele ervaringen en mogelijkheden
- Parameters: sensatie, houding, beweging, functie, activiteit, participatie, aandacht, begrip,
eerdere vaardigheden
4