SOCIALE EN POLITIEKE
LEERSTELSEL
WIES ROMON
criminologie | Ugent | 2025-2026
,INLEIDING
IDEOLOGIE
Een ideologie is een geheel van ideeën en opvattingen dat aan de sociaal-
politieke verhoudingen vorm wenst te geven. Het omvat dus opvattingen
(positieve en negatieve) die zowel descriptief als normatief zijn: het is een poging
om vat te krijgen op de sociopolitieke omgeving zoals die is en zoals deze hoort
te zijn.
– Descriptief = beschrijvend
– Normatief = voorspellend
– Ideologieën zijn er ook om mensen aan te zetten tot (politieke)
verandering
– Ideoloog probeert te mobiliseren
Mensen overtuigen met argumenten
IDEOLOGISCHE STRIJD EN POLITIEKMAATSCHAPPELIJKE ACTIE
– Dynamisch
– Ideologie is niet gelijk aan doctrine
Doctrine = gecodificeerde ideeën, maar die worden afgekeurd
door de machthebber
Ideologen gaan er altijd vanuit dat ze gelijk hebben (volgelingen
een soort zekerheid bieden)
PAGE 1
,DE EUROPESE VERLICHTING EN HET TIJDPERK VAN DE
REVOLUTIES (1650-1800)
DE POLITIEKE OORSPRONG VAN DE BURGERLIJKE SAMENLEVING
JOHN LOCKE (1632-1704)
– Grondlegger van de burgerlijke vrijheden
– Lockes eerste verhandeling
Een sarcastische weerlegging van het idee , dat de Koning een
rechtstreekse afstammeling van Adam was
– Lockes tweede verhandeling
De natuurlijke staat van de mens
Alle mensen worden vrij en even gelijk geboren
Schetsen van premissen van waaruit, via logische deductie, hij tot
voorstellen kon komen om het samenleven te ordenen
– Stelde dat iedereen recht had op leven verwerven van voedsel, kleding
en onderdak
– Ging ervan uit dat de mens eigenaar was van de arbeid van zijn lichaam
en het werk van zijn handen combinatie van iemand arbeid met de
natuur = zijn eigendom
– Locke wilde aantonen dat een systeem van warenproductie en bijgevolg
de maatschappelijke opdeling tussen arbeid en ondernemer, niet strijdig
was met het ‘natuurrecht’, maar er logisch uit voortvloeide
Leidt tot verschillen in rijkdom
Ongelijkheid = natuurlijk gevolg van de maatschappelijke evolutie
(moest wel een oplossing krijgen in de politiek)
– Soevereiniteit lag bij het volk als een onvervreemdbaar recht
MAAR de wetgevende en uitvoerende macht moesten worden
overgedragen via een civil society aan de politieke instanties
Civil society: mensen die mochten stemmen (free men)
Deze contractuele overdracht voorwaardelijk en beperkt
– Essentie van de mens mens = ijverig en rationeel
Betekent niet dat iedereen tot de civil society behoort
Niet: vrouwen, dagloners, arbeiders, werklozen, landlopers en
bedelaars (geen volwaardige leden van de maatschappij)
Anderen dan free men stilzwijgende instemming en verplicht
wetten na te leven
– Stelde dat religie zich minder moest inlaten met ingewikkelde
intellectuele theorieën, maar door een eenvoudig straf-en beloningsstelsel
die mensen ertoe brengen de bestaande ordening als dusdanig te
aanvaarden
PAGE 2
, Godsdienst werd een functioneel instrument in dienst van een
politiek systeem
– Voorstander van scheiding der machten
Rechterlijke macht gezien als een aanhangsel van de wetgevende,
die in principe boven de uitvoerende macht stond
– ‘the people shall be judge’ freemen gaan na of hun belangen al dan niet
gediend worden
Belangen: Behoud en uitbreiding van privaat bezit
Indien vorst belangen niet na kwam opzeggen van contract
(ontroonde Koning zichzelf)
– Periode van opkomend kapitalisme
Locke voorstander van een sterke staat die het systeem van
privaat bezit behartigde
Gerechtvaardigd om in opstand te komen tegen de vorst indien hij
contractuele verplichtingen niet na kwam
– Argumenten gebaseerd op Gods wil of traditie werden terzijde geschoven
ten voordele van de autonomie van de denkende mens
Kenniskloof en verschil in beoordelingsvermogen gevolg van de
ongelijke kansen die mensen krijgen
– Grondlegger van het liberale gedachtegoed
Later: inspiratiebron voor revolutionairen
Mannelijke elite = witte, rijke mannen
VERLICHTING
– Destutt de Tracy ideologie als een onafhankelijke wetenschappelijke
discipline, die een theorie en een verklaring gaf voor de oorsprong en het
bestaan van ideeën
Doel onderzoek: idee op waarachtigheid te toetsen door het
gebruik van de rede
Rede werd geacht niet bedoezeld te zijn door emoties, belangen of
tradities
– In Frankrijk werd de filosofie van de Verlichting omgesmeed tot een
radicale politieke ideologie die de hele mensheid moest bevrijden
– Publicatie ‘encyclopédie’ Didoret en d’ Alembert = drijvende kracht
– Verlichtingsideologie optimistisch van aard
Geloofde dat de vestiging van een rationele en dus gelukkige
maatschappij geleidelijk zou plaatsvinden
De mens is niet alleen rationeel, maar handelt ook rationeel,
wat noodzakelijkerwijs leidt tot vooruitgang, ergo tot meer
geluk
PAGE 3
LEERSTELSEL
WIES ROMON
criminologie | Ugent | 2025-2026
,INLEIDING
IDEOLOGIE
Een ideologie is een geheel van ideeën en opvattingen dat aan de sociaal-
politieke verhoudingen vorm wenst te geven. Het omvat dus opvattingen
(positieve en negatieve) die zowel descriptief als normatief zijn: het is een poging
om vat te krijgen op de sociopolitieke omgeving zoals die is en zoals deze hoort
te zijn.
– Descriptief = beschrijvend
– Normatief = voorspellend
– Ideologieën zijn er ook om mensen aan te zetten tot (politieke)
verandering
– Ideoloog probeert te mobiliseren
Mensen overtuigen met argumenten
IDEOLOGISCHE STRIJD EN POLITIEKMAATSCHAPPELIJKE ACTIE
– Dynamisch
– Ideologie is niet gelijk aan doctrine
Doctrine = gecodificeerde ideeën, maar die worden afgekeurd
door de machthebber
Ideologen gaan er altijd vanuit dat ze gelijk hebben (volgelingen
een soort zekerheid bieden)
PAGE 1
,DE EUROPESE VERLICHTING EN HET TIJDPERK VAN DE
REVOLUTIES (1650-1800)
DE POLITIEKE OORSPRONG VAN DE BURGERLIJKE SAMENLEVING
JOHN LOCKE (1632-1704)
– Grondlegger van de burgerlijke vrijheden
– Lockes eerste verhandeling
Een sarcastische weerlegging van het idee , dat de Koning een
rechtstreekse afstammeling van Adam was
– Lockes tweede verhandeling
De natuurlijke staat van de mens
Alle mensen worden vrij en even gelijk geboren
Schetsen van premissen van waaruit, via logische deductie, hij tot
voorstellen kon komen om het samenleven te ordenen
– Stelde dat iedereen recht had op leven verwerven van voedsel, kleding
en onderdak
– Ging ervan uit dat de mens eigenaar was van de arbeid van zijn lichaam
en het werk van zijn handen combinatie van iemand arbeid met de
natuur = zijn eigendom
– Locke wilde aantonen dat een systeem van warenproductie en bijgevolg
de maatschappelijke opdeling tussen arbeid en ondernemer, niet strijdig
was met het ‘natuurrecht’, maar er logisch uit voortvloeide
Leidt tot verschillen in rijkdom
Ongelijkheid = natuurlijk gevolg van de maatschappelijke evolutie
(moest wel een oplossing krijgen in de politiek)
– Soevereiniteit lag bij het volk als een onvervreemdbaar recht
MAAR de wetgevende en uitvoerende macht moesten worden
overgedragen via een civil society aan de politieke instanties
Civil society: mensen die mochten stemmen (free men)
Deze contractuele overdracht voorwaardelijk en beperkt
– Essentie van de mens mens = ijverig en rationeel
Betekent niet dat iedereen tot de civil society behoort
Niet: vrouwen, dagloners, arbeiders, werklozen, landlopers en
bedelaars (geen volwaardige leden van de maatschappij)
Anderen dan free men stilzwijgende instemming en verplicht
wetten na te leven
– Stelde dat religie zich minder moest inlaten met ingewikkelde
intellectuele theorieën, maar door een eenvoudig straf-en beloningsstelsel
die mensen ertoe brengen de bestaande ordening als dusdanig te
aanvaarden
PAGE 2
, Godsdienst werd een functioneel instrument in dienst van een
politiek systeem
– Voorstander van scheiding der machten
Rechterlijke macht gezien als een aanhangsel van de wetgevende,
die in principe boven de uitvoerende macht stond
– ‘the people shall be judge’ freemen gaan na of hun belangen al dan niet
gediend worden
Belangen: Behoud en uitbreiding van privaat bezit
Indien vorst belangen niet na kwam opzeggen van contract
(ontroonde Koning zichzelf)
– Periode van opkomend kapitalisme
Locke voorstander van een sterke staat die het systeem van
privaat bezit behartigde
Gerechtvaardigd om in opstand te komen tegen de vorst indien hij
contractuele verplichtingen niet na kwam
– Argumenten gebaseerd op Gods wil of traditie werden terzijde geschoven
ten voordele van de autonomie van de denkende mens
Kenniskloof en verschil in beoordelingsvermogen gevolg van de
ongelijke kansen die mensen krijgen
– Grondlegger van het liberale gedachtegoed
Later: inspiratiebron voor revolutionairen
Mannelijke elite = witte, rijke mannen
VERLICHTING
– Destutt de Tracy ideologie als een onafhankelijke wetenschappelijke
discipline, die een theorie en een verklaring gaf voor de oorsprong en het
bestaan van ideeën
Doel onderzoek: idee op waarachtigheid te toetsen door het
gebruik van de rede
Rede werd geacht niet bedoezeld te zijn door emoties, belangen of
tradities
– In Frankrijk werd de filosofie van de Verlichting omgesmeed tot een
radicale politieke ideologie die de hele mensheid moest bevrijden
– Publicatie ‘encyclopédie’ Didoret en d’ Alembert = drijvende kracht
– Verlichtingsideologie optimistisch van aard
Geloofde dat de vestiging van een rationele en dus gelukkige
maatschappij geleidelijk zou plaatsvinden
De mens is niet alleen rationeel, maar handelt ook rationeel,
wat noodzakelijkerwijs leidt tot vooruitgang, ergo tot meer
geluk
PAGE 3