1) MORELE DILEMMA’S BINNEN DE POLITIE: LEGITIMITEIT ONDER DRUK?
– YINTHE FEYS EN ANTOINETTE VERHAGE
1. INLEIDING
Doel van het onderzoek
- Het onderzoek wil nagaan hoe de omgang van politieambtenaren met morele dilemma’s invloed
heeft op:
o de legitimiteit van de politie, en
o het vertrouwen van burgers in de politie.
- De auteurs willen hiermee een leemte in bestaand onderzoek opvullen, aangezien deze relatie
nog nauwelijks empirisch is bestudeerd.
Achtergrond
- Legitimiteit van de politie is cruciaal voor burgersteun en naleving van wetten.
- Vertrouwen van burgers vormt de basis voor die legitimiteit.
- Politieagenten worden regelmatig geconfronteerd met morele dilemma’s:
o situaties waarin waarden en normen botsen en er geen duidelijke juiste oplossing
bestaat.
- Binnen het politiewerk is er veel discretionaire ruimte: agenten moeten vaak zelf oordelen hoe
ze handelen in complexe situaties.
- De manier waarop agenten zulke beslissingen nemen, kan invloed hebben op hoe burgers de
politie beoordelen.
Onderzoeksopzet
- Het onderzoek combineert kwalitatieve en kwantitatieve methoden:
o 1) Verkennende interviews
Met politieambtenaren uit verschillende lokale basisteams.
Doel: inzicht krijgen in de soorten morele dilemma’s waarmee ze te maken
hebben en hoe ze die aanpakken.
o 2) Online survey
Peilt naar factoren die invloed hebben op beslissingen bij morele dilemma’s.
Onderzoekt hoe die beslissingen samenhangen met percepties van legitimiteit.
Belang van het onderzoek
- Levert nieuwe inzichten op over de ethische besluitvorming van politieagenten.
- Benadrukt dat dilemmatraining en debriefings nuttig kunnen zijn om moreel redeneren te
versterken.
- Draagt bij aan beleid en opleidingen die legitimiteit en vertrouwen willen bevorderen.
,2. VERTROUWEN EN LEGITIMITEIT VAN POLITIE
Onderzoek toont aan dat vertrouwen van burgers in de politie samenhangt met procedurele
rechtvaardigheid — de manier waarop burgers behandeld worden — eerder dan met de uitkomst van
beslissingen.
Belangrijke begrippen
- Procedurele rechtvaardigheid:
o Gaat over eerlijkheid van procedures en respectvolle behandeling van burgers.
o Wanneer burgers vinden dat de politie hen eerlijk en respectvol behandelt, beschouwen
ze de politie als legitiem.
o Dit vergroot hun bereidheid om samen te werken met de politie en de wet te volgen.
- Distributieve rechtvaardigheid:
o Verwijst naar de eerlijkheid van de uitkomst van beslissingen.
o Kan invloed hebben op tevredenheid met de politie en op steun aan politiewerk, maar
minder sterk op legitimiteit dan procedurele rechtvaardigheid.
- Legitimiteit:
o Volgens Sunshine & Tyler (2003):
“A property of an authority or institution that leads people to feel that that
authority or institution is entitled to be deferred to and obeyed.”
o Burgers gehoorzamen uit respect voor de autoriteit, niet uit angst voor straf.
o Legitimiteit hangt dus samen met respect, eerlijkheid en rechtvaardige behandeling door
de politie.
Belangrijke onderzoeksbevindingen
- Onderzoek (Tankebe, 2013) toont aan dat politionele legitimiteit bestaat uit verschillende
dimensies:
o oordelen over rechtmatigheid,
o morele rechtvaardiging van politiegedrag,
o procedurele rechtvaardigheid,
o en distributieve rechtvaardigheid.
- Deze dimensies zijn onderdelen van legitimiteit zelf, niet enkel voorspellers ervan.
- Politieagenten moeten hier bewust mee omgaan: burgers hechten meer waarde aan
procedurele rechtvaardigheid dan aan enkel de effectiviteit van politieoptreden.
Factoren die vertrouwen beïnvloeden
- 1. Procedurele rechtvaardigheid:
o Belangrijkste voorspeller van vertrouwen in de politie.
- 2. Achtergrondkenmerken van burgers:
o Herkomst, cultuur of eerdere ervaringen kunnen invloed hebben op vertrouwen.
- 3. Effectiviteit van politieoptreden:
o Succesvolle misdaadbestrijding versterkt vertrouwen, maar minder dan eerlijke
behandeling.
- 4. Percepties van integriteit:
o Onderzoek (Nalla & Madan, 2013) toont dat een lagere perceptie van integriteit
samengaat met minder vertrouwen in de politie.
Onderzoeksleemte
- Ondanks veel onderzoek naar vertrouwen en legitimiteit, is er nauwelijks aandacht voor de
invloed van morele dilemma’s binnen de politiepraktijk op dit vertrouwen.
- De auteurs benadrukken dat dit een relevant maar onderbelicht onderzoeksgebied is.
,3. INTEGRITEIT EN MORELE DILEMMA’S
Er werd onderzoek gevoerd naar hoe politieambtenaren omgaan met ethische beslissingen in situaties
waarin normen en waarden botsen.
Onderzoekstraditie
- Eerder onderzoek richt zich op (on)ethisch gedrag en integriteitsschendingen bij politie.
- Veel studies gebruiken hypothetische scenario’s om te onderzoeken hoe agenten reageren op
morele dilemma’s (bijv. corruptie, machtsmisbruik, diefstal)
- Een veelgebruikt instrument is de vragenlijst van Klockars, Ivkovic & Haberfeld (2006) met elf
scenario’s waarin morele dilemma’s verborgen zitten.
o Voorbeeld: een agent vindt een portemonnee met geld — houdt hij die zelf of meldt hij
dit?
o Respondenten geven aan hoe ernstig ze dat gedrag vinden en hoe ze denken dat
collega’s ermee omgaan.
- Onderzoek toont dat een organisatie niet kan vertrouwen op het “morele kompas” van elke
medewerker afzonderlijk; structurele ethische ondersteuning blijft noodzakelijk.
Onderwijs en ontwikkeling
- Studies tonen aan dat politieaspiranten vaak nog beperkt ontwikkeld moreel redeneervermogen
hebben.
- Oorzaken:
o Gebruik van hypothetische i.p.v. realistische scenario’s.
o Verschillen tussen landen in politiecultuur en opleiding.
- Er is nood aan realistische dilemma’s die beter aansluiten bij de dagelijkse praktijk.
- Trainingen en reflectiemomenten kunnen helpen om moreel redeneren te versterken.
Onderzoeksleemte
- Er is nog weinig empirisch inzicht in de morele dilemma’s waarmee politieambtenaren in de
praktijk geconfronteerd worden.
- De meeste onderzoeken blijven theoretisch of hypothetisch.
- Dit onderzoek wil die lacune opvullen door echte ervaringen van agenten te analyseren.
4. METHODOLOGIE
, Onderzoeksopzet
- Het onderzoek maakt deel uit van een ruimer doctoraatstraject over ethische
beslissingsprocessen bij politieambtenaren.
- Er werden 2 complementaire methoden gebruikt:
o 1) Verkennende interviews
o 2) Online survey
4.1Verkennende interviews
- Doel:
o Inzicht krijgen in de soorten morele dilemma’s waarmee agenten geconfronteerd
worden.
o Begrijpen hoe ze hiermee omgaan en welke factoren hun beslissingen beïnvloeden.
- Kenmerken:
o 12 semigestructureerde interviews (2018) met politieambtenaren van verschillende
basisfunctionaliteiten.
o Zowel mannen als vrouwen met 2 tot 41 jaar ervaring.
o Functies o.a.: wijkwerking, interventie, onthaal, verkeer, recherche,
slachtofferbejegening, openbare orde.
- Onderwerpen van de interviews:
o Frequentie en aard van dilemma’s.
o Begrip van wat een “moreel dilemma” is.
o Overwegingen bij keuzes en ervaren handelingsvrijheid.
o Ervaren steun vanuit de organisatie.
- Doelgroep:
o Zowel lokale als federale politie.
o Respondenten hadden uiteenlopende ervaring met morele besluitvorming in de praktijk.
4.2Survey beslissingsprocessen
- Doel:
o Meten van factoren die het beslissingsproces van politieambtenaren beïnvloeden.
o Aanvullen van kwalitatieve gegevens uit de interviews met kwantitatieve data.
- Kenmerken van de survey:
o Online ingevuld door 501 politieambtenaren (Nederlands- en Franstalig).
o Gericht op alle operationele functies.
- Inhoud van de vragenlijst:
o 1. Eerste deel: algemene stellingen over factoren die beslissingen beïnvloeden.
o 2. Tweede deel: specifieke morele dilemma’s, gebaseerd op scenario’s uit de interviews.
2 algemene dilemma’s, toepasbaar op elke functie.
2 functiegerichte dilemma’s (afgestemd op de taak van de respondent).
o 3. Derde en vierde deel: persoonlijkheids- en achtergrondkenmerken
zoals empathie, impulsiviteit, geslacht, leeftijd en ervaring
5. MORELE DILEMMA’S IN DE PRAKTIJK
5.1Wat is een ‘moreel dilemma’?