HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Gezondheidspsychologie als wetenschapsgebied
Studie: wat is het belangrijkste in je leven?
• 2000 volwassenen random sample
• Resultaten:
o eigen gezondheid
o gezondheid van mensen die belangrijk zijn voor jou
Meest belangrijke effecten van langdurige ziekte:
• Mogelijkheid om zelf dingen te doen
DefiniPe gezondheid
Etymologie van gezond: geheel, acPef, energiek
Etymologie van health: state of harmony, balance, equilbirium (evenwicht)
Volgens World Health OrganizaPon (1948): a state of complete physical, mental and social well-being
and not merely the abscence of disease or infirmity.
• Je kan je ongezond voelen terwijl je fysiek wel in orde bent
• Je kan je gezond voelen terwijl je fysiek niet in orde bent
DefiniPe gedrag
Gedrag: alles wat een organisme doet waarbij het reageert op prikkels
• De reacPe van een individu, groep of soort op zijn omgeving
Gedrag en observaPe van gedrag is heel belangrijk in gezondheidspsychologie (bv rapportage van
symptomen).
DefiniPe psychologie
Belangrijke deeldiscipline: experimentele psychofysiologie en gedragsneurowetenschappen
• De toepassing van de principes van de biologie op de studie van fysiologische, genePsche en
ontwikkelingsmechanismen van gedrag bij mensen en dieren
Gezondheidspsychologie
Primaire focus: problemen die zich voordoen als lichamelijke klachten in tegenstelling tot problemen die
zich beperken tot emoPonele of mentale gezondheid
Doelgroepen van gezondheidspsychologie:
, • Gezonde mensen (ten behoeve van gezondheidsbevordering en ziekteprevenPe: hoe kan dit zo
blijven en hoe kunnen we ziekte voorkomen?)
• Mensen met verhoogd risico op ziekte (genePsche dragers, risicovol gedrag)
• Mensen met acute gezondheidsproblemen of complexe zorgbehoe`en (bv astma)
• Mensen met chronische ziekten
DefiniPe gezondheidspsychologie volgens APA:
• The aggregate of the special educaPonal, scienPfic, professional contribuPons of
• The discipline of psychology to the
o PromoPon of health (bevordering)
o Maintenance of health (behoud)
o PrevenPon of illness (prevenPe)
o Treatment of illness (behandeling)
o IdenPficaPon of ePological factors (cohort studies, experiments) => groepen van mensen
langdurig opvolgen (onderzoek of factoren invloed hebben op gezondheid)
• And analysis of improvement of the health care system (program evaluaPon health
economics/quality of life)
InternaPonal classificaPon of funcPoning, disability and health
Bedoeling van classificaPe = gestandaardiseerde taal om gezondheidsaspecten te classificeren en
beschrijven en gemeenschappelijk kader bieden voor het meten van gezondheidsresultaten (= common
framework)
Body structure and funcPon: bepaalde limitaPe in het organisme
• Gebroken been
AcPvity: welke lichamelijke acPviteiten kan je met dit letsel niet doen?
• Zwemmen, stappen
ParPcipaPe: waaraan kan je met dit letsel niet meer deelnemen?
• Niet meer fysiek naar de les komen, geen boodschappen meer kunnen doen
Environmental factors: factoren uit de omgeving die meespelen
• Al dan niet vrienden hebben die je helpen met boodschappen doen
,Personal factors: cogniPe
• Het heel vervelend vinden dat je je been gebroken hebt of net eerder opPmisPsch zijn
Behavioral medicine: gedragsgeneeskunde
Gedragsgeneeskunde = het interdisciplinaire veld dat zich bezighoudt met de ontwikkeling en integraPe van
gedrags- en biomedische wetenschappelijke kennis en technieken die relevant zijn voor gezondheid en
ziekte, en de toepassing van deze kennis en technieken op prevenPe, diagnose, behandeling en revalidaPe.
Steeds meer belangstelling vanuit de geneeskunde voor psychologische factoren.
Lichaam en geest: een korte geschiedenis
biomedisch model
= tradiPoneel model in de geneeskunde dat de dag van vandaag nog het meest overheersend is.
ð Idee: als iemand lichamelijke klacht hee`, moet hier een biologische reden voor zijn (alles hee`
een lichamelijke oorzaak)
17e eeuw: René Descartes (filosoof, mathemaPcus, natuurwetenschapper)
ð Vraag: hoe komt het dat we pijn voelen?
ð Pijn = reflex van brein, veroorzaakt door lichamelijk letsel
ð Reflexen werden toen gebruikt om veel verschillende zaken te verklaren
ð Dualisme tussen lichaam en geest (twee aparte enPteiten): mind-body problem
In het biomedisch model gaat men ervan uit dat klachten alleen een biologische oorzaak hebben:
Verschillende processen kunnen biologische verandering in gang zeien: inflammaPe, lichamelijk trauma en
erfelijkheid
KriPek:
• Lichaam-geest dualisme is mono-causaal (lichaam is alPjd de oorzaak van de klacht)
• ReducPonisPsch: gedrag kan uitsluitend verklaard worden door verstoorde chemie-huishouding in
lichaam
• Ziekte-georiënteerd: negeert rechtstreekse invloeden van/op gedrag
• Ontoereikend: kan vele (langdurige) lichamelijke klachten niet verklaren
Studie: hoeveel symptomen worden beoordeeld als ‘medically unexplained’ door de zorgverleners?
• Bij 308 paPënten
• Gaat over symptomen zoals pijn, duizeligheid, kortademigheid
, • Zijn ze medisch verklaarbaar of medisch onverklaarbaar
• Resultaat: 76% werd beoordeeld als medisch onverklaarbaar!
Conclusie: biomedische model hee` te weinig verklaarkracht voor de klachten die mensen rapporteren
PsychosomaPsc medicine
Ander extreem om ziekteklachten te verklaren: hee` niets te maken met biologische toestand, het hee`
alles te maken met psyche (= gedragsmaPg).
Begonnen in het begin van de ontwikkeling van de psychoanalyse door Charcot
• Conversiesstoornis (DSM-5 TR): nu gekend als funcPonal neurological symptom disorder: het
vertonen van neurologische symptomen zonder dat er een neurologisch defect aanwezig is,
bijvoorbeeld niet kunnen stappen terwijl alles in orde is met je benen)
• Studie: sommige mensen die blind zijn kunnen wel perfect obstakels ontwijken => wijst op een
psychisch proces dat lichamelijk gedrag beïnvloed.
PsychosomaPek (Franz Alexander): klachten uit de psyche drukken zich uit in het lichaam
• Rol van gebeurtenissen uit kinderPjd kan leiden tot een maagzweer
• Probleem: moeilijk te testen
SomaPzaPe (Lipowski) = het uiten van emoPonele spanning als lichamelijke klachen waarvoor er geen
lichamelijke oorzaak kan gevonden worden
• Veel kriPek: 120 arPkelen over studies die geen wetenschappelijke ondersteuning vinden voor
somaPzaPe
• Onduidelijk of klachten niet verklaard konden worden door biomedische bevindingen
• Begrip werd vaak te snel gebruikt om onverklaarbare pijn te steken op “iets psychisch”
,HOOFDSTUK 2: MODELLEN IN DE GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE
Diathese-stress model
Diathese = kwetsbaarheid om bepaalde ziekte of klacht te ontwikkelen
ð blootstelling aan bepaalde stressor kan leiden tot ziekte: diathese + stressor -> ziekte
Studie (Cohen): the Piisburgh Common Cold Studies
• Gezonde mensen inenten met virus voor verkoudheid
• Week later: hoe ontwikkelt deze respiratoire infecPe?
• Voorafgaand: vragen naar beleving van stress in dagdagelijkse leven
• Resultaat: mensen met hoogste levels van psychische stress ontwikkelen het meeste een
verkoudheid. De langdurigheid van stressor speelt ook een rol.
Voorbeeld: ontstaan van chronische rugpijn
Diathese: kwetsbaarheid voor spiertonus
ð Als die rugpijn ontstaat, wordt deze rugpijn ook een stressor
ð Ook sPmuli die gepaard zijn met die stressor, kunnen later rol overnemen van stressor zelf
Studie Flor et al.: assessment of stress-related psychophysiological reacPons in chronic back pain paPents
• Spierspanning aan linkerkant van lichaam (paraspinale EMG links) gemeten via EMG
• Bij 3 groepen:
o Chronische lage rugpijn
o Pijn niet in rug
o Gezonde mensen
• Blootstelling aan 4 stressoren (condiPes):
o Zo snel mogelijk alfabet opzeggen (= geen stress)
o Pijnprikkel (individuele stressor)
o Moeilijke rekenoefening (algemene stressor, maar niet persoonlijk)
o Nadenken over stressvolle situaPe in je eigen leven (persoonlijke, individuele stressor)
Resultaat: individuele stressor gaf een felle reacPe bij mensen met chronisch lage rugpijn
,KriPek op diathese-stress model
1) IdenPficaPe van kwetsbaarheidsfactoren? Wat zijn de kwetsbaarheidsfactoren?
• Is het genePsch? Biologisch? Psychologisch? Socio-cultureel?
2) Wat is een stressor?
Bio-psycho-sociaal model (George Engel)
Dit model zet zich af tegen het biomedisch model: houdt ook rekening met andere factoren (cogniPe,
omgeving, plasPciteit/leren) => veel genuanceerder en dus niet monocausaal
Belangrijk punt: ziekte ≠ klacht (vaak met elkaar verbonden maar niet alPjd)
• ZIEKTE (biologie)
o Schadelijke afwijking van het organisme
o Verstoring van het zelfregulerend biologisch proces
o Kan veroorzaak worden door een genePsche predisposiPe, infecPes, trauma, slijtage
• KLACHT (gedrag)
o Gedrag (of verandering), mogelijk behorend bij een bepaalde ziekte
o Gerapporteerd: wat de persoon ervaart (ziekterepresentaPe)
o Geobserveerd worden door anderen, arts of specialist (ziektegedrag)
o Bijvoorbeeld: pijn, misselijkheid, duizeligheid, kortademigheid
Er zijn binnen dit model 3 grote contexten:
,Klachten kunnen in elk van deze drie domeinen getriggerd worden
Voorbeeld: astma
Biologie: luchtwegen nauwer door excessieve producPe mucus (slijm) en gespannen spieren rond de
luchtwegen
• MedicaPe hiervoor (puffer etc)
Psychologie: persoonlijkheidskenmerken zoals hogere niveaus van angst en depressie, ervaren van
bepaalde emoPes, geheugenprocessen, gedrag
Sociale context: ondersteunende familie, culturele achtergrond, SES, educaPe.
Meer astma-ster`e in landen met lage socio-economische status.
Maar ook andere factoren spelen een rol:
• GenderraPo ongelijk: jongens > meisjes
• ImmuunreacPes op bepaalde allergenen (leidt tot bepaalde ontstekingsprocessen in luchtwegen)
• Invloed stresssituaPes
CogniPve-behavorial model (Plato en Aristoteles)
= gedachten, gevoelens en gedrag beïnvloeden elkaar.
Plato en Aristoteles waren vroeger al bezig met onze cogniPe en de relaPe met de realiteit:
• De realiteit bestaat niet uit bepaalde objecten, maar het zit in de hersenen via representaPes
,Belang van appraisal processsen
Een appraisal = betekenis geven aan een event
ð Primary appraisal: hoe gevaarlijk is deze situaPe? Is er sprake van een dreiging?
ð Secondary appraisal: wat kan ik doen? Heb ik controle?
ð Dit alles bepaalt dan je gedrag, maar ook je emoPes
Voorbeeld: catastrofale interpretaPes van pijn
Drie schalen in “Pain Catastrophizing Scale”: ruminaPe, magnificaPon, hulpeloosheid.
Mensen met catastrofale gedachten hebben ook meer pijnklachten dan mensen zonder deze gedachten
Robert R. Edwards et. al.: AssociaPon of Catastrophizing with interleukin-6 responses to acute pain
• Gezonde proefpersonen die verschillende soorten pijn moesten doormaken
• Proefpersonen bevraagd naar catastrofale interpretaPes van pijn en interleukin-6 in bloed gemeten
(wijst op ontstekingsprocessen)
• Resultaat: mensen die veel catastroferen hadden een hogere concentraPe van interleukin-6. Deze
mensen hebben niet alleen veel pijn gerapporteerd maar hun lichaam hee` ook harder gereageerd
op deze pijnsPmulaPe (slecht voor lange termijn gezondheid).
Rol van verwachPngen
Verwachte dreiging en gevoel van controle hee` meer impact dan de daadwerkelijke dreiging en controle.
Placebo en nocebo
Na toediening van een inacPeve stof:
• Meer klachten? = nocebo (“ik zal schaden”)
• Minder klachten? = placebo (“ik zal behagen”)
Deze verwachPngen spelen dus een rol als je medicaPe neemt (bij bv acute pijn).
• Als je niet weet dat je medicaPe hebt gekregen (maar je hebt wel gekregen), en je voelt wel een
werkend effect = farmacologisch effect
• Als je denkt dat je medicaPe hebt gekregen (maar dit is eig niet zo), en je voelt wel een werkend
effect = placebo effect
,Studie Bingel et al.
• Mensen kregen pijnlijke warmteprikkel
• Remifentanil = kortwerkende opioïde met een sterke analgePsche werking (pijnverlagend)
• 4 condiPes:
o BasiscondiPe: geen toediening product
o Geen verwachPng condiPe: kregen remifentanil maar er werd geen verwachPng uitgesproken
o PosiPeve verwachPng condiPe: kregen remifentanil dat zogezegd pijn kan verminderen
o NegaPeve verwachPng condiPe: kregen remifentanil dat zogezegd pijn kan doen toenemen
• Resultaten: posiPeve verwachPng condiPe ervaarde vermindering van pijn en negaPeve verwachPng
condiPe ervaarde toename van pijn. Als je weet dat je start met een opioïde krijg je een posiPeve
verwachPng: verdubbelt het effect van de medicaPe! Sterke pijnsPller werkt helemaal niet als het
gepaard gaat met negaPeve verwachPngen!
Onze verwachPngen worden steeds bijgesteld op basis van de effecten van de verwachPngen (hee` te
maken met eerdere ervaringen).
, Predic-ve processing: making a causal (posterior) model
Basis = ons brein hee` geen toegang tot de buitenwereld
• Krijgt alleen neurale signalen binnen, moet op basis hiervan betekenis geven
• In deze signalen moet ons brein patronen detecteren om zo een eigen model van de wereld te
maken
• Het brein doet hierbij aan “informed guessing”: verwachPngen maken gebaseerd op informaPe dat
het systeem al hee` (zie Bayesiaanse kansrekening)
• Belangrijk hierbij: bruikbaarheid > accuraatheid
Op basis van de verwachPngen die ons brein hee` zal er wanneer er een signaal binnenkomt een
(mis)match zijn met de werkelijkheid (stap voor stap tot de kleinste predicPe error en het overeenkomt).
Prior belief: wat er al in de hersenen zit, verwachPngen.
Sensory input: signalen dat de hersenen krijgen
Posterior belief: wat je waarneemt
Grafiek a: hoge sensorische input en lage prior beliefs -> de input bepaald het gepercipieerde beeld
(wat we beleven eerder ayankelijk van de sensorische input)
Grafiek b: lage sensorische input en hoge prior beliefs -> de verwachPngen bepalen het gepercipieerde
beeld (wat we beleven eerder ayankelijk van de verwachPngen)
Studie Finnegan et al.: Bicycle riding in VR and breathlessness
Mensen laten fietsen met VR bril: intermixed trials: verschillende werkelijke weerstand en verschillende
virtuele slopes.
Als je fietst en je ziet dan dat een heuvel komt, verwacht je dat het nog lasPger wordt, waardoor je dit ook
als lasPger ervaart => maar eigenlijk zit dit puur in je verwachPng, want de slope was enkel virtueel en niet
echt
o 18% van kortademigheid verklaart door werkelijke efforts
o 19% van kortademigheid verklaart door virtuele slopes
Dit model kan verklaren dat mensen bewuste symptomen voelen zonder dat er een lichamelijke afwijking
is.