INTERNATIONAAL RECHT
1
, BEGRIP, ROL EN KENMERKEN
BEGRIP
Internationaal recht (IR) = het geheel van rechtsregels die de internationale betrekkingen (mondiale belangen)
regelen tussen internationale rechtssubjecten (voornamelijk staten).
Het internationaal recht regelt de mondiale belangen.
= internationaal publiek recht
De term internationaal recht is breder dan internationaal publiek recht. Internationaal recht omvat strikt
genomen zowel internationaal publiek recht als internationaal privaatrecht maar wordt in de praktijk als
synoniem gebruikt voor internationaal publiekrecht.
≠ internationaal privaat recht
Internationaal privaatrecht regelt de privaatrechtelijke rechtsbetrekkingen met grensoverschrijdend karakter.
Hierbij kunnen verschillende nationale rechtsstelsels van toepassing zijn. Het internationaal privaatrecht moet
juridische conflicten op dat vlak voorkomen en oplossen.
Een Belgische en Nederlandse automobilist krijgen een ongeval op een Zwitserse autoweg
Ook grensoverschrijdende koop van goederen, levering van diensten, huwelijken enz.
≠ nationaal recht (internationaal element)
≠ EU- recht: supranationaal recht
DE ROL/HET BELANG VAN HET INTERNATIONAAL RECHT
Het zorgt ervoor dat staten naast elkaar kunnen bestaan (Co-existentie) en dat zij kunnen samenwerken
(cooperatie).
1. IR BAKENT DE BEVOEGDHEDEN VAN STATEN AF
➢ IR bepaalt wie waar regeert
Beginsel van territoriale soevereiniteit = een staat kan de regels maken binnen zijn grondgebied, niet
daarbuiten. Een andere staat kan zich niet bemoeien met het rechtssysteem in een ander land.
➢ IR bepaalt wanneer een entiteit een staat is en hoe nieuwe staten ontstaan
2. IR REGELT DE INTERACTIES TUSSEN STATEN
• Wat als staten een geschil hebben; hoe kunnen zij dit oplossen?
• Wat als een staat de mensenrechten niet respecteert?
• Wat als een staat een andere staat binnenvalt?
• ...
3. IR ZORGT ERVOOR DAT STATEN KUNNEN SAMENWERKEN
• Binnen internationale organisaties
• Door verdragen te ondertekenen
2
, KENMERKEN VAN HET IR
1. HET IR IS EEN HORIZONTALE (DECENTRALE) RECHTSORDE:
Elke staat is gelijk, elke staat is soeverein
Elke staat kan ten aanzien van zijn grondgebied en bevolking onafhankelijk (zonder dwang van andere staten
of organen) zijn gezag uitoefenen.
Een staat kan bv. zelf beslissen of het al dan niet tot een verdrag toetreedt.
2. IN HET IR BESTAAT GEEN CENTRALE WETGEVER:
De Algemene Vergadering van de VN neemt enkel niet-bindende resoluties
Een staat is wetgever en rechtsonderhorige.
Een staat is nl. grotendeels gebonden door de rechtsregels die ze zelf heeft aanvaard via verdragen.
Hierop bestaan uitzonderingen, bv. het ius cogens. Dit zijn regels van internationaal recht die zo fundamenteel
zijn dat ze door de Internationale Gemeenschap in haar geheel zijn aanvaard.
Deze regels zijn bindend voor alle staten. Geen enkele staat kan hiervan afwijking.
het verbod op foltering of het verbod op doodstraf voor minderjarigen.
3. IN HET IR BESTAAT GEEN CENTRALE RECHTER:
Het Internationaal Gerechtshof heeft immers geen verplichte rechtsmacht
Het zal maar bevoegd zijn als de partijen in een geschil de rechtsmacht van het Hof aanvaarden.
Dit in tegenstelling tot het Europees Hof van Justitie en de nationale rechtscolleges: die hebben wel
verplichte rechtsmacht.
Deze rechtscolleges kunnen zich sowieso over een geschil buigen dat binnen hun bevoegdheid valt, zonder dat
de partijen in het geschil eerst de rechtsmacht van het rechtscollege moeten aanvaarden.
Stel dat je een geschil hebt met je buurman omdat zijn boom te groot is geworden waardoor jij geen zon
meer hebt op je terras. Als je hier samen niet uitgeraakt dan kan je naar de vrederechter stappen die het
geschil zal oplossen. Jouw buurman kan niet zeggen dat hij de rechtsmacht van deze rechtbank niet
aanvaardt; die rechtbank is sowieso bevoegd.
4. IN HET IR BESTAAT GEEN WERELDPOLITIE:
wel een aantal mechanismen om het IR af te dwingen en conflicten op te lossen
De VN Veiligheidsraad kan op basis van artikel 7 van het VN Handvest afdwingingsmaatregelen opleggen aan
staten die de wereldvrede bedreigen of verbreken. Zo kan de VR staten ook toelaten om geweld te gebruiken
tegen een staat die een gevaar is voor de wereldvrede.
Dit gebeurde bv. in 2011 tegen Libië (Arabische lente)
Staten kunnen ook aan eigenrichting doen (in tegenstelling tot het nationaal recht waar je het recht niet in
eigen handen mag nemen). Zo kunnen staten bv. economische sancties opleggen aan staten die het
internationaal recht hebben geschonden.
Dit is bijvoorbeeld wat gebeurd is met Rusland toen die de Krim heeft aangesloten bij haar grondgebied en
gebeurt vandaag in de oorlog met Oekraïne.
Hieraan zijn wel grenzen: staten mogen geen geweld gebruiken.
3
, 5. IR IS VOOR DE UITVOERING ERVAN GROTENDEELS AFHANKELIJK VAN HET NATIONALE
RECHT
In sommige landen wordt het internationaal recht veel beter toegepast dan in andere.
de internationale mensenrechten
6. IR IS ZEER BREED, ZEER UITGEBREID
• Omvat alle mogelijke rechtsgebieden
wereldvrede, klimaat, mensenrechten, economie, strafrecht
• Algemeen IR, regionaal IR en bijzonder IR
7. IR WORDT GROTENDEELS BEÏNVLOED DOOR DE INTERNATIONALE POLITIEK
• Vb: de samenstelling van de VN-Veiligheidsraad wordt beïnvloed door de politiek:
de 5 permanente leden van de VR zijn de winnaars van WO II.
• Tijdens de Trump-regering heeft IR het zwaar te verduren gehad: de VS zijn uit het klimaatakkoord
van Parijs gestapt, uit de Wereldgezondheidsorganisatie enz. De regering Biden heeft deze
beslissingen geannuleerd.
4
, RECHTSSUBJECTEN
DEFINITIE
WAT?
Rechtssubject = entiteiten of personen die de bekwaamheid bezitten om deel te nemen aan het rechtsverkeer
in de internationale rechtsorde; die internationale rechtspersoonlijkheid bezitten.
Concreet: iemand die in het internationaal recht rechtssubjectiviteit bevat kan:
• Internationale rechtshandelingen verrichten
(bv. verdragen sluiten)
• Internationale rechten bezitten
• Internationale verplichtingen hebben
• Rechten op internationaal niveau afdwingen
(bv. een vordering instellen voor het internationaal gerechtshof)
• Internationaalrechtelijk aansprakelijk worden gesteld wegens schenden van zijn verplichtingen
Volledige rechtssubjectiviteit = het subject kan op elk van de bovenstaande manieren aan het rechtsverkeer
deelnemen.
Staten
Beperkte rechtssubjectiviteit = het subject heeft sommige maar niet elk van deze bekwaamheden.
Individuen hebben wel rechten (mensenrechten) en verplichtingen (geen internationale misdrijven plegen)
onder het IR maar een individu kan bv. geen verdragen sluiten.
WIE?
STATEN NIET-STATELIJKE ACTOREN
tot ver in de 20ste eeuw enkel staten Internationale organisaties
Individuen
Multinationals
Heilige Stoel
Volledige rechtssubjectiviteit Beperkte rechtssubjectiviteit
Primaire rechtssubjecten Afgeleide rechtssubjecten
5
, STATEN
DEFINITIE
Staat = een entiteit die soeverein is en beschikt over een bevolking, een grondgebied en een regering.
CONSTITUTIEVE BESTANDDELEN VAN EEN STAAT
1. GRONDGEBIED
= de ruimte waarover een staat daadwerkelijk, geldig en op exclusieve wijze zijn bevoegdheden uitoefent
(= territoriale soevereiniteit).
Betreft de volgende elementen:
• Grond
• Ondergrond
• Binnenwateren
• Territoriale zee
• Luchtruim erboven
• Grootte van een staat speelt geen rol. Ook kleine gebieden kunnen een staat zijn
• Grondgebied moet voldoende bepaalbaar zijn. Grenzen moeten niet volledig vastliggen want nog veel
grensconflicten.
2. BEVOLKING
= het geheel van personen dat op duurzame wijze met een staat is verbonden door de rechtsband van de
nationaliteit
• Moet permanent zijn
• Geen minimumaantal vereist
• Moet geen homogene groep zijn
• Personen moeten de nationaliteit van de staat hebben (≠ Vreemdeling)
Of iemand de nationaliteit krijgt wordt door een staat bepaald.
Er bestaan wel een aantal internationale regels hieromtrent. Zo moet een staat ervoor zorgen dat
niemand staatloos wordt.
Vreemdelingen maken internationaalrechtelijk gezien geen deel uit van de “bevolking” van een land.
Een staat heeft het recht om vreemdelingen anders te behandelen dan haar eigen bevolking.
Zo kan een staat de toegang tot haar grondgebied beperken door het opleggen van een visum.
Een staat kan vreemdelingen ook het recht om te stemmen ontzeggen.
3. ER BESTAAT EEN OVERHEID DIE EFFECTIEF GEZAG UITOEFENT (GEZAGSSTRUCTUUR)
• Interne dimensie: de overheid moet in staat zijn om alle staatsfuncties uit te oefenen ten aanzien van
zijn bevolking en binnen zijn grondgebied.
In principe is de staat vrij dit te organiseren zoals hij wenst maar er zijn toch beperkingen.
mensenrechten
• Externe dimensie: de overheid moet bekwaam zijn om betrekkingen met andere staten te onderhouden
en internationale verplichtingen na te komen
blijkt uit het zenden en ontvangen van diplomatieke vertegenwoordigers, het afsluiten van
internationale verdragen etc.
6
, FUNDAMENTELE KENMERKEN VAN EEN STAAT
1. SOEVEREINITEIT
= een staat heeft exclusief gezag ten aanzien van zijn grondgebied en de daar levende bevolking en dit
onafhankelijk van enig ander gezag.
Het gaat hierbij wel om juridische onafhankelijkheid; niet om feitelijke onafhankelijkheid.
Zo waren de vroegere Oostbloklanden juridisch wel onafhankelijk maar feitelijk sterk bepaald door Rusland.
2. GELIJKHEID
= alle staten hebben gelijke rechten en plichten
bv. in de algemene vergadering van de VN: zowel de USA als België hebben elk één stem
Het gaat hier om juridische gelijkheid en geen politieke gelijkheid
Landen als China, Rusland en de VS hebben een grotere politieke impact op de wereld dan een land als
België.
EENHEID VAN STAAT
= Rechtssubjectiviteit komt toe aan de gehele staat.
Hoewel elke staat bestaat uit onderdelen (deelstaten, provincies etc.) is dit een interne aangelegenheid.
Het internationaal recht houdt daar geen rekening mee.
Toch kunnen onderdelen van staten een zelfstandige bevoegdheid hebben om internationale
rechtsbetrekkingen aan te gaan.
Bv. de gemeenschappen en gewesten kunnen verdragen sluiten over materie die tot hun bevoegdheden
behoren.
7
, STAATSVORMING
HOE KOMT EEN STAAT TOT STAND?
1. DEKOLONISATIE
Kolonisatiegolf uit de jaren ‘60
→ Werd aangemoedigd door de VN
→ Gebaseerd op recht op zelfbeschikking van een bevolking
volkeren hebben het recht om een eigen staat te vormen met een politiek bestel naar
hun keuze, zelf regeringsleiders aan te stellen etc .
Dit alles zonder inmenging van andere staten.
2. ONTBINDING
= uiteenvallen van een staat in 2 of meer nieuwe staten waarvan geen enkel geacht wordt de identiteit van de
vorige over te nemen, tenzij hierover een akkoord bestaat
Bv. ‘91: uiteenvallen Sovjet-Unie
3. FUSIE – AANEENSLUITING
= 2 of meer staten vormen samen een nieuwe staat en houden daarbij zelf op te bestaan. Soms gaat de ene
staat op in de andere
De DDR werd opgeslorpt door de Bondsrepubliek Duitsland.
4. AFSCHEIDING (=CESSIE)
= Een staat scheidt zich af van een andere staat, de moederstaat
• Indien mét de toestemming van de moederstaat: legaal.
Gebeurt meestal via cessieverdragen
Zuid-Soedan van Soedan in 2011
Montenegro van servië in 2006
• Indien zonder toestemming van de moederstaat: illegaal
want schending van de territoriale integriteit.
Catalonië van Spanje
Tibet van China
Heel uitzonderlijk wordt door de internationale gemeenschap aanvaard dat een eenzijdige toch legaal is.
Bv. Kosovo 2008
5. VROEGER: VEROVERING VIA GEWELD/OORLOG
= kolonalisatie
NIET meer toegelaten!
8
1
, BEGRIP, ROL EN KENMERKEN
BEGRIP
Internationaal recht (IR) = het geheel van rechtsregels die de internationale betrekkingen (mondiale belangen)
regelen tussen internationale rechtssubjecten (voornamelijk staten).
Het internationaal recht regelt de mondiale belangen.
= internationaal publiek recht
De term internationaal recht is breder dan internationaal publiek recht. Internationaal recht omvat strikt
genomen zowel internationaal publiek recht als internationaal privaatrecht maar wordt in de praktijk als
synoniem gebruikt voor internationaal publiekrecht.
≠ internationaal privaat recht
Internationaal privaatrecht regelt de privaatrechtelijke rechtsbetrekkingen met grensoverschrijdend karakter.
Hierbij kunnen verschillende nationale rechtsstelsels van toepassing zijn. Het internationaal privaatrecht moet
juridische conflicten op dat vlak voorkomen en oplossen.
Een Belgische en Nederlandse automobilist krijgen een ongeval op een Zwitserse autoweg
Ook grensoverschrijdende koop van goederen, levering van diensten, huwelijken enz.
≠ nationaal recht (internationaal element)
≠ EU- recht: supranationaal recht
DE ROL/HET BELANG VAN HET INTERNATIONAAL RECHT
Het zorgt ervoor dat staten naast elkaar kunnen bestaan (Co-existentie) en dat zij kunnen samenwerken
(cooperatie).
1. IR BAKENT DE BEVOEGDHEDEN VAN STATEN AF
➢ IR bepaalt wie waar regeert
Beginsel van territoriale soevereiniteit = een staat kan de regels maken binnen zijn grondgebied, niet
daarbuiten. Een andere staat kan zich niet bemoeien met het rechtssysteem in een ander land.
➢ IR bepaalt wanneer een entiteit een staat is en hoe nieuwe staten ontstaan
2. IR REGELT DE INTERACTIES TUSSEN STATEN
• Wat als staten een geschil hebben; hoe kunnen zij dit oplossen?
• Wat als een staat de mensenrechten niet respecteert?
• Wat als een staat een andere staat binnenvalt?
• ...
3. IR ZORGT ERVOOR DAT STATEN KUNNEN SAMENWERKEN
• Binnen internationale organisaties
• Door verdragen te ondertekenen
2
, KENMERKEN VAN HET IR
1. HET IR IS EEN HORIZONTALE (DECENTRALE) RECHTSORDE:
Elke staat is gelijk, elke staat is soeverein
Elke staat kan ten aanzien van zijn grondgebied en bevolking onafhankelijk (zonder dwang van andere staten
of organen) zijn gezag uitoefenen.
Een staat kan bv. zelf beslissen of het al dan niet tot een verdrag toetreedt.
2. IN HET IR BESTAAT GEEN CENTRALE WETGEVER:
De Algemene Vergadering van de VN neemt enkel niet-bindende resoluties
Een staat is wetgever en rechtsonderhorige.
Een staat is nl. grotendeels gebonden door de rechtsregels die ze zelf heeft aanvaard via verdragen.
Hierop bestaan uitzonderingen, bv. het ius cogens. Dit zijn regels van internationaal recht die zo fundamenteel
zijn dat ze door de Internationale Gemeenschap in haar geheel zijn aanvaard.
Deze regels zijn bindend voor alle staten. Geen enkele staat kan hiervan afwijking.
het verbod op foltering of het verbod op doodstraf voor minderjarigen.
3. IN HET IR BESTAAT GEEN CENTRALE RECHTER:
Het Internationaal Gerechtshof heeft immers geen verplichte rechtsmacht
Het zal maar bevoegd zijn als de partijen in een geschil de rechtsmacht van het Hof aanvaarden.
Dit in tegenstelling tot het Europees Hof van Justitie en de nationale rechtscolleges: die hebben wel
verplichte rechtsmacht.
Deze rechtscolleges kunnen zich sowieso over een geschil buigen dat binnen hun bevoegdheid valt, zonder dat
de partijen in het geschil eerst de rechtsmacht van het rechtscollege moeten aanvaarden.
Stel dat je een geschil hebt met je buurman omdat zijn boom te groot is geworden waardoor jij geen zon
meer hebt op je terras. Als je hier samen niet uitgeraakt dan kan je naar de vrederechter stappen die het
geschil zal oplossen. Jouw buurman kan niet zeggen dat hij de rechtsmacht van deze rechtbank niet
aanvaardt; die rechtbank is sowieso bevoegd.
4. IN HET IR BESTAAT GEEN WERELDPOLITIE:
wel een aantal mechanismen om het IR af te dwingen en conflicten op te lossen
De VN Veiligheidsraad kan op basis van artikel 7 van het VN Handvest afdwingingsmaatregelen opleggen aan
staten die de wereldvrede bedreigen of verbreken. Zo kan de VR staten ook toelaten om geweld te gebruiken
tegen een staat die een gevaar is voor de wereldvrede.
Dit gebeurde bv. in 2011 tegen Libië (Arabische lente)
Staten kunnen ook aan eigenrichting doen (in tegenstelling tot het nationaal recht waar je het recht niet in
eigen handen mag nemen). Zo kunnen staten bv. economische sancties opleggen aan staten die het
internationaal recht hebben geschonden.
Dit is bijvoorbeeld wat gebeurd is met Rusland toen die de Krim heeft aangesloten bij haar grondgebied en
gebeurt vandaag in de oorlog met Oekraïne.
Hieraan zijn wel grenzen: staten mogen geen geweld gebruiken.
3
, 5. IR IS VOOR DE UITVOERING ERVAN GROTENDEELS AFHANKELIJK VAN HET NATIONALE
RECHT
In sommige landen wordt het internationaal recht veel beter toegepast dan in andere.
de internationale mensenrechten
6. IR IS ZEER BREED, ZEER UITGEBREID
• Omvat alle mogelijke rechtsgebieden
wereldvrede, klimaat, mensenrechten, economie, strafrecht
• Algemeen IR, regionaal IR en bijzonder IR
7. IR WORDT GROTENDEELS BEÏNVLOED DOOR DE INTERNATIONALE POLITIEK
• Vb: de samenstelling van de VN-Veiligheidsraad wordt beïnvloed door de politiek:
de 5 permanente leden van de VR zijn de winnaars van WO II.
• Tijdens de Trump-regering heeft IR het zwaar te verduren gehad: de VS zijn uit het klimaatakkoord
van Parijs gestapt, uit de Wereldgezondheidsorganisatie enz. De regering Biden heeft deze
beslissingen geannuleerd.
4
, RECHTSSUBJECTEN
DEFINITIE
WAT?
Rechtssubject = entiteiten of personen die de bekwaamheid bezitten om deel te nemen aan het rechtsverkeer
in de internationale rechtsorde; die internationale rechtspersoonlijkheid bezitten.
Concreet: iemand die in het internationaal recht rechtssubjectiviteit bevat kan:
• Internationale rechtshandelingen verrichten
(bv. verdragen sluiten)
• Internationale rechten bezitten
• Internationale verplichtingen hebben
• Rechten op internationaal niveau afdwingen
(bv. een vordering instellen voor het internationaal gerechtshof)
• Internationaalrechtelijk aansprakelijk worden gesteld wegens schenden van zijn verplichtingen
Volledige rechtssubjectiviteit = het subject kan op elk van de bovenstaande manieren aan het rechtsverkeer
deelnemen.
Staten
Beperkte rechtssubjectiviteit = het subject heeft sommige maar niet elk van deze bekwaamheden.
Individuen hebben wel rechten (mensenrechten) en verplichtingen (geen internationale misdrijven plegen)
onder het IR maar een individu kan bv. geen verdragen sluiten.
WIE?
STATEN NIET-STATELIJKE ACTOREN
tot ver in de 20ste eeuw enkel staten Internationale organisaties
Individuen
Multinationals
Heilige Stoel
Volledige rechtssubjectiviteit Beperkte rechtssubjectiviteit
Primaire rechtssubjecten Afgeleide rechtssubjecten
5
, STATEN
DEFINITIE
Staat = een entiteit die soeverein is en beschikt over een bevolking, een grondgebied en een regering.
CONSTITUTIEVE BESTANDDELEN VAN EEN STAAT
1. GRONDGEBIED
= de ruimte waarover een staat daadwerkelijk, geldig en op exclusieve wijze zijn bevoegdheden uitoefent
(= territoriale soevereiniteit).
Betreft de volgende elementen:
• Grond
• Ondergrond
• Binnenwateren
• Territoriale zee
• Luchtruim erboven
• Grootte van een staat speelt geen rol. Ook kleine gebieden kunnen een staat zijn
• Grondgebied moet voldoende bepaalbaar zijn. Grenzen moeten niet volledig vastliggen want nog veel
grensconflicten.
2. BEVOLKING
= het geheel van personen dat op duurzame wijze met een staat is verbonden door de rechtsband van de
nationaliteit
• Moet permanent zijn
• Geen minimumaantal vereist
• Moet geen homogene groep zijn
• Personen moeten de nationaliteit van de staat hebben (≠ Vreemdeling)
Of iemand de nationaliteit krijgt wordt door een staat bepaald.
Er bestaan wel een aantal internationale regels hieromtrent. Zo moet een staat ervoor zorgen dat
niemand staatloos wordt.
Vreemdelingen maken internationaalrechtelijk gezien geen deel uit van de “bevolking” van een land.
Een staat heeft het recht om vreemdelingen anders te behandelen dan haar eigen bevolking.
Zo kan een staat de toegang tot haar grondgebied beperken door het opleggen van een visum.
Een staat kan vreemdelingen ook het recht om te stemmen ontzeggen.
3. ER BESTAAT EEN OVERHEID DIE EFFECTIEF GEZAG UITOEFENT (GEZAGSSTRUCTUUR)
• Interne dimensie: de overheid moet in staat zijn om alle staatsfuncties uit te oefenen ten aanzien van
zijn bevolking en binnen zijn grondgebied.
In principe is de staat vrij dit te organiseren zoals hij wenst maar er zijn toch beperkingen.
mensenrechten
• Externe dimensie: de overheid moet bekwaam zijn om betrekkingen met andere staten te onderhouden
en internationale verplichtingen na te komen
blijkt uit het zenden en ontvangen van diplomatieke vertegenwoordigers, het afsluiten van
internationale verdragen etc.
6
, FUNDAMENTELE KENMERKEN VAN EEN STAAT
1. SOEVEREINITEIT
= een staat heeft exclusief gezag ten aanzien van zijn grondgebied en de daar levende bevolking en dit
onafhankelijk van enig ander gezag.
Het gaat hierbij wel om juridische onafhankelijkheid; niet om feitelijke onafhankelijkheid.
Zo waren de vroegere Oostbloklanden juridisch wel onafhankelijk maar feitelijk sterk bepaald door Rusland.
2. GELIJKHEID
= alle staten hebben gelijke rechten en plichten
bv. in de algemene vergadering van de VN: zowel de USA als België hebben elk één stem
Het gaat hier om juridische gelijkheid en geen politieke gelijkheid
Landen als China, Rusland en de VS hebben een grotere politieke impact op de wereld dan een land als
België.
EENHEID VAN STAAT
= Rechtssubjectiviteit komt toe aan de gehele staat.
Hoewel elke staat bestaat uit onderdelen (deelstaten, provincies etc.) is dit een interne aangelegenheid.
Het internationaal recht houdt daar geen rekening mee.
Toch kunnen onderdelen van staten een zelfstandige bevoegdheid hebben om internationale
rechtsbetrekkingen aan te gaan.
Bv. de gemeenschappen en gewesten kunnen verdragen sluiten over materie die tot hun bevoegdheden
behoren.
7
, STAATSVORMING
HOE KOMT EEN STAAT TOT STAND?
1. DEKOLONISATIE
Kolonisatiegolf uit de jaren ‘60
→ Werd aangemoedigd door de VN
→ Gebaseerd op recht op zelfbeschikking van een bevolking
volkeren hebben het recht om een eigen staat te vormen met een politiek bestel naar
hun keuze, zelf regeringsleiders aan te stellen etc .
Dit alles zonder inmenging van andere staten.
2. ONTBINDING
= uiteenvallen van een staat in 2 of meer nieuwe staten waarvan geen enkel geacht wordt de identiteit van de
vorige over te nemen, tenzij hierover een akkoord bestaat
Bv. ‘91: uiteenvallen Sovjet-Unie
3. FUSIE – AANEENSLUITING
= 2 of meer staten vormen samen een nieuwe staat en houden daarbij zelf op te bestaan. Soms gaat de ene
staat op in de andere
De DDR werd opgeslorpt door de Bondsrepubliek Duitsland.
4. AFSCHEIDING (=CESSIE)
= Een staat scheidt zich af van een andere staat, de moederstaat
• Indien mét de toestemming van de moederstaat: legaal.
Gebeurt meestal via cessieverdragen
Zuid-Soedan van Soedan in 2011
Montenegro van servië in 2006
• Indien zonder toestemming van de moederstaat: illegaal
want schending van de territoriale integriteit.
Catalonië van Spanje
Tibet van China
Heel uitzonderlijk wordt door de internationale gemeenschap aanvaard dat een eenzijdige toch legaal is.
Bv. Kosovo 2008
5. VROEGER: VEROVERING VIA GEWELD/OORLOG
= kolonalisatie
NIET meer toegelaten!
8