hoofdstuk 1: visuele beperking
tactiele afweer wel voelen maar constant de angst hebben dat er iets gaat gebeuren waardoor je bvb je
handen terugtrekt of angstig voelt
statische vaardigheden Bvb. zitten en staan
locomotore of dynamische Bvb. komen tot zitten, kruipen en lopen
vaardigheden
blindismen repetitieve, stereotype bewegingen die geen duidelijk doel en functie hebben voor
buitenstaanders
Bvb. voor – en achterwaarts bewegen met het bovenlichaam, draaien met het hoofd en
cirkelbewegingen met handen
objectpermanentie een innerlijke voorstelling kunnen maken van mensen en de ruimte om zich heen
conceptvorming vanuit verschillende zintuigen informatie verzamelen over iets/een abstract begrip, die we dan
samenvoegen tot een geheel; het concept
zweeftaal ze zeggen maar wat, het is hun zo aangeleerd
gezichtsscherpte een maat voor de kleinste details die iemand nog kan onderscheiden
gezichtsveld het totale gebied dat overzien kan worden als de persoon het hoofd en de ogen volkomen
stilhoudt
oculomotorische functies de functies die te maken hebben met de bewegingen van de ogen
visuomotorische functies de samenwerking tussen visuele waarneming en motorische handelingen
cerebrale visuele inperking (CVI) een verzamelnaam voor verschillende vormen van slechtziendheid waarbij aantasting van de
hersenen een rol speelt, die allemaal hun eigen gevolgen hebben voor het zien
Visueel Profiel alle aspecten worden geordend die met het zien en de slechtziendheid van een bepaald
persoon te maken hebben
1