GESCHIEDENIS VAN DE STEDENBOUW
HOOFDSTUK 1 : Hoofdstuk 1: Wat is een ‘stad’? Wat is ‘verstedelijking’? En
wat is ‘geschiedenis van de stedenbouw’?
Een poging tot begripsbepaling.
1.1 Wat is een stad?
Lucca: noord- Italië, staat op fundering van oud romeins amfitheater
Parijs: boullevard hoge appartement gebouwen
Kingshasa: stad breid uit
Deli: geluid, stank, drukke stad
Amerika: wolken krabbers met veel leegte, parkingq
→ Moeilijk om gemeenschappelijke kenmerken te vinden
Steden zijn er in alle soorten, maten, groottes en verschijningsvormen.
Welke gemeenschappelijke kenmerken kunnen we er uit distilleren ?
→ Terug grijpen naar vroeger waar komt een stad vandaan ?
Cultuurgeschiedenis: Lewis Mumford, ‘What is a City?’ (1937)
– “The city in its complete sense (...) is a geographic plexus, an economic
organization, an institutional process, a theater of social action, and an aesthetic
symbol of collective unity. The city fosters art and is art; the city creates the
theater and is the theater. (...)”
– “Social facts are primary, and the physical organization of the city (...) must be
subservient to its social needs”
→ Streeft naar een allen omvatten betekenis
→ Hij gaat 5 verschillende kenmerken opnoemen
1) De stad ligt altijd ergens met een reden
Bv. brussel snijpunt met de zenne en handelsroute richting brugge
2) Alle mensen hangen aan elkaar met economische reden, zijn van elkaar
afhankelijk
3) Een stad groeit krijgt een besturingsvorm, zoeken naar politiek evenwicht
binnen een stad
4) Interresante van een stad is niet het materieele bv pleinen, gebouwen maar
het sociale interactie erachter
5) Een stad heeft belangrijke gebouwen bv stadhuis
→ Geografisch, sociaal, politiek, economisch, esthetisch zijn 5 aspecten die dimensies
aangeven in de stad
Deze definitie van Mumford is ook een kritiek op de stedenbouw : ze is vooral van
toepassing op de Middeleeuwse stad, die hij als het ideale stadsmodel zag.
In de moderne metropolis grote metropolen van zijn tijd vond Mumford deze sociale en
culturele kwaliteiten niet terug
→ Kritiek dat stedenbouw van nu matterieel is bv lanen met grote gebouwen die ten
kosten gaat van de sociale conditie
→ Hij zag in de middeleeuwen een ideale wereld
,Sociologie: Louis Wirth, ‘Urbanism as a Way of Life’ (1938)
– “While the city is the characteristic locus of urbanism, the urban mode of life is not
confined to cities. For sociological purposes, the city is a relatively large, dense
and permanent settlement of heterogenous individuals”
– “The city is not only in ever larger degrees the dwelling-place and the workshop of
modern man, but it is the initiating and controlling center of economic, political,
and cultural life that has drawn the most remote parts of the world into its orbit
and woven diverse areas, peoples, and activities into a cosmos.”
→ Definitie met verschillende kenmerken
→ Je kan stedelijk leven met al de voorzieningen rond je maar toch niet in een stad
wonen (tussenzone)
→ 4 kenmerken
1) betrekkelijk groot
2) densiteit
3) het blijft een lange tijd staan / bestaan
4) veel verschillende mensen bij elkaar, soor anonimiteit waar mensen elkaar
niet kennen
Een stad/verstedelijking is m.a.w. niet alleen een ruimtelijk fenomeen maar heeft ook
culturele en sociale gevolgen!
1.2 Verstedelijking
Vier beelden van Mumbai (India), met 25 miljoen inwoners de 4e grootste stedelijke
agglomeratie ter wereld, die de gevolgen/uitdagingen van snelle verstedelijking goed
samenvatten: (kans)armoede, lucht- en watervervuiling, duurzaam transport, impact op de
(natuurlijke) omgeving.
→ Steeds meer mensen leven van industrie en diensten; steeds minder van landbouw.
→ Daardoor moet het voedsel voor een stad steeds verder komen
→ De druk op de omgeving wordt ook groter
Blauw = stedelijk
Groen = landelijk
1.3 Wat is (geschiedenis van de) stedenbouw?
In deze cursus verstaan we onder ‘stedenbouw’:
de (studie van de) interactie tussen bebouwde omgeving en de politieke, sociale, technische,
wetenschappelijke, culturele, …, aspecten van haar inrichting. Het is met andere woorden
een discipline op de grens van de sociale en de exacte wetenschappen, de planologie en de
architectuur.
3 perspectieven op de stedenbouw
1) Morfologische invalshoek
→ Stad als een ruimtelijk artefact; zoeken naar patronen in ontstaan,
ontwikkeling en planning.
2) Socio-culturele invalshoek
→ De stad als ruimtelijke neerslag van maatschappelijke verhoudingen en
(politieke) ideologieën; stedenbouw en planning als instrumenten van macht
→ Grote projecten worden doorgedrukt door bv. Een koning, een paus met een
heel duidelijke bedoeling = politieke beslissing
, 3) Stedenbouw als discipline
→ Aandacht voor het denken en discours over de stad: de bebouwde omgeving
als wetenschappelijk, artistiek en sociaal studie-object
→ Jonge discipline begin 20ste eeuw
→ Elk ontwerp staat in een stedelijke context
→ Alle mensen wonen ergens, het bestaan is gelinkt aan een plaats en de inrichting van
die plaats.
Gordon Childe,’The Urban Revolution’ (1957)
Marxistische benadering:
1) Geschiedenis evolueert in ‘sprongen’ (‘revoluties’)
2) Materialisme: focus op economie, industrie, landbouw
3 ‘revoluties’ of ‘paradigm shifts’ i/d evolutie van de menselijke beschaving:
1) Neolitische revolutie:
→ van nomadische jagerscultuur naar sedentaire,
→ agrarische bestaansvorm.
→ Stammen jagers gaan zich ruimtelijk organiseren
→ ( achter rund aanlopen -> rund in een omheining steken = mens wordt
sedentair, gaat zich vestigen)
2) ‘Urban revolution’ (3500-1500 BC):
→ ontstaan van een complex, hiërarchisch maatschappijsysteem gebaseerd op
productie en handel
→ meer mensen, coplexe groep, er komt een leider, er komen regels
3) Industriële revolutie (19e eeuw):
→ Grootschalige transformaties door mechanische productie en distributie
→ Uitvinding stoommachine
Volgens Childe is de stad product én katalysator van menselijke beschaving;
dit type nederzetting heeft een beslissende rol gespeeld in de ontwikkeling
van onze maatschappij. De geschiedenis van de stedenbouw geeft dus een
bijzonder inzicht in de menselijke beschavingsgeschiedenis.
1.4 De ‘stedelijke revolutie’ (3500-1500 BC)
Waar zit volgens childe het onderscheid tussen stad en dorp met verschillende kenmerken
dorpsgemeenschap wordt stedelijk als…
1) Grootte en dichtheid (over de 30.000 inwoners!)
2) Diversiteit in bevolking (beroep, achtergrond, opleiding, …)
3) Complexe maatschappelijke organisatie, notie van ‘algemeen belang’
4) Economisch: handel over lange afstand
5) …
Childe kenmerkte dat het niet te maken heeft met het materiele maar met de mensen die in
de stad wonen
Belangrijke componenten blijven heel lang tot stand ( tot aan de 19de eeuw)
, Eerste voorbeeld Ur:
Het grondplan van Ur bevat alle componenten van de stad zoals ze er tot de 19e eeuw
uitziet
→ een omwalling
→ nabijheid van water
→ een centrale burcht of heiligdom
→ een dicht weefsel van straatjes en woningen.
1.5 De ‘Industriële Revolutie’ (19e eeuw)
Plattelandsvlucht: steden worden industriële productiecentra vol fabrieken
Gevolg van industriële revolutie:
“At this moment the four natural limits on the growth of cities were thrown off” (Mumford)
Op dat moment gaan de 4 natuurlijke grenzen de groei van de stad beperken, en worden
teniet gedaan:
1) Voeding:
→ Moet van buiten af komen
→ Voedsel bepaald het aantal inwoners
→ Bv. Griekse polis = klein omdat er weinig voedsel transport is
→ Dus : continue water- en voedseltoevoer door beter transport
2) Militair:
→ Omwalling beschermen tegen inval
→ Gaat de stad beperken in haar groei
→ Manier van oorlog voeren ( kannonen gaan over de omwalling) dus niet meer
nuttig
→ omwallingen niet langer nodig > groei buiten de wallen
3) Vervoer:
→ Limiet van het vervoer er komen nieuwe vervoer middelen , zorgt voor meer
verplaatsing
→ gemechaniseerd verkeer (fiets, stoomtrein, tram, later auto)
4) Energie:
→ Stoommachine: je kan energie opwekken
→ niet langer afhankelijk van water, wind, paard
→ Explosieve verstedelijking
Grenzen wegvallen zal zorgen voor verstedelijking in de 19 de eeuw explosief
1.6 De ‘industriële revolutie’: explosieve verstedelijking
De toename in aantal miljoenensteden (rood op de kaarten) volgt de evolutie van de
wereldbevolking.
Die verdrievoudigde tussen 1950 en 2000. Sinds 2000 leeft ½ van de wereldbevolking in een
stedelijk milieu.
Verstedelijking vandaag: een planetaire conditie?
→ De stad wordt steeds groter i.p.v. denser
→ De stad gaat het platteland veroveren