RECHTSFILOSOFIE
Inhoud
hoofdstuk 1. de premoderne wereld....................................................................................................................................................1
De grenzen die mensen spontaan voelen werden de grenzen van de toenmalige
wetenschap........................................................................................................................ 1
HOOFDSTUK 2. DE UITDAGINGEN VAN DE MODERNE TIJD..................................................................................................................3
hoofdstuk 3. hobbes en het ontstaan van de moderne staat..............................................................................................................5
HOOFDSTUK 4. ANTWOORDEN OP HOBBES: LOCKE, BURKE EN PAINE...............................................................................................7
HOOFDSTUK 5. NEGATIEVE EN POSITIEVE VRIJHEID BIJ BERLIN...........................................................................................................8
hoofdstuk 6. de morele grenzen van vrijheid en wetten....................................................................................................................10
HOOFDSTUK 7. Foucault: de samenleving als gevangenis?................................................................................................................12
HOODSTUK 8. MARX EN FOUCAULT: HET RECHT KRITISCH BEKEKEN................................................................................................15
HOOFDSTUK 9: MENSENRECHTEN KRITISCH BEKEKEN.......................................................................................................................16
HOOFDSTUK 10. TOCQUEVILLE OVER GELIJKHEID..............................................................................................................................21
HOOFDSTUK 1. DE PREMODERNE WERELD
- We kunnen onze eigen opvattingen over recht en samenleving beter begrijpen indien we weten welke andere manieren
er bestonden om het recht en de samenleving te bekijken
- Onze voorouders (5e v.C. – 16e n.C.) gingen ervan uit dat hun ideeën vanzelfsprekend waren en dat ze het bij het rechte
eind hadden (1 vanzelfsprekende manier van leven die voortkomt uit een goddelijk plan)
METHODE: ANDERS KIJKEN DOOR CONFRONTATIE MET ANDERE CULTUREN
- Filosofie = het anders leren kijken naar de werkelijkheid
o Dit door te reizen
Reizen doorheen de tijd (als historicus)
Reizen doorheen de ruimte (als toerist of antropoloog)
o Als we reizen worden we geconfronteerd met andere gewoonten
Onze voorouders en bewoners van andere continenten hielden of houden er andere praktijken en
ideeën op na die ons vreemd lijken
Pas door die confrontatie worden we ons bewust van onze eigen cultuur
o We kunnen ook reizen in de tijd en onze moderne westerse waarden confronteren met premoderne ideeën
van onze voorouders
Dit laat ons toe om onze eigen opvattingen vanuit een ander, kritisch perspectief te bekijken
Onze eigen waarden en opvattingen blijken minder vanzelfsprekend te zijn dan we denken
EEN SUBJECTIEVE WETENSCHAP
- Wij ervaren de aarde als plat en onbeweeglijk en zien de zon als iets wat in de ochtend opkomt en ’s avonds ondergaat
(en dus in de lucht lijkt te bewegen), we kunnen erdoor ontroerd worden
o Vandaag: we weten dat dit slechts subjectieve ervaringen en gevoelens zijn en dat in werkelijkheid de dingen
er heel anders uitzien
o Vóór moderne tijd: rotsvast van overtuigd dat deze ‘subjectieve’ ervaringen overeenkwamen met de
objectieve werkelijkheid en dat dat de wereld was zoals wij ze ervoeren
Menselijke ervaring stond centraal
Wereld werd beschreven en verklaard vanuit menselijke categorieën (bv.: het wereldbeeld van
Aristoteles)
o Ook de beschrijving is ‘alledaags’: wetenschapsbeoefenaars beschrijven de werkelijkheid in woorden (i.p.v.
formules)
De grenzen die mensen spontaan voelen werden de grenzen van de toenmalige wetenschap
, De natuur wordt gezien als iets ‘moois’ en heiligs dat we niet ongestraft en ongestoord mogen
plunderen
De natuur is sociaal + organisch + zinvol verdient respect
De hele fysische wereld werd opgevat als een organisme, als een zinvol geheel ( ↔ vandaag als een
machine)
Geheel werd vanuit christelijk perspectief gezien als geschapen en gewild door God de
mens moet hier respect voor hebben
EEN DOELGERICHTE WERELD
- De centrale vraag die de premoderne mens zich stelt, is dan ook een menselijke vraag, namelijk de vraag naar het
waarom, naar de zin en de betekenis van dingen in een groter geheel (bv.: waarom zijn we hier? Wat willen we?)
- De Griekse en middeleeuwse mens ging ervan uit dat elk object in de wereld een vooraf bepaald doel had
o Elke beweging kon worden verklaard door het ingebouwde doel van het object in kwestie
Bv.: waarom valt een steen? Een steen valt, omdat hij, net zoals wij, iets wil doen, namelijk vallen
Dingen in de natuur hebben intenties en doelstellingen
o Volgens Aristoteles had elk ding een van nature gegeven doel die het wezen uitmaakte (‘de natuur van een
ding ligt in zijn doel’)
- De hele wereld is dan ook doelgericht of teleologisch: projectie van menselijke ervaring en categorieën in de natuur
MENSELIJK HANDELEN VOLGENS DE NATUURWET
- Dingen en mensen hebben van nature een doel en als we de vraag stellen hoe we moeten leven, dan is het antwoord in
overeenstemming met het doel dat we van nature nastreven
o = premoderne doelgerichte natuur, waarbij mensen van nature streven naar het verwezenlijken van een
bepaald doel, zoals het samenleven of het doen van het goede
o Voor Aristoteles is ‘de mens van nature een gemeenschapswezen’ en is een maatschappelijk instinct door de
natuur in alle mensen ingeplant
- Alle mensen worden dan ook geacht om te handelen in overeenstemming met de manier waarop de natuur hen
gemaakt heeft
o Al het andere handelen is tegennatuurlijk
o = handelen volgens het natuurrecht of de natuurwet, de wet zoals die door de natuurlijke doeleinden van de
mens aan ons wordt voorgeschreven (bepaalt hoe dingen zijn of zouden moeten zijn als alles zijn natuurlijke
doel nastreeft)
o De morele wetten die we moeten volgen in ons handelen worden daarbij gedicteerd door de doelen die we
vinden in de (goddelijke) natuur (de mens moet handelen in overeenstemming met de manier waarop de
natuur/God hen gemaakt heeft)
o Menselijke doelstellingen zijn objectief gegeven natuurrecht biedt een objectieve maatstaf om het gegeven
recht te beoordelen en te bekritiseren
o We kunnen deze natuurwet ontdekken door ons verstand te volgen en onze natuurlijke aanleg te ontdekken
- De wereld is een boek waarin gelovigen kunnen aflezen hoe ze moeten leven en geloven
o Mensen leven ‘van nature’ samen in groep, vormen koppels en krijgen kinderen en daaruit kunnen we
bijvoorbeeld afleiden dat God, die de mensen heeft geschapen, hen als objectief doel heeft meegegeven om
samen te leven en voor nageslacht te zorgen
B.v.: verschil man en vrouw.
In Gods ogen: ze zijn verschillend + kregen een andere opdracht mee – natuurrechtelijke
verschillen moeten gerespecteerd worden: vrouw moet een ‘moederlijke’ taak krijgen en de
man een vaderlijke
Natuurrechtsdenker: in het huwelijk is de man het hoofd van de vrouw omdat God de man
zó geschapen heeft dat hij in het huwelijk de leider moet zijn. Het matriarchaat is dus tegen
de scheppingsorde
- Het feit dat God de mensen geschapen heeft met een bepaald doel voor ogen betekent niet dat mensen daarom steeds
zo handelen
o I.t.t. dieren handelen we niet automatisch volgens het natuurlijke doel maar zijn we vrij en kunnen we ook
tegen de natuurwet ingaan misdaad en tegennatuurlijk handelen
o Mens kan in premoderne model echter niet kiezen tussen verschillende natuurwetten want dan zou die niet
langer universeel en objectief zijn
, - Natuurwet in de mens kan vergeleken worden met een muziekinstrument:
o Net zoals een bepaald instrument als doel heeft om bespeeld te worden, is de mens gemaakt om redelijk en
goed te handelen, om gelukkig te worden en zich voort te planten
o Instrument kan ook voor iets anders gebruikt worden, maar dan gaat het in tegen de ‘natuur’ of ‘doel’ van het
instrument, net zoals de mens in kan gaan tegen het objectieve doel (overtreding van de natuurwet)
- Het idee dat het menselijke leven wordt gedicteerd door een doelgerichte menselijke natuur leeft in sommige kringen
vandaag nog voort
o Bv. seksuele ethiek van de katholieke kerk, voortplanting: in de natuur kunnen we zien dat God de mens ‘van
nature’ geschapen heeft met de voortplanting als doel, wat betekent dat we ons handelen in
overeenstemming moeten brengen met dat door God in onze natuur verankerde doel en dat seks de
voortplanting als doel heeft (en niet zozeer genot)
Pogingen om de natuurlijke functie (voortplanting) los te koppelen van genot (zoals met
voorbehoedsmiddelen) zijn in deze visie dan ook ‘tegennatuurlijk’ en dus immoreel, net zoals
homoseksualiteit
Dit maakt duidelijk waarom deze visie van onze voorouders problematisch is, want wat destijds als
legitiem, vanzelfsprekend en objectief gold, lijkt voor ons immers eerder subjectief en willekeurig
- Vanuit ons moderne perspectief: projecteren onze voorouders hun eigen (subjectieve) waarden in de natuur en
selecteren ze uit de natuur dat wat hen het best uitkomt
DE PRIORITEIT VAN DE GEMEENSCHAP OVER HET INDIVIDU
- In onze moderne cultuur staat het individu centraal
o Een hele lange tijd bestond het individu zoals wij het kennen (afgezonderd van de gemeenschap) gewoonweg
niet
o Gaandeweg ontstond enkele duizenden jaren geleden het individu
Mensen kregen een individuele identiteit, los van de groep
Individu lange tijd nog ondergeschikt aan gemeenschap
Vroegere maatschappelijke wereldorde werd gezien als hiërarchisch: verschillende mensen hadden
verschillende taken en werkten harmonisch samen, zoals in een organisme
o Gedurende de eeuwen zagen mensen elkaar dus vooral als verschillend
Verschillende klassen, die bv. geen medelijden met elkaar mochten hebben
Absoluut verschil tussen geslachten met eigen taken
EPILOOG
- Het is dus gebleken hoe verschillend de wereld van onze voorouders wel was in vergelijking met de onze
o Het maakt ons ervan bewust dat de manier waarop we naar de werkelijkheid en elkaar kijken heel sterk door
onze specifieke cultuur is bepaald, en dat die cultuur er ook helemaal anders had kunnen uitzien
o Laat ons toe meer begrip te hebben voor andere culturen
o Door een confrontatie met een andere cultuur kunnen we bovendien afstand nemen en ons de vraag stellen of
onze cultuur wel een vooruitgang betekent in vergelijking met de andere cultuur
HOOFDSTUK 2. DE UITDAGINGEN VAN DE MODERNE TIJD
- 16de eeuw: er vond een revolutie plaats in de manier waarop we de werkelijkheid waarnemen
O Premoderne interpretatie van de wereld werd langzaam vervangen door de moderne visie zoals we die
vandaag nog steeds kennen
EEN MODERNE WERELD ZONDER ZEKERHEID: RELATIVISME
Het sociale lichaam verbrokkelt: godsdienstoorlogen
- Godsdienstoorlogen in de zestiende eeuw:
o Een samenleving kan niet langer door één God bij elkaar worden gehouden
o Verscheurdheid van de kerk en de samenleving
, o Protestanten en katholieken verwijzen immers elk naar hun waarheid, die voor de enen slechts in de
Bijbeltekst en voor de anderen ook in de traditie is gelegen
o Geloof wordt nu een bron van conflict veeleer dan een bron van eenheid
Een samenleving die slechts op religie is gebaseerd dreigt daarom uit elkaar te vallen
Het wordt duidelijk dat de premoderne natuurwet en het premoderne natuurrecht (het idee dat hoe
we dienden te handelen objectief vastlag in de door God geschapen menselijke natuur) niet langer
een gedeelde basis voor onze wetten en samenleving vormen (blijkt ook uit het relativisme)
Moreel en cultuur relativisme : Montaigne
- Montaigne: verzet zich tegen het premoderne geloof in een algemeen geldige natuurwet of natuurrecht
o Het idee van onveranderlijke wetten die eigen zijn aan de door God geschapen menselijke natuur ↔
verscheidenheid aan gebruiken – relativisme: wat we juist, waardevol of normaal vinden hangt af van je
persoonlijke standpunt of van de cultuur waarin je leeft
o Moreel of cultureel relativisme: hij beklemtoont de verscheidenheid aan gebruiken, culturen, wetten en
religies
Geen onveranderlijke wetten
Verscheidenheid aan gebruiken
Wat juist is hangt af van je persoonlijke standpunt of cultuur
Politiek relativisme : Machiavelli
- Vertrekt vanuit een moreel relativisme politiek relativisme
o Wat goed en kwaad is voor een politicus hangt af van omstandigheden, en ethische overwegingen zijn
ondergeschikt aan de noodzaak om macht te behouden
o = wat juist is hangt af van wat je van pas komt
- Boek: de heerser (1513)
- Het goede is niet altijd en overal hetzelfde; een heerser is pas wijs indien hij ‘zijn gedrag altijd aan de situatie weet aan
te passen’
- Zijn raad wordt ook vandaag nog steeds gebruikt in de (internationale) politiek en daarbuiten
o Een buitenlandse dictator die mensenrechten schendt houden we vaak te vriend indien hij voor ons van
strategisch belang is, maar indien hij tegen onze belangen ingaat roepen we de schending van mensenrechten
in
Moraal en recht worden dus vaak gebruikt naargelang het ons goed uitkomt
DE POLITIEKE EN JURIDISCHE UITDAGINGEN VAN DE MODERNE TIJD
- Het verdwijnen van de natuurwet en het relativisme wijzen op twee problemen die de moderne mens moet zien op te
lossen
1. Eerste probleem: hoe mensen vreedzaam laten samenleven?
Premoderne samenleving: iedereen deelde min of meer dezelfde visie of hoe men hoorde te
handelen + handelen werd geregeld door de traditie of de natuurwet
Moderne samenleving: twijfel + gezag van de traditie werd door de wetenschap in vraag gesteld
nieuwe manier vinden om mensen ondanks hun verschillen vreedzaam te laten samenleven
2. Tweede probleem: hoe de samenleving vormgeven?
Hoe kan een samenleving worden ingericht los van traditie?
Nieuwe antwoorden zoeken op de vraag: wie heeft toegang tot de macht? Wie heeft
rechten?
Het is niet langer zo dat iedereen van nature een plaats heeft die niet in vraag wordt gesteld
DE ONMACHT VAN DE WETENSCHAP
- Wetenschap maakt zich los van traditie
O Tot de 16de eeuw golden de opvattingen van traditionele leermeesters zoals Aristoteles als de bron van
betrouwbare kennis
, O Vanaf de 16de eeuw braken wetenschappers met die traditie en begonnen ze de natuur zelf direct te
observeren om de traditionele opvattingen te bekritiseren
- Belang van onderzoek op basis van ervaring
o Daarbij gaat het niet om de gewone ‘subjectieve’ ervaring, maar komt de ‘objectieve’ ervaring zoals die wordt
bereikt in het wetenschappelijk experiment in de plaats
o Binnen de wetenschap wordt de zintuiglijke ervaring daarom beperkt tot objectieve kwantificeerbare gegevens
- De natuur werkt volgens mathematische wetten
o De moderne wetenschap ondermijnt daardoor het traditionele wereldbeeld, maar toch is ze niet helemaal in
staat om de leemte die het daardoor creëert, zelf op te vullen
o Wetenschap in de moderne tijd biedt een nieuwe vorm van zekerheid, maar kan de traditie niet vervangen
De onmacht van de wetenschap (i): haar onvermogen om een samenleving samen te houden
- Hoe kan een samenleving ondanks erg verschillende visies toch worden samengehouden?
- Ook al is het juist dat politieke beslissingen op wetenschap worden gebaseerd, toch zijn er uiteindelijk steeds
verschillende politieke of morele voorkeuren en waarden
O Dezelfde wetenschappelijke informatie kan door links of rechts verschillend worden geïnterpreteerd
O Het is onmogelijk om een samenleving op een ‘wetenschappelijke manier’ te organiseren
- Zo kan de wetenschap ook verschillen tussen culturen niet opheffen
O Het feit dat wetenschap universeel is, betekent niet dat iedereen dezelfde waarden of politieke overtuigingen
deelt
De onmacht van de wetenschap (ii): haar onvermogen om mensen hun plaats in de samenleving te geven
- Ook wanneer het gaat om het organiseren van de samenleving schiet de wetenschap tekort: wetenschappers kunnen
slechts in beperkte mate achterhalen hoe de samenleving zou moeten georganiseerd zijn
Onderliggend probleem: verschil tussen wat is en wat zou moeten zijn
- In de moderne tijd kan uit wat is niet langer worden afgeleid wat zou moeten zijn: het is/ought probleem
- Politieke of persoonlijke keuzes kunnen we tot op zekere hoogt laten beïnvloeden door harde feiten, maar in een groot
aantal gevallen kan het handelen niet worden bepaald door de feiten zoals die door de wetenschap worden vastgesteld
- Dat onderscheid verschilt van de premoderne wereld waarin juist wel uit de feitelijke doelgerichte wereld werd afgeleid
hoe we zouden moeten handelen
- Verschil tussen beschrijven en voorschrijven: onduidelijk hoe men van beschrijvende uitspraken kan komen tot
voorschrijvende uitspraken
HOOFDSTUK 3. HOBBES EN HET ONTSTAAN VAN DE MODERNE STAAT
HOE SAMENLEVEN IN VERSCHEIDENHEID?
- Engelse filosoof Thomas Hobbes: laat ons anders kijken naar de verhouding tussen vrijheid en veiligheid
O Keuze voor thema’s als vrijheid en veiligheid
DE NATUURTOESTAND ALS METHODE (GEDACHTE-EXPERIMENT)
- Hobbes introduceerde een nieuwe methode die ons toelaat om de alledaagse werkelijkheid door een andere bril te
bekijken
O Om te weten of er toch iets is wat we delen stelt hij het gedachte-experiment voor waarbij we ons inbeelden
dat er helemaal geen cultuur of staat meer zou zijn. Hoe zou de samenleving er concreet uitzien wanneer er
helemaal geen cultuur of staat meer zou zijn?
Zonder cultuur of staat belanden we in een natuurtoestand
Hij ziet dit als een toestand zonder moraal, zonder gevoel voor onrecht of goed en kwaad
Wetten, overeenkomsten of contracten zouden bovendien niet afdwingbaar zijn
De reden voor deze oorlogstoestand ligt in de menselijke natuur
Maar overdrijft Hobbes niet een beetje?
Inhoud
hoofdstuk 1. de premoderne wereld....................................................................................................................................................1
De grenzen die mensen spontaan voelen werden de grenzen van de toenmalige
wetenschap........................................................................................................................ 1
HOOFDSTUK 2. DE UITDAGINGEN VAN DE MODERNE TIJD..................................................................................................................3
hoofdstuk 3. hobbes en het ontstaan van de moderne staat..............................................................................................................5
HOOFDSTUK 4. ANTWOORDEN OP HOBBES: LOCKE, BURKE EN PAINE...............................................................................................7
HOOFDSTUK 5. NEGATIEVE EN POSITIEVE VRIJHEID BIJ BERLIN...........................................................................................................8
hoofdstuk 6. de morele grenzen van vrijheid en wetten....................................................................................................................10
HOOFDSTUK 7. Foucault: de samenleving als gevangenis?................................................................................................................12
HOODSTUK 8. MARX EN FOUCAULT: HET RECHT KRITISCH BEKEKEN................................................................................................15
HOOFDSTUK 9: MENSENRECHTEN KRITISCH BEKEKEN.......................................................................................................................16
HOOFDSTUK 10. TOCQUEVILLE OVER GELIJKHEID..............................................................................................................................21
HOOFDSTUK 1. DE PREMODERNE WERELD
- We kunnen onze eigen opvattingen over recht en samenleving beter begrijpen indien we weten welke andere manieren
er bestonden om het recht en de samenleving te bekijken
- Onze voorouders (5e v.C. – 16e n.C.) gingen ervan uit dat hun ideeën vanzelfsprekend waren en dat ze het bij het rechte
eind hadden (1 vanzelfsprekende manier van leven die voortkomt uit een goddelijk plan)
METHODE: ANDERS KIJKEN DOOR CONFRONTATIE MET ANDERE CULTUREN
- Filosofie = het anders leren kijken naar de werkelijkheid
o Dit door te reizen
Reizen doorheen de tijd (als historicus)
Reizen doorheen de ruimte (als toerist of antropoloog)
o Als we reizen worden we geconfronteerd met andere gewoonten
Onze voorouders en bewoners van andere continenten hielden of houden er andere praktijken en
ideeën op na die ons vreemd lijken
Pas door die confrontatie worden we ons bewust van onze eigen cultuur
o We kunnen ook reizen in de tijd en onze moderne westerse waarden confronteren met premoderne ideeën
van onze voorouders
Dit laat ons toe om onze eigen opvattingen vanuit een ander, kritisch perspectief te bekijken
Onze eigen waarden en opvattingen blijken minder vanzelfsprekend te zijn dan we denken
EEN SUBJECTIEVE WETENSCHAP
- Wij ervaren de aarde als plat en onbeweeglijk en zien de zon als iets wat in de ochtend opkomt en ’s avonds ondergaat
(en dus in de lucht lijkt te bewegen), we kunnen erdoor ontroerd worden
o Vandaag: we weten dat dit slechts subjectieve ervaringen en gevoelens zijn en dat in werkelijkheid de dingen
er heel anders uitzien
o Vóór moderne tijd: rotsvast van overtuigd dat deze ‘subjectieve’ ervaringen overeenkwamen met de
objectieve werkelijkheid en dat dat de wereld was zoals wij ze ervoeren
Menselijke ervaring stond centraal
Wereld werd beschreven en verklaard vanuit menselijke categorieën (bv.: het wereldbeeld van
Aristoteles)
o Ook de beschrijving is ‘alledaags’: wetenschapsbeoefenaars beschrijven de werkelijkheid in woorden (i.p.v.
formules)
De grenzen die mensen spontaan voelen werden de grenzen van de toenmalige wetenschap
, De natuur wordt gezien als iets ‘moois’ en heiligs dat we niet ongestraft en ongestoord mogen
plunderen
De natuur is sociaal + organisch + zinvol verdient respect
De hele fysische wereld werd opgevat als een organisme, als een zinvol geheel ( ↔ vandaag als een
machine)
Geheel werd vanuit christelijk perspectief gezien als geschapen en gewild door God de
mens moet hier respect voor hebben
EEN DOELGERICHTE WERELD
- De centrale vraag die de premoderne mens zich stelt, is dan ook een menselijke vraag, namelijk de vraag naar het
waarom, naar de zin en de betekenis van dingen in een groter geheel (bv.: waarom zijn we hier? Wat willen we?)
- De Griekse en middeleeuwse mens ging ervan uit dat elk object in de wereld een vooraf bepaald doel had
o Elke beweging kon worden verklaard door het ingebouwde doel van het object in kwestie
Bv.: waarom valt een steen? Een steen valt, omdat hij, net zoals wij, iets wil doen, namelijk vallen
Dingen in de natuur hebben intenties en doelstellingen
o Volgens Aristoteles had elk ding een van nature gegeven doel die het wezen uitmaakte (‘de natuur van een
ding ligt in zijn doel’)
- De hele wereld is dan ook doelgericht of teleologisch: projectie van menselijke ervaring en categorieën in de natuur
MENSELIJK HANDELEN VOLGENS DE NATUURWET
- Dingen en mensen hebben van nature een doel en als we de vraag stellen hoe we moeten leven, dan is het antwoord in
overeenstemming met het doel dat we van nature nastreven
o = premoderne doelgerichte natuur, waarbij mensen van nature streven naar het verwezenlijken van een
bepaald doel, zoals het samenleven of het doen van het goede
o Voor Aristoteles is ‘de mens van nature een gemeenschapswezen’ en is een maatschappelijk instinct door de
natuur in alle mensen ingeplant
- Alle mensen worden dan ook geacht om te handelen in overeenstemming met de manier waarop de natuur hen
gemaakt heeft
o Al het andere handelen is tegennatuurlijk
o = handelen volgens het natuurrecht of de natuurwet, de wet zoals die door de natuurlijke doeleinden van de
mens aan ons wordt voorgeschreven (bepaalt hoe dingen zijn of zouden moeten zijn als alles zijn natuurlijke
doel nastreeft)
o De morele wetten die we moeten volgen in ons handelen worden daarbij gedicteerd door de doelen die we
vinden in de (goddelijke) natuur (de mens moet handelen in overeenstemming met de manier waarop de
natuur/God hen gemaakt heeft)
o Menselijke doelstellingen zijn objectief gegeven natuurrecht biedt een objectieve maatstaf om het gegeven
recht te beoordelen en te bekritiseren
o We kunnen deze natuurwet ontdekken door ons verstand te volgen en onze natuurlijke aanleg te ontdekken
- De wereld is een boek waarin gelovigen kunnen aflezen hoe ze moeten leven en geloven
o Mensen leven ‘van nature’ samen in groep, vormen koppels en krijgen kinderen en daaruit kunnen we
bijvoorbeeld afleiden dat God, die de mensen heeft geschapen, hen als objectief doel heeft meegegeven om
samen te leven en voor nageslacht te zorgen
B.v.: verschil man en vrouw.
In Gods ogen: ze zijn verschillend + kregen een andere opdracht mee – natuurrechtelijke
verschillen moeten gerespecteerd worden: vrouw moet een ‘moederlijke’ taak krijgen en de
man een vaderlijke
Natuurrechtsdenker: in het huwelijk is de man het hoofd van de vrouw omdat God de man
zó geschapen heeft dat hij in het huwelijk de leider moet zijn. Het matriarchaat is dus tegen
de scheppingsorde
- Het feit dat God de mensen geschapen heeft met een bepaald doel voor ogen betekent niet dat mensen daarom steeds
zo handelen
o I.t.t. dieren handelen we niet automatisch volgens het natuurlijke doel maar zijn we vrij en kunnen we ook
tegen de natuurwet ingaan misdaad en tegennatuurlijk handelen
o Mens kan in premoderne model echter niet kiezen tussen verschillende natuurwetten want dan zou die niet
langer universeel en objectief zijn
, - Natuurwet in de mens kan vergeleken worden met een muziekinstrument:
o Net zoals een bepaald instrument als doel heeft om bespeeld te worden, is de mens gemaakt om redelijk en
goed te handelen, om gelukkig te worden en zich voort te planten
o Instrument kan ook voor iets anders gebruikt worden, maar dan gaat het in tegen de ‘natuur’ of ‘doel’ van het
instrument, net zoals de mens in kan gaan tegen het objectieve doel (overtreding van de natuurwet)
- Het idee dat het menselijke leven wordt gedicteerd door een doelgerichte menselijke natuur leeft in sommige kringen
vandaag nog voort
o Bv. seksuele ethiek van de katholieke kerk, voortplanting: in de natuur kunnen we zien dat God de mens ‘van
nature’ geschapen heeft met de voortplanting als doel, wat betekent dat we ons handelen in
overeenstemming moeten brengen met dat door God in onze natuur verankerde doel en dat seks de
voortplanting als doel heeft (en niet zozeer genot)
Pogingen om de natuurlijke functie (voortplanting) los te koppelen van genot (zoals met
voorbehoedsmiddelen) zijn in deze visie dan ook ‘tegennatuurlijk’ en dus immoreel, net zoals
homoseksualiteit
Dit maakt duidelijk waarom deze visie van onze voorouders problematisch is, want wat destijds als
legitiem, vanzelfsprekend en objectief gold, lijkt voor ons immers eerder subjectief en willekeurig
- Vanuit ons moderne perspectief: projecteren onze voorouders hun eigen (subjectieve) waarden in de natuur en
selecteren ze uit de natuur dat wat hen het best uitkomt
DE PRIORITEIT VAN DE GEMEENSCHAP OVER HET INDIVIDU
- In onze moderne cultuur staat het individu centraal
o Een hele lange tijd bestond het individu zoals wij het kennen (afgezonderd van de gemeenschap) gewoonweg
niet
o Gaandeweg ontstond enkele duizenden jaren geleden het individu
Mensen kregen een individuele identiteit, los van de groep
Individu lange tijd nog ondergeschikt aan gemeenschap
Vroegere maatschappelijke wereldorde werd gezien als hiërarchisch: verschillende mensen hadden
verschillende taken en werkten harmonisch samen, zoals in een organisme
o Gedurende de eeuwen zagen mensen elkaar dus vooral als verschillend
Verschillende klassen, die bv. geen medelijden met elkaar mochten hebben
Absoluut verschil tussen geslachten met eigen taken
EPILOOG
- Het is dus gebleken hoe verschillend de wereld van onze voorouders wel was in vergelijking met de onze
o Het maakt ons ervan bewust dat de manier waarop we naar de werkelijkheid en elkaar kijken heel sterk door
onze specifieke cultuur is bepaald, en dat die cultuur er ook helemaal anders had kunnen uitzien
o Laat ons toe meer begrip te hebben voor andere culturen
o Door een confrontatie met een andere cultuur kunnen we bovendien afstand nemen en ons de vraag stellen of
onze cultuur wel een vooruitgang betekent in vergelijking met de andere cultuur
HOOFDSTUK 2. DE UITDAGINGEN VAN DE MODERNE TIJD
- 16de eeuw: er vond een revolutie plaats in de manier waarop we de werkelijkheid waarnemen
O Premoderne interpretatie van de wereld werd langzaam vervangen door de moderne visie zoals we die
vandaag nog steeds kennen
EEN MODERNE WERELD ZONDER ZEKERHEID: RELATIVISME
Het sociale lichaam verbrokkelt: godsdienstoorlogen
- Godsdienstoorlogen in de zestiende eeuw:
o Een samenleving kan niet langer door één God bij elkaar worden gehouden
o Verscheurdheid van de kerk en de samenleving
, o Protestanten en katholieken verwijzen immers elk naar hun waarheid, die voor de enen slechts in de
Bijbeltekst en voor de anderen ook in de traditie is gelegen
o Geloof wordt nu een bron van conflict veeleer dan een bron van eenheid
Een samenleving die slechts op religie is gebaseerd dreigt daarom uit elkaar te vallen
Het wordt duidelijk dat de premoderne natuurwet en het premoderne natuurrecht (het idee dat hoe
we dienden te handelen objectief vastlag in de door God geschapen menselijke natuur) niet langer
een gedeelde basis voor onze wetten en samenleving vormen (blijkt ook uit het relativisme)
Moreel en cultuur relativisme : Montaigne
- Montaigne: verzet zich tegen het premoderne geloof in een algemeen geldige natuurwet of natuurrecht
o Het idee van onveranderlijke wetten die eigen zijn aan de door God geschapen menselijke natuur ↔
verscheidenheid aan gebruiken – relativisme: wat we juist, waardevol of normaal vinden hangt af van je
persoonlijke standpunt of van de cultuur waarin je leeft
o Moreel of cultureel relativisme: hij beklemtoont de verscheidenheid aan gebruiken, culturen, wetten en
religies
Geen onveranderlijke wetten
Verscheidenheid aan gebruiken
Wat juist is hangt af van je persoonlijke standpunt of cultuur
Politiek relativisme : Machiavelli
- Vertrekt vanuit een moreel relativisme politiek relativisme
o Wat goed en kwaad is voor een politicus hangt af van omstandigheden, en ethische overwegingen zijn
ondergeschikt aan de noodzaak om macht te behouden
o = wat juist is hangt af van wat je van pas komt
- Boek: de heerser (1513)
- Het goede is niet altijd en overal hetzelfde; een heerser is pas wijs indien hij ‘zijn gedrag altijd aan de situatie weet aan
te passen’
- Zijn raad wordt ook vandaag nog steeds gebruikt in de (internationale) politiek en daarbuiten
o Een buitenlandse dictator die mensenrechten schendt houden we vaak te vriend indien hij voor ons van
strategisch belang is, maar indien hij tegen onze belangen ingaat roepen we de schending van mensenrechten
in
Moraal en recht worden dus vaak gebruikt naargelang het ons goed uitkomt
DE POLITIEKE EN JURIDISCHE UITDAGINGEN VAN DE MODERNE TIJD
- Het verdwijnen van de natuurwet en het relativisme wijzen op twee problemen die de moderne mens moet zien op te
lossen
1. Eerste probleem: hoe mensen vreedzaam laten samenleven?
Premoderne samenleving: iedereen deelde min of meer dezelfde visie of hoe men hoorde te
handelen + handelen werd geregeld door de traditie of de natuurwet
Moderne samenleving: twijfel + gezag van de traditie werd door de wetenschap in vraag gesteld
nieuwe manier vinden om mensen ondanks hun verschillen vreedzaam te laten samenleven
2. Tweede probleem: hoe de samenleving vormgeven?
Hoe kan een samenleving worden ingericht los van traditie?
Nieuwe antwoorden zoeken op de vraag: wie heeft toegang tot de macht? Wie heeft
rechten?
Het is niet langer zo dat iedereen van nature een plaats heeft die niet in vraag wordt gesteld
DE ONMACHT VAN DE WETENSCHAP
- Wetenschap maakt zich los van traditie
O Tot de 16de eeuw golden de opvattingen van traditionele leermeesters zoals Aristoteles als de bron van
betrouwbare kennis
, O Vanaf de 16de eeuw braken wetenschappers met die traditie en begonnen ze de natuur zelf direct te
observeren om de traditionele opvattingen te bekritiseren
- Belang van onderzoek op basis van ervaring
o Daarbij gaat het niet om de gewone ‘subjectieve’ ervaring, maar komt de ‘objectieve’ ervaring zoals die wordt
bereikt in het wetenschappelijk experiment in de plaats
o Binnen de wetenschap wordt de zintuiglijke ervaring daarom beperkt tot objectieve kwantificeerbare gegevens
- De natuur werkt volgens mathematische wetten
o De moderne wetenschap ondermijnt daardoor het traditionele wereldbeeld, maar toch is ze niet helemaal in
staat om de leemte die het daardoor creëert, zelf op te vullen
o Wetenschap in de moderne tijd biedt een nieuwe vorm van zekerheid, maar kan de traditie niet vervangen
De onmacht van de wetenschap (i): haar onvermogen om een samenleving samen te houden
- Hoe kan een samenleving ondanks erg verschillende visies toch worden samengehouden?
- Ook al is het juist dat politieke beslissingen op wetenschap worden gebaseerd, toch zijn er uiteindelijk steeds
verschillende politieke of morele voorkeuren en waarden
O Dezelfde wetenschappelijke informatie kan door links of rechts verschillend worden geïnterpreteerd
O Het is onmogelijk om een samenleving op een ‘wetenschappelijke manier’ te organiseren
- Zo kan de wetenschap ook verschillen tussen culturen niet opheffen
O Het feit dat wetenschap universeel is, betekent niet dat iedereen dezelfde waarden of politieke overtuigingen
deelt
De onmacht van de wetenschap (ii): haar onvermogen om mensen hun plaats in de samenleving te geven
- Ook wanneer het gaat om het organiseren van de samenleving schiet de wetenschap tekort: wetenschappers kunnen
slechts in beperkte mate achterhalen hoe de samenleving zou moeten georganiseerd zijn
Onderliggend probleem: verschil tussen wat is en wat zou moeten zijn
- In de moderne tijd kan uit wat is niet langer worden afgeleid wat zou moeten zijn: het is/ought probleem
- Politieke of persoonlijke keuzes kunnen we tot op zekere hoogt laten beïnvloeden door harde feiten, maar in een groot
aantal gevallen kan het handelen niet worden bepaald door de feiten zoals die door de wetenschap worden vastgesteld
- Dat onderscheid verschilt van de premoderne wereld waarin juist wel uit de feitelijke doelgerichte wereld werd afgeleid
hoe we zouden moeten handelen
- Verschil tussen beschrijven en voorschrijven: onduidelijk hoe men van beschrijvende uitspraken kan komen tot
voorschrijvende uitspraken
HOOFDSTUK 3. HOBBES EN HET ONTSTAAN VAN DE MODERNE STAAT
HOE SAMENLEVEN IN VERSCHEIDENHEID?
- Engelse filosoof Thomas Hobbes: laat ons anders kijken naar de verhouding tussen vrijheid en veiligheid
O Keuze voor thema’s als vrijheid en veiligheid
DE NATUURTOESTAND ALS METHODE (GEDACHTE-EXPERIMENT)
- Hobbes introduceerde een nieuwe methode die ons toelaat om de alledaagse werkelijkheid door een andere bril te
bekijken
O Om te weten of er toch iets is wat we delen stelt hij het gedachte-experiment voor waarbij we ons inbeelden
dat er helemaal geen cultuur of staat meer zou zijn. Hoe zou de samenleving er concreet uitzien wanneer er
helemaal geen cultuur of staat meer zou zijn?
Zonder cultuur of staat belanden we in een natuurtoestand
Hij ziet dit als een toestand zonder moraal, zonder gevoel voor onrecht of goed en kwaad
Wetten, overeenkomsten of contracten zouden bovendien niet afdwingbaar zijn
De reden voor deze oorlogstoestand ligt in de menselijke natuur
Maar overdrijft Hobbes niet een beetje?