Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Gedragswetenschappen

Rating
-
Sold
-
Pages
32
Uploaded on
05-11-2025
Written in
2025/2026

Een samenvatting met de kernconcepten, theorieen, toepassingen en begrippen die je moet weten voor de toets!

Institution
Course

Content preview

Samenvatting Praktische
psychologie voor sociaal werk.
Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?

Psychologie bestudeert de menselijke psyche: gevoelens, denken en
gedrag. Wetenschap toetst of iets ook echt waar is, tot het tegendeel
blijkt. Kijk naar de astronomie. Wetenschap werkt methodisch. Dat wil
zeggen dat wetenschappers op een vaste en goed doordachte manier te
werk gaan. Controleren kan door observatie of experiment.
Psychologisch inzicht kan gaan over behoeften, angsten, gedachten, etc.
die betrekking hebben op bijvoorbeeld liefde, verlangen, eer, macht,
frustratie, goed, kwaad, etc.

Stroming: een bepaalde tijd domineert een bepaalde opvatting over het
vakgebied. Dit kan ook een perspectief genoemd worden, of een
paradigma.
Causaal verband: als het een de oorzaak is van het andere.

Functieleer: werd vroeger gebruikt voor geheugenproeven en gebruiken
we nu nog steeds.
Technisch perspectief: je gaat te werk als natuurkundigen. Psychische
verschijnselen observeren, meten en in formules uitdrukken. (Meer van
vroeger).
Biologisch perspectief: lichamelijke dingen en psychische verschijnselen
zijn met elkaar verbonden. (Meer van tegenwoordig).

Freud
Psychodynamische theorie: ziekte kon verdwijnen als bepaalde
herinneringen weer bewust werden. Bij hysterie ging het niet om iets
lichamelijks, maar om iets psychisch. Denk aan gedachten, herinneringen
en dromen.
Psychoanalyse: psychische krachten maken je ziek. Denk aan ongelukkig
voelen, angst hebben, etc. Dit zijn geen medische problemen, maar
psychische. Door dit uit te pluizen voor je een analyse uit. Door te praten.
Driften: bijvoorbeeld seksuele impulsen. Het zijn onbewuste verlangens en
psychische krachten.
Es (ID) = verzameling aangeboren driften. Ze willen bevrediging.
Ego = gezonde verstand gebruiken, rekening houden met de realiteit.
Houdt je in toom.
Superego = je geweten. Dit houdt je ook in toom.
Freud gebruikte dromen en vrije associatie om problemen van volwassen
te begrijpen.
Vrije associatie = hardop vertellen van wat er spontaan bij je opkomt.
Soms wordt dit uitgelokt met een prikkelwoord.
Dromen: wensvervullingen die zich tonen in symbolen.

,Doodsdrift: de drift die alle spanning opheft door de terugkeer naar de
anorganische toestand. Dit verklaarde nare dromen. Deze dromen konden
geen wensvervullingen meer zijn.


Max Wertheimer - Gestaltpsycholoog
Gestaltperspectief: we nemen de wereld als gehelen waar, niet als losse
onderdelen. Een gezicht zien we als geheel en niet als een verzameling
van ogen, neus en mond.
Waarnemingswetten (Gestaltwetten) = dingen die op elkaar lijken, worden
als groep gezien.
Consistent: alles wat we doen moet kloppen en een geheel zijn.
Mensen willen hun leven als een geheel voelen.

Behavioristisch perspectief - Watson
Reactie op de psychoanalyse. Het behaviorisme richt zich op
observeerbaar gedrag en negeert interne mentale processen (de zwarte
doos – black box). Wat er in iemands hoofd en hart gebeurde was niet
meetbaar, dus blijft het buiten beschouwing.
Gedrag begrijpen was het begrijpen van de leerprocessen die dat gedrag
hadden gevormd. Door middel van conditionering kon je gedrag maken.
Mensen leren om voor iets bang te zijn bijvoorbeeld.
Stimulus-responsverbindingen, S-R = klassieke conditionering.
(gelijktijdigheid)
Gedragstherapie: leer mensen nieuw gedrag en laat het oude gedrag
vallen.

Skinner
Operante conditionering (bekrachtiging) = hier is sprake van het belonen
van gewenst gedrag. Dit gebeurd bij klassieke conditionering niet.
2 factoren die een rol spelen bij gedrag.
1. De toestand van het organisme: aangeboren en verworven
eigenschappen.
2. De situatie van het organisme: de omgeving
Geprogrammeerde instructie = leren op basis van operante
conditionering.

Humanistisch perspectief – Rogers en Maslow
Richt zich op de hele mens en benadrukt persoonlijke groei, vrije wil en
zelfontplooiing. Mensen zijn van nature gericht op zelfontwikkeling en
groei.
Rogers: actief luisteren en een ondersteunde omgeving bieden. Zo kan de
client zichzelf ontwikkelen.
Maslow: mensen hebben behoeften die in een hiërarchische volgorde
moeten worden vervuld. Pas als aan die basisbehoeften is voldaan,
kunnen mensen zich richten op het bereiken van hun volle potentie.
Zelfverwerkelijking: zelfontplooiing na het voldoen van de behoeften.

,Positieve psychologie (perspectief/paradigma wisseling) = in plaats van
gericht zijn op de problemen bij mensen, wordt er gefocussed op de
voorwaarden voor een gelukkig en gezond leven. (Seligman).

Het cognitieve perspectief – Beck en Ellis
Gedrag wordt vooral bepaald door hoe we met informatie omgaan. Dat
zijn cognitieve processen (waarnemen, denken, onthouden, etc.). Die
moeten bestudeerd worden en door cognities (gedachtens) te veranderen,
kun je gevoelens en gedrag veranderen.




Het neurofysiologische perspectief
De directe bron van ons gedrag zit in de hersenen.
Limbisch systeem = reguleren onze emoties. De amygdala, hippocampus
en hypothalamus.
Prefrontale cortex: het maken van plannen en sociaal gedrag. (Gage –
ijzeren staaf in dit gebied, werd onaardig en impulsief).

Het systeemperspectief
Het gedrag van iemand wordt beïnvloed door de sociale interacties binnen
een systeem. Denk aan gezin en school.
Circulair: gedrag van A beïnvloed B, maar het gedrag van B beïnvloed ook
A.
Systeemtherapie: gaat te werk met familieopstellingen. Hoe gezinsleden
elkaar beïnvloeden.

Hoofdstuk 2: Psychologische deelgebieden

 Persoonlijkheidspsychologie
Kennis over de eigenschappen van een persoon geeft inzicht in het
gedrag. Ieder mens heeft zijn eigen typische eigenschappen en daarmee
samenhangend gedrag.

 Klinische psychologie – psychoterapie
Psychologie die studie maakt van ziekten van de geest. DSM – Diagnostic
Statistical Manual (Amerikaans handboek, waar alle psychische
stoornissen in staan). Het verschil tussen klinische psychologen en
psychiaters is dat psychiaters geneeskunde hebben gestudeerd en
gespecialiseerd zijn op het gebied van geestesziekten. Zij mogen ook
medicijnen voorschrijven.
Via psychotherapieën worden mensen met psychische problemen
geholpen. Kijken of bepaalde opvattingen wel realistisch zijn. Dit begon bij
Freud.

Placebo = nepgeneesmiddel
Om te weten of een therapie werkt, worden twee gelijke groepen
vergeleken. De ene groep krijgt de echte therapie en de ander een

, placebo. Dit gebeurt in een dubbelblind onderzoek, waarbij de
onderzoekers ook niet weten welke behandeling ze krijgen. Als de echte
therapie beter werkt, is dit het bewijs van effectiviteit.
Sjef de Vries schreef een boek, waarin gesteld werd dat succes van hulp
niet zozeer afhangt van de specifieke therapie die gehanteerd wordt,
maar van factoren die van meer algemene aard zijn (common factors).
Common factors: inzet van de client, het contact tussen de client en de
hulpverlener, kortom de kwaliteit van de relatie. “Het is de therapeutische
relatie die geneest.” – Yalom.




 Arbeids- en organisatiepsychologie
Bestudeert menselijk gedrag in hun werkomgeving.
1. Selectie
2. Motivatie
3. Leidinggeven
4. Samenwerking
Uitdagend werk en werk dat aansluit op de persoonlijke interesses van
werknemers, zorgt er voor dat mensen hard werken. Hogere lonen zal dit
veroorzaken voor een bepaalde tijd, maar niet voor lang.

 Ontwikkelingspsychologie
Heeft de ontwikkeling als studieobject. Gedrag veranderd met de leeftijd.
Drie belangrijke krachten voor ontwikkeling:
1. Genetisch: aangeboren factoren die van binnenuit komen.
2. Omgeving: kan gedrag remmen of stimuleren. Bijvoorbeeld taal
leren.
3. Rijping: veranderingen die niet aangeboren of aangeleerd zijn. Denk
aan het grijs worden van je haar.
Nature = aangeboren
Nuture = aangeleerd
Het nature-nuture-probleem, onderzoekt deze twee factoren. Vaak met
tweelingen die in verschillende omgevingen opgroeien.

Is de ontwikkeling continue of discontinue?
Continue ontwikkeling: gebeurd gelijkmatig, gebaseerd op aangeboren
aanleg.
Discontinue ontwikkeling: gebeurd in stappen, met typische stadia
(puberteit naar volwassen).
Erikson zijn theorie – identiteitsontwikkeling en Piaget zijn theorie –
cognitieve ontwikkelingen zijn hier voorbeelden van.

 Sociale psychologie

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1 t/m 3, 5 t/m 15, 22 en 29 t/m 32.
Uploaded on
November 5, 2025
Number of pages
32
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$13.12
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
kimsophiebrouwers2

Get to know the seller

Seller avatar
kimsophiebrouwers2 Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
8 months
Number of followers
0
Documents
4
Last sold
1 month ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions