BASIS WETENSCHAPPELIJK
ONDERZOEK
1. VRAGEN STELLEN
1.1 SOORTEN ONDERZOEKERS
Welke invloed heeft de individualisering in de maatschappij op menselijke interactie?
Sociologen
Wat is het effect van een nieuwe molecule op het remmen van het dementieproces?
Biomedische wetenschappers
Is het geneesmiddel A beter in het remmen van AIDS dan geneesmiddel B?
Farmacologen
Heeft het spelen van gewelddadige computergames een invloed op de cognitieve ontwikkeling van kinderen?
Psychologen
1.2 SOORTEN ONDERZOEK
Beschrijven van gedrag, verschijningsvormen, fenomenen, kenmerken…
beschrijvend of descriptief onderzoek
Verklaren van gedrag, verschijningsvormen, fenomenen, kenmerken…
verklarend onderzoek
Beroep doen op theorieën om inzicht te krijgen in bevindingen
deductief onderzoek
Vanuit bevindingen zelf theorieën ontwikkelen
inductief onderzoek
2. WETENSCHAPPELIJKE <-> ALLEDAAGSE KENNIS
2.1 WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
- strikte regels -> kwaliteit waarborgen, bias vermijden
- theoretische inzichten -> onderzoeksbevindingen interpreteren
- draagt bij tot ontwikkelen van kennis => bijdragen tot theorievorming
- associatief of verklarend onderzoek (vb. bloeddruk – gelovig zijn)
Wetenschap = realiteit kennen
Realiteit voorspellen (bv. wanneer stormen? -> evacueren)
Realiteit beïnvloeden (bijhouden waar ongevallen -> ingrijpen)
2.1.1 TYPES WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek = realiteit kennen
<->
Toegepast wetenschappelijk onderzoek = realiteit beïnvloeden
1
,2.1.2 TOEGEPAST WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
Verkrijgen van kennis => verschijnselen in wkh beïnvloeden + veranderen
Vb.: onderzoeksprogramma’s overheden, evaluaties, link gezondheid-en welzijnszorg, participatiegraad
verhogen kankerscreening…
= beleidsgericht onderzoek, praktijkonderzoek
Types:
- Evaluatieonderzoek
- Actie-onderzoek
- Registraties
2.1.3 FUNDAMENTEEL WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
= theoriegericht onderzoek
Beschrijven, begrijpen, verklaren, voorspellen van verschijnselen
Sociale -en natuurwetenschappen
Vb.:
- moral behavior in animals => gedrag in dieren beter leren kennen, link met menselijk gedrag
- in vitro onderzoek
It takes two to tango…
-
Toegepast onderzoek heeft inzichten van fundamenteel onderzoek nodig om realiteit te beïnvloeden
met interventies
- Fundamenteel onderzoek heeft toegepast onderzoek nodig om betekenis te krijgen
VERBONDEN MET ELKAAR!
3. DE EMPIRISCHE CYCLUS: THEORIE
Uitgangspunt: link tss theorie en werkelijkheid zoals ze kan worden waargenomen (empirische werkelijkheid)
Theorie = een geheel van ideeën, hypothesen en verklaringen die in onderlinge samenhang worden
beschreven. Het is een toetsbaar model ter verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid.
Indien niet toetsbaar = dogma (niet weerleggen, niet accepteren)
3.1 THEORIE
- Logisch samenhangend geheel van uitspraken
- Relaties tss concepten
- Veralgemeenbaarheid (generaliseerbaarheid)
- Niveau van geldigheid (validiteit)
- Empirisch testbaar
Verklaringen voor terugkerende patronen/regelmatigheden
2
, Vb: evolutietheorie: opgebouwd op grond van vele onafhankelijke resultaten van verschillende vakgebieden
Logisch samenhangend geheel van uitspraken Erfelijkheid, genetische variatie, selectie,
gemeenschappelijke afstamming, soortvorming…
Over relaties tss concepten
Veralgemeenbaarheid
Validiteit
Taxonomie, anatomie, fylogenetica, fossielen
Empirisch te testen
3.2 INDUCTIE EN DEDUCTIE
Uitgangspunt: link theorie-werkelijkheid
DOOR inductief en deductief te redeneren
Deductief redeneren: algemene theorie -> specifieke waarnemingen (theorie -> testen -> indien niet bevestigd
bijsturen) = THEORIE-BIJSTURING/BEVESTIGING
Inductief redeneren: specifieke waarnemingen -> algemene regel = THEORIE-OPBOUW
3
ONDERZOEK
1. VRAGEN STELLEN
1.1 SOORTEN ONDERZOEKERS
Welke invloed heeft de individualisering in de maatschappij op menselijke interactie?
Sociologen
Wat is het effect van een nieuwe molecule op het remmen van het dementieproces?
Biomedische wetenschappers
Is het geneesmiddel A beter in het remmen van AIDS dan geneesmiddel B?
Farmacologen
Heeft het spelen van gewelddadige computergames een invloed op de cognitieve ontwikkeling van kinderen?
Psychologen
1.2 SOORTEN ONDERZOEK
Beschrijven van gedrag, verschijningsvormen, fenomenen, kenmerken…
beschrijvend of descriptief onderzoek
Verklaren van gedrag, verschijningsvormen, fenomenen, kenmerken…
verklarend onderzoek
Beroep doen op theorieën om inzicht te krijgen in bevindingen
deductief onderzoek
Vanuit bevindingen zelf theorieën ontwikkelen
inductief onderzoek
2. WETENSCHAPPELIJKE <-> ALLEDAAGSE KENNIS
2.1 WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
- strikte regels -> kwaliteit waarborgen, bias vermijden
- theoretische inzichten -> onderzoeksbevindingen interpreteren
- draagt bij tot ontwikkelen van kennis => bijdragen tot theorievorming
- associatief of verklarend onderzoek (vb. bloeddruk – gelovig zijn)
Wetenschap = realiteit kennen
Realiteit voorspellen (bv. wanneer stormen? -> evacueren)
Realiteit beïnvloeden (bijhouden waar ongevallen -> ingrijpen)
2.1.1 TYPES WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek = realiteit kennen
<->
Toegepast wetenschappelijk onderzoek = realiteit beïnvloeden
1
,2.1.2 TOEGEPAST WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
Verkrijgen van kennis => verschijnselen in wkh beïnvloeden + veranderen
Vb.: onderzoeksprogramma’s overheden, evaluaties, link gezondheid-en welzijnszorg, participatiegraad
verhogen kankerscreening…
= beleidsgericht onderzoek, praktijkonderzoek
Types:
- Evaluatieonderzoek
- Actie-onderzoek
- Registraties
2.1.3 FUNDAMENTEEL WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
= theoriegericht onderzoek
Beschrijven, begrijpen, verklaren, voorspellen van verschijnselen
Sociale -en natuurwetenschappen
Vb.:
- moral behavior in animals => gedrag in dieren beter leren kennen, link met menselijk gedrag
- in vitro onderzoek
It takes two to tango…
-
Toegepast onderzoek heeft inzichten van fundamenteel onderzoek nodig om realiteit te beïnvloeden
met interventies
- Fundamenteel onderzoek heeft toegepast onderzoek nodig om betekenis te krijgen
VERBONDEN MET ELKAAR!
3. DE EMPIRISCHE CYCLUS: THEORIE
Uitgangspunt: link tss theorie en werkelijkheid zoals ze kan worden waargenomen (empirische werkelijkheid)
Theorie = een geheel van ideeën, hypothesen en verklaringen die in onderlinge samenhang worden
beschreven. Het is een toetsbaar model ter verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid.
Indien niet toetsbaar = dogma (niet weerleggen, niet accepteren)
3.1 THEORIE
- Logisch samenhangend geheel van uitspraken
- Relaties tss concepten
- Veralgemeenbaarheid (generaliseerbaarheid)
- Niveau van geldigheid (validiteit)
- Empirisch testbaar
Verklaringen voor terugkerende patronen/regelmatigheden
2
, Vb: evolutietheorie: opgebouwd op grond van vele onafhankelijke resultaten van verschillende vakgebieden
Logisch samenhangend geheel van uitspraken Erfelijkheid, genetische variatie, selectie,
gemeenschappelijke afstamming, soortvorming…
Over relaties tss concepten
Veralgemeenbaarheid
Validiteit
Taxonomie, anatomie, fylogenetica, fossielen
Empirisch te testen
3.2 INDUCTIE EN DEDUCTIE
Uitgangspunt: link theorie-werkelijkheid
DOOR inductief en deductief te redeneren
Deductief redeneren: algemene theorie -> specifieke waarnemingen (theorie -> testen -> indien niet bevestigd
bijsturen) = THEORIE-BIJSTURING/BEVESTIGING
Inductief redeneren: specifieke waarnemingen -> algemene regel = THEORIE-OPBOUW
3