Het boek dat je moet lezen om je tiener te motiveren voor school
(Evelien Kayaert, Lore de Vilder, Bijleshuis)
Inhoud van het boek: 1. Voorwoord (p. 10)
2. Een warme oproep: laat je kind zijn eigen pad volgen (p. 14)
3. So it begins… het eerste middelbaar/de brugklas (p. 16)
4. Alles begint bij… een goede planning (p. 30)
5. Over naar het echte werk: studeren! (p. 42)
6. Motivatie om te studeren… of het gebrek daaraan (p. 80)
7. Als de angst om te falen je tiener blokkeert (p. 108)
8. Als praten over school en studeren eindigt in… discussiëren (p. 141)
9. Wanneer het echt fout loopt… over schoolmoeheid en schoolweigering
(p. 150)
10. EHBE – Eerste hulp bij examenstress (p. 163)
1. Voorwoord
Enkele mama’s die inzien dat puberteit lastig wordt en het studeren niet steeds even makkelijk
gaat. Ook bijleshuis dat zich voorstelt en stelt dat betrokkenheid van belang is. De rest komt goed.
2. Een warme oproep: laat je kind zijn eigen pad volgen
Een pleidooi om jongeren hun eigen pad te laten volgen en zichzelf te laten worden. Stuur niet te
hard hierin; ook ligt het verwachtingspatroon maatschappelijk hoog bij jongeren. Geef hun de
ruimte om fouten te maken en leg je eigen verwachtingen niet steeds op. Laat het hen zelf
ontdekken.
3. So it begins… het eerste middelbaar/de brugklas
Er treden heel wat veranderingen op: de omgeving, de vrienden/vriendinnen, de school, de
puberteit. Het is van belang naar je tiener te luisteren; je kan de eerste schooldag ook makkelijker
maken door praktisch en emotioneel alles te kaderen. Wat moet je klaarmaken, hoe ziet zo’n dag
eruit, … maar zorg voor de privacy van je puber bij zijn of haar vrienden en vertrouwen biedt. Stel
vragen zonder conclusies te trekken en probeer niet alles op te lossen voor hem/haar. Let ook op
signalen dat het wat minder gaat, zoals nachtrust of veranderingen in gedrag. Punten zijn op korte
termijn niet altijd een goede maatstaf, maar ze kunnen wel aangeven dat je kind gespannen is.
Over het opleggen van regels: maak vooral goede afspraken samen. Autonomie is belangrijk en
laat je tiener zelf het belang ervan ontdekken. Iedere tiener is daarin anders, dus praat over wat je
vaststelt. Praat ook over schermtijd en toon interesse in die wereld. Maak goede afspraken en
1
, evalueer dat nadien; stuur desnoods bij. Dat hoeft niet steeds met een glimlach te gebeuren,
soms zijn er gewoon impopulaire beslissingen die genomen moeten worden.
Bij hulp bieden aan je puber, mag je niet gewoon taken overnemen. De ontwikkeling van het brein
dat verantwoordelijk is voor planning, organisatie, … is minder ontwikkeld en het emotionele
primeert. Laat hen vooral zelf hun problemen oplossen, maar ondersteun hen wel. Vooral de
overgang van het tweede naar het derde middelbaar is hierbij een moeilijke periode.
4. Alles begint bij… een goede planning
Het is van belang een planning te maken: het geeft overzicht en biedt op die manier rust, het zorgt
voor discipline en het leert om prioriteiten te stellen. Je vindt zo ook een makkelijker evenwicht
met vrije tijd. Dat vraagt wel even tijd.
Hierbij zijn er wat basistips: bekijk wanneer je voor school kunt werken: laat je tiener zelf beslissen
hierbij. Som ook alles op wat je moet doen, tot in de details. Hierbij ga je toetsen en grote taken
best in kleinere delen opdelen, met bijvoorbeeld een moment dat flashcards gemaakt worden van
een bepaald hoofdstuk. Herhalen is hierbij heel belangrijk en best plan je dat in de avond voor de
toets. Zo kan je plannen van achter naar voren en start je met het inplannen van herhaling. Wissel
af in je planning tussen studie- en maakwerk en tussen makkelijke en moeilijkere onderdelen.
Voorzie ook marge in je planning voor als het trager of sneller loopt en zorg voor genoeg rust
volgens de pomodoro-techniek: 25 minuten studeren, 5 minuten pauzeren. Reflecteer na afloop
ook steeds het geheel.
Tijd inschatten kan moeilijk zijn. Je kan dan best te veel tijd inschatten dan te weinig of je kan
werken met blokken. Het noteren van hoeveel tijd nodig was kan je ook inzicht verschaffen in je
studeren.
Je tiener moet ook intrinsiek gemotiveerd worden om deze planning te volgen. Hij moet er zelf het
nut van inzien. Het kan ook zijn dat de pauzes niet actief of creatief genoeg zijn. Zorg er ook voor
dat de planning realistisch is en dat je stress vermijdt door voldoende te slapen (8 tot 10 uur),
mindere cijfers te relativeren en door ademhalingsoefeningen.
Extra tips voor uitstelgedrag kunnen zijn dat je jezelf moet stoppen te beschouwen als ‘uitsteller’;
het is een gewoonte, niet je identiteit. Je moet ook inzien dat het om emotiemanagement gaat,
niet een gebrek aan timemanagement. Het gaat dus om het vermijden van het ongemak en niet
het vermijden van de taak. Stel jezelf de vraag waarom je uitstelgedrag hebt: het gaat meestal
meer over angst dan over luiheid. Het onderdelen in kleine deeltjes leerstof en het veranderen van
de omgeving (bv. geen telefoon) helpen ook.
5. Over naar het echte werk: studeren!
Ons brein maakt gebruik van drie soorten geheugens: het zintuiglijke geheugen (wat je
waarneemt), het werkgeheugen of kortetermijngeheugen (dat beperkt is in capaciteit) en het
langetermijngeheugen. Het studeren dient om de verbinding tussen korte- en
2