Samenvating O&Co
1. Les 1
1.1 Vijf fasen van het verpleegproces
1.1.1 Verpleegkundige anamnese (gegevens verzamelen)
1.1.1.1 ICF
Aandoening (ziekte)
Functies en anatomische eigenschappen (stoornis)
o Functie = zijn de fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk
organisme
o Stoornissen = zijn afwijkingen in of verlies van functies of anatomische
eigenschappen
Activiteit (beperking)
o Zijn onderdelen van iemands handelen
o Beperkingen = zijn de moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van
activiteiten.
Participatie (participatieproblemen)
o Is iemands deelname aan het maatschappelijk leven.
o Participatieproblemen = zijn problemen die iemand heeft met het deelnemen aan
het maatschappelijk leven.
Externe factoren
o Vormen de fysieke en sociale omgeving waarin mensen leven.
Persoonlijke factoren
, 1.1.1.2 Gezondheidspatronen van Gordon
Gezondheidspatronen:
Grondlegger verpleegkundige diagnostiek
11 gezondheidspatronen
PES- structuur
Anamnese
Zie carpenito
1.1.2 Verpleegkundige diagnose & Multidisciplinaire problemen
PES=
P = Probleem
E = Etiologie
S = Symptomen
1.1.2.1 Gezondheidspatronen van Gordon
Zie hierboven
1.1.2.2 Zakwoordenboek verpleegkundige diagnosen
Zie ppt.
, 1.1.3 Doelstellingen en evaluatiecriteria (doelen, acties en outcomes
bepalen)
1.1.3.1 NOC
NOC = Nursing Outcomes Classification
1.1.3.2 Meetschalen
Wat wilt men bereiken met het verpleegproces. Doelstelling moet SMART geformuleerd worden.
We gebruiken ook meetschalen omdat we altijd het zelfde willen weten. We gebruiken ook de zelfde
meetschaal omdat dat de resultaten met elkaar kunnen vergelijken om te zien of onze NOC bereikt
is.
1.1.4 Verpleegkundige interventies
A = zelfstandige zorg
B1 = technisch vpk handeling zonder voorschrift
B2 = technisch vpk handeling met voorschrift
C = medische toevertrouwde handeling
1.1.4.1 NIC
NIC = Nursing Intervention Classification
Welke interventies men gaat uitvoeren om onze NOC te bereiken.
1.1.4.2 EBN/EBP
EBN = evidence based nursing/EBP = evidence baded practise (les 2)
1.1.5 Evaluatie
Gebruik hiervoor de eerder bepaalde evaluatiecriteria (meetschalen)
Zijn de doelen bereikt?
Moet er bijgestuurd worden?
Wer de juiste diagnose gesteld?
1.1.5.1 Nursing Sensitive Outcomes
Nursing Sensitive Outocmes = NSO
U resultaat is enkel en alleen afhankelijk van een verpleegkundige diagnose en de daarop volgende
verpleegkundige interventies.
Alle NSO zijn NOC maar niet alle NOC zijn NSO.
1.2 NANDA
NANDA = North American Nursing Diagnoses Association
Eenduidig verpleegkundig begrippenkader
Classificatie
Standaardisatie van verpleegkundige diagnosen
Tweejaarlijkse update van verpleegkundige diagnosen
1. Les 1
1.1 Vijf fasen van het verpleegproces
1.1.1 Verpleegkundige anamnese (gegevens verzamelen)
1.1.1.1 ICF
Aandoening (ziekte)
Functies en anatomische eigenschappen (stoornis)
o Functie = zijn de fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk
organisme
o Stoornissen = zijn afwijkingen in of verlies van functies of anatomische
eigenschappen
Activiteit (beperking)
o Zijn onderdelen van iemands handelen
o Beperkingen = zijn de moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van
activiteiten.
Participatie (participatieproblemen)
o Is iemands deelname aan het maatschappelijk leven.
o Participatieproblemen = zijn problemen die iemand heeft met het deelnemen aan
het maatschappelijk leven.
Externe factoren
o Vormen de fysieke en sociale omgeving waarin mensen leven.
Persoonlijke factoren
, 1.1.1.2 Gezondheidspatronen van Gordon
Gezondheidspatronen:
Grondlegger verpleegkundige diagnostiek
11 gezondheidspatronen
PES- structuur
Anamnese
Zie carpenito
1.1.2 Verpleegkundige diagnose & Multidisciplinaire problemen
PES=
P = Probleem
E = Etiologie
S = Symptomen
1.1.2.1 Gezondheidspatronen van Gordon
Zie hierboven
1.1.2.2 Zakwoordenboek verpleegkundige diagnosen
Zie ppt.
, 1.1.3 Doelstellingen en evaluatiecriteria (doelen, acties en outcomes
bepalen)
1.1.3.1 NOC
NOC = Nursing Outcomes Classification
1.1.3.2 Meetschalen
Wat wilt men bereiken met het verpleegproces. Doelstelling moet SMART geformuleerd worden.
We gebruiken ook meetschalen omdat we altijd het zelfde willen weten. We gebruiken ook de zelfde
meetschaal omdat dat de resultaten met elkaar kunnen vergelijken om te zien of onze NOC bereikt
is.
1.1.4 Verpleegkundige interventies
A = zelfstandige zorg
B1 = technisch vpk handeling zonder voorschrift
B2 = technisch vpk handeling met voorschrift
C = medische toevertrouwde handeling
1.1.4.1 NIC
NIC = Nursing Intervention Classification
Welke interventies men gaat uitvoeren om onze NOC te bereiken.
1.1.4.2 EBN/EBP
EBN = evidence based nursing/EBP = evidence baded practise (les 2)
1.1.5 Evaluatie
Gebruik hiervoor de eerder bepaalde evaluatiecriteria (meetschalen)
Zijn de doelen bereikt?
Moet er bijgestuurd worden?
Wer de juiste diagnose gesteld?
1.1.5.1 Nursing Sensitive Outcomes
Nursing Sensitive Outocmes = NSO
U resultaat is enkel en alleen afhankelijk van een verpleegkundige diagnose en de daarop volgende
verpleegkundige interventies.
Alle NSO zijn NOC maar niet alle NOC zijn NSO.
1.2 NANDA
NANDA = North American Nursing Diagnoses Association
Eenduidig verpleegkundig begrippenkader
Classificatie
Standaardisatie van verpleegkundige diagnosen
Tweejaarlijkse update van verpleegkundige diagnosen