Anatomie en fysiologie
Hoofdstuk 1: Inleiding tot de anatomie en fysiologie
LEERDOELEN
De basale (=noodzakelijke) functies van levende organismen
beschrijven
De relatie tussen anatomie en fysiologie verklaren en de
verschillende specialisaties binnen elk van deze discipline
beschrijven
De belangrijkste organisatieniveaus in organismen kennen, vanaf
het eenvoudigste tot het meest complexe
De elf orgaanstelsels van het menselijk lichaam en hun
belangrijkste functies noemen
Het begrip homeostase verklaren en toepassen op een
verpleegkundige situatie
Beschrijven op welke wijze negatieve en positieve terugkoppeling
bij homeostatische regulering zijn betrokken
Doorsneden, lichaamsdelen en hun onderlinge positie aan de hand
van anatomische termen beschrijven
De belangrijkste holten van de romp en de onderverdelingen van
deze holten benoemen
o Gemeenschappelijke functies van levende wezens
o Begrippen anatomie & fysiologie
o Organisatieniveaus
o Orgaanstelsels
o Homeostase met inbegrip van terugkoppeling EXAMEN
o Anatomische termen
o Doorsneden
o Lichaamsholten
1.2 Anatomie
ANATOMIE
Studie van inwendige en uitwendige structuren en de fysieke relatie
tussen lichaamsdelen.
o Uitwendig: huid, oogbol
o Inwendig: long, ellepijp, klier
o Fysieke relaties
Wat is de samenhang?
Hoe koppelt een galblaas aan: (hier gaat het over 1
stelsel)
Enerzijds de lever, anderzijds de dunne darm
Wat is de samenhang tussen een longalveool
(=longblaasje) en een capillair bloedvat? (Hier gaat het
over meerdere stelsels)
, Long: ademhaling
Bloedvat: transport
Doel: saturatie te verkrijgen doorheen het lichaam
Bouw & functie zijn altijd met elkaar verweven
o Hartspiercel:
Kan samentrekken (hierdoor bloed rondpompen in lichaam)
Kan geen elektrische prikkels geleiden
o Zenuwcel
Kan prikkels geleiden
Kan niet samentrekken
Bouw = anatomie
o Je kijkt ernaar en beschrijft de situatie
Functie = fysiologie
o Hoe “werkt” nu zoiets, wanneer start en stopt een bepaald proces
o Bv. Wanneer wordt het hormoon EPO afgegeven door het nier
weefsel?
Zuurstoftekort = cyanose
Macroscopische anatomie
o Met blote oog waarneembaar (inwendig/uitwendig)
o Bestuderen van de vorm, oppervlakte kenmerken
o Regionale anatomie: bepaalde, afgebakende zone (bv. Bloedvaten)
o Systemische anatomie: meerdere orgaanstelsels = meerdere
organen
(Bv. Spijsverteringsstelsel binnen 1 stelsel OF spijsverteringsstelsel
in combinatie met zenuwstelsel en hormoonstelsel)
Microscopische anatomie
o Niet met blote oog waarneembaar
o Zichtbaar via lichtmicroscoop: cytologie (=het wetenschappelijke
vakgebied dat zich bezighoudt met de studie van cellen), histologie
(=weefselleer)
FYSIOLOGIE
Functioneren van de anatomische structuren
De fysiologie van de mens is de studie van de functies van het menselijke
lichaam.
Diverse niveaus:
o Cel fysiologie
Hoe functioneert 1 cel?
, o Orgaan fysiologie
Hoe functioneert een orgaan?
Bv. Long: wanneer start de inspiratie (pH
veranderingen, …), actief proces
Iets zet de long in actie!! Wat? Hoe? Wanneer? Sneller?
Trager?
o Orgaanstelsels
Samenwerking tussen stelsels
Na middageten voel ik me loom omdat de
spijsvertering start
Hoe breekt ons lichaam KH (= koolhydraten) , ET
(=eiwitten) en VT (= vetten) af tot vormen die
opgenomen worden in de bloedbaan?
Pathofysiologie
o Wanneer het fout gaat
Bv. Verstopte kransslagaders
1.3 Verschillende organisatieniveaus
DOELSTELLINGEN
• De student:
- Formuleert een exacte definitie van de volgende begrippen en kan deze
verduidelijken aan de hand van een tekening:
Intracellulair,
Extracellulair,
Intravasaal,
Kern,
Celwand, plasmamembraan
Interstitieel vocht
- Benoemt en definieert de verschillende organisatieniveaus
Hoofdstuk 1: Inleiding tot de anatomie en fysiologie
LEERDOELEN
De basale (=noodzakelijke) functies van levende organismen
beschrijven
De relatie tussen anatomie en fysiologie verklaren en de
verschillende specialisaties binnen elk van deze discipline
beschrijven
De belangrijkste organisatieniveaus in organismen kennen, vanaf
het eenvoudigste tot het meest complexe
De elf orgaanstelsels van het menselijk lichaam en hun
belangrijkste functies noemen
Het begrip homeostase verklaren en toepassen op een
verpleegkundige situatie
Beschrijven op welke wijze negatieve en positieve terugkoppeling
bij homeostatische regulering zijn betrokken
Doorsneden, lichaamsdelen en hun onderlinge positie aan de hand
van anatomische termen beschrijven
De belangrijkste holten van de romp en de onderverdelingen van
deze holten benoemen
o Gemeenschappelijke functies van levende wezens
o Begrippen anatomie & fysiologie
o Organisatieniveaus
o Orgaanstelsels
o Homeostase met inbegrip van terugkoppeling EXAMEN
o Anatomische termen
o Doorsneden
o Lichaamsholten
1.2 Anatomie
ANATOMIE
Studie van inwendige en uitwendige structuren en de fysieke relatie
tussen lichaamsdelen.
o Uitwendig: huid, oogbol
o Inwendig: long, ellepijp, klier
o Fysieke relaties
Wat is de samenhang?
Hoe koppelt een galblaas aan: (hier gaat het over 1
stelsel)
Enerzijds de lever, anderzijds de dunne darm
Wat is de samenhang tussen een longalveool
(=longblaasje) en een capillair bloedvat? (Hier gaat het
over meerdere stelsels)
, Long: ademhaling
Bloedvat: transport
Doel: saturatie te verkrijgen doorheen het lichaam
Bouw & functie zijn altijd met elkaar verweven
o Hartspiercel:
Kan samentrekken (hierdoor bloed rondpompen in lichaam)
Kan geen elektrische prikkels geleiden
o Zenuwcel
Kan prikkels geleiden
Kan niet samentrekken
Bouw = anatomie
o Je kijkt ernaar en beschrijft de situatie
Functie = fysiologie
o Hoe “werkt” nu zoiets, wanneer start en stopt een bepaald proces
o Bv. Wanneer wordt het hormoon EPO afgegeven door het nier
weefsel?
Zuurstoftekort = cyanose
Macroscopische anatomie
o Met blote oog waarneembaar (inwendig/uitwendig)
o Bestuderen van de vorm, oppervlakte kenmerken
o Regionale anatomie: bepaalde, afgebakende zone (bv. Bloedvaten)
o Systemische anatomie: meerdere orgaanstelsels = meerdere
organen
(Bv. Spijsverteringsstelsel binnen 1 stelsel OF spijsverteringsstelsel
in combinatie met zenuwstelsel en hormoonstelsel)
Microscopische anatomie
o Niet met blote oog waarneembaar
o Zichtbaar via lichtmicroscoop: cytologie (=het wetenschappelijke
vakgebied dat zich bezighoudt met de studie van cellen), histologie
(=weefselleer)
FYSIOLOGIE
Functioneren van de anatomische structuren
De fysiologie van de mens is de studie van de functies van het menselijke
lichaam.
Diverse niveaus:
o Cel fysiologie
Hoe functioneert 1 cel?
, o Orgaan fysiologie
Hoe functioneert een orgaan?
Bv. Long: wanneer start de inspiratie (pH
veranderingen, …), actief proces
Iets zet de long in actie!! Wat? Hoe? Wanneer? Sneller?
Trager?
o Orgaanstelsels
Samenwerking tussen stelsels
Na middageten voel ik me loom omdat de
spijsvertering start
Hoe breekt ons lichaam KH (= koolhydraten) , ET
(=eiwitten) en VT (= vetten) af tot vormen die
opgenomen worden in de bloedbaan?
Pathofysiologie
o Wanneer het fout gaat
Bv. Verstopte kransslagaders
1.3 Verschillende organisatieniveaus
DOELSTELLINGEN
• De student:
- Formuleert een exacte definitie van de volgende begrippen en kan deze
verduidelijken aan de hand van een tekening:
Intracellulair,
Extracellulair,
Intravasaal,
Kern,
Celwand, plasmamembraan
Interstitieel vocht
- Benoemt en definieert de verschillende organisatieniveaus