1
Samenvatting Praktisch Burgerlijk Recht
Deel 1: Inleiding tot het recht
1. Algemene inleiding
1.1 Verantwoording
Recht speelt een belangrijke rol zowel in het privé- als in het beroepsleven van eenieder, hierdoor
wordt iedereen verondersteld de wet te kennen.
Naast de rechtsregels gelden in onze samenleving nog andere normenstelsels die niet behoren tot
ons rechtssysteem.
Godsdienstige regels: godsdienst beoogt de eeuwige zaligheid van de mens. De regels worden
geopenbaard door het Opperwezen en regelen de relatie tussen de godheid en de mens. Het is
duidelijk dat religie het recht beïnvloedt. (bv. zondag = rustdag, betaalde christelijke feestdagen)
Morale regels: algemene richtlijnen die bij niet-naleving gesanctioneerd worden door een slecht
geweten. Ondanks de verschillen raken recht en moraal elkaar op verschillende vlakken. (bv. goede
zeden art. 6 BW en goede trouw art. 1134 BW
1.2 Het begrip recht
Het objectieve recht is een geheel van algemeen geldende normatieve regelen opgelegd of
ontvangen en bekrachtigd door de staat waarvan de naleving afdwingbaar is en die de ordening van
het maatschappelijke leven beogen
1.2.1 Een geheel van algemeen geldende normatieve regelen
A Verbods-, gebods-, toelatings-, en organieke regels
• Verbodsregels: “je mag niet” (bv. art. 144 BW, art. 215 BW)
• Gebodsregels: “je moet” (bv. art. 203 BW, art. 213 BW)
• Toelatingsregels: het geven van zo’n toelating houdt dan impliciet voor de anderen het
verbod in om de uitoefening van deze bevoegdheid te beperken. Het soort gedrag kun je
meestal afleiden uit het gebruikte werkwoord (bv. moeten, dienen, is toegestaan, … )
• Organieke regels: ze hebben niets te maken met enige gedraging, het zijn regels die iets
organiseren.
B dwingend of aanvullend recht
• Dwingend recht: moeten worden nageleefd door elk rechtssubject. Bij niet-naleving volgt
een sanctie Dit recht wordt nog is opgedeeld in 2 soorten:
De regels die de openbare orde art. 6 BW en de goede zeden art. 143 BW aanbelangen.
De regels die sommige groepen zwakkere personen beschermen. art. 1678 BW
→ minderjarigen art. 488 BW
,2
→ onbekwaam verklaarde geesteszieken art. 488 BIS en art. 489 BW
→ onder invloed van dwaling/dwang art. 1110 BW en art. 1116 BW
→ de consument art. VI.85 WER
• Aanvullend recht: ze gelden voor rechtssubjecten enkel voor zover zij geen andere regeling
getroffen hebben. Je hebt als rechtssubject de keuze om de aanvullende bepalingen van de
wet te volgen.
C Individuele of algemene normen
• Individuele normen: slechts weinig individuele normen hebben betrekking op een bepaald
rechtssubject.
• Algemene normen: gelden voor alle rechtssubjecten die zich in dezelfde feitelijke
omstandigheden bevinden. Een aantal gevallen in de wet zijn hierdoor redelijk vaag. (bv.
daad waardoor schade wordt veroorzaakt art. 1382 BW of zware schuld art. 18 W.
arbeidsovereenkomsten)
1.2.2 Door de staat opgelegde of ontvangen en bekrachtigde normen
Een staat kan omschreven worden als een entiteit die beschikt over een bevolking, een grondgebied
en een regering die gezag uitoefent en die bovendien soeverein en onafhankelijk is, aangezien dat de
staat soeverein is geldt het recht boven elk ander normenstelsel. Bovendien kunnen er op
verschillende niveaus binnen de overheid regels uitgevaardigd worden.
Sommige normen ontstaan echter door toedoen van het rechtssubject zelf. (bv. gewoonte = een
herhaaldelijke gedraging van het rechtssubject en een door de overheid erkende of opgelegde
sanctie.) Tenslotte worden rechtsregels ook gecreëerd door rechtsspraak.
1.2.3 Afdwingbare normen
De rechtsregels hebben tot doel om een bepaald gedrag af te dwingen van rechtssubjecten. Meestal
worden de rechtsregels vrijwillig nageleefd. Toch is het voor de overheid noodzakelijk om een
systeem van afdwingbaarheid op te stellen.
In een moderne maatschappij is het ontoelaatbaar dat de rechtssubjecten zelf instaan voor het
afdwingen van de regels. Dit is de opdracht van de staat. De staat moet sancties, gesteld op het niet-
naleven van rechtsnormen, en nodige structuren organiseren (bv. rechtbanken, politie, gevangenis,
…) die over de naleving van het recht oordelen en de sanctie eventueel uitvoeren.
1.2.4 Normen die de ordening van het maatschappelijke leven beogen
De taak van het recht ligt in het scheppen van orde. Het moet verhinderen dat de ‘wet van de
sterkste’ geldt.
, 3
2. Indeling van her recht
2.1 Het objectief recht
2.1.1 Inleiding
Traditioneel maakt men een onderscheid tussen privaat- en publiekrecht maar een scherpe scheiding
is niet te trekken. Sommige rechtstakken vertonnen kenmerken van beide categorieën en worden
eerder op grond van een gradueel dan wel van een intrinsiek verschil als publiek- of
privaatrechtrechtelijk geklasseerd.
2.1.2 Het publiekrecht
Hiertoe behoren de objectieve rechtsnormen die het algemeen belang betreffen.
• Het grondwettelijk of constitutioneel recht
Het omvat alle regels die de vestiging, de structuur en de uitoefening van het soevereine gezag
betreffen. Het regelt ook de inrichting van de staatsmachten, hun onderlinge verhoudingen en de
grondrechte die aan de burgers zijn toegekend.
• Het administratief- of bestuursrecht
Het omvat de regels betreffende de inrichting en de werking van de organen van de uitvoerende
macht (de regering en de ambtenaren) waarvoor de principes in het grondwettelijk recht zijn
neergelegd. Het bepaald ook hoe de staat en zijn onderverdelingen (provincies, gemeenten en
openbare instellingen) functioneren.
• Het strafrecht
→ Het materieel strafrecht beschrijft de strafbare feiten e de eraan verbonden straffen. Afhankelijk
van de zwaarte van het strafbaar feit onderscheidt het Belgisch Strafwetboek 3 soorten misdrijven:
Politiestraf bij overtredingen: - gevangenisstraf = 1 tot 7 dagen art. 28 SW
- werkstraf = 20 tot 45 uur art. 37 quinquies en art. 2 SW
- geldboete = 1 tot 25 euro art. 38 eerste lid SW
Correctionele straf bij wanbedrijven: - gevangenisstraf = 8 dagen tot 40 jaar art. 25 SW
- Werkstraf = < 300 uur art. 37 quinquies en art. 2 SW
- Geldboete = > 26 euro art. 38 tweede lid SW
Criminele straf bij misdaden: - opsluiting = levenslang = minstens 5 jaar art. 8-9 SW
- hechtenis = levenslang = ten hoogste 40 jaar
→ Het formele strafprocesrecht bevat de regels over de wijze waarop een onderzoek naar eventuele
misdrijven gevoerd moesten worden, hoe de procedure voor de bevoegde rechtbank verloopt en op
welke wijze de uitgesproken straffen dienen uitgevoerd te worden.
• Het fiscaal recht
Het geheel van regels betreffende het heffen en innen van belastingen. Zij worden verdeeld in 2
groepen: directe en indirecte belastingen
Samenvatting Praktisch Burgerlijk Recht
Deel 1: Inleiding tot het recht
1. Algemene inleiding
1.1 Verantwoording
Recht speelt een belangrijke rol zowel in het privé- als in het beroepsleven van eenieder, hierdoor
wordt iedereen verondersteld de wet te kennen.
Naast de rechtsregels gelden in onze samenleving nog andere normenstelsels die niet behoren tot
ons rechtssysteem.
Godsdienstige regels: godsdienst beoogt de eeuwige zaligheid van de mens. De regels worden
geopenbaard door het Opperwezen en regelen de relatie tussen de godheid en de mens. Het is
duidelijk dat religie het recht beïnvloedt. (bv. zondag = rustdag, betaalde christelijke feestdagen)
Morale regels: algemene richtlijnen die bij niet-naleving gesanctioneerd worden door een slecht
geweten. Ondanks de verschillen raken recht en moraal elkaar op verschillende vlakken. (bv. goede
zeden art. 6 BW en goede trouw art. 1134 BW
1.2 Het begrip recht
Het objectieve recht is een geheel van algemeen geldende normatieve regelen opgelegd of
ontvangen en bekrachtigd door de staat waarvan de naleving afdwingbaar is en die de ordening van
het maatschappelijke leven beogen
1.2.1 Een geheel van algemeen geldende normatieve regelen
A Verbods-, gebods-, toelatings-, en organieke regels
• Verbodsregels: “je mag niet” (bv. art. 144 BW, art. 215 BW)
• Gebodsregels: “je moet” (bv. art. 203 BW, art. 213 BW)
• Toelatingsregels: het geven van zo’n toelating houdt dan impliciet voor de anderen het
verbod in om de uitoefening van deze bevoegdheid te beperken. Het soort gedrag kun je
meestal afleiden uit het gebruikte werkwoord (bv. moeten, dienen, is toegestaan, … )
• Organieke regels: ze hebben niets te maken met enige gedraging, het zijn regels die iets
organiseren.
B dwingend of aanvullend recht
• Dwingend recht: moeten worden nageleefd door elk rechtssubject. Bij niet-naleving volgt
een sanctie Dit recht wordt nog is opgedeeld in 2 soorten:
De regels die de openbare orde art. 6 BW en de goede zeden art. 143 BW aanbelangen.
De regels die sommige groepen zwakkere personen beschermen. art. 1678 BW
→ minderjarigen art. 488 BW
,2
→ onbekwaam verklaarde geesteszieken art. 488 BIS en art. 489 BW
→ onder invloed van dwaling/dwang art. 1110 BW en art. 1116 BW
→ de consument art. VI.85 WER
• Aanvullend recht: ze gelden voor rechtssubjecten enkel voor zover zij geen andere regeling
getroffen hebben. Je hebt als rechtssubject de keuze om de aanvullende bepalingen van de
wet te volgen.
C Individuele of algemene normen
• Individuele normen: slechts weinig individuele normen hebben betrekking op een bepaald
rechtssubject.
• Algemene normen: gelden voor alle rechtssubjecten die zich in dezelfde feitelijke
omstandigheden bevinden. Een aantal gevallen in de wet zijn hierdoor redelijk vaag. (bv.
daad waardoor schade wordt veroorzaakt art. 1382 BW of zware schuld art. 18 W.
arbeidsovereenkomsten)
1.2.2 Door de staat opgelegde of ontvangen en bekrachtigde normen
Een staat kan omschreven worden als een entiteit die beschikt over een bevolking, een grondgebied
en een regering die gezag uitoefent en die bovendien soeverein en onafhankelijk is, aangezien dat de
staat soeverein is geldt het recht boven elk ander normenstelsel. Bovendien kunnen er op
verschillende niveaus binnen de overheid regels uitgevaardigd worden.
Sommige normen ontstaan echter door toedoen van het rechtssubject zelf. (bv. gewoonte = een
herhaaldelijke gedraging van het rechtssubject en een door de overheid erkende of opgelegde
sanctie.) Tenslotte worden rechtsregels ook gecreëerd door rechtsspraak.
1.2.3 Afdwingbare normen
De rechtsregels hebben tot doel om een bepaald gedrag af te dwingen van rechtssubjecten. Meestal
worden de rechtsregels vrijwillig nageleefd. Toch is het voor de overheid noodzakelijk om een
systeem van afdwingbaarheid op te stellen.
In een moderne maatschappij is het ontoelaatbaar dat de rechtssubjecten zelf instaan voor het
afdwingen van de regels. Dit is de opdracht van de staat. De staat moet sancties, gesteld op het niet-
naleven van rechtsnormen, en nodige structuren organiseren (bv. rechtbanken, politie, gevangenis,
…) die over de naleving van het recht oordelen en de sanctie eventueel uitvoeren.
1.2.4 Normen die de ordening van het maatschappelijke leven beogen
De taak van het recht ligt in het scheppen van orde. Het moet verhinderen dat de ‘wet van de
sterkste’ geldt.
, 3
2. Indeling van her recht
2.1 Het objectief recht
2.1.1 Inleiding
Traditioneel maakt men een onderscheid tussen privaat- en publiekrecht maar een scherpe scheiding
is niet te trekken. Sommige rechtstakken vertonnen kenmerken van beide categorieën en worden
eerder op grond van een gradueel dan wel van een intrinsiek verschil als publiek- of
privaatrechtrechtelijk geklasseerd.
2.1.2 Het publiekrecht
Hiertoe behoren de objectieve rechtsnormen die het algemeen belang betreffen.
• Het grondwettelijk of constitutioneel recht
Het omvat alle regels die de vestiging, de structuur en de uitoefening van het soevereine gezag
betreffen. Het regelt ook de inrichting van de staatsmachten, hun onderlinge verhoudingen en de
grondrechte die aan de burgers zijn toegekend.
• Het administratief- of bestuursrecht
Het omvat de regels betreffende de inrichting en de werking van de organen van de uitvoerende
macht (de regering en de ambtenaren) waarvoor de principes in het grondwettelijk recht zijn
neergelegd. Het bepaald ook hoe de staat en zijn onderverdelingen (provincies, gemeenten en
openbare instellingen) functioneren.
• Het strafrecht
→ Het materieel strafrecht beschrijft de strafbare feiten e de eraan verbonden straffen. Afhankelijk
van de zwaarte van het strafbaar feit onderscheidt het Belgisch Strafwetboek 3 soorten misdrijven:
Politiestraf bij overtredingen: - gevangenisstraf = 1 tot 7 dagen art. 28 SW
- werkstraf = 20 tot 45 uur art. 37 quinquies en art. 2 SW
- geldboete = 1 tot 25 euro art. 38 eerste lid SW
Correctionele straf bij wanbedrijven: - gevangenisstraf = 8 dagen tot 40 jaar art. 25 SW
- Werkstraf = < 300 uur art. 37 quinquies en art. 2 SW
- Geldboete = > 26 euro art. 38 tweede lid SW
Criminele straf bij misdaden: - opsluiting = levenslang = minstens 5 jaar art. 8-9 SW
- hechtenis = levenslang = ten hoogste 40 jaar
→ Het formele strafprocesrecht bevat de regels over de wijze waarop een onderzoek naar eventuele
misdrijven gevoerd moesten worden, hoe de procedure voor de bevoegde rechtbank verloopt en op
welke wijze de uitgesproken straffen dienen uitgevoerd te worden.
• Het fiscaal recht
Het geheel van regels betreffende het heffen en innen van belastingen. Zij worden verdeeld in 2
groepen: directe en indirecte belastingen