Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Uitgewerkte examenvragen Cel en weefsel

Rating
-
Sold
3
Pages
14
Grade
9-10
Uploaded on
30-12-2020
Written in
2017/2018

Met dit document behaalde ik 18/20!!

Institution
Course

Content preview

Cel en weefsel examenvragen

Bijvragen:
1. Beschrijf de microscopische bouw v/d milt.
2. Bespreek de regulatie van de celdeling
- Controlesysteem
- Cycline-afhankelijke kinasen
 Op verschillende manieren gereguleerd:
1. Cyclines
 Soms aanwezig tijdens celcyclus:
 Worden aangemaakt en afgebroken tijdens celcyclus
 F: eiwit fosforyleren
 Vormverandering (van actief naar inactief en omgekeerd)
 Enkel Cdk/Cyc complexen kunnen doeleiwitten fosforyleren:
 Aanwezig in elke cel
2. Fosforylering
 Zorgt voor comformatieverandering:
 Op positie 160  activerende fosforylering
 Op positie 14 en 15  inhiberende fosforylering
3. Cdk inhibitoren
 = een eiwit
 Gebonden met Cdk complex?  complex werkt niet
 2 families:
1) INK4 familie
 Vormen complexen met Cdk
 Hierdoor kan Cyc niet binden
2) Cip/Kip familie
 Belangrijke eiwit = p21
 Controle DNA-replicatie:
1) …………………………………….. P. 5 regulatie celdeling
3. Beschrijf de microscopische bouw van de lymfeknoop
4. Bespreek voor LM en EM de bouw van een zenuwcel
5. Bespreek de thymus
6. Bespreek de vorming van lang beenderen
7. Bespreek verschillende kraakbeentypen
8. Bespreek de microscopische bouw van compact lamellair bot.
9. Bespreek het substraat v/dd elektromechanische koppeling in de skeletspier
- Hoe stimulus van zenuwcel in spiercel?
- Hoe gaat contractie in zijn werking?
- Om contractiestimuli in volledige spiercel gelijktijdig te laten verlopen, hebben
skeletspieren een speciaal gevormd sarcolemma. Dit sarcolemma vertoont lange
vingervormige uitlopers die loodrecht op celoppervlak staan en tot diep in

, spiercel doordringen, waar ze de afzonderlijke myofibrillen omgeven. Deze
uitlopers worden de transversale of T- tubuli genoems. Merk op dat het ‘lumen’
van deze tubuli in feite tot het extracellulair milieu behoort. Functioneel
belangrijk is dat de T-tubuli contact maken met sarcoplasmatisch reticulum
(gespecialiseerd glad endoplasmatisch reticulum) dat als een netwerk van
membraneuze zakvormige structuren elk myofibril omgeeft. De T-tubulus maakt
contact met 2 laterale componenten v/h sacroplasmatisch reticulum, wat je
samen een triade noemt. Deze vind je terug op elke overgang van een A-band
naar een I-band en speelt een sleutelrol bij de excitatie-contractie koppeling v/d
skeletspiercel. Skeletspiercellen contraheren onder invloed van een impuls
afkomstig van een motorische zenuwcel (=motorisch neuron). In de buurt van de
spiercel zal de zenuwvezel zijn myelineschede verliezen, maar nog omgeven zijn
door steuncellen die de Schwanncellen worden genoemd.(zie hoofdstuk
zenuwweefsel). Op de plaats van contact tussen het uiteinde van een zenuwcel
(=axon) en de spiercel vind je een motorische eindplaat terug, wat in feite een
verzameling van myoneuronale synapsen (ook wel neuromusculairejuncties
genoemd).
- Troponine-tropomyosinecomplex  depolaristaie over t-celmembraan gaat via
de t-tubuli naar de myofibrillen. De t-tubuli zijn verbonden met het
secroplasmatisch reticulum dat Calcium vrijstelt en dat bindt op het C-deel van
troponine waardoor het troponine-myosine complex van vorm veranderd, de
bindsplaatsen voor myosine en actine vrijkomen en de spiercel contraheert.
10. Bespreek meiose
- Geslachtelijke voortplanting
- Aantal chromosomen van diploïd (germinatieve cel) naar haploïd (gameten)
1) Meiose I / de eigenlijke reductiedeling
 Profase I
 Cross-over:
 Uitwisseling van chromosomaal materiaal tussen homologe
chromosomen, dus parentaal en maternaal
 Willekeurige herverdeling van homologe chromosomen:
 In menselijke genoom  23 paar chromosomen dus er zijn
veel mogelijke posities mogelijk
 Samen met cross-over  volledige herschikking van het
genoom is aanwezig
1. Leptoteen / leptonema
 Chromosomen gaan condenseren  worden zichtbaar
 Chromosomen zijn gewonden rond eiwitachtige as
 Elk chromosoom  bestaat uit 2 niet te onderscheide
zusterchromatide
 Elke chromosoom  met beide uiteinde vast aan
kernmembraan
2. Zygoteen
 begint als er synapsis is tussen homologe chromosomen

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 30, 2020
Number of pages
14
Written in
2017/2018
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

$15.81
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
axellespooren Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
27
Member since
8 year
Number of followers
19
Documents
23
Last sold
1 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions