Hoofdstuk 1 – Wat is druk?
1 Wat is druk op een oppervlak? .
Drukkracht F uitgeoefend op oppervlak → oppervlak wordt ingedrukt
Indrukking afhankelijk van: – Grootte drukkracht F
– Grootte contactoppervlak A
Mate van de indrukking wordt weergegeven door de grootheid druk met
symbool p.
p = F/A – Neemt toe met toenemende krachtgrootte (F)
– Neemt af met toenemende grootte van het oppervlak (A)
SI-eenheid druk: Pascal uitgedrukt in Pa.
1 Pa = 1 N/m² Pascal is een kleine eenheid ⇒ gebruik van hPa en kPa.
→ 1 hPa (1 hectopascal) = 1 . 10² Pa
→ 1 kPa (1 kilopascal) = 1 . 10³ Pa
Verschil drukkracht en druk
Drukkracht Kracht uitgeoefend op een oppervlak.
Druk Statisch effect als gevolg van drukkracht.
→ Grootte drukkracht verdeeld over het contactoppervlak (bepaald
het statisch effect)
Statisch effect drukkracht beïnvloeden → keuze geschikt contactoppervlak
- Klein contactoppervlak → groot effect
→ Grote druk
- Groot contactoppervlak → klein effect
→ Kleine druk
, 2 Wat is druk in een gas? .
Gasdeeltjes bewegen vrij in afgesloten ruimte.
→ Talloze botsingen tegen de wanden.
→ Uitoefenen kracht op wanden → er ontstaat druk op elke wand.
Druk meten door drukmeter aan te sluiten. (Luchtdruk adhv. barometer.)
- Analoge drukmeter: aflezen druk op wijzerplaat
- Digitale drukmeter: aflezen op scherm met cijfertjes.
Druk in gas is groot ⇒ gebruik bar en mbar
→ 1 bar = 1 . 105 Pa
→ 1 mbar = 1 . 10-3 bar = 1 . 10-3 . 105 Pa = 1 . 10² Pa = 1 hPa
Door druk van botsende gasdeeltjes ontstaat er een kracht op de wanden.
p = F/A ⇒ F = p . A
Gemiddelde snelheid is de maat voor temperatuur
- Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de deeltjes bewegen
→ Meer botsingen tegen de wand → druk stijgt.
- Hoe lager de temperatuur, hoe trager de deeltjes bewegen
→ Minder botsingen tegen de wand → druk daalt.
Absolute nulpunt
- Temperatuur = -273,15°C (0K = 0 Kelvin)
- Deeltjes bewegen niet meer.
- Geen botsingen tegen de wanden ⇒ Druk is 0.
Verschillende temperatuureenheden
Temperatuur θ Graden Celsius | °C
Temperatuur T Kelvin | K