METHODEN VOOR WETENSCHAPPELIJK
ONDERZOEK
LES 1:
Zie praktische informatie powerpoint
LES 2:
Inleiding
- Niet-wetenschappelijke methoden om kennis te vergaren:
1. Vasthoudendheid (tenacity)
2. Intuïtie
3. Autoriteit
4. Rationalisme
5. Empirie
- De wetenschappelijke methode
- De empirische cyclus
NIET-WETENSCHAPPELIJKE METHODEN OM KENNIS TE VERGAREN
Vasthoudendheid (tenacity)
= we accepteren informatie als waar, omdat het altijd zo geweest is of omdat bijgeloof de informatie
ondersteund
= gewoonte of bijgeloof
= clichés (vb opposite attract)
= bepaalde overtuigingen worden voorgesteld als feiten
MAAR info kan foutief zijn en het corrigeren is zeer moeilijk
Intuïtie
= we accepteren informatie als waar, omdat dit ‘juist aanvoelt’
= buikgevoel, voorgevoel of instinct
= snelle manier
= vaak gebruikt wanneer we over geen enkele info beschikken
= ethische vraagstukken of morele dilemma’s worden hiermee opgelost
= vb: ik voel aan dat mijn vriendin een slechte dag heeft
MAAR geen enkele manier om accurate en foutieve info te onderscheiden
,Methoden voor wetenschappelijk onderzoek Van den Bussche Eva
Autoriteit
= we accepteren informatie als waar, omdat de informatie afkomstig is van een expert rond dat onderwerp
= gebaseerd op vertrouwen in een autoriteit, expert
= consulteren van een expert, het werk lezen van een expert, google, boeken, tv, internet, …
= vaak een startpunt om kennis te vergaren (snel en makkelijk)
= omvat ook de methode van geloof: blind vertrouwen in een autoriteitsfiguur waardoor we diens info
accepteren zonder twijfel of toetsing
MAAR levert niet altijd accurate info op
• Experts zelf kunnen gebiast zijn
Gebiast = bevooroordeeld
• Info kan een subjectieve opinie reflecteren
• Expertise wordt gegeneraliseerd naar andere domeinen
Vb parfum bij bekende acteurs, voor reclame niet perse voor kwaliteit
• De expertise wordt niet in vraag gesteld
• Expert is niet echt een expert
Rationalisme
= antwoorden zoeken door logisch te redeneren
= we vertrekken van een set gekende feiten of assumpties (= premissen) en gebruiken logica om tot een
conclusie of antwoord te komen
= vb: premissen en (logische) conclusies
= indien: premissen waar? Dan zal onze conclusie ook correct zijn als we logisch redeneren
= let op: de rationale methode start pas na de premissen
= geen info verzameld, geen observaties, geen evidentie, …
= vaak gebruikt om alternatieven logisch af te wegen, zonder alle mogelijkheden ook daadwerkelijk uit te
proberen
= vb: wat doe je als je auto stuk is? Alternatieven afwegen en beste optie selecteren
MAAR
• alles staat of valt met de juistheid van de premissen
• alles staat of valt bij de juistheid van logisch redeneren`
voorbeeld:
Premis 1: Een angstaanjagende ervaring met een hond veroorzaakt angst voor honden in de toekomst
Premis 2:
Amy heeft angst voor honden
Logische conclusie: Dus, Amy heeft een angstaanjagende ervaring met een hond gehad
à NIET VALIDE!
,Methoden voor wetenschappelijk onderzoek Van den Bussche Eva
Empirie
= antwoorden zoeken door directe observatie of directe sensorische ervaring
= “alle kennis wordt verworven door de zintuigen”
= vb: in de zomer is het warmer dan in de winter
= veel antwoorden zijn beschikbaar door de wereld rond ons te observeren
MAAR
• Onze waarneming en interpretatie is van de wereld rond ons zijn niet altijd correct
• Sensorische ervaring kan ons misleiden (illusies)
• Invloed van voorkennis, verwachtingen, gevoelens, overtuigingen op perceptie
• Misinterpretatie van sensorische ervaring (vb ooggetuige)
• Kost tijd: met de empirische methode ga je bij een probleem verschillende oplossingen uitproberen (<-
> rationele methode) = trial-and-error
Rationele methode: auto stuk? 1 beste optie kiezen
Empirische methode: auto stuk? Alles uitproberen
• Kan gevaarlijk zijn (bv zouden deze paddenstoelen eetbaar of giftig zijn?)
Methoden om kennis te vergaren
• Vasthoudendheid (tenacity) Niet-kritische technieken, nuttig voor het snel
• Intuïtie beantwoorden van vragen die geen belangrijke
consequenties hebben indien een fout antwoord
• Autoriteit geaccepteerd wordt
• Rationalisme Stellen meer eisen aan de info en antwoorden
• Empirie die ze produceren. Cruciale componenten van
de wetenschappelijke methode
à Niet-wetenschappelijke methoden
19 Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen
, Methoden voor wetenschappelijk onderzoek Van den Bussche Eva
DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE
= manier om kennis te vergaren waarbij specifieke vragen geformuleerd worden en er vervolgens systematisch
naar antwoorden gezocht wordt
- Bevat verschillende elementen van de niet-wetenschappelijke methoden
- Deze combinatie tracht de beperkingen van de individuele methoden te vermijden
- Doel = zo accuraat mogelijke antwoorden bekomen
- Bevat verschillende stappen
“als ik mij pijn doe, heb ik de neiging om te vloeken”
STAP 1
• Observeren van gedrag of andere fenomenen
• Trekt je aandacht, roept vragen op
• Vaak informeel, natuurlijk, niet gepland, niet systematisch
• Directe observatie of indirect (iemand anders heeft dat geobserveerd
• Observaties generaliseren naar een bredere stelling: inductie
= op basis van enkele observaties wordt een algemene conclusie bereikt
Voorbeeld: vloeken is een gebruikelijke, bijna universele, reactie op pijn
STAP 2
• Hypotheses vormen
• Identificatie van variabelen die geassocieerd zijn met je observatie
• Variabelen: karakteristieken of condities die variëren binnen en/of tussen verschillende personen (vb
leeftijd, geslacht, persoonlijkheid, gezondheid, ...)
• Je observaties kunnen beïnvloed worden door verschillende variabelen en deze kunnen de observatie
(deels) verklaren
Vb: vloeken alleen? Of in groep? Plaats? Vb alleen thuis of op sollicitatiegesprek
• Selecteer een van de mogelijke verklaringen voor de observatie die je gaat evalueren in een
wetenschappelijke studie = HYPOTHESE
• Bevat een beschrijving/verklaring van een relatie tussen variabelen
• Andere mogelijke verklaringen worden niet ontkend, maar (voorlopig) niet opgenomen
• Geen definitieve verklaring, maar een mogelijke voorlopige verklaring die getest en kritisch geëvalueerd
moet worden
Voorbeeld: de geobserveerde relatie tussen pijn en vloeken kan beïnvloed worden door verschillende
andere variabelen (acute vs chronische pijn, alleen of in aanwezigheid van anderen, persoonlijkheid, …)
Voorbeeld: vloeken isi een gebruikelijke reactie op pijn omdat het vloeken de ervaring van pijn wijzigt en
de ervaren intensiteit van de pijn vermindert