Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting inleiding publiekrecht HAN

Rating
-
Sold
1
Pages
28
Uploaded on
24-09-2025
Written in
2024/2025

Dit is een samenvatting van alle stof die voorgeschreven is bij de HAN van het vak inleiding publiekrecht. De college aantekeningen zijn ook in deze samenvatting verwerkt.

Institution
Course

Content preview

Aantekeningen publiekrecht
Les 1: wat is staatsrecht?

Publiekrecht -> het recht dat de verhouding tussen burger en overheid
regelt (bv. Vergunning, uitkeringen)

Rechtsgebieden publiekrecht:
 Bestuursrecht
 Strafrecht
 Staatsrecht
Onderscheid met privaatrecht -> koopovereenkomst

Wat is een staat? -> gebied waar mensen leven en die zich moeten
houden aan bepaalde regels, kenmerken:
- Aanwezigheid van een volksgemeenschap
- Een grondgebied (afgebakend door grenzen)
- Een orgaan oefent gezag uit (in Nederland de overheid)
Staatsrecht: geeft regels over hoe een staat ingericht moet zijn (de regels
en wetten over het orgaan, de overheid)

-> staatsrecht is te vinden in de grondwet, gemeentewet, eu-recht,
statuut, provincierecht, regelementen van orde, verdragen

Statuut: een officieel regelement dat de rechten, plichten en
bevoegdheden van personen binnen een groep (zoals een staat, bedrijf of
opleiding) vastlegt

Charles Montesquieu -> heeft de trias politica bedacht (het is niet handig
om alle recht bij één persoon te leggen, maar verdeel het

Trias politica: niet alle recht moet bij één persoon of een groep worden
gelegd, maar moet worden verdeeld in 3 groepen:
1. Rechtsprekende macht -> H6 grondwet (rechters)
2. Uitvoerende macht -> H2 grondwet (regering -> koning, ministers
en staatssecretarissen)
3. Wetgevende macht -> H3 grondwet (staten generaal -> eerste en
tweede kamer (parlement))
Trias politica heeft elkaar wel nodig, want ze moeten elkaar controleren -
> checks and balances
-> art. 81 Gw -> vorm van checks and balances, je ziet hier dat de
regering (uitvoerende macht) en de staten generaal (wetgevende macht)
een wet tot stand kunnen brengen. Je ziet hier dus dat er twee machten
samen kunnen werken

,Wet in formele zin is altijd opgezet door staten generaal en regering (art.
81 Gw), je herkent dit aan het woordje wet

Legaliteitsbeginsel: ieder overheidsoptreden moet op een wettelijke
grondslag berusten (alles wat de overheid doet, moet terug te vinden zijn
in de wet), dit is bedacht omdat de rechters dan geen uitzondering
kunnen maken tussen personen

Les 2: wat is de centrale overheid?

De centrale overheid:
1. De Staten-Generaal (-> eerste en tweede kamer gezamenlijk (art.
51 lid 1 Gw), ook wel parlement genoemd)
 Taak: vertegenwoordigen van het Nederlandse volk (art. 50 Gw)
2. De regering (koning + ministers) (art. 42 lid 1 Gw)
3. De minister en de staatssecretarissen (kabinet)

Democratie: de bron van de staatsmacht berust bij het hele volk, bij alle
burgers (-> Nederland kunnen we een democratie noemen, omdat de
burgers kiezen wie het land regeert)
Parlementaire democratie: centrum van alle staatsmacht vormt het
parlement dat op democratische wijze door het volk (de burgers) wordt
gekozen (-> Nederland kunnen we een parlementaire democratie
noemen)
- Het volk kiest de volksvertegenwoordigers van politieke partijen
(landelijk niveau)
- Het volk kiest de provinciale staten (provinciaal niveau)
- Het volk kiest de gemeenteraad (gemeentelijk niveau)

Actief kiesrecht: de mogelijkheid om op anderen te stemmen
Passief kiesrecht: de mogelijkheid zelf te worden gekozen
Bij het actief kiesrecht gelden in Nederland de volgende beperkingen -> je
moet op grond van art. 54 Gw:
- Nederlander zijn
- Ten minste 18 jaar zijn
- Niet veroordeeld zijn tot een vrijheidsstraf van ten minste een jaar
en daarbij door de rechte niet ontzet zijn uit het kiesrecht

Beperkingen passief kiesrecht (art. 56 Gw) -> Je moet om lid te kunnen
zijn van de Staten-Generaal:
- Nederlander zijn
- Ten minste 18 jaar zijn
- Niet uitgesloten zijn van het kiesrecht

, Niemand kan tegelijkertijd lid zijn van zowel de tweede kamer als de
eerste kamer (art. 57 lid 1 Gw)

Er zijn 16 politieke partijen en 150 zetels in de tweede kamer (art. 51 lid 2
Gw)-> de zittingsduur bestaat uit 4 jaar (art. 52 lid 1 Gw)
De tweede kamer kiezen zelf een voorzitter (art. 61 lid 1 Gw)

De eerste kamer bestaat uit 75 leden (art. 51 lid 3 Gw) -> de zittingsduur
bestaat uit 4 jaar (art. 52 lid 1 Gw)
 Deze leden worden gekozen door de provinciale staten (art. 55
Gw) (en de brugers kiezen dan weer voor de provinciale staten -
> dus de burgers kiezen indirect voor de eerste kamer)
De eerste kamer kiezen ook zelf een voorzitter (art. 61 lid Gw)
Functies eerste kamer:
1. (mede)wetgevende taak -> kan een wetsvoorstel van de Tweede
Kamer aannemen of verwerpen (art. 85 Gw)
2. Controlerende taak -> de eerste kamer controleert de regering (art.
105 lid 1 Reglement van Orde Eerste Kamer)
Globaal zijn er 2 kiesstelsels:
3. Het districtenstelsel -> kandidaten worden per district gekozen voor
het parlement (zoals het presidentschap in de VS)
4. Het stelsel van evenredige vertegenwoordigers (art. 53 lid 1 Gw) ->
kiesstelsel waarbij het totaal uitgebrachte stemmen gedeeld wordt
door het aantal zetels, de uitkomst daarvan wordt de kiesdeler
genoemd (dit kennen we in Nederland)

Politieke partijen zijn ook wel verenigingen, deze spelen een belangrijke
rol bij verkiezingen
Voorkeursstemmen: persoon staat niet op de lijst, dus onverkiesbaar,
maar als deze persoon minimaal 25% van de kiesdeler haalt, dan toch een
plek in de TK (bv. Pieter Omtzigt, 2012)
Fractie (voorzitter): een groep of personen die voor een politieke partij in
de EK of TK zitten noemen we een fractie (-> lijsttrekker is vaak de
fractievoorzitter)
Geen last en ruggespraak (art. 67 lid 3 Gw) -> de kamerleden beslissen
zelf wat ze stemmen. Ze mogen niet in opdracht van iemand stemmen

Kabinetsformatie: verkenner gaat onderzoeken welke partijen kunnen evt.
samenwerken -> dan komt er een informateur die gaat onderzoeken wat
de best haalbare optie is voor samenwerken, begeleidt onderhandelingen
tussen partijen -> als de samenwerking rond is komt de formateur, deze
vraagt aan de partijen welke ministers/stass zij willen voordragen,

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 24, 2025
Number of pages
28
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$9.02
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
gwenniessen Maastricht University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
10
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
8
Last sold
3 weeks ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions