Correlationele Onderzoeksmethoden
Session 1: Regression analysis
Opdracht: correlatie berekenen tussen twee variabelen
in een data set.
Ga naar Variable View → Analyze → Correlate →
Bivariate → [voer de twee variabelen in waartussen je de
aste* → [run de syntax] → in de
correlatie wilt weten] → P
output is vervolgens de Tabel “Correlations” te zien waarin
de correlatie tussen de twee variabelen te zien is.
* Paste is een handige manier om niet gelijk de analyse te
runnen, maar deze eerst in de syntax te zetten.
Opdracht: hoe groot is de proportie gedeelde
variantie (R²)?
Ga naar Variable View → Analyze → Regression →
Linear → [ voer de afhankelijke en onafhankelijke
variabelen in] → Paste → [run de syntax] → in de
output zijn vervolgens de tabellen “Model Summary”,
“ANOVA” en “Coefficients” ook te zien.
Kijk vervolgens bij → Model Summary → R
Square
→ [vul je antwoord in]*.
* Omdat we het bij de gedeelde variantie hebben
over R Square is het ook mogelijk (buiten de nieuwe
1
, tabellen en stappen om), om de correlatie (r) die je in de “Coefficients” tabel hebt gevonden,
enkel in het kwadraat te doen → R² om tot de gedeelde variantie te komen.
Opdracht: maak een scatterplot van de twee
variabelen.
Ga naar Variable View → G raphs → C
hart Builder
→ Scatter/dot (te vinden in de Gallery tab) →
[sleep Simple Scatter (het eerste plaatje) naar de
Preview Area] → [ zet de juiste variabelen op de
X-as en Y-as] → Paste → [run de syntax] → in de
output is een scatterplot te zien.
2