Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

College aantekeningen Antropologie (EO4YOa) Denken over lichamen, ISBN: 9789463371797

Rating
-
Sold
-
Pages
25
Uploaded on
10-12-2020
Written in
2020/2021

Dit zijn mijn lesnotities van college 7 tot 12. Ze zijn gedetailleerd. Dit vak komt voor bij zowel geneeskunde in het eerste jaar als logopedische en audiologische wetenschappen in het tweede jaar.

Institution
Course

Content preview

6 Wetenschappelijke kennis
Vandaag gaan we het hebben over wat wetenschap is. In de wetenschap gaat men inductief
redeneren en dat heeft bepaalde consequenties voor de zekerheid van wetenschap.

6.1 Wetenschappen en hun methode
We zien Marie Currie, had een positief beeld over de wetenschapsfilosofie. He wordt geacht niet
nuttig te zijn in het dagelijkse keven. Maar ook niet nuttig voor datgene waarop het reflecteert.

Feynman: wetenschapsfilosofie is zo nuttig als ornithologie is voor vogels. Weinberg: heel af en toe
hebben wetenschappers hun voordeel gedaan met wetenschapsfilosofie, maar enkel op een
negatieve manier. Ze hebben hen kunnen beschermen tegen de onzin van andere filosofen. Hawking:
‘hoe kunnen we de wereld begrijpen waarin we leven. Hoe moeten we de werkelijkheid verklaren?
Die vragen zijn in belangrijke mate ook filosofische vragen. De filosofie heeft ons in de steek gelaten.
Want die antwoorden komen niet van de filosofie. Filosofe heeft ook contact verloren met de fysica,
… De filosofie had zich aan de fysica moeten koppelen. Dat is dus hetgeen dat bij veel
wetenschappers leeft. Je de subjectiviteit, waar je geen staat op kan maken, die filosofie heeft geen
praktische waarden, het is misschien wel zinvol, maar het is niet nuttig. Aan de andere kant:
wetenschap, is wel nuttig. Er is een nauwe band tussen wetenschap en technologie. Wetenschap
draait om feiten, is ahistorisch. We maken duidelijk vooruitgang in de wetenschap.

Nu klopt dat wel? Ten eerste loopt er een rechte lijn van de logica van Aristoteles tot de smartphone.
Veel technologie hebben hun wortels in de filosofie, omdat vaak wetenschap is ontstaan uit de
filosofie. Filosofie heeft dus wel enig nut. Ten tweede is veel wetenschap niet nuttig. Men heeft zelfs
geen idee hoe dat kan lijden tot praktische toepassingen. Belangrijkste punt voor vandaag is dat
wetenschap minder objectief is en ons minder de waarheid meedeelt over hoe de werkelijkheid is,
dan we zouden kunnen denken£. Dat sluit aan bij de kritiek van Popper. Als we kijken naar de 2
filosofie die we hebben aangehaald, zien we dat zij vrij negatief waren. Misscheien is het zo dat als
vogels weten wat ornithologie is, hadden ze zich beter kunnen beschermen etc. Weinberg zegt dat
filosofie negatief is voor wetenschap, omdat het een beschermende waarde heeft. Wetenschappers
zijn wanneer ze nadenken over wetenschap en dat nadenken heeft grote in vloed op
wetenschappelijke activiteit, dan zijn ze zelf amateur filosofen. Dan zouden ze die misvattingen
kunnen weglaten. Een van die misvattingen zijn dat die wetenschap minder objectief is dan ze zelf
beweert.

6.2 Hume en Popper: zoeken naar oorzaken
Wetenschap is enorm succesvol. De wereld is sterk verbetert de laatste decennia. Analfabetisme is
gedaald, levensverwachting is gestegen. Heeft te maken met de terugdringing van kindersterfte en
ook nieuwe middelen. De wereld is veel beter geworden. Het leven is veel veiliger geworden dan het
ooit geweest is. Het feit dat die beter is heeft te maken met wetenschap en technologie. We moeten
rekening houden met de verschillende wetenschappen. Zomaar spreken over de wetenschap, gaat
voorbij aan het feit dat er meerdere zijn. Uiteindelijk leveren al die wetenschappen wel betrouwbare
kennis op en dat leidt tot successen. Maar niet enkel technologie. Succesvol wil zeggen een theorie
die een voorspellende kracht heeft. Ook op dat vlak lijkt wetenschap daar ook goed in te zijn. De
toekomst is moeilijk te voorspellen, maar wetenschap is daar toch redelijk goed in. Voorspellingen
zijn behoorlijk goed en betrouwbaar. Redenering bij vele naïeve wetenschappers: succesvol ingrijpen
door technologie en voorspellen hoe de wereld zich gaat gedragen veronderstel een goed beeld te
hebben van wat de werkelijkheid is. Dat veronderstelt dat de werkelijkheid is zoals de wetenschap.
Dat is een opvatting dat ook door veel filosofen wordt gehuldigd. Dat argument werd de No Miracles


1

,van Putman genoemd. Het succes zijn grote verklaring: het is een mirakel dat onze theorieën
nagenoeg kunnen voorspellen hoe de wereld precies is.

Tweede verklaring, wetenschappelijk realisme: de wetenschap beschrijft de werkelijkheid bijna
accuraat. Dat realisme is een overtuiging die je kan opsplitsen. Eerste: de werkelijkheid zoals we die
observeren onafhankelijk is van ons denken. Tweede: het is geen product van ons denken, onze
theorie. Drie: termen die we gebruiken om niet observeerbare entiteiten, die termen hebben een
waarheidswaarde, die zijn waar of niet waar, die verwijzen naar al dan niet bestaande dingen. Eerste
wordt metafysische these. Tweede is de semantische these. Het verwijst naar niet observeerbare
zaken. Laatste dat die termen wel degelijk verwijzen naar echt bestaande niet observeerbare
entiteiten. Bv. dat een groep echt bestaat, dat oorzaken echt zijn, dat wetten echt bestaan, …

Sommige worden naar voor gebracht door antirealisten. De wetenschap beschrijft niet hoe de
werkelijkheid is. De meeste zijn sceptici: we kunnen uit de successen niet afleiden dat
wetenschappelijke theorieën waar zijn. Heem belangrijk element in het antirealisme is het probleem
van de inductie. Probleem zelf verwoording door Hume: Hume heeft dat probleem voor het eerst
geformuleerd. We moeten eerst schetsen wat inductie is. Vaak t.o.v. deductie. Deductief redeneren
is vaak van boven naar onder, van algemeen naar concreet. Van algemene principes naar heel
concrete gevallen. Een van de premissen is doorgaans geen observatie. Conclusie: correct als
premissen correct zijn. Er is wel een klein beetje deductief redeneren (vooral wiskunde) maar het
probleem is dat het je eigenlijk geen echt nieuwe kennis oplevert. Als je de waarheid van de
premissen kent, dan weet je dat de conclusie waar is. Als het waar is dat alles mensen sterven en ik
echt besta, dan weet ik dat ik sterf. Zijn we blij met di verrassende conclusie? Die conclusie is niet
verrassend. Geen nieuwe info mee gemoeid. Er zijn premisse die niet waar zijn.

Aan de andere kant inductief redeneren, gaat van beneden naar onder, van individuele ervaringen
naar algemene conclusies. De premissen zijn doorgaans individuele observaties, die een algemene
conclusie is, dat levert nieuwe kennis op. Soms zijn er conclusies die we geprobeerd hebben vast te
stellen door observaties, maar we zijn niet zeker van die conclusie. Daar zit dus het probleem, omdat
we in de wetenschap algemene zaken willen zeggen, hoe de wereld is voorbij onze observaties. Maar
dit gaat altijd met onzekerheid gepaard.

6.3 Over theoretische observaties en geloof in theorie
Russell geeft voorbeeld van dat probleem: de kip in het kippenhok komt blij aangerend als het baasje
aankomt, omdat die ‘elke keer’ eten kwam geven. Op zijn laatste dag wordt hij gedood, dus die
uniformiteit van de natuur is iets wat onderliggend is aan ons inductief redeneren. Er zijn patronen
die we nu vertrouwen, maar als die ons neer laten, dan zien we dat dat niet meer klopt. Poppers
kritiek is een kritiek op het idee van het logisch positivisme, dat wetenschappelijke theorieën kunnen
geverifieerd worden. Geen enkele individuele observatie kan geen theorie bevestigen, omdat die
redenering geen logisch dwingende redenering is. Als de theorie waar is dan kunnen we die
observaties doen.

6.4 Toeval gebruiken om toeval uit te schakelen
Inductie probleem is geïntroduceerd door Hume. Het probleem: nadenken over causaliteit. Hume
zegt: ‘We hebben observaties en in die observaties stellen we vast dat een beweging volgt op een
andere beweging. Omdat die beweging volgt op de eerste gaan we ervan ut dat die veroorzaakt
wordt door die eerste beweging. Stel dat je dat voor het eerst observeert dan denk je wel dat is
toeval. Je gaat meerdere observaties doen. Zodat je toeval kan uitsluiten. Mijn vertrouwen in het
idee dat de tweede beweging veroorzaakt wordt door de eerste beweging wordt versterkt. Je ziet dat
de ene voorafgaat aan het andere. Je gaat inductief observeren. Je gaat naar de stelling ‘altijd’ zal het

2

, zo zijn dat. Je veronderstelt dat de toekomst gaat zijn zoals het verleden en je gaat continu die
sprong maken. Die sprong lijk je te kunnen zeggen door het uniformiteitsprincipe.

Hume zegt: ‘de enige evidentie daarvoor is inductieve evidentie’. Dus de manier om het inductief
redeneren in het algemeen om dat te verantwoorden door gebruik te maken van inductie. De
redenering is dan dat het in het verleden altijd geweest is dat de toekomst hetzelfde is/ uniform is als
het verleden. Als we dat gebruiken, dan betekent dat dat vertrouwen gebaseerd is op het inductief
verleden.

Voor echte wetenschappelijke theorieën kun je zeggen dat die ondergedetermineerd zijn door
observaties. De verhouding tussen observaties en theorieën. De intentie van een verzameling is
onder getermineerd door de extensie (observaties). Bepaalde bewegingen kunnen verklaard worden
door een reeks van niet wetenschappelijke theorieën. Die beweging kan verklaard worden door
verschillende theorieën. Wat we dan doen is zoeken naar observaties die wel door de ene theorie
worden ondersteunt maar niet door de andere. De meeste observaties die we doen voorspellen
dergelijke observaties. We moeten opzoek naar observaties die de ene theorie kan weerleggen. Dat
is triviaal. Het punt van onder determinering is dat er altijd een inductieve sprong is naar een theorie.
Er is altijd verschillende theoretische verklaringen mogelijk. Er zijn altijd andere theorieën die ook die
verklaringen kunnen geven. Het betekent dat we niet zeker kunnen zijn van de waarheid van die
theorieën.

6.5 Succes in de biomedische wetenschappen
Het naïeve beeld is observaties brengen ons tot een theorie. Als je genoeg observaties doet kom je
tot een theorie en zo kan je beslissen welke van die theorieën de correcte theorie is. Maar
observaties brengen ons nooit zomaar tot een theorie en theorieën brengen ons tot observaties. Het
is nog complexer omdat er ook nog een omgekeerde richting is. De observaties zelf worden
beïnvloed door de theorie. Theoriegeladenheid van de observaties. We weten niet dat onze
theorieën juist zijn, maar we kunnen wel weten welke fout zijn. Kuhn gaat hier tegenin: paradigma’s
delen geen feiten. De observaties die gedaan worden, zijn observaties gedaan door die paradigma.

De theorie bepaalt wat we observeren. Ten eerste door: we merken zaken op waar we mee
vertrouwd zijn. Vb. Als je gehoord hebt over iets voor het eerst, dan hoor je daarover enorm veel
daarna. Je gaat dat opmerken. Je merkte dat in het begin niet op en nu dus wel. De theorie beslist bij
ambiguïteit, hoe we dat gaan zien. de theorie stuurt de interpretatie, dat kan inhouden dat wat
irrelevant is centraal kan worden in de theorie. Het feit dat Afrika en Amerika goed in elkaar pasten,
speelde vroeger geen rol. Op het ogenblik dat ze meer daarover te weten komen, dan zien ze dat als
evidentie voor een bepaalde theorie. Betekenis van termen waarmee we de observaties beschrijven
zijn zelf theoretisch. In het pre copernicaanse astronomie was het zo dat een planeet iets moest zijn
dat buiten de aardse sferen was. Dus de maan en de zon waren planeten en de aarde niet. Dat beeld
verandert wanneer planeten niet gedefinieerd werden in verband met sferen, maar op een
copernicaanse manier werden gedefinieerd.

Er zijn weinig wetenschappers die zeggen dat de theoriegeladenheid geen enkele weerstand biedt
aan onze theorieën. Er is iets waardoor die observaties niet helemaal theorieafhankelijk kunnen
gebeuren. Het is niet helemaal zo dat scheidsrechter en beoordeelde identiek zijn. Als je
theoriegeladenheid extreem neemt, dan is de arbiter de beoordeelde. Zo extreem is het niet, maar
die arbiter staat wel meer aan een kant van een theorie. Bijgevolg dus niet helemaal objectief.

Laatste punt: pessimistische metainductie. Je hebt de argumenten gehoord, maar je bent toch niet
helemaal overtuigd. En je denkt dat inductie toch te vertrouwen is. Wat dan? Volgens sommige is he
zo dat als je wel en niet vertrouwt in inductie dat niet goed is voor een theorie. Meta: omdat het gaat

3

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 10, 2020
Number of pages
25
Written in
2020/2021
Type
Class notes
Professor(s)
De block
Contains
College 7-12

Subjects

$5.29
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
LuGi

Get to know the seller

Seller avatar
LuGi Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
10
Member since
5 year
Number of followers
6
Documents
3
Last sold
1 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions