Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 19 pages
Summary

Samenvatting - hersenen en gedrag deeltentamen 1 (2024/2025)

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 19 pages

Complete samenvatting van Hersenen en Gedrag – Deeltentamen 1 (2024/2025). Alle stof (voor zover ik weet) is overzichtelijk samengevat in duidelijke taal, inclusief de belangrijkste begrippen en uitleg. Ideaal om snel en efficiënt te leren. Met deze samenvatting heb ik zelf een 8,5 gehaald

Content preview

Hoofdstuk 1 Cacappio (blz. 1-29)

Wat is psychologie?

Psychologie = de wetenschappelijke studie van gedrag, mentale processen en hersenfuncties.

Mind = de hersenen en alles wat ze doen (gedachten, emoties, gedrag).

“Ziel” wordt door wetenschappers gezien als een manier om over hersenactiviteiten te praten.

Methodes

Vroeger: introspectie → mensen keken naar hun eigen gedachten en gevoelens. Onbetrouwbaar,
omdat het niet te controleren is.

Nu: objectieve, wetenschappelijke methodes (metingen, experimenten, technologie).

Filosofie en natuurwetenschappen

- Filosofie: onderzoekt basisvragen zoals: wat is kennis? wat is de bron van gedrag? → discussie
nature (biologie) vs. nurture (omgeving).
- Natuurwetenschappen: bestuderen biologische en lichamelijke processen.

Helmholtz: ontdekte verschillen in reactietijd → bewijs dat de mind een fysieke basis heeft.

Fechner: ontdekte dat waarnemen grenzen heeft (bv. hoe zacht een geluid nog hoorbaar is).

Stromingen

 Wundt: deed het eerste psychologische experiment (reactietijden).

 Edward Titchener – Structuralisme: geest opdelen in kleine bouwstenen (basiservaringen).

 Gestaltpsychologie: kritiek op structuralisme → geheel is belangrijker dan de losse stukjes.

 William James – Functionalisme: gedrag en processen zijn nuttig voor aanpassing en
overleving. Focus op het nut van gedrag i.p.v. de structuur van de hersenen.

 Sigmund Freud – Psychodynamische theorie: invloed van het onbewuste en van
(jeugd)ervaringen op gedrag en stoornissen. Psychoanalyse als therapie. Niet
wetenschappelijk onderbouwd, maar wel invloedrijk.

 Humanistische psychologie: mens is van nature goed en gemotiveerd om te leren en zichzelf
te verbeteren. Slecht gedrag komt vooral door maatschappelijke invloeden.

 Behaviorisme: focus op zichtbaar en meetbaar gedrag. Veel dieronderzoek.

Pavlov: klassieke conditionering (leren door associatie).

Watson: paste dit toe, o.a. in reclame (producten koppelen aan emoties).

Thorndike: law of effect → gedrag met positieve gevolgen wordt herhaald, gedrag zonder positieve
gevolgen verdwijnt.

Skinner: operante conditionering → gevolgen (beloning/ straf) bepalen hoe vaak gedrag terugkomt.

 Ulric Neisser – Cognitieve psychologie: focus op interne processen (denken, redeneren,
geheugen, probleemoplossing). Dankzij de computer werden informatieverwerking en
modellen belangrijk.

,Psychische stoornissen

Vroeger: verklaard door kwade geesten.

Medisch model: oorzaak = lichamelijk → behandeling met bv. medicijnen.

Psychologisch model: oorzaak = ervaringen/trauma’s → behandeling met psychologische therapie.

Psychologische perspectieven

1. Biologische psychologie: relatie tussen hersenen, lichaam en gedrag (genetica, hormonen,
chemie).

Evolutionaire psychologie: gedrag begrijpen vanuit overleving en voortplanting. Gedrag van nu
bestaat omdat het vroeger nuttig was.

2. Cognitieve psychologie: denkprocessen, informatieverwerking, geheugen,
probleemoplossing.

3. Ontwikkelingspsychologie: veranderingen in gedrag en denken tijdens de levensloop

4. Sociale psychologie: invloed van sociale en culturele omgeving op gedrag, en verschillen
tussen individuen.

5. Klinische psychologie: verklaren, begrijpen en behandelen van psychische stoornissen.



Hoofdstuk 1 – De biologische aanpak van psychologie (+ stukje Hoofdstuk 4.1):

Grote vragen

 Waarom is er iets i.p.v. niets?

 Hoe verhoudt de mind zich tot hersenactiviteit? → mind-brain problem / mind-body
problem.

Biologische psychologie = studie van fysiologische, evolutionaire en ontwikkelingsmechanismen van
gedrag en ervaringen.
→ Doel: biologie gebruiken om psychologische vragen te beantwoorden.

Drie kernpunten

1. Perceptie vindt plaats in de hersenen.

2. Mentale activiteiten = hersenactiviteiten (monisme)

Monisme: mind en materie = hetzelfde.

Dualisme: mind en materie = gescheiden.

3. Wees kritisch: niet te snel conclusies trekken uit onderzoek.

Vier soorten biologische verklaringen

1. Fysiologisch: gedrag koppelen aan hersenactiviteit en organen.

2. Ontogenetisch: ontwikkeling van gedrag/structuur → genen, voeding, ervaringen en hun
interactie.

, 3. Evolutionair: gedrag verklaren vanuit de evolutionaire geschiedenis van de soort.

4. Functioneel: gedrag verklaren vanuit het nut (waarom het zich zo ontwikkeld heeft).



Nature vs. Nurture?

Onderzoek blindgeboren mensen: gezichtsuitdrukkingen hetzelfde als familie → genetica speelt rol.
Maar: omgeving beïnvloedt ook gedrag → interactie genen en omgeving.

Genen en erfelijkheid

 overerving gebeurt via genen → eenheden van erfelijkheid die structuur behouden en
doorgeven aan volgende generaties.

 Genen zitten op chromosomen (paren), behalve geslachtschromosomen bij mannen.

 Gen = stukje DNA (dubbelstrengs molecuul met basen A, G, C, T).

 RNA = kopie van DNA dat de celkern kan verlaten. Volgorde van basen (U, C, G, A) bepaalt de
volgorde van aminozuren → bouwstenen van proteïnen.

 Proteïnen = bouwstenen van het lichaam of enzymen die processen versnellen.

Homo- en heterozygoot

 Homozygoot: zelfde gen op beide chromosomen (bijv. 2× blauw oog-gen).

 Heterozygoot: verschillend gen (bijv. blauw + bruin oog-gen).

 Dominant gen: effect zichtbaar bij zowel homo- als heterozygoot.

 Recessief gen: effect alleen bij homozygoot.

 Geslachtsgebonden genen: op X- of Y-chromosoom (mannen XY, vrouwen XX).

 Autosome chromosomen: alle andere chromosomen.

 Sex-limited genen: komen in beide geslachten voor, maar uiten zich maar bij één (bijv.
borstontwikkeling bij vrouwen).

Genveranderingen

 Mutatie: erfelijke verandering in DNA → andere aminozuren.

 Duplicatie / verwijdering: deel van chromosoom wordt 2× of juist niet doorgegeven. Kleine
veranderingen = microduplicatie of microverwijdering.

 Epigenetica: genexpressie verandert (aan/uit zetten genen), kan over generaties worden
doorgegeven. Voorbeeld: drugsverslaving verandert genactiviteit.

 Alle cellen hebben hetzelfde DNA, maar genactiviteit verschilt → ervaringen, herinneringen
en histonen spelen rol.

Erfelijkheid = in hoeverre variaties in gedrag of karakter afhangen van genetische verschillen.

Onderzoeksmethoden:

1. Tweelingenonderzoek: monozygoot (eeneiig) vs. dizygoot (twee-eiig).

Document information

Study
Uploaded on
September 6, 2025
Number of pages
19
Written in
2024/2025
Type
Summary
$7.70

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
studywithsv
1.0
(1)
Sold
9
Followers
0
Items
2
Last sold
2 months ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions