Behandeling cervicale klachten
Nekklachten
Classificatie Quebeck task force
4 graden nekklachten
1. Zonder interferntie ADL
2. Met interferentie ADL
3. Met neurologische klachten in de arm
4. Met een tumor, infectie, fractuur of dislocatie
Aan de hand van de Quebeck Task Force kunnen er
behandelprofielen worden opgesteld. `
Hou rekening dat er geen behandelplan is voor graad 4
vermits deze patiënten initieel geen kinesitherapie zullen
krijgen
Behandelprofielen
Onderscheid op basis van
- Beloop
Het natuurlijk beloop van nekklachten bij graad 1 & 2 wordt gekenmerkt door een initieel een hoge VAS
maar een relatief snelle afname van de klachten in de eerste 2-6 weken.
→ Pas na 2 weken gaan ingrijpen als het natuurlijk herstel voorbij is
- Psychosociale factoren
Profiel A
Nekpijn graad I / II – normaal beloop: nekpijn welke (in meer of mindere mate) interfereert met activiteiten in het
dagelijks leven en een normaal beloop in herstel van pijn en activiteiten heeft.
Behandeling:
- Kortdurend
- Informeren van de patiënt over normaal beloop en het faciliteren van een adequate copingstijl
(Voorkomen van passief gedrag)
- Geen additionele therapie noodzakelijk → natuurlijk herstel zijn beloop laten doen
Profiel B
Nekpijn graad I/II-afwijkend beloop: nekpijn welke (in meer of mindere mate) interfereert met activiteiten in het
dagelijks leven en een afwijkend beloop (na 6 weken) in herstel van pijn en activiteiten heeft, en waarbij geen
psychosociale herstelbelemmerende factoren dominant aanwezig zijn.
Behandeling:
- Info & advies geven (= A)
- Interventie: combinatie oefentherapie, mobilisaties en manipulaties.
- Werkplaats interventies
,Profiel C
Nekpijn graad I/II-afwijkend beloop: nekpijn welke (in meer of mindere mate) interfereert met activiteiten in het
dagelijks leven en een afwijkend beloop (na 6 weken) in herstel van pijn en activiteiten heeft, en waarbij
psychosociale herstelbelemmerende factoren dominant aanwezig zijn.
Behandeling:
- Nadruk leggen dat de psychosociale factoren een negatieve invloed kunnen hebben op het herstel
- Bij bewegingsangst uitleggen dat toenemende activiteit herstel bevordert
- Interventies: combinatie oefentherapie, mobilisaties en manipulaties. (=B)
→ minder mechanische benadering meer psychosociaal, patiënt afleiden van de klachten
Therapie onderdelen
Educatie
Wat ga je aanbieden
- Beloop uitleggen
- Oorzaak klacht
- Psychosociale factoren
Educatie altijd aanbieden in combinatie met andere therapieën, het advies bewegen is altijd goed!
Oefentherapie
Interpretatie (examen)
- Parameter: pijn
- Verticale streepjes zijn effect sizes
- Idealiter kruis het de nul lijn niet
- Hoe kleiner de horizontale streep hoe groter de betrouwbaarheid
Als de 2 interventies hetzelfde zijn gaat het op nul uitkomen
(middenlijn) → Hoe meer naar links, hoe minder pijn de pt heeft
Gemiddeld wordt er effect gezien vanaf 6-10 weken
Specifieke oefentherapie
1. Diepe nekflexoren
→ Longus capitis en longus colli
Dunne spieren dicht tegen de wervelkolom → stabilisatie functie, niet hoofdzakelijk voor beweging
Test diepe nekflexoren
Aspiratie sonde door neus in luchtpijp → als je tegen dorsale luchtpijp zit kan je elektrische activiteit van de
diepe nekflexoren testen en elektrode op de scaleni en sternocleidomastoideus en zo bepalen waar er activatie
is.
Oppervlakkige spieren zoals sternocleidomastoideus en de scaleni spieren activeren pas later, bij mensen met
nekklachten is er meer activatie van deze spieren in een vroeger stadium.
2. Co-contracties
,Mobilisaties
Het uitvoeren van de combinatie oefentherapie met manuele therapie is beter dan oefentherapie alleen.
Verschil graad II - III
Somatische gerefeerde pijn bij graad II
De behandeling blijft hetzelfde
Cervicaal radiculair syndroom
Pathologisch proces ter hoogte van de zenuwwortel veroorzaakt door irritatie, compressie, tractie van een radix
Oorzaken
- Herniatiatoe radiculair conflict
- Osteofytose van facetgewricht / uncovertebraal gewricht
- Stenotisch foramen
Artrose geeft verbreding van het botoppervlakte wat minder ruimte laat voor de zenuwen.
EP: eindplaat
A/V: arterie, vena
U: uncovertebraal gewricht
, Mechanisme van radix letsels dat kan leiden tot symptomen
Tekenen
- Pijn in een afgelijnd gebied
- Paresthesieën
- Zwakte van segmentaal geïnnerveerde spieren
- Vermindering van reflexen
→ vaak verwarring met epicondylitis, supraspinatus tendinitis
Therapeutisch proces
Diagnose
- Anamnese en lichamelijk onderzoek
Cluster van tests
1. Tractie 2. Spurling (3D extensie)
= klachten verminderen → Hoge specifiteit = provocerende test → hoge specifiteit
3. Valsava 4. Upper limb test
= provocerende hoge abdominale druk = uitrekken van de zenuw
→ Hoge specifiteit → Hoog sensitieve test! (uitsluiten door deze test)
Conclusie
- Spurling test +
- Tractie/distractie +
- Valsava +
- Uitsluiten door negatieve ULTT
Nekklachten
Classificatie Quebeck task force
4 graden nekklachten
1. Zonder interferntie ADL
2. Met interferentie ADL
3. Met neurologische klachten in de arm
4. Met een tumor, infectie, fractuur of dislocatie
Aan de hand van de Quebeck Task Force kunnen er
behandelprofielen worden opgesteld. `
Hou rekening dat er geen behandelplan is voor graad 4
vermits deze patiënten initieel geen kinesitherapie zullen
krijgen
Behandelprofielen
Onderscheid op basis van
- Beloop
Het natuurlijk beloop van nekklachten bij graad 1 & 2 wordt gekenmerkt door een initieel een hoge VAS
maar een relatief snelle afname van de klachten in de eerste 2-6 weken.
→ Pas na 2 weken gaan ingrijpen als het natuurlijk herstel voorbij is
- Psychosociale factoren
Profiel A
Nekpijn graad I / II – normaal beloop: nekpijn welke (in meer of mindere mate) interfereert met activiteiten in het
dagelijks leven en een normaal beloop in herstel van pijn en activiteiten heeft.
Behandeling:
- Kortdurend
- Informeren van de patiënt over normaal beloop en het faciliteren van een adequate copingstijl
(Voorkomen van passief gedrag)
- Geen additionele therapie noodzakelijk → natuurlijk herstel zijn beloop laten doen
Profiel B
Nekpijn graad I/II-afwijkend beloop: nekpijn welke (in meer of mindere mate) interfereert met activiteiten in het
dagelijks leven en een afwijkend beloop (na 6 weken) in herstel van pijn en activiteiten heeft, en waarbij geen
psychosociale herstelbelemmerende factoren dominant aanwezig zijn.
Behandeling:
- Info & advies geven (= A)
- Interventie: combinatie oefentherapie, mobilisaties en manipulaties.
- Werkplaats interventies
,Profiel C
Nekpijn graad I/II-afwijkend beloop: nekpijn welke (in meer of mindere mate) interfereert met activiteiten in het
dagelijks leven en een afwijkend beloop (na 6 weken) in herstel van pijn en activiteiten heeft, en waarbij
psychosociale herstelbelemmerende factoren dominant aanwezig zijn.
Behandeling:
- Nadruk leggen dat de psychosociale factoren een negatieve invloed kunnen hebben op het herstel
- Bij bewegingsangst uitleggen dat toenemende activiteit herstel bevordert
- Interventies: combinatie oefentherapie, mobilisaties en manipulaties. (=B)
→ minder mechanische benadering meer psychosociaal, patiënt afleiden van de klachten
Therapie onderdelen
Educatie
Wat ga je aanbieden
- Beloop uitleggen
- Oorzaak klacht
- Psychosociale factoren
Educatie altijd aanbieden in combinatie met andere therapieën, het advies bewegen is altijd goed!
Oefentherapie
Interpretatie (examen)
- Parameter: pijn
- Verticale streepjes zijn effect sizes
- Idealiter kruis het de nul lijn niet
- Hoe kleiner de horizontale streep hoe groter de betrouwbaarheid
Als de 2 interventies hetzelfde zijn gaat het op nul uitkomen
(middenlijn) → Hoe meer naar links, hoe minder pijn de pt heeft
Gemiddeld wordt er effect gezien vanaf 6-10 weken
Specifieke oefentherapie
1. Diepe nekflexoren
→ Longus capitis en longus colli
Dunne spieren dicht tegen de wervelkolom → stabilisatie functie, niet hoofdzakelijk voor beweging
Test diepe nekflexoren
Aspiratie sonde door neus in luchtpijp → als je tegen dorsale luchtpijp zit kan je elektrische activiteit van de
diepe nekflexoren testen en elektrode op de scaleni en sternocleidomastoideus en zo bepalen waar er activatie
is.
Oppervlakkige spieren zoals sternocleidomastoideus en de scaleni spieren activeren pas later, bij mensen met
nekklachten is er meer activatie van deze spieren in een vroeger stadium.
2. Co-contracties
,Mobilisaties
Het uitvoeren van de combinatie oefentherapie met manuele therapie is beter dan oefentherapie alleen.
Verschil graad II - III
Somatische gerefeerde pijn bij graad II
De behandeling blijft hetzelfde
Cervicaal radiculair syndroom
Pathologisch proces ter hoogte van de zenuwwortel veroorzaakt door irritatie, compressie, tractie van een radix
Oorzaken
- Herniatiatoe radiculair conflict
- Osteofytose van facetgewricht / uncovertebraal gewricht
- Stenotisch foramen
Artrose geeft verbreding van het botoppervlakte wat minder ruimte laat voor de zenuwen.
EP: eindplaat
A/V: arterie, vena
U: uncovertebraal gewricht
, Mechanisme van radix letsels dat kan leiden tot symptomen
Tekenen
- Pijn in een afgelijnd gebied
- Paresthesieën
- Zwakte van segmentaal geïnnerveerde spieren
- Vermindering van reflexen
→ vaak verwarring met epicondylitis, supraspinatus tendinitis
Therapeutisch proces
Diagnose
- Anamnese en lichamelijk onderzoek
Cluster van tests
1. Tractie 2. Spurling (3D extensie)
= klachten verminderen → Hoge specifiteit = provocerende test → hoge specifiteit
3. Valsava 4. Upper limb test
= provocerende hoge abdominale druk = uitrekken van de zenuw
→ Hoge specifiteit → Hoog sensitieve test! (uitsluiten door deze test)
Conclusie
- Spurling test +
- Tractie/distractie +
- Valsava +
- Uitsluiten door negatieve ULTT