SPIER VEZEL TYPES
1 spierbundel bestaat uit meerdere spiervezels à er bestaan meerdere types spiervezel:
- Slow twitch vezels
ð Voor langdurige en niet – explosieve arbeid (dus voor endurance sports)
ð Zijn altijd AEROOB!!
ð Deze worden de TYPE I spiervezels genoemd
ð Bevatten veel mitochondriën
ð Zijn knalrood van kleur
ð Hebben een trage contractie
ð Produceert minder lactaat
ð Raken niet makkelijk vermoeid
- Fast twitch vezels
ð Voor een snelle en explosieve arbeid (voor strength en power sports)
ð Kunnen aeroob of anaeroob zijn!
ð Kunnen geen langdurige arbeid leveren!
ð TYPE II vezels
n TYPE II a vezels à aeroob
n TYPE II x vezels à anaeroob (beetje aeroob)
ð Er bestaan ook TYPE II b vezels à deze komen enkel voor bij de rodentia en zijn ook
anaeroob
ð Produceren meer lactaat (dan slow twitch)
DiQerentiatie spiervezel types
- Er zijn diersoortverschillen qua compositeie fast en -slow twitch in spier
o Paard is vnl aeroob
o Vissen vnl aneroob (tonijn is dan weer een “aerobe vis”)
- Ook spiergroep verschillen à naargelang functie van de spier andere samenstelling
o Spieren die zorgen voor de postuur behouding à vnl slow twitch spieren
o Spieren die zorgen voor locomotie à vnl fast twitch
- Ieder spiervezeltype heeft zijn gepreferentieerde metabole weg
- Spiervezel map = metabole map
Voorbeeld: muis
- Muis heeft m.soleus nodig om voet naar beneden tekrijgen => geen type II b vezels
- M.extensor digitorum longus heeft wel type II b vezels
Typisch voor vissen is dat de spiervezelgroepen gegroepeerd liggen in banden, meeste vissen zijn
aneroob
Er zijn:
- Diersoortverschillen
- Daarbinnen zijn er rasverschillen
- Binnen een individu spiergroep verschillen
, Met behulp van training kan je de samenstelling van de spiervezel in een bepaalde richting duwen
(met grenzen natuurlijk) à SPIERPLASTICITEIT
Als je een biopt neemt van een spier moet dat altijd op dezelfde diepte gebeuren!
Bloedvoorziening spier komt centraal binnen en zal uitwaaieren naar perifieer
Opp meer aerobe spiervezels dan dieper gelegen in spier.
Kennen:
Rode spiervezels = slow twitch (door myoglobine)
Witte spiervezels = fast twitch
Spiervezels paarden van meest naar minst aanwezige
1. Type II a
2. Type I
3. Type II x
à is dus vnl aeroob gericht en heeft meer fast twitch vezels dan slowtwitch vezels
à er zijn ras verschillen een standardbred zal eerder type I vezels hebben, een thoroughbred eerder
type II (wat logisch is aangezien TB renpaarden zijn, SB zijn dravers)
Tussen verschillende spiergroepen zijn er ook verschillen qua voorkomen vezeltype!!
- Meestal hebben de voorbeen spieren eerder TYPE I en AB spieren TYPE II
Maar ook binnen de spier zelf:
- Meeste locomotie spieren hebben grotere gehalten aan TYPE I in hun centrum en TYPE IIx
aan oppervlakte