Bewegingsactiviteiten: in het water
Zwemmen in zijn maatschappelijke context
- Kunnen zwemmen = basisvaardigheid zoals kunnen fietsen, kunnen lezen
- Van levensbelang
- Eindterm lager onderwijs
- Jaarlijks leren 70 000 kinderen zwemmen in Vlaanderen (verdrinking is belangrijke
doodsoorzaak bij 0-19 jaar)
- Ook recreatieve activiteiten voor volwassenen hebben grote aantrek (Start to swim,
seniorenzwemmen)
- Top 5 meest beoefende sporten op recreatief niveau
- Weinig belastend voor gewrichten (omw opwaartse kracht & dempende karakter van
water zorgt voor weinige impact op menselijk lichaam) maar wel veel spiergroepen
aangesproken
REVALIDATIE, 1E STAP FYSIEKE ACTIVITEIT (obese mensen) , FYSIEKE
ACTIVITEIT VOOR MENSEN MET BEPERKING (enige die ze kunnen buiten
hun rolstoel)
Enkele definities
- Zwemmen = zich in/op het water drijvend houden & zich voortbewegen (Van Dale
woordenboek)
- Zwemmen = zelfstandig voortbewegen in het water met behulp van
lichaamsbewegingen zonder gebruik te maken van steun-, drijf- of andere
hulpmiddelen (Vlaamse Zwemfederatie)
- Stuwen = mogelijkheden benutten die het menselijk lichaam heeft in het water om
vooruit te komen
- Gereglementeerd zwemmen = volgens arbitrair gekozen, vooraf afgesproken regels
zich voortbewegen in het water
Borstcrawl, rugcrawl, schoolslag, vlinderslag
Basisprincipes van bewegen in water
- Zijn gevolg van fysische wetmatigheden (eigenschappen) die anders zijn in water in
vergelijking met lucht
- Deze fysische eigenschappen bepalen de menselijke zwembeweging
- Water:
o Is nat
o Is koud
o Weerkaatst geluid
o Prikt in ogen
o Geeft opwaartse druk
o Geeft meer weerstand - geeft meer weerstand
o Oefent hydrostatische druk uit
o Bevat onvoldoende O2 om in te ademen
,Aquatisch ademen
Natuurkunde
Dichtheid = aantal moleculen per volume-eenheid
Door grotere dichtheid van water tov lucht => grotere druk op lichaam & dus op borstkas
- Inademen wordt bemoeilijkt (grotere druk overwinnen dan enkel de luchtdruk)
- Uitademen wordt makkelijker (extra druk van water helpt om longen leeg te duwen)
- Ademen door een snorkel: als zwemmer 20-30cm onder water zit is heel moeilijk &
zelfs onmogelijk als je nog dieper gaat -> oplossing = zuurstof onder de vorm van een
hogere druk onder de vorm van mensenlucht in de longen beland
HYDROSTATISCHE DRUK
- Lucht drukt op lichaam = 1 atmosfeer (bar) zeeniveau (de luchtlaag boven de aarde
oefent een druk uit = atmosferische druk = op zeeniveau is dit 1 bar
- Onder water: lucht + water drukt op lichaam
o Per 10m verhoogt de druk met 1 bar
o Dus op 10m diepte: 1 bar(lucht) + 1 bar (water) = 2 bar
- Hoe dieper hoe groter de hydrostatische druk want de watermassa boven het lichaam
neemt toe, druk neemt met ongeveer 0,1 bar per meter toe, dit is een vele grotere
toename dan bij lucht & dat is het gevolg van de grotere dichtheid van water tov lucht
Lucht in de ballon wordt samengedrukt & wordt
kleiner, als die terug naar het wateroppervlak stijgt neemt die
zijn vorm weer aan want de druk neemt terug af
Als we een vat vullen met water & 3 gaten maken
op verschillende hoogte, zien we het gevolg van de
toenemende druk bij grotere diepte: hoe lager (hoe
dieper) het gat hoe horizontaler het water eruit spuit
De toename van druk met de diepte wordt
afgeleidt uit de horizontaal afgelegde weg van de
waterstraal uit de gaten
- Deze hydrostatische druk voelen we in alle
luchtruimtes in het lichaam vb. trommelvliezen, sinussen als je naar de bodem duikt
Aquatisch ademen = boven water inademen & onder water uitademen
Ademhaling bestaat uit 2 delen:
- Inademen = boven water, kort & laag boven wateroppervlak (door tijdsdruk vermijden dat er
water in de neus komt & ademen dus door de mond, als we hoger uit het water zouden
komen zou dit nadelig zijn voor de stroomlijn)-> nadelig voor stroomlijn van lichaam
- Uitademen = veel tijd, hoofd in verlengde van lichaam (kan zowel door neus als mond)
, 2 manieren om te ademen:
- Rotatie van het hoofd rond de breedteas (gebruikt bij schoolslag & vlinderslag)
- Rotatie van het hoofd rond de lengteas (gebruikt bij crawl)
- (bij zwemmen op de rug is de ademhaling het eenvoudigst want het gezicht is vrij om op elk
moment in & uit te ademen
Evenwicht
Natuurkunde
Schijnbaar gewichtsverlies = persoon weegt minder onder water
2 krachten werken in op lichaam zonder verplaatsing in water:
- Zwaartekracht (Fz) = kracht die ons naar het centrum van de aarde trekt (kunnen we enkel
aan ontsnappen als we buiten de atmosfeer zijn)
- Opwaartse kracht (Fo) = “een lichaam ondergedompeld in water ondervindt een opwaartse
kracht die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste hoeveelheid water” (archimedes was
de 1e die dit beschreef)
Drijven/ zinken?
- Zwaartekracht < opwaartse kracht: drijven
- Zwaartekracht > opwaartse kracht: (dichtheid voorwerp groter dan dichtheid vloeistof)
zinken
- Zweven = beide krachten exact even groot (niet zinken/drijven)
Dichtheid bepaald of iets drijft of zinkt: p = massa/volume
Zwemmen in zijn maatschappelijke context
- Kunnen zwemmen = basisvaardigheid zoals kunnen fietsen, kunnen lezen
- Van levensbelang
- Eindterm lager onderwijs
- Jaarlijks leren 70 000 kinderen zwemmen in Vlaanderen (verdrinking is belangrijke
doodsoorzaak bij 0-19 jaar)
- Ook recreatieve activiteiten voor volwassenen hebben grote aantrek (Start to swim,
seniorenzwemmen)
- Top 5 meest beoefende sporten op recreatief niveau
- Weinig belastend voor gewrichten (omw opwaartse kracht & dempende karakter van
water zorgt voor weinige impact op menselijk lichaam) maar wel veel spiergroepen
aangesproken
REVALIDATIE, 1E STAP FYSIEKE ACTIVITEIT (obese mensen) , FYSIEKE
ACTIVITEIT VOOR MENSEN MET BEPERKING (enige die ze kunnen buiten
hun rolstoel)
Enkele definities
- Zwemmen = zich in/op het water drijvend houden & zich voortbewegen (Van Dale
woordenboek)
- Zwemmen = zelfstandig voortbewegen in het water met behulp van
lichaamsbewegingen zonder gebruik te maken van steun-, drijf- of andere
hulpmiddelen (Vlaamse Zwemfederatie)
- Stuwen = mogelijkheden benutten die het menselijk lichaam heeft in het water om
vooruit te komen
- Gereglementeerd zwemmen = volgens arbitrair gekozen, vooraf afgesproken regels
zich voortbewegen in het water
Borstcrawl, rugcrawl, schoolslag, vlinderslag
Basisprincipes van bewegen in water
- Zijn gevolg van fysische wetmatigheden (eigenschappen) die anders zijn in water in
vergelijking met lucht
- Deze fysische eigenschappen bepalen de menselijke zwembeweging
- Water:
o Is nat
o Is koud
o Weerkaatst geluid
o Prikt in ogen
o Geeft opwaartse druk
o Geeft meer weerstand - geeft meer weerstand
o Oefent hydrostatische druk uit
o Bevat onvoldoende O2 om in te ademen
,Aquatisch ademen
Natuurkunde
Dichtheid = aantal moleculen per volume-eenheid
Door grotere dichtheid van water tov lucht => grotere druk op lichaam & dus op borstkas
- Inademen wordt bemoeilijkt (grotere druk overwinnen dan enkel de luchtdruk)
- Uitademen wordt makkelijker (extra druk van water helpt om longen leeg te duwen)
- Ademen door een snorkel: als zwemmer 20-30cm onder water zit is heel moeilijk &
zelfs onmogelijk als je nog dieper gaat -> oplossing = zuurstof onder de vorm van een
hogere druk onder de vorm van mensenlucht in de longen beland
HYDROSTATISCHE DRUK
- Lucht drukt op lichaam = 1 atmosfeer (bar) zeeniveau (de luchtlaag boven de aarde
oefent een druk uit = atmosferische druk = op zeeniveau is dit 1 bar
- Onder water: lucht + water drukt op lichaam
o Per 10m verhoogt de druk met 1 bar
o Dus op 10m diepte: 1 bar(lucht) + 1 bar (water) = 2 bar
- Hoe dieper hoe groter de hydrostatische druk want de watermassa boven het lichaam
neemt toe, druk neemt met ongeveer 0,1 bar per meter toe, dit is een vele grotere
toename dan bij lucht & dat is het gevolg van de grotere dichtheid van water tov lucht
Lucht in de ballon wordt samengedrukt & wordt
kleiner, als die terug naar het wateroppervlak stijgt neemt die
zijn vorm weer aan want de druk neemt terug af
Als we een vat vullen met water & 3 gaten maken
op verschillende hoogte, zien we het gevolg van de
toenemende druk bij grotere diepte: hoe lager (hoe
dieper) het gat hoe horizontaler het water eruit spuit
De toename van druk met de diepte wordt
afgeleidt uit de horizontaal afgelegde weg van de
waterstraal uit de gaten
- Deze hydrostatische druk voelen we in alle
luchtruimtes in het lichaam vb. trommelvliezen, sinussen als je naar de bodem duikt
Aquatisch ademen = boven water inademen & onder water uitademen
Ademhaling bestaat uit 2 delen:
- Inademen = boven water, kort & laag boven wateroppervlak (door tijdsdruk vermijden dat er
water in de neus komt & ademen dus door de mond, als we hoger uit het water zouden
komen zou dit nadelig zijn voor de stroomlijn)-> nadelig voor stroomlijn van lichaam
- Uitademen = veel tijd, hoofd in verlengde van lichaam (kan zowel door neus als mond)
, 2 manieren om te ademen:
- Rotatie van het hoofd rond de breedteas (gebruikt bij schoolslag & vlinderslag)
- Rotatie van het hoofd rond de lengteas (gebruikt bij crawl)
- (bij zwemmen op de rug is de ademhaling het eenvoudigst want het gezicht is vrij om op elk
moment in & uit te ademen
Evenwicht
Natuurkunde
Schijnbaar gewichtsverlies = persoon weegt minder onder water
2 krachten werken in op lichaam zonder verplaatsing in water:
- Zwaartekracht (Fz) = kracht die ons naar het centrum van de aarde trekt (kunnen we enkel
aan ontsnappen als we buiten de atmosfeer zijn)
- Opwaartse kracht (Fo) = “een lichaam ondergedompeld in water ondervindt een opwaartse
kracht die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste hoeveelheid water” (archimedes was
de 1e die dit beschreef)
Drijven/ zinken?
- Zwaartekracht < opwaartse kracht: drijven
- Zwaartekracht > opwaartse kracht: (dichtheid voorwerp groter dan dichtheid vloeistof)
zinken
- Zweven = beide krachten exact even groot (niet zinken/drijven)
Dichtheid bepaald of iets drijft of zinkt: p = massa/volume