Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Ontwikkelingspsychologie VUB

Rating
-
Sold
1
Pages
87
Uploaded on
12-08-2025
Written in
2024/2025

In één keer geslaagd dankzij deze samenvatting! Deze uitgebreide samenvatting is gebaseerd op de originele PowerPointpresentaties, de uitleg van de professor én extra voorbeelden om de leerstof helder te maken. Alles is duidelijk en gestructureerd uitgewerkt, zodat je tijd bespaart bij het studeren.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Ontwikkelingspsychologie | Jill N.


1. Introductie, theoretische kaders en prenataal
1.1. Definitie
• Ontwikkelingspsychologie: is de wetenschappelijke stuide van de
veranderingsprocessen en stabiliteit bij (een) individu(en) vanaf de conceptie tot aan de
dood op verschillende domeinen in wisselwerking met de omgeving.

Wetenschappelijke studie

• Een wetenschappelijke studie omvat het stellen van vragen, het formuleren van een
verklaring en het uitvoeren van onderzoek om die verklaring te ondersteunen of te
verwerpen. Twee populaire types van onderzoek:
o Correlationeel: Onderzoekt de relatie tussen variabelen zonder in te grijpen, maar kan
geen oorzaken vaststellen.
bv. Correlatie tussen het kijken van gewelddadige programma’s en agressie
o Experimenteel: Manipuleert variabelen om causale relaties te bepalen, met controle
over andere factoren.
bv. Nature versus nurture

Van conceptie tot de dood

Het leven omvat verschillende levensfases die niet strikt gedefinieerd zijn en beïnvloed worden
door culturele en sociologische factoren.

• Culturele invloeden: Zoals overgangsriten naar volwassenheid en formele educatie.
• Sociologische invloeden: Bijvoorbeeld de toegenomen instroom in het hoger onderwijs en
de economische situatie.

Levensfases:

• Prenatale periode: Van conceptie tot geboorte.
• Babytijd: Van 0 tot 18 maanden.
• Peutertijd: Van 18 maanden tot 2/3 jaar.
• Kleutertijd: Van 2,5/3 tot 6 jaar.
• Kindertijd (lagere school): Van 6 tot 12 jaar.
• Adolescentie: Van 12 tot 18 jaar.
• “Emerging adulthood”: Van 18 tot 30 jaar.
• Vroege volwassenheid: Van 18 tot 30 jaar.
• Volwassenheid: Van 30 tot 60 jaar.
• Laat volwassenheid: 60 jaar en ouder.
 “Emerging adulthood” is een nieuwe fase, en het levenspad is minder vastgelegd dan
vroeger. Economische en sociale factoren spelen een grote rol, waardoor jongeren meer
ruimte hebben om hun eigen keuzes te maken.

Ontwikkeling vindt plaats op verschillende domeinen: fysiek, cognitief en sociocultureel, en
gebeurt in wisselwerking met de omgeving. Dit omvat concepten zoals nature-nurture en het bio-
ecologisch model.



1

, Ontwikkelingspsychologie | Jill N.

1.2. Basisthema’s

Continu of discontinu: de vraag is of de ontwikkeling van een kind geleidelijk verloopt of dat er
plotselinge veranderingen zijn.

• Continu: Dit verwijst naar een graduele toename van vaardigheden, wat wijst op
kwantitatieve veranderingen.
• Discontinu: Dit benadrukt verschillende stadia met specifieke kenmerken, wat leidt tot
kwalitatieve veranderingen. Bijvoorbeeld, een kind kan plotseling gaan lopen op 1-jarige
leeftijd, wat een discontinuïteit in ontwikkeling vertegenwoordigt.
o Kritieke/gevoelige periode: In de ontwikkeling nemen alle kinderen ongeveer dezelfde
stappen op vergelijkbare momenten. Er zijn specifieke perioden waarin het leren van
bepaalde vaardigheden, zoals taal, bijzonder effectief is.
Bijvoorbeeld, de periode tussen 0 en 6/7 jaar is cruciaal voor taalontwikkeling; kinderen
zijn in deze fase zeer ontvankelijk voor taalinput.
o Deze ontwikkeling wordt beïnvloed door unieke combinaties van genen en
omgevingsfactoren, wat resulteert in individuele paden van ontwikkeling, maar met
gemeenschappelijke trends onder kinderen.
Universeel of individueel: Gaat elk individu door dezelfde ontwikkelingsstappen?

• Universeel: Er zijn kritieke of gevoelige perioden, zoals de periode waarin kinderen het
beste taal kunnen leren. Bijvoorbeeld, leren lopen is een kritieke periode; als een kind dit
niet op 1-jarige leeftijd heeft geleerd, kan het later moeilijkheden ondervinden.
• Individueel: Elk individu volgt een uniek ontwikkelingstraject dat beïnvloed wordt door
verschillende contexten, wat de diversiteit in ontwikkeling verklaart.
Nature-Nurture debat: Wat bepaalt de mens: genetische of omgevingsinvloeden?

• Nature: Dit verwijst naar de genetica; je wordt geboren met bepaalde aanleg en
eigenschappen die je later gedrag kunnen beïnvloeden, zoals agressiviteit.
• Nurture: Dit richt zich op de omgeving en opvoeding; de context waarin iemand opgroeit
kan van cruciaal belang zijn voor ontwikkeling, ongeacht genetische aanleg.
 NATURE EN NURTURE BEPALDEN LEVENSLOOP: Dit debat is essentieel voor het begrijpen
van de complexiteit van menselijke ontwikkeling.

1.3. Theoretische kaders
1.3.1. Psychoanalytische theorie

Psychoanalytische theorie, Sigmund Freud: Volgens deze theorie heeft het onderbewustzijn een
grote invloed op de persoonlijkheid en het gedrag. Het concept omvat drie onderdelen:
• Es (id): De basis van ons psychisch leven, gedreven door biologische driften en het
lustprincipe, onbewust vanaf de geboorte.
• Ich (ego): Het rationele en bewuste deel van de psyche, dat vroeg in de babytijd ontstaat
en impulsen van het es analyseert.
• Über-ich (superego): Het morele aspect dat normen en waarden vertegenwoordigt.




2

, Ontwikkelingspsychologie | Jill N.

Freudiaanse verspreking is een voorbeeld van hoe het onderbewustzijn naar voren kan komen;
wanneer iemand per ongeluk iets zegt, onthult dit vaak onbewuste verlangens of gedachten.
Sigmund Freud benadrukte dat er geen toeval is bij deze momenten; ze zijn uitingen van wat
iemand echt wil zeggen.
Freuds theorie steunt op de psychoseksuele ontwikkeling. Als er te weinig of te veel bevrediging
is tijdens een bepaalde fase, ontstaat er fixatie.
1. Oraal (0-1 jaar):
o De mond is de eerste lustbron: voedsel inzuigen, ritmisch zuigen door de baby zelf,
en objecten naar de mond brengen.
o Fixatie: Kan leiden tot roken of praatziek zijn.
2. Anaal (1-3 jaar):
o Deze periode verwijst naar de ontwikkeling van zindelijkheid en controle over
ontlasting.
o Fixatie: Kan leiden tot obsessief of chaotisch en rebels gedrag op latere leeftijd.
3. Fallisch (3-6 jaar):
o Periode waarin het ontdekken van geslachtsverschillen en de ontwikkeling van
seksuele identiteit centraal staat, wat kan leiden tot complexe emoties zoals het
Oedipus- en Electra-complex.
▪ Oedipuscomplex: Gevoelens van een jongen die zich aangetrokken voelt
tot zijn moeder en rivaliteit ervaart met zijn vader.
▪ Electra-complex: Gevoelens van een meisje die zich aangetrokken voelt tot
haar vader en rivaliteit ervaart met haar moeder.
o Fixatie: Kan leiden tot problemen met seksuele identiteit of relaties in het
volwassen leven, zoals een overmatige behoefte aan goedkeuring, jaloezie of
problematische machtsdynamieken in romantische relaties.
4. Latentie (6-11 jaar):
o Periode waarin seksuele verlangens minder op de voorgrond staan en kinderen zich
vooral richten op sociale interactie, vriendschappen en schoolse activiteiten.
o Fixatie: Kan leiden tot moeilijkheden in sociale relaties of een gebrek aan
zelfvertrouwen, doordat belangrijke sociale vaardigheden en emoties niet goed zijn
ontwikkeld tijdens deze periode.
5. Genitaal (12 jaar en ouder):
o Periode waarin er een heropleving is van seksuele verlangens en de ontwikkeling
van volwassen seksuele relaties, waarbij de focus ligt op wederzijdse bevrediging
en intieme verbinding met anderen.
o Fixatie: Kan leiden tot problemen met volwassen relaties, zoals het aangaan van
intieme verbindingen of een overmatige focus op seksuele bevrediging zonder
emotionele betrokkenheid.

3

, Ontwikkelingspsychologie | Jill N.

1.3.2. Psychosociale theorie: Erik Erikson
Psychosociale theorie, Erikson: benadrukt de rol van sociale interactie en de invloed van samenleving
en cultuur op ontwikkeling. In tegenstelling tot de psychoanalytische theorie, die zich op de vroege
kindertijd richt, stelt hij dat ontwikkeling doorgaat na de adolescentie. Hij identificeert acht belangrijke
ontwikkelingstaken met specifieke conflicten die opgelost moeten worden voor verdere groei.
1. Basisvertrouwen ↔ Basiswantrouwen (0-1 jaar):
o Basisvertrouwen ontwikkelt zich wanneer een kind warme en zorgzame aandacht
ontvangt. Basiswantrouwen ontstaat door strenge of afwezigheid van zorg.
2. Autonomie ↔ Schaamte en twijfel (1-3 jaar):
o Kinderen willen steeds meer zelf dingen doen. Ouders kunnen autonomie
ondersteunen door een passende mate van vrijheid te geven. Tegenhouden kan leiden
tot schaamte en twijfel.
o Voorbeeld: Een kind probeert voor het eerst op het potje te gaan. Als het mislukt en de
ouder positief reageert, voelt het zich goed; als de ouder boos is, kan het zich schamen.
3. Initiatief ↔ Schuld (3-6 jaar):
o Kinderen leren initiatief nemen en verantwoordelijkheid voelen, vooral met
aanmoediging van ouders. Te veel controle kan schuldgevoelens veroorzaken.
o Voorbeeld: Een kind wil helpen in de keuken. Als de ouder het aanmoedigt, voelt het
zich zelfzeker; als de ouder te veel commandeert, kan het zich schuldig voelen.
4. Vlijt ↔ Minderwaardigheid (6-11 jaar):
o Kinderen leren samenwerken en ontwikkelen vlijt. Negatieve ervaringen, zoals slechte
punten of pesten, kunnen leiden tot minderwaardigheid.
o Voorbeeld: Een kind dat goed samenwerkt, kan zich minderwaardig voelen na kritiek
van de leraar.
5. Identiteit ↔ Identiteitsverwarring (jeugdperiode):
o Tieners ontwikkelen een eigen identiteit met waarden en doelen. Gebrek aan
aanmoediging kan verwarring veroorzaken over wie ze zijn.
o Voorbeeld: Een tiener die geen steun krijgt bij het kiezen van een richting kan zich
onzeker voelen over zijn of haar toekomst.
6. Intimiteit ↔ Isolement (jonge volwassenheid):
o Jongeren ontwikkelen intieme relaties. Negatieve ervaringen kunnen leiden tot
isolement en angst om zich emotioneel open te stellen.
o Voorbeeld: Iemand met teleurstellingen in eerdere relaties kan moeite hebben om een
nieuwe relatie aan te gaan en zich eenzaam voelen.
7. Scheppend ↔ Stagnatie (volwassenheid):
o Volwassenen zijn vaak bezig met opvoeding en bijdragen aan anderen. Falend hierin
kan leiden tot stagnatie.
o Voorbeeld: Een ouder die zich inzet voor zijn kinderen voelt zich goed, terwijl iemand
die alleen op zijn carrière focust zich leeg kan voelen.
8. Ik-integriteit ↔ Wanhoop (ouderdom):
o Integriteit ontstaat wanneer mensen tevreden terugkijken op hun leven. Spijt of
ongelukkigheid kan leiden tot wanhoop.
o Voorbeeld: Een oudere die trots is op zijn leven voelt zich vredig, terwijl iemand met
spijt angst voor de dood kan ervaren.




4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
August 12, 2025
Number of pages
87
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$11.75
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
njill

Get to know the seller

Seller avatar
njill Vrije Universiteit Brussel
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4
Member since
10 months
Number of followers
0
Documents
10
Last sold
1 month ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions