Bacteriële ziekten Schaap en geit 1ste Master 2024-2025
Schaap en geit
Huidinfecties met Staphylococcus en Dermatophilus
Stafylokokken Dermatitis
Etiologie
• Staphylococcus aureus:
o Gram-positieve, facultatief pathogene bacterie. Liggen in druiventrosjes.
o Secundaire bacteriële pathogeen, je hebt altijd predisponerende factoren
nodig
o Obligaat symbiotisch, maar kan huidletsels infecteren.
Pathogenese
• S. aureus komt normaal voor op mucocutane overgangen bij gezonde schapen.
• Predisponerende factoren: huidwonden door scheren, prikkeldraad of trauma →
kans op wondinfectie.
• Vocht bevordert ontstaan van pyodermie.
• Symptomen vooral thv kopstreek, soms poten of tepels.
• Verspreiding: snel binnen kudde via kop-kopcontact → tot 50% besmetting.
• Letsels: ernstige pyodermie met ulcera, etter, bloed en korstvorming.
Symptomen
• Huidzweren met etter en bloed: pyodermie
• Bij geiten: blaasjes/pustulae op de uier, tepels en onderbuik.
o Vrij frequent meestal goedaardig
o Voor de rest verloopt de rest zoals bij het schaap. Het verloopt dus vrij mild en zelflimiterend.
Diagnose
• Staal verzamelen uit een gesloten letsel, maar moeilijk bij pyodermie want meestal heb je geen gesloten letsels,
dus diep onder een korst; niet te veel materiaal op swab. Voor bacteriologisch onderzoek: in transportmedium,
snel koelen (4°C), gekoeld en snel naar labo sturen.
• Swab uitplaten op een draagglaasje, kleuren met snelle bloedkleuring. Bij pyodermie: ontstekingscellen (meestal
degenererende neutrofielen waarin je gefagocyteerde coccen ziet liggen). Indien je dit ziet bij een schaap die
pyodermie vertoont, dan heb je een sterke indicatie dat het gaat om een pyodermie veroorzaakt door S. aureus.
Therapie
• Isolatie van aangetaste dieren.
• Verminderen van kop-kop contact en aantal dieren/trog
• Verwijdering en desinfectie van korsten.
• Antibiotica volgens antibiogram.
Dermatophilose
Etiologie
• Dermatophilus congolensis:
o Gram-positieve bacterie. Je krijgt een soort pseudohyfen die lijken op schimmels
met septa. De bacterie produceert daarna ook zoöspores (=beweeglijke sporen)
waardoor de bacterie zich van dier tot dier kan verspreiden.
• Bij schapen zien we nogal frequent D. congolensis infecties optreden
1
,Bacteriële ziekten Schaap en geit 1ste Master 2024-2025
D. congolensis kan een pyodermie of een acute, purulente ontsteking van de epidermis veroorzaken bij verschillende
diersoorten, incl. schaap en reptielen. De infectie komt regelmatig ook voor bij de mens, kan ook frequent voorkomen bij
het paard
Pathogenese
Er zijn predisponerende factoren nodig; hier is dat vocht en warmte. Warme, vochtige zomers predisponeren voor het
ontstaan van D. congolensis infecties. Het is een ziekte die men frequent ziet in de Tropen.
Symptomen
• Gele, gelatineuze afscheiding aan de basis van de wol.
Diagnose
• Bacteriologie: swab, een beetje materiaal, in een transportmedium, snel gekoeld
naar labo
Therapie
• Bij voorkeur scheren, lokaal behandelen met desinfectans (vb. chloorhexidine).
• Schapen droog opstallen. Meestal is dit al voldoende om spontaan herstel te krijgen.
• Predisponerende factoren uitschakelen, vb. vermijden dat schapen microtraumata verkrijgen tijdens het scheren
van de wol.
Actinobacillose (niet gezien)
Etiologie
Een bacteriële infectie die vooral voorkomt bij verzwakte dieren is Actinobacillose, veroorzaakt door Actinobacillus
lignieresii, waarbij je bindweefselvorming krijgt met abcessen in de weke delen rond de kop; vooral thv de muil (farynx,
tonsillen, tong, parotis). Het is een Gr- bacterie die kan voorkomen thv de muil bij gezonde dieren en die geen problemen
veroorzaakt, tenzij de dieren verzwakt zijn.
Je krijgt harde woekeringen thv de weke delen van de muil, waaruit het kan openen en waaruit een geel-groene etter
kan uitvloeien. In sommige gevallen kan de infectie thv de long terechtkomen, waarbij je chronisch progressieve
ademhalingsstoornissen krijgt die gaan uitmonden in de dood van het dier (maar is relatief zeldzaam). Ook
uieractinobacillose kan voorkomen waarbij je knobbelvorming krijgt thv de uier met uitscheiding van etter in de melk.
Het kan dus mastitis veroorzaken.
Als de infectie voorkomt thv de kop en die veroorzaakt daar een pyogranulomateuze ontsteking, dan zie je uitgesproken
zwellingen en spreekt men van “lumpy jaw”. Dit komt af en toe voor bij schapen en zien we zeer frequent bij walabi’.
Diagnose
• Bacteriologie
o Staal nemen van de etter
• Cytologie
o Etter uitsmeren op een draagglaasje en kleuren
Behandeling
Behandeling is weinig succesvol en je moet lang behandelen met antibiotica. In veel gevallen wordt er overgegaan tot
het afslachten van aangetaste dieren.
2
, Bacteriële ziekten Schaap en geit 1ste Master 2024-2025
Caseuze Lymfadenitis
Etiologie
Caseuze lymfadenitis, ook bekend als pseudo-tuberculose, wordt veroorzaakt door Corynebacterium pseudotuberculosis:
• Kenmerken:
o Gram-positieve, facultatief intracellulaire bacterie (te vergelijken met Mycobacterium of Listeria)
o Obligaat symbiotisch en zeer resistent in de omgeving (kan tot maanden overleven)
o Produceert exotoxines, zoals fosfolipase D, die weefselnecrose en verspreiding bevorderen.
Definitie en Voorkomen
Caseuze lymfadenitis is een chronische etterige ontsteking van een of meerdere lymfeknopen. Het komt wereldwijd voor,
met een hogere prevalentie bij geiten dan bij schapen. (rund)
• In België: pseudotuberculose frequent bij geiten; bij schapen teruggedrongen door bestrijding.
o Schaap: sporadisch.
o Geit: meerdere bedrijven aangetast. Bij introductie kan de morbiditeit oplopen tot 50%.
Pathogenese
1. Ingangsporten:
o Huidwonden door scheren, castratie of ectoparasieten. Prikkeldraad.
o Navelinfecties of opname via melk en uierabcessen.
2. Lokale infectie:
o Lokale abcesvorming in lymfeknopen.
3. Systemische verspreiding:
o Uitzaaiingen naar mediastinum → chronisch progressieve dyspnee. Nier → proteïnurie, nierinsufficiëntie
o Langzaam groeiende abcessen veroorzaken chronische infecties.
Zeer besmettelijk: >50% kudde geïnfecteerd binnen enkele weken.
Macroscopie: in slachthuis herkenbaar door "onion ring"-aspect in abces.
Symptomen
Typische locaties: mediastinale lymfeknopen, eventueel inwendige organen.
Klinisch symptoom: abcesvorming thv boeflymfeknoop. Kan verborgen blijven door dikke vacht.
• Subcutane abcessen:
o Typisch gelaagd aspect, lijkt op ajuin
o Weinig of geen algemene symptomen
o Dikke, pasteuze, geelgroene etter in oppervlakkige lymfeknopen.
▪ MAAR etter bevat zeer grote aantallen bacteriën, dus als je dat opent op
een bedrijf, dan gaat zal leiden tot zeer uitgesproken
omgevingscontaminatie. De bacterie overleeft heel lang in de omgeving,
dus je moet opletten bij het openen van abcessen op een bedrijf!
o Variabele incubatieperiode, tot 6 maanden.
▪ Tot een half jaar nadat je het laatste ziektegeval hebt gezien in een kudde,
kunnen er nog altijd nieuwe gevallen bijkomen. Het duurt dus zeer lang
voor je een kudde schapen of geiten vrij kan verklaren van caseuze lymfadenitis.
• Interne organen:
o Soms veralgemening van de infectie
o Etterige abcessen thv inwendige organen
o Chronisch progressief slechter; vermageren, variabele eetlust, sterfte
o Symptomen van de aangetaste organen
o “Wasting ewe” syndroom = wegkwijnende ooi syndroom. Heel vage, progressieve symptomen
3
Schaap en geit
Huidinfecties met Staphylococcus en Dermatophilus
Stafylokokken Dermatitis
Etiologie
• Staphylococcus aureus:
o Gram-positieve, facultatief pathogene bacterie. Liggen in druiventrosjes.
o Secundaire bacteriële pathogeen, je hebt altijd predisponerende factoren
nodig
o Obligaat symbiotisch, maar kan huidletsels infecteren.
Pathogenese
• S. aureus komt normaal voor op mucocutane overgangen bij gezonde schapen.
• Predisponerende factoren: huidwonden door scheren, prikkeldraad of trauma →
kans op wondinfectie.
• Vocht bevordert ontstaan van pyodermie.
• Symptomen vooral thv kopstreek, soms poten of tepels.
• Verspreiding: snel binnen kudde via kop-kopcontact → tot 50% besmetting.
• Letsels: ernstige pyodermie met ulcera, etter, bloed en korstvorming.
Symptomen
• Huidzweren met etter en bloed: pyodermie
• Bij geiten: blaasjes/pustulae op de uier, tepels en onderbuik.
o Vrij frequent meestal goedaardig
o Voor de rest verloopt de rest zoals bij het schaap. Het verloopt dus vrij mild en zelflimiterend.
Diagnose
• Staal verzamelen uit een gesloten letsel, maar moeilijk bij pyodermie want meestal heb je geen gesloten letsels,
dus diep onder een korst; niet te veel materiaal op swab. Voor bacteriologisch onderzoek: in transportmedium,
snel koelen (4°C), gekoeld en snel naar labo sturen.
• Swab uitplaten op een draagglaasje, kleuren met snelle bloedkleuring. Bij pyodermie: ontstekingscellen (meestal
degenererende neutrofielen waarin je gefagocyteerde coccen ziet liggen). Indien je dit ziet bij een schaap die
pyodermie vertoont, dan heb je een sterke indicatie dat het gaat om een pyodermie veroorzaakt door S. aureus.
Therapie
• Isolatie van aangetaste dieren.
• Verminderen van kop-kop contact en aantal dieren/trog
• Verwijdering en desinfectie van korsten.
• Antibiotica volgens antibiogram.
Dermatophilose
Etiologie
• Dermatophilus congolensis:
o Gram-positieve bacterie. Je krijgt een soort pseudohyfen die lijken op schimmels
met septa. De bacterie produceert daarna ook zoöspores (=beweeglijke sporen)
waardoor de bacterie zich van dier tot dier kan verspreiden.
• Bij schapen zien we nogal frequent D. congolensis infecties optreden
1
,Bacteriële ziekten Schaap en geit 1ste Master 2024-2025
D. congolensis kan een pyodermie of een acute, purulente ontsteking van de epidermis veroorzaken bij verschillende
diersoorten, incl. schaap en reptielen. De infectie komt regelmatig ook voor bij de mens, kan ook frequent voorkomen bij
het paard
Pathogenese
Er zijn predisponerende factoren nodig; hier is dat vocht en warmte. Warme, vochtige zomers predisponeren voor het
ontstaan van D. congolensis infecties. Het is een ziekte die men frequent ziet in de Tropen.
Symptomen
• Gele, gelatineuze afscheiding aan de basis van de wol.
Diagnose
• Bacteriologie: swab, een beetje materiaal, in een transportmedium, snel gekoeld
naar labo
Therapie
• Bij voorkeur scheren, lokaal behandelen met desinfectans (vb. chloorhexidine).
• Schapen droog opstallen. Meestal is dit al voldoende om spontaan herstel te krijgen.
• Predisponerende factoren uitschakelen, vb. vermijden dat schapen microtraumata verkrijgen tijdens het scheren
van de wol.
Actinobacillose (niet gezien)
Etiologie
Een bacteriële infectie die vooral voorkomt bij verzwakte dieren is Actinobacillose, veroorzaakt door Actinobacillus
lignieresii, waarbij je bindweefselvorming krijgt met abcessen in de weke delen rond de kop; vooral thv de muil (farynx,
tonsillen, tong, parotis). Het is een Gr- bacterie die kan voorkomen thv de muil bij gezonde dieren en die geen problemen
veroorzaakt, tenzij de dieren verzwakt zijn.
Je krijgt harde woekeringen thv de weke delen van de muil, waaruit het kan openen en waaruit een geel-groene etter
kan uitvloeien. In sommige gevallen kan de infectie thv de long terechtkomen, waarbij je chronisch progressieve
ademhalingsstoornissen krijgt die gaan uitmonden in de dood van het dier (maar is relatief zeldzaam). Ook
uieractinobacillose kan voorkomen waarbij je knobbelvorming krijgt thv de uier met uitscheiding van etter in de melk.
Het kan dus mastitis veroorzaken.
Als de infectie voorkomt thv de kop en die veroorzaakt daar een pyogranulomateuze ontsteking, dan zie je uitgesproken
zwellingen en spreekt men van “lumpy jaw”. Dit komt af en toe voor bij schapen en zien we zeer frequent bij walabi’.
Diagnose
• Bacteriologie
o Staal nemen van de etter
• Cytologie
o Etter uitsmeren op een draagglaasje en kleuren
Behandeling
Behandeling is weinig succesvol en je moet lang behandelen met antibiotica. In veel gevallen wordt er overgegaan tot
het afslachten van aangetaste dieren.
2
, Bacteriële ziekten Schaap en geit 1ste Master 2024-2025
Caseuze Lymfadenitis
Etiologie
Caseuze lymfadenitis, ook bekend als pseudo-tuberculose, wordt veroorzaakt door Corynebacterium pseudotuberculosis:
• Kenmerken:
o Gram-positieve, facultatief intracellulaire bacterie (te vergelijken met Mycobacterium of Listeria)
o Obligaat symbiotisch en zeer resistent in de omgeving (kan tot maanden overleven)
o Produceert exotoxines, zoals fosfolipase D, die weefselnecrose en verspreiding bevorderen.
Definitie en Voorkomen
Caseuze lymfadenitis is een chronische etterige ontsteking van een of meerdere lymfeknopen. Het komt wereldwijd voor,
met een hogere prevalentie bij geiten dan bij schapen. (rund)
• In België: pseudotuberculose frequent bij geiten; bij schapen teruggedrongen door bestrijding.
o Schaap: sporadisch.
o Geit: meerdere bedrijven aangetast. Bij introductie kan de morbiditeit oplopen tot 50%.
Pathogenese
1. Ingangsporten:
o Huidwonden door scheren, castratie of ectoparasieten. Prikkeldraad.
o Navelinfecties of opname via melk en uierabcessen.
2. Lokale infectie:
o Lokale abcesvorming in lymfeknopen.
3. Systemische verspreiding:
o Uitzaaiingen naar mediastinum → chronisch progressieve dyspnee. Nier → proteïnurie, nierinsufficiëntie
o Langzaam groeiende abcessen veroorzaken chronische infecties.
Zeer besmettelijk: >50% kudde geïnfecteerd binnen enkele weken.
Macroscopie: in slachthuis herkenbaar door "onion ring"-aspect in abces.
Symptomen
Typische locaties: mediastinale lymfeknopen, eventueel inwendige organen.
Klinisch symptoom: abcesvorming thv boeflymfeknoop. Kan verborgen blijven door dikke vacht.
• Subcutane abcessen:
o Typisch gelaagd aspect, lijkt op ajuin
o Weinig of geen algemene symptomen
o Dikke, pasteuze, geelgroene etter in oppervlakkige lymfeknopen.
▪ MAAR etter bevat zeer grote aantallen bacteriën, dus als je dat opent op
een bedrijf, dan gaat zal leiden tot zeer uitgesproken
omgevingscontaminatie. De bacterie overleeft heel lang in de omgeving,
dus je moet opletten bij het openen van abcessen op een bedrijf!
o Variabele incubatieperiode, tot 6 maanden.
▪ Tot een half jaar nadat je het laatste ziektegeval hebt gezien in een kudde,
kunnen er nog altijd nieuwe gevallen bijkomen. Het duurt dus zeer lang
voor je een kudde schapen of geiten vrij kan verklaren van caseuze lymfadenitis.
• Interne organen:
o Soms veralgemening van de infectie
o Etterige abcessen thv inwendige organen
o Chronisch progressief slechter; vermageren, variabele eetlust, sterfte
o Symptomen van de aangetaste organen
o “Wasting ewe” syndroom = wegkwijnende ooi syndroom. Heel vage, progressieve symptomen
3