WPO
H1:RELATIES TUSSEN VARIABELEN
OVERZICHT THEORIE
Variabelen= onderzoeksobjecten ( depressie, IQ … )
1
, Relatie hiertussen berekenen hangt af van soort variabele:
- Dichotome variabele
- Continue variabele
SOORTEN VARIABELE
Dichotome variabelen:
- Kunnen slechts 2 waarden aannemen
Vb. Geslaagd – niet geslaagd / kat – hond / oud – jong
Continue variabelen:
- Kennen een continuüm van waarden
Vb. Lengte
RELATIE TUSSEN 2 DICHOTOMEN VARIABELEN
Lambda
Chi-kwadraat
Lambda
Hoeveel beter kan je variabele Y voorspellen, als je de waarde van variabele X
kent.
Voorbeel1: lambda
Somaya wil onderzoeken of er een verband is tussen ouderdom en rijkdom. Hiervoor interviewt zij in totaal
33 personen, waarvan 18 oudere personen (+50j). Zij vraagt adhv een vooropgestelde grens van
vermogen aan alle personen of ze al dan niet rijk zijn. Van de oudere personen antwoorden er 12 ja, bij
de jongere personen (-50j) zijn dit er 6. Ga na in welke mate leeftijd toelaat om betere voorspellingen
te maken van het al dan niet rijk zijn dan wanneer je niets weet over de leeftijd.
- Stap 1: wat soort variabelen hebben we?
Hier: oud – jong / rijk – arm beide dichotomen variabelen
Lambda of chi-kwadraat gebruiken
- Stap 2: wat voor test moeten we hier doen?
Voorspellen lambda
als je wilt weten of er een verband is, zonder te focussen op voorspellen
chi
- stap 1 (lambda): kruistabel
2
, - Stap 2: welke variabel gaat dienen als extra info om een betere voorspelling te
doen
Ze willen weten of iemand rijk/arm is
Interpretatie:
Voorbeeld 2: lambda
Opgepast!
Lambda is niet symmetrisch
3
,Chi-kwadraat
Lambda wordt in praktijk weinig gebruikt, chi-kwadraat vaak gebruikt voor
nominale of ordinale variabelen
Chi-kwadraat werkt met de geobserveerde waarde (O) t.o.v. de verwachte
waarden (E)
Interpretatie
Hoe groter de waarde, hoe sterker het verband tussen beide variabelen.
Als het resultaat gelijk is aan 0, dan zijn de geobserveerde en de verwachte
waarden identiek en dan is er geen verband tussen beide variabelen.
Er zijn geen grenzen
Voorbeeld chi-kwadraat
2 dichotomen veriabelen: je zit in HR/marketing of je bent 5 jaar in dienst of
minder
Waarde in kruistabel = geobserveerde waardes
Nu: enkel verwachten waardes nog maken
Werkwijze:
Geen supersterk verband, ligt dicht bij
RELATIE TUSSEN 2 CONTINUE VARIABELEN
nul
Covariantie
4
, Correlatie
Variantie
Standaartddeviatie
Spreidingsmaten
Variantie
Standaarddeviatie
Variantie
Mate waarin waargenomen meetwaarden afwijken van het gemiddelde in de
verdeling
Procedure:
1. Bereken deviatie tussen elke meetwaarde en het gemiddelde (xi - x )
2. Kwadrateer de deviaties (xi - x )²
3. Bereken gemiddelde van alle gekwadrateerde deviaties
Voorbeeld variantie
Interpretatie: hoe groter het getal, hoe verder onze geobserveerde waarde
afwijken van het gemiddelde, hoe verspreider de data ligt
- Moeilijk interpreteren, want andere meeteenheid, daarom standaarddeviatie
van nemen
Standaarddeviatie
Mate waarin waargenomen meetwaarden afwijken van het gemiddelde in de
verdeling
Zo staat het wel in de juiste meeteenheid + kunnen we het interpreteren
Procedure:
5
, 1. Bereken deviatie tussen elke meetwaarde en het gemiddelde (xi - x )
2. Kwadrateer de deviaties (xi - x )²
∑( xi−x )²
3. Bereken gemiddelde van alle gekwadrateerde deviaties ( )
n
4. Neem de vierkantswortel van dit gemiddelde
Voorbeeld standaarddeviatie
Interpretatie: gemiddelde + sd (28,73) = 68%
Covariantie
Mate waarin er een verband is tussen de variatie in twee verdelingen van
waargenomen meetwaarden.
Procedure:
1. Bereken verschilscore voor beide variabelen (xi - x ) en (yi - y )
2. Bereken product van de twee sets van verschilscores ((x i - x ) . (yi - y ))
3. Bereken gemiddelde van deze producten
Voorbeeld covariantie
Positieve uitkomst positief verband
Negatieve uitkomst negatief verband
Beperkingen
Interpretatie van verband tussen twee variabelen: zegt ons iets over de richting, maar
niet sterkte:
1. Richting verband: Covariantie positief of negatief
2. Grootte/sterkte verband: Grootte covariantie wordt naast de sterkte van het
verband beïnvloed door de grootte van de meeteenheden
L Verschillende resultaten bij verschillen in grootteorde van verschillende
variabelen
Correlatie coëfficiënt zegt wel iets over richting + sterkte
6
,Correlatie
Drukt verband tussen twee variabelen uit als getal tussen -1 en +1
Informatie over grootte + richting van verband
Procedure:
- Deel de covariantie tussen twee variabelen,
door de standaardafwijkingen van beide variabelen
Voorbeeld correlatie
Richting + grootte/sterkte verband
Pearson’s mediaan skewness
Normaalverdeling = symmetrische verdeling van de curve dat zowel links als
rechts van het gemiddelde wordt gespiegeld
Testgegevens zijn zelden perfect normaal verdeeld skewed verdelingen:
- Positief scheve verdeling: indien de mediaan kleiner is dan het gemiddelde
- Negatief scheve verdeling: indien de mediaan groter is dan het gemiddelde
- Symmetrische verdeling: indien de mediaan gelijk is aan het gemiddelde
Hoe scheef een verdeling net is, wordt gemeten adhv de Pearson’s mediaan
skewness:
7
, Deze formule maakt gebruik van het verschil tussen het gemiddelde en
de mediaan (~
x ¿en deelt door de standaarddeviatie (s). Het resultaat geeft weer
hoeveel standaarddeviaties het gemiddelde en de mediaan van elkaar
verschillen.
- Resultaat 0: symmetrische verdeling
- Negatief resultaat: negatief scheve verdeling
- Positief resultaat: positief scheve verdeling
Voorbeeld
OEFENINGEN
H2: TRANSFORMATIEMEETWAARDEN
8
,OVERZICHT THEORIE
BELANG TRANSFORMATIEMEETWAARDEN
TOEVVALLIG VERGELIJKENDE TRANSFORMATIEMEETWAARDEN
Rangnummers
Percentiele rangen
Standaardmeetwaarden
Rangnummers
Geven een rangschikking van de scores
Procedure:
1. Orden meetwaarden van hoog naar laag/van beste score naar slechtste score
2. Hoogste meetwaarde krijgt rangnummer 1, volgende rangnummer 2, enz.
Gelijke meetwaarden: Gemiddelde van rangnummers die normaal zouden
gegeven worden als alle meetwaarden verschillend waren
Voorbeeldoefening
Berekening rangnummers
Houdt geen rekening met kwaliteit van de referentiegroep.
- Vb: 10e van 100 kampioenen beter dan 1e van 1000 beginnelingen
Betekenis rangnummer onmogelijk in te schatten als grootte van
vergelijkingsgroep niet gekend is.
- Vb: 10e van 100 beter dan 10e van 11
Percentiele rangen is een oplossing, houd wel rekening met grootte van
de groep
Percentiele rangen
9
, Percentage van de deelnemers die ten hoogste meetwaarde xi behalen.
Procedure:
1. Rangschik meetwaarden in stijgende volgorde (xi) van laagste naar beste
2. Noteer absolute frequentie bij elke meetwaarde (Fi)
3. Bereken cumulatieve absolute frequenties (Ci)
4. Bereken relatieve frequenties (fi = Fi / N)
5. Bereken cumulatieve relatieve frequenties (ci)
6. Cumulatieve relatieve frequenties in % (PR = ci . 100)
Absolute frequentie Fi = Aantal keer dat een meetwaarde xi voorkomt
Cumulatieve absolute frequentie Ci = Aantal waarnemingsgetallen kleiner of gelijk
aan xi
Relatieve frequentie fi = Proportie observaties die waarde xi hebben
- fi = Fi / N
Cumulatieve relatieve frequentie ci= Proportie waarnemingen
- kleiner of gelijk aan xi
Percentiele rang PR = Percentage waarnemingen kleiner of gelijk aan xi
- PR = ci . 100
Vb: 115 33% van ons totaal aantal deelnemers behaald 115 of minder
Beperkingen percentiele rangen
Percentiele rangen liggen onderling niet op gelijke afstanden van elkaar omdat
normaalverdeling wordt gebruikt.
Standaardmeetwaarden oplossing
Standaardmeetwaarden
Aantal standaardafwijkingen verschil tussen een meetwaarde en het gemiddelde.
10