Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting KERNPUNTEN VOOR HET EXAMEN GENETICA EN GENOMICA 1STE BACHELOR BIOMEDISCHE WETENSCHAPPEN UHASSELT

Rating
3.0
(1)
Sold
6
Pages
128
Uploaded on
20-07-2025
Written in
2024/2025

KERNPUNTEN VOOR HET EXAMEN GENETICA EN GENOMICA 1STE BACHELOR BIOMEDISCHE WETENSCHAPPEN UHASSELT Hierdoor een 17/20 behaald voor genetica & genomica.

Institution
Course

Content preview

Kernpunten examen Genetica en Genomica:

Hoofdstuk 1:
Titel: Mendeliaanse genetica en cytogenetica
Doelstellingen:
Doelstelling:
WAT ZIJN DE BELANGRIJKSTE VERSCHILLEN TUSSEN EUKARYOTE EN PROKARYOTE CELLEN:
❖ Eukaryoot vs. Prokaryoot → beiden gebruikt
➢ Eukaryoten cellen: Genetisch materiaal in de kern met een dubbele membraan
▪ Organellen (zie celbio)
➢ Prokaryoten cellen: Genetisch materiaal in het cytoplasma
▪ Archae en Bacteria

❖ Criteria voor organismen voor genetisch onderzoek
➢ Korte levenscyclus → veel generaties in korte tijd
➢ Groot aantal nakomelingen
➢ Makkelijke te onderhouden
➢ Genetische variatie moet al aanwezig zijn of mogelijk zijn door mutaties


Doelstelling:
WAT IS EEN KARYOTYPE EN KEN JE DE TERMINOLOGIE BETREFFENDE EUKARYOTE CHROMOSOMEN:
Kort:
Eukaryote chromosomen

❖ Genoom = volledige haploïde chromosoomset
❖ Karyotype = chromosomen in metafase (maximaal gecondenseerd) geordend volgens grootte en plaats van
centromeer
➢ homologe chromosomen naast elkaar
➢ 23 paar (22 autosome en 1 paar geslachtschromosomen)

Lang:
Eukaryotic chromosomes (p. 351 – 353)

❖ Genoom ( = alle genetische info in een haploïde chromosoomset) is verdeeld over meerdere chromosomen
❖ Meeste eukaryote cellen zijn diploïd (2n)
❖ 2 gameten (elk is haploïd = n), 1 van de papa + 1 van de mama -> diploïde zygoot (2n)
❖ De mens heeft 46 chromosomen (2 x 23 = 2n)

❖ Homologe chromosomen = chromosomen die dezelfde genen bezitten en een paar vormen tijdens meiose
➢ Bestaan uit 2 homologen
➢ 1 homoloog is afkomstig van de vader, de andere van de moeder

❖ Niet-homologe chromosomen: bevatten niet dezelfde genen
❖ Geslachtschromosmen: vrouw XX <-> man XY
❖ Alle chromosomen behalve geslachtschromosomen = autosomen
❖ Chromosomen hebben een centromeer die verschillende posities op het chromosoom kan aannemen:
➢ Metacentrisch: centromeer in midden van chromosoom
➢ Submetacentrisch: iets meer verwijderd van het midden
➢ Acrocentrisch: bijna op het einde van chromosoom

, ➢ Telocentrisch: bevindt zich op uiteinde van chromosoom

❖ Karyotype = volledige set chromosomen tijdens de metafase (wordt in kaart gebracht)
➢ Tijdens de metafase zijn ze het meest gecondenseerd -> makkelijker zichtbaar
➢ Iedere soort heeft ander aantal, andere vorm en andere grootte van chromosomen
-> karyotype is voor iedere soort anders
➢ Homologe chromosomen worden van groot naar klein gerangschikt
➢ Chromosomen met gelijkaardige morfologie worden gegroepeerd onder dezelfde letters
➢ Homologe chromosomen gegroepeerd aan de hand van banden m.b.v. kleuringen

❖ Door aanwezigheid van centromeer, heeft iedere chromosoom 2 armen (behalve bij de telocentrische):
kleinere arm (p) , grotere arm (q)
❖ Regio’s en subregio’s voor lokaliseren van gen: regio 1 kortst bij centromeer
➢ bv. 7q31.2 – 7q31.3 : gelokaliseerd op…
▪ chromosoom 7
▪ op de langere arm
▪ regio 31
▪ subregio 2-3

❖ Chromosomen ook te onderscheiden m.b.v. fluorescentie:
probes (DNA-fragmenten die 1 (sub)regio voorstellen) worden gelabeled met fluorescerende moleculen
waarvan de emissie een andere golflengte heeft zodat men de verschillende probes (regio’s en subregio’s)
kunnen onderscheiden


Doelstelling:
BESCHRIJF HET BELANG VAN MEIOSE VOOR HET ONTSTAAN VAN GENETISCHE DIVERSITEIT:


❖ Meiose
➢ Meiose I = reductiedeling
➢ Meiose II = mitotische deling
➢ Crossing – over tijdens pro- en metafase I (genetische variatie)
➢ Homologe paren worden at random uit elkaar gehaald bij de anafase I (genetische variate)
➢ Unieke dochtercellen (2n → 4 x n)

Doelstelling:
BESCHRIJF DE OVERERVING VAN KENMERKEN BIJ MONOHYBRIDE KRUISINGEN & DE WETMATIGHEDEN
DIE MENDEL HIERUIT AFLEIDDE:
❖ Genotype en fenotype
➢ Genotype = genetische samenstelling
➢ Fenotype = uiterlijke kenmerken die ontstaan uit de combinatie van genetische samenstelling en de
invloed van de omgeving (opvoeding grote rol)
➢ Genen voorzien alleen de mogelijkheid tot ontwikkeling van een bepaald fenotype

❖ Mendel kruisingsexperimenten : monohybride kruising
➢ Homozygoot recessief x homozygoot dominant → F1: 4 dezelfde genotypes
➢ Zelfbestuiving bij F1 → 3:1 verhouding van gladde en gerimpelde zaden
➢ Gen = stukje DNA dat codeert voor bepaald eiwit
➢ Allel = variant van gen
➢ Locus = plaats op een chromosoom waar het gen zich bevindt
➢ Segregatiewet : recessieve kenmerken die niet tot uiting komen in F1 bij een kruising van
homozygoot recessief x homozygoot dominant, duiken terug op in F2

, ➢ Punnett kwadrant en vorkdiagram
➢ Testkruising: aan de hand van de nakomelingen het genotype van de ouder met dominant allel te
weten komen

Doelstelling:
BESCHRIJF DE OVERERVING VAN KENMERKEN BIJ DI- EN MEERHYBRIDE KRUISINGEN & DE
WETMATIGHEDEN DIE MENDEL HIERUIT AFLEIDDE:
❖ 2e wet van Mendel: dihybride kruising
➢ Dihybride kruisingen van genen op verschillende chromosomen gedragen zich onafhankelijk van
elkaar bij de vorming van gameten → onafhankelijke segregatie van kenmerken

❖ Multipele allelen
➢ Onvolledige dominantie → intermediair
➢ Codominantie
bloedgroepen:
▪ AB (IaIb)
▪ A (Iai)
▪ B (Ibi)
▪ O (ii)
➢ Geninteractie : fenotypisch kenmerk dat polygenisch (door meerdere genen) bepaald wordt
▪ Epistasie = een allel van 1 gen maskeert de expressie van beide allelen van het andere gen

Doelstelling:
HOE ANALYSEER JE EEN GEGEVEN KRUISINGSEXPERIMENT MET BEHULP VAN HET PUNNETT-KWADRANT:




/

Doelstelling:
WAT IS EEN TESTKRUISING & WAT IS HET NUT ERVAN:
Testkruising: aan de hand van de nakomelingen het genotype van de ouder met dominant allel te weten komen

Doelstelling:
KAN JE DE OVERERVING VAN MONOGENISCHE AANDOENINGEN UIT EEN STAMBOOM AFLEIDEN EN
INTERPRETEREN:

, ?

Doelstelling:
WEET JE DAT VAN EENZELFDE GEN MULTIPELE ALLELEN KUNNEN VOORKOMEN, EN DAT EENZELFDE
KENMERK KAN BEPAALD WORDEN DOOR MEERDERE GENEN:
Multiple alleles (p.424- 427)

• multipele allelen: een gen kan meer dan 2 allelen hebben
• ! een individu kan maximaal 2 allelen hebben van een gen maar in een populatie kunnen meerdere allelen
van een gen voorkomen !
• n allelen hebben n(n+1)/2 mogelijke genotypen waarvan n homozygoot zijn en n(n-1)/2 heterozygoot zijn

Doelstelling:
LEG HET ABO-BLOEDGROEPENSYSTEEM UIT IN GENETISCHE TERMEN:
ABO blood groups (p.424-426)

❖ voorbeeld van multipele allelen
❖ IA , IB , i -> 4 fenotypes
❖ IA en IB zijn dominant tov i
❖ om bloedgroep O te hebben:
➢ elke ouder moet homozygoot zijn voor i
➢ OF elke ouder moet heterozygoot zijn met i voor 1 van de allelen
❖ antigen (gebonden op rode bloedcel) = een molecule dat door het lichaam wordt gezien als
‘lichaamsvreemd’ -> lichaam maakt antilichamen aan
❖ antilichamen= een proteïne dat het lichaamsvreemde molecule herkent en erop bindt, het heeft als taak het
molecule te verwijderen

❖ gevolg: bv. bloedgroep A kan geen bloed krijgen van bloedgroep B omdat bloedgroep B antilichamen bevat
die kunnen binden op A -> bloedklonter
❖ AB kan van iedereen bloed krijgen en O kan aan iedereen bloed geven
❖ Meeste mensen produceren een glycolipide die bindt op het membraan van een rode bloedcel: H-antigen
❖ IA en IB coderen elk voor een specifieke glycosyltransferase die een specifieke suiker bindt op het H-antigen
-> ontstaan van A- of B-antigen
➢ verschil in DNA-sequentie van I A en I B -> 2 verschillende glycosyltransferasen
❖ IA /IB (AB) produceren beide glycosyltransferasen -> zowel antigen A als antigen B ontstaat
❖ ii (O) produceren geen glycosyltransferasen -> H-antigen wordt niet omgezet
➢ bloedgroep O wordt niet als vreemd gezien omdat het H-antigen bestaat uit een polysacharide dat
een bouwsteen is dat ook voorkomt bij antigen A en B -> wordt niet als vreemd gezien

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 20, 2025
Number of pages
128
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$9.19
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
6 months ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
GeneeskundestudentKULeuven Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
14
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
25
Last sold
3 months ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions