KAUWSTELSEL
partim van gebitsontwikkeling, De Backer
H1 STATISCHE EN CENTRISCHE OCCLUSALE VERHOUDINGEN
1.1 neuromusculaire fysiologie
ALGEMEEN
● neuromusculair
● mandibula beweegt tov vast deel (maxilla)
● begrenzing bepaald door tanden, ligamenten, kaakgewricht, spieren
● bij tanden
○ posities met of zonder tandcontacten
○ occlusie (statisch contact)
○ articulatie (dynamisch contact)
● bij kaakgewricht
○ kaakrelaties
○ kopje met discus in fossa
BEGRIPPEN
● neuromusculair
● spieren
○ dwarsgestreept (pees) en willekeurig (bewuste controle)
○ contractie
→ isotonisch: verkorting bij cte belasting
→ isometrisch: cte lengte bij verandering kracht
→ openen of klemmen (masseter)
○ m. masseter en m. temporalis
→ maximale kracht spiervezel nrml 40-50g
→ kauwspieren maar 7-9g
→ MAAR toch grote kracht dr veel vezels
○ myofibril → spiervezel (bindweefselschede) → spierbundel
(met spierspoelen)
○ motor unit:
→ meerdere vezels door 1 neuron
○ kauwspieren
→ m. masseter (2)
→ m. temporalis (1)
→ m. pterygoideus medialis (binnenzijde masseter)
→ m. pterygoideus lateralis (kaakkopje en discus)
→ & suprahyoidale spieren
○ spierspoelen
→ zintuigen die spierlengte detecteren
→ tussen spiervezels
→ reageren snel
, ○ Golgi-peeslichaampjes
→ detecteren spanningen/kracht
→ overgang spier & pees
→ reageren traag
● neuron
○ = zenuwcel
○ cellichaam + zenuwvezels (dendrieten = afferent ; neurieten = efferent)
○ receptief → conductief → transmissief
○ motorneuron activeert spier
● receptoren
○ sensoren (stimuli => zenuwimpuls)
○ in perifeer zenuwstelstel (PZS) → impulsen nr CZS
○ mechanosensoren, pijnsensoren (huid, mucosa, gewrichten,... in KAAK)
thermosensoren (lichaamsopp, in mond)
chemosensoren (smaakbekers tong en verhemelte)
→ die laatste 2 dus NIET in kaak!!!!
● synaps
○ =motorische eindplaat
○ informatie tussen zenuwcellen overdragen
● neurale regulering
○ reflexen
○ stereotiepe bewegingen (onbewust)
○ geintentioneerde bewegingen (bewust, via cortex)
● reflexen !!!!
○ => beschermen
○ strekreflex
→ na strekken contraheren vd spier
→ jaw jerk = masseter reflex
→ bv. masseter: neutralisatie vn zwaartekracht door contractie
○ flex-reflex
→ terugtrekken lichaamsdelen
→ beschermende functie, voorrang op andere
→ bv. bijten op botje
○ omgekeerde strekreflex
→ = autogene inhibitie
→ bij extreem strekken => relaxatie spier (mond vanzelf toe)
→ bv. geeuwen
1.2 tanden en tandbogen
TANDEN
● begrippen
○ contactpunt/vlak - jong persoon enkel punt, geen vlak
○ occlusaal vlak - knobbels, fossae en marginale kammen
○ aproximaal vlak - mesiaal en distaal vlak
○ occlusale vernauwing - tussen grootste kroonomtrek en marginale kam
(kroon boller gingivaal dan occlusaal)
(bij (pre)molaren)
, ● individuele tandbeweeglijkheid
○ mogelijk door…
→ geen vergroeiing tss wortel en tandkas
→ tussenstructuur vocht en vezels (parodontaal ligament)
○ axiale verplaatsing
→ verticale belasting
→ duwt tand in alveole (holte in parodontium)
→ capillaire doorbloeding
→ na kauwen tand dieper in alveole & minder mobiliteit
→ (snelle fase en trage fase, als veel pulsaties na elkaar krijgt tand gn
tijd om nr boven terug te gaan → interval van 1-2min nodig)
○ horizontale verplaatsing
→ horizontale belasting (kauwen, klemmen)
→ verhoogt mobiliteit (minimaal danzij visco-elastisch)
→ fysiologische veranderingen tandmobiliteit
- kauwen en slikken (spierdruk)
- kauwen harden voedsel
- s’ochtends meer mobiliteit
- emotionele factoren (ev. klemmen of knarsen als
gevolg)
- groter bij vrouwen (hormonaal) bij zwanger
- bij ouder worden daalt mobiliteit
→ hypermobiliteit: bij minder parodontale steun
→ hypomobiliteit: bij geen antagonist en ankylose (tand voll vast)
(middenste = parodontitis)
○ viso-elastisch model
- fysisch model dat probeert te verklaren hoe een weefsel reageert op
impact vn krachten per opp
- parodontaal ligament
(golvende vezels en visceuze grondsubstantie)
- krachten:
→ 0.01-0.1N : verplaatst vloeistoffase: sulcusvocht
→ 0.1 - 1 N : verplaatst collagene vezels v paro. lig. (verticaal)
→ > 1 N : verplaatst kaakbot (orthodontie)
→ > 10 N: bij knarsen, kaakklemmen => tandvervorming
(harde structuur aangetast)
bv. poetstrauma (links) , bruxisme (rechts)
,● tandbogen
○ halve ellips
○ parabool (vrouwen vooral) , u-vorm (mannen)
○ vorm kenmerken
→ maxilla > mandibula
→ 6 fronttanden op cirkelboog
→ bij 2e premolaar lijn door midden occlusaal vlak
→ smaller naar achter toe
→ embrasure: ruimte tssn divergerende convexe tandvlakken in de
proximale contactzone
○ tandboog-index
(breedte x 100) / lengte
→ smal= <115 ; medium= 115-130 ; breed= >130
● referentievlakken en lijnen
!!! weet in welk vlak de vlakken liggen bv. in sagittale
○ incisiefpunt
→ raakpunt tssn incisale randen vd centrale incisief vd
mandibula
○ occlusievlak
→ vlak in manidbula vn incisiefpunt tot disto-buccale
knobbel 2d molaar
○ orientatievlak
→ vn incisief punt tot mesio-vestibulaire knobbel 1ste
molaar, in boven en onderkaak mr vooral maxilla (in
sagittale vlak)
○ campervlak
→ vn subnasale punt tot midden uitwendige
gehoorgang (in sagittale vlak)
○ frankfortervlak
→ vn bovenste punt uitwendige gehoorgang tot
laagste punt orbita (in sagittale vlak)
→ !! tussen camper en frankforter gemiddeld hoek
van 17,8°
→ op foto: B = Camper vlak
○ bonwill-driehoek
→ centrum beide condylen tot incisief punt
○ spee-curve
→ lijn in sagitaal vlak in mandibula, vn hoektandpunt door toppen buccale
knobbels vd (pre)molaren (in sagittale vlak)
, ○ monson-curve
→ lijn in frontaal vlak, vn buccale nr linguale
knobbels in madibula (frontaal vlak)
→ linguale inclinatie
○ hoek vn balkwill
→ hoek tssn occlusievlak en Bonwill-driehoek
→ foto: A = occlusievlak, B= bonwill driehoek
○ knobbelhellingen
→ helling vn knobbels (pre)molaren
○ incisiefbaanhoek
→ hoek tussen horizontale en incisiefhelling/baan
○ condylusbaan(hoek)
→ baan vn condylus in sagittaal vlak bij openen mond
→ hoek condylus en horizontale
● laterale of sagittale relatie boven/onderkaak
SOORT BEET
○ voorbeet: 2-3mm, horizontale afstand in occlusie
○ overbeet: 2-3mm, verticale afstand bovenste en onderste snijtand
○ frontale variaties: diepe beet, dekbeet, open beet,
punt-op-puntbeet, kruisbeet/schaarbeet
TERMEN
○ eugnathie: normale voor- en overbeet
○ prognathie: onderkaak nr voor
○ retrognathie: onderkaak nr achter
ANGLE KLASSIFICATIE
1. Angle I: neurtro-occlusie
mesiale knobbel 1e bovenmolaar distaal tov mesiale knobbel 1e ondermolaar
2. Angle II: disto-occlusie
3. Angle III: mesio-occlusie
, ● frontale relatie onder- en bovenkaak
○ varianten: diepe beet, dekbeet, open beet, kruisbeet, schaarbeet
○ dekbeet (1): mandibula kleiner dan maxilla, raakt gingiva
○ open beet (2) met tonginterpositie (op foto: links nrml, recht punt op punt en
kruisbeet) → geen contact snijtanden
○ voorbeet zie je niet op foto, overbeet wel
1.3 statische contacten onder/bovenkaak !!!! belangrijk
● centrale relatie (CR)
○ =/= rust!!! tanden op elkaar
○ zonder mandibula actief te bewegen (natuurlijke sluitpostitie)
○ bpld dr kaakgewricht
○ = RUM positie (rearmost, upmost, midmost)
○ = ligamentpositie
○ meest stabiel
○ (geen grenspositie mandibula!)
● centrale occlusie (CO)
○ positie vn tanden als kaak in CR
○ “toebijten”
● spierpositie (SP)
○ thv kaakgewricht
○ positie bepaald door spanningsgraad/activiteit kauwspieren
○ sluitspieren bewegen mandibula craniaal (contractie)
● maximale occlusie (MO)
○ alle tanden in occlusie
○ als kaak in SP
○ =einde kauwcylclus MAAR eerder “functionele zone” als ideale contactpunt
● MO VS CO
○ CO= wat je hebt, MO= waar je naar streeft, sommigen hbbn direct MO
○ 10% CO=MO
→ point centric
→ anderen: 1 mm verschil tssn MO en CO = long centric
→ beweging onderkaak CO => MO = slide in centric
● stabiele occlusie
○ occlusie zonder storingen: CO perfect nr MO