Martijn Lambert - semester 2 1e bach
DEEL 1
1 INLEIDING
● syllabus, app Dental Lite (Bonebox)
● weten wat waat ligt, groevenpatronen, wat is fout,...
2 WAAROM MORFOLOGIE?
● !! groevenpatronen
○ essential lines (styleitaliano)
○
● realiteit imiteren
○ gaten niet zomaar vullen
○ niet alleen estethisch, ook functioneel
○ = biomimetische tandheelkunde
3 BEGRIPPEN & DEFINITIES
=tanden benoemen
● kijken vanuit patient!!!
○ foto is linkerboventand
● nummeren
○ 4 kwadranten (8 tanden/kwadrant)
○ van midden naar achter tellen
○ cijfer bestaat uit 2 delen
→ kwadrantnummer
→ cijfer vn 1 tot 8
○ voor volwassen gebit
→ melkgebit maar 20 tanden
→ combo kan (elke tand individueel bekijken)
=wisselgebit (zie foto)
○ voor melkgebid
→ kwadranten 5,6,7,8
, ● positie van de tand tov de mond
○ (herhaling) types tanden
- snijtanden (=incisieven)
centraal & lateraal
- hoektanden
- premolaren (=voorkiezen)
eerste & tweede
- molaren (=kiezen)
eerste & tweede & derde
○ “voorste tanden”
- hoektand + snijtand
- “het front”
- anterieur
- esthetiek & afbijten
○ “achterste tanden”
- premolaren & molaren
- posterieur
- waarmee je kauwt
○ bovenkaak
- maxilla
○ onderkaak
- mandibula
● onderdelen v/d tand
1) GLAZUUR
- bescherming tand, harde buitenlaag
- doorzichtig mineraal
→ glanzend
→ snijrand grijs : enkel glazuur (eig doorzichtig maar in mond grijs)
→ (bij teveel frisdrank snijrand doorzichtig)
- calciumhydroxyapatiet: Ca10(PO4)6(OH)2
- groeit niet terug (bij erosie/trauma)
- herstelvermogen
→ mineraal lost op door zure pH van eten (kritische pH: 5,5)
vb. bij bijtend zuur (vb. cola pH 5) lost Ca op
→ speeksel
stijgende pH, remineralisatie (medicatie minder speeksel)
→ cariës
onder tandplak bacteriën: suiker => zuur
lokale deminiralisatie
tandweefselverlies door zuren afkomstig van bacterien
→ erosie
tandweefselverlies NIET door bacterien
→ zodra afgebroken onherstelbaar
→ tandpasta
fluoro(hydroxy)apatiet gevormd Ca10(PO4 )6F2
kritieke pH daalt (4,5) dus lost later op → 10x beter tegen zuur
,
2) DENTINE
- +- zelfde densiteit als bot
- “tandbeen”
- niet doorzichtig, geen contact buitenwereld
- mineraal + vezels (collageen)
- buisjes (tubuli) met vloeistof, verbonden met zenuw
→ pijn
→ hoe dieper, hoe meer en breder tubuli
→ alarm bij contact:
warm/koud - als koud krimpt vloeistof, zenuw signaal
“suiker” - osmose (bv. chocola duurt prikkel langer)
bacteriele toxines
(kristalvorming in buisjes? → tandpaste gevoelige tanden)
- als dentine zwakker is, wrm hebben we het dan?
→ dentine als schokdemper
→ tand breekt minder snel
→ evenwicht hard/zacht bel
(als enkel dentine zou zn afslijten)
ook voor esthetiek: opalescentie (zie sidenote)
,SIDENOTE:
opalescentie: deel natuurlijk licht doorlaten (rood) en deel reflecteren (blauw)
hydroxyapatietkristallen verstrooien blauw licht
3 laagjes
1. dentine + glazuur : blauwwit gereflecteerd
(daarom tandpasta vaak blauwe korreltjes)
2. glazuur : doorzichtig laagje (verstrooien blauw licht)
3. glazuur : Halo effect door kristalpositionering
VS fluorescentie: straling absorberen en uitsturen met andere golflengte
→ warmere kleur uitgezonden
→ vitaal uitzicht tand
→ dentine 3x hoger dan glazuur
DUS glazuur en dentine andere verstrooiingseigenschappen
(einde sidenote)
- glazuur/dentinegrens
→ buffer ongunstige krachten (stress)
→ minder gemineraliseerd
→ Von Korffs vezels
→ eerst gevormde deel
→ (foto 1: barst stopt daar)
→ (foto 2: rood (de spanning) enkel zichtbaar op glazuur)
3) WORTELCEMENT
- =/= glazuur, wel langs buitenkant wortel
- dun, snel weg
- < parodontaal ligament, mesoderm
- aanhangplaats parodontium
- bedekt worteldentine
,4) PULPASYSTEEM
- pulpakamer + kanalen
- zenuw + bloedvaten + cellen
- 5 functies
1. tandvormend:
wortel gevormd vanuit pulpa (bij doorbraak)
2. sensorisch:
waarschuwend bv. mond open als op botje bijt
3. voedend:
4. verdediging:
zandzakjes: vullen buisjes
5. mechano-receptoren:
waarschuwing bij hoge krachten
3 types mechanoreceptoren
1. vitaal
→ paradontaal ligament & pulpasysteem
2. avitaal
→ geen pulpa aanwezig, enkel ligament
→ vb. ontzenuwde tand breekt sneller af
→ je voelt niet te hard bijten
3. implantaat
→ muurvast
→ ofwel kroon ofwel implantaat breekt
- pulpa weten liggen!!!! (fotos: maximilair en mandibulair)
!!! dit zijn gemiddelden
, ● tand benoemen figuur
RX foto
rode cirkel
= tandsteen
= gecalcificeerde tandplak
!!tandplak kan je niet zien op RX
anatomische kroon/wortel VS klinische kroon/wortel (wat je ziet)
grenzen:
kroon/wortelgrens ; cement/glazuurgrens ; glazuur/dentinegrens
● positie op de tand (orientatie)
BUITENKANT
○ buccaal: naar de wang toe
○ (labiaal: naar de lip toe)
BINNENKANT
○ linguaal: naar de tong toe
○ palataal: naar het verhemelte toe
BOVEN/ONDER
○ occlusaal: naar kauwvlak toe → waar tanden elkaar raken
○ incisaal: naar snijrand toe → bij snijtanden en hoektanden
○ cervikaal: naar tandhals (=cervix) toe
○ apicaal: naar wortelpunt (=apex) toe
LINKS/RECHTS
○ mesiaal: naar middenvlak toe (links als je in kwadrant 2 kijkt)
○ distaal: weg van middenvlak
○ proximaal: naar het zijvlak (waar tand grenst aan andere
tand)
NAAST/ONDER
○ contralateraal: hetzelfde element aan de andere zijde van
dezelfde kaakhelft
○ antagonist: tand uit andere kaakhelft die contact maakt met betreffende tand
(“met wie bijt die”)
vb. buccocervicaal distaal