Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Judgments

Jurisprudentieoverzicht Burgerlijk Procesrecht

Rating
5.0
(1)
Sold
9
Pages
8
Uploaded on
21-10-2020
Written in
2020/2021

Overzicht van de verplichte jurisprudentie voor het vak Burgerlijk Procesrecht van de Bachelor Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden in het jaar . Per arrest zijn de belangrijke gebeurtenissen en rechtsregels weergegeven.

Institution
Course

Content preview

Jurisprudentieoverzicht Burgerlijk procesrecht 2020-2021
Bachelor rechtsgeleerdheid Universiteit Leiden


Week 1 Algemene inleiding

EHRM 09-10-1979 (Airey/Ierland): In deze zaak draaide het om de vraag of het ontbreken van
wettelijk geregelde gefinancierde rechtsbijstand voor onvermogenden een inbreuk op art. 6 EVRM
(toegang tot de rechter) inhoudt. Het Hof oordeelde dat art. 6 niet alleen moet voorzien in een
theoretisch recht op toegang tot de rechter, maar ook praktische toegang mogelijk moet maken. Dit
betekent dat de lidstaten maatregelen moeten nemen om een daadwerkelijke toegang tot de rechter
te garanderen. Dat kan betekenen dat men ook gefinancierde rechtsbijstand aan moet bieden als
mensen dit niet zelf kunnen betalen.

EHRM 25-06-1987 (Capuano/Italië): In dit arrest was er sprake van een klacht van Capuano. Zij vond
dat de redelijke termijn van rechtspleging, gegarandeerd in art. 6 lid 1 EVRM, overschreden was.
Tussen de eerste zitting en het eindvonnis zat een tijd van zes jaar en acht maanden, onder andere
vanwege het overlijden van de advocaat van de klaagster en het 3 jaar wachten op twee
deskundigenrapporten. Daarna was zij in hoger beroep gegaan, waarin na vier jaar nog steeds geen
uitspraak was. Het Hof oordeelde dat de betreffende zaak niet ingewikkeld is en dat de vertraging die
ontstaan was door het overlijden van de raadsman van de klaagster niet voor rekening van de
klaagster hoort te komen. De rechter is verantwoordelijk voor de duur van het proces en moet
ervoor zorgen dat er geen onredelijke vertraging ontstaat. In dit geval was de zaak niet binnen een
redelijke termijn behandeld en dus was art. 6 lid 1 EVRM geschonden.

HR 26-09-2003 (Regiopolitie Gelderland Zuid/Hovax): In deze zaak zou de Regiopolitie een pand van
verhuurder Hovax gaan huren. Na een periode van onderhandelen werden de onderhandelingen
afgebroken. Hovax vorderde betaling en schadevergoeding, omdat volgens hem de
huurovereenkomst al tot stand gekomen was. De vertegenwoordiger van de Regiopolitie die de
overeenkomst sloot bleek later onbevoegd om dit te doen. Hovax nam aan dat hij wel bevoegd was
en vond ook dat de Regiopolitie deze indruk wekte. Het Hof veroordeelde de Regiopolitie tot een
schadevergoeding. De Hoge Raad oordeelde dat de wederpartij die mocht aannemen dat een
toereikende volmacht was verleend daar ook op mag vertrouwen en dat daar in het proces vanuit
gegaan moet worden, tenzij degene in wiens naam gehandeld werd het tegendeel aannemelijk weet
te maken. Daarnaast had de rechter ambtshalve art. 6:101 toegepast zonder dat de Regiopolitie hier
een beroep op gedaan had. De Hoge Raad stelde dat de rechter dit pas mag doen als de aansprakelijk
gestelde partij een voldoende gemotiveerd beroep op de eigen schuld van de tegenpartij gedaan
heeft. De rechter mag de vraag naar eigen schuld wel ambtshalve aan de orde stellen, maar mag niet
zonder dat partijen zich daar in het proces over uitgelaten hebben art. 6:101 ambtshalve toepassen.

HR 25-03-2011 (X/Y): Dit arrest heeft betrekking op de waarheidsplicht van art. 21 Rv. Deze
verplichting geldt voor alle procedures die in het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geregeld
zijn, dus ook zoals in deze casus, voor de verzoekschriftprocedure. Als partijen niet aan deze
verplichting voldoen, staat het de rechter vrij daaruit de gevolgtrekking te maken die hij geraden
acht. Of de partijen aan deze plicht voldaan hebben wordt door de feitenrechter beoordeeld op basis
van de gedingstukken en waarderingen van feitelijke aard die in cassatie niet op juistheid onderzocht
kunnen worden. De rechter mag ambtshalve oordelen of de partijen in strijd met art. 21 gehandeld


1

, hebben en daar gevolgen aan verbinden die in overeenstemming zijn met de ernst van de schending
van de waarheidsplicht. De partijen hoeven het niet eerst specifiek over deze gevolgen gehad te
hebben.

HR 26-02-2016 (Ebecek/Stichting Trudo): In dit arrest was er sprake van een conflict tussen een
huurder en een verhuurder. De huurder had het gehuurde huis onderverhuurd. In de algemene
huurvoorwaarden gold hiervoor een boetebeding. De rechter had de huurder veroordeeld tot een
boete, het Hof bekrachtigde dit vonnis. In hoger beroep was de rechtsvraag of de rechter de
ambtshalve verplichting heeft om te toetsen of een boetebeding in huurvoorwaarden een oneerlijk
beding is in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG). De Hoge Raad stelde dat het Hof
ambtshalve had moeten controleren of het beding oneerlijk was.

HR 14-07-2017 (A/B): Dit arrest heeft betrekking op art. 24 Rv. De eiser in cassatie klaagde dat het
Hof in strijd met art. 24 een feitelijke aanvulling van grondslag van de vordering van de verweerder
gedaan had. Een aanvulling van de feitelijke grondslag is verboden wanneer de rechter dit afleidt uit
rechtsgronden of feiten en omstandigheden die niet door de partij aan haar vordering of verweer ten
grondslag gelegd zijn. De Hoge Raad oordeelde dat de rechter gehandeld had in strijd met art. 24.
Het staat de rechter niet vrij om zijn beslissing te baseren op rechtsgronden of verweren die
weliswaar uit de in het geding gebleken feiten en omstandigheden afgeleid zouden kunnen worden,
maar die niet door de betreffende partij aan haar vordering of verweer ten grondslag gelegd zijn. De
wederpartij wordt daardoor namelijk tekortgedaan in haar recht om zich behoorlijk te kunnen
verdedigen.

Week 2 Aanvang dagvaardings- en verzoekschriftprocedure

HR 28-06-1996 (De Nieuwe Woning/Staat): In dit geschil ging het om de richtlijnen van de rechtbank
ten aanzien van de rol. De Nieuwe Woning had twee keer uitstel gekregen voor het indienen van een
memorie van antwoord. Daarna verleende de rolrechter een akte van niet dienen. De Nieuwe
Woning wilde alsnog een memorie van antwoord nemen. Hij werd echter niet-ontvankelijk verklaard
omdat de beslissing van de rolrechter door de rechter gezien werd als een incidenteel vonnis waarin
een eindbeslissing gegeven is. De Hoge Raad stelde dat de rolrichtlijnen kwalificeren als ‘recht’ in de
zin van art. 99 RO. Dit betekent dat ze de rechter kunnen binden als algemene beginselen van
behoorlijke rechtspleging. De rolrichtlijnen kunnen daarnaast toegepast worden als rechtsregels ten
aanzien van de partijen, als zij zich daar naar inhoud en strekking voor lenen.

HR 22-04-2005 (Pots/Van den Hoek): In dit arrest was er sprake van verzuim tot het inschrijven van
de zaak op de rol. In het herstelexploot was namelijk een datum opgenomen waarop het Hof geen
zitting hield. De Hoge Raad moest oordelen over de vraag of de eiser die dit verzuim gepleegd had,
ontvankelijk was. De Hoge Raad oordeelde dat het verzuim in deze zaak in principe leidt tot niet-
ontvankelijkheid van de vordering of rechtsmiddel. Dit verzuim kan echter worden hersteld doordat
de zaak met toestemming van de wederpartij alsnog op de rol geplaatst wordt. Die toestemming kan
afgeleid worden uit het feit dat de partijen zonder protest verschijnen en daarna een inhoudelijk
verweer voeren.
HR 15-12-2000 (Grapendaal/Nationale Nederlanden): In deze zaak was er sprake van een wijziging
van de dag van de terechtzitting. De betreffende datum was al op de rol ingeschreven, maar de
inschrijving werd weer ingetrokken en naar de latere datum verplaatst, omdat de eisende partij in
afwachting was van een ‘second opinion’. Het Hof verklaarde de appellant die de wijziging deed niet-
ontvankelijk. De Hoge Raad oordeelde dat een dagvaarding het doel heeft om de wederpartij op te


2

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 21, 2020
Number of pages
8
Written in
2020/2021
Type
Judgments

Subjects

$5.85
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
5 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Dostoczar99 Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
594
Member since
7 year
Number of followers
393
Documents
50
Last sold
1 month ago

4.1

49 reviews

5
18
4
21
3
7
2
2
1
1

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions