1.cellulaire elektrofysiologie
=beschrijven v AP op cellulair niveau
-excitatie (=elektrische impuls) en daarop volgt contractie (NIET OMGEKEERD!)
=elektromechanische koppeling (excitatie -> contractie koppeling): AP -Ca2+ - contractie
-synchrone contractie voor optimale functie van het hart
-hartfrequentie moduleren om CO te changen
-2 componenten verantwoordelijk voor elektrische werking hart:
SA node: start elektrische activiteit in RA (=intrinsieke pacemaker)
AV node: only way tss atrium en ventrikel + inbouwen vertraging
=>onder autonoom ZS => als hart weg is uit lichaam blijft het functioneren
1.1 AP
=bep gradiënt van ionen over celmembraan + ionenchannels die openen/sluiten (=conductantie)
-K hoog in cel VS Na en Ca hoog buiten cel
-2 krachten voor ionen over de celwand:
Elektrostatische F: cel neg geladen => pos ionen w aangetrokken richting binnenkant cel
Concentratiegradiënt: hoge conc in cel => ionen n buiten bewegen
=>Nernst potentiaal die evenwichtspotentiaal voor ion gaat bep
-cardiomyocyt besta uit alle Ex van alle ionen met hun conductantie (=geleidbaarheid) op bep
ogenblik
-stroom van een ion is RE met:
Conductantie van dat ion
Concentratieverschillen in potentiaal
-membraanpotentiaal= som van alle stromen die nu vloeien
=>elk celtype andere set van kanalen so andere elektrische eigenschappen
-behouden van ionengradiënt is een ACTIEF PROCES mbv 3 pompen:
ATP afh Ca2+ pomp => hyperpolarisatie
Na/Ca2+ uitwisselaar (3:1) => depolarisatie
Na+/K+ ATPase pomp (3:2) =>hyperpolarisatie
=>3pompen zn elektrogeen (=beïnvloeden membraanpotentiaal)
, -2 types AP in hart:
Slow response AP Fast response AP
-upstroom is trager (Ca2+) -upstroom is sneller (Na+)
-hogere rustpotentiaal (=cel is less neg geladen
binnenin)
-aanwezig in SA en AV node -aanwezig bij alle andere cellen
=>funny stroom =>Na+ stroom
-fase 0: trage depolarisatie -fase 0: snelle depolarisatie (=pos binnenin cel
=>geen Na+ stromen aanwezig hier verhogen)
=>gebeurt d Na+ stroom
-fase 1: snelle repolarisatie (=neg binnenin
herstellen)
=>kleine transiënte K stroom => Na+ channels
inactief
=>in purkinje en epicardiale cellen
-fase 2: plateaufase d L type Ca2+ channel
-fase 3: repolarisatie d K+ stromen
-fase 4: pacemakeractiviteit -fase 4: elektrische diastole
=>funny current (=pacemaker stroom) =>rustfase d repolariserende K+ stromen
-opmerkingen bij repolarisatie:
Dispersie (=verloopt ni overal op same way) van repolarisatie en AP duur in ventrikels
-transmuraal:
o Subepicardiaal < subendocardiaal < midmyocardiaal
Daling AP duur: w korter bij toename hartslagfrequentie => repolarisatie verloopt sneller
Repolarisatie gebeurt v buiten n binnen VS depolarisatie v binnen n buiten
-refractaire periode:
=tijd tss depol en repol waarin er rust is
Ifv aantal Na+ kanalen dat terug beschikbaar is voor activatie
Belang:
-diastole toelaten
-beschermt tegen abnormale prikkels
ERP (=effectieve refractaire periode): niet voortgeleide depolarisatie mogelijk
-vulnerabele periode: