1.bloeddruk en cardiovasculaire controle
-1 vd vitale parameters=> fundamenteel om te overleven =>snelle beoordeling v hoe stabiel pt is
=>binnen bep range
-4 mogelijkheden:
Hypotensie (90/60)
Normotensie (120/70)
Verhoogde BD
Hypertensie (140/90)
=>hypotensie kan leiden tot onvoldoende bloedtoevoer =>shock
=>hypertensie kan leiden tot sterfte of orgaan aantasting =>silent killer, cuz vaak geen klachten
-bloeddruk profiel:
SBP
DBP
MAP
PP (polse pressure): verschil tss SBP en DBP (40- 50) =>bep interactie hart met arteriële
circulatie (voorwaartse golf) + terugkerende golf
-CV controle= controle MAP
Flexibele distributie van bloedvoorziening via
controle MAP
3 elementen die controle doen:
-debiet bloed door vaten
-kraantjes open/dicht
-P die gegenereerd w in systeem
Verlagen P => SVR stijgt door sluiten kraantjes
=>meer bloed uit hart gepompt =>verhoging SV
2.korte termijnscontrole MAP
2.1baroreceptor feedback loop
-primaire reflex
-baroreceptoren= zenuwen die P meten
=>hoge P receptoren aan arteriële side en lage aan veneuze
side
-pos effect op baroreceptoren en neg effect op hart en vaten
-afferenten:
N glossopharyngeus
Linker n vagus
-detector:
Sensorische zenuwen in wand tss elastische lagen
-sinus caroticus
-aortaboog
Verhoogde P =>stretch (deformatie)=> verhoogde
depol + #AP
, -als BD stijgt =>stijging #keer dat zenuwbanen iets doorgeven
-max sensitiviteit bij normale BD (x as)
-chronische hypertensie =>shift curve n R =>lich denkt dat MAP
95mmHg is
-carotid sinus hypersensitivity =>verhoogde gevoeligheid sinus
receptoren =>cte flauwvallen bij scheren, strakke kledij rond nek, …
-coördinatie:
Nucleus tractus solitarius (=NTS) aangestuurd thv medulla
Info te sturen naar:
-cardio inhibitorische area: PS-activiteit stijgt
-vasomotrosiche area: OS-activiteit stijgt
-efferenten:
PS en OS-deel van AZS
Van medulla oblongata naar effectoren:
-PS: hart
-OS: hart, bloedvaten, bijniermerg
Sympatische ganglia:
-PS: via n vagus n hart brengen (post ganglionaire zenuwbanen)
-OS: via ruggenmerg en koppeling via paravertebrale ganglia m post ganglionaire
zenuwbaan n hart en vaten
-paravertebrale ganglia hebben voor L en R hart ganglion stellatum als most imp
=>bij levensbedreigende ventrikel elektrische geleiding kan je deze inhiberen
-effectors:
Hart:
-OS: norepinefrine =>thv cardiomyocyt op bèta 1R =>pos effect op
o Chronotroop: verhoogde HR
o Dromotroop: verhoogde geleiding
o Inotroop + lusitroop
=>meer bloed uitpompen
-PS: ach =>thv cardiomyocyt op muscarine R =>neg effect op alles
Bloedvaten:
-OS: norepinefrine (NE)=> thv cardiomyocyt op alfa 1R=>vasoconstrictie=>verhoogde
tonus=>verhoogd SVR
-PS: ach=>thv cardiomyocyt op muscarine R=> vasodilatatie=>verlaagde
tonus=>verlaagde SVR
-
dit is het dominant effect =>k w bijgestuurd via cortex =>invloed activatie hieruit als effect op BR
loop