1.1 nood aan cv-systeem
-rol CV systeem:
Primair: distributie nutritie voor cellen (glucose, O2) + verwijderen afval (CO2, lactaat)
Secundair:
-verspreiden che signalen (hormonen, NT)
-rol in homeostase
-rol in afweer
-organisatie CV systeem:
Hart: 300gr
Bloed als circulerende vloeistof
Bloedvaten als leidingen
-systemische circulatie (=hoge druk) vanuit hart m 95 mmHg => nutritie organen
-pulmonale circulatie (=lage druk) n longen m 15 mmHg
=>sterk gereguleerd aan variabele behoeften
1.2 organisatie cv-systeem
-3 kenmerken:
Pulsatiele pomp:
-systole: ventrikels contraheren
-diastole: ventrikels vullen/ontspannen
=>geen continue pomp!
Pompt bloed rond:
-zorgt voor druk
R en L hart in serie:
-ene element probleem => andere element ook probleem
-bloedvaten van systemische circulatie:
Arteriolen voor R (=kraantjes)
Capillairen voor uitwisseling nutriënten/afvalstoffen
Venen voor capacitatie
Grote bloedvaten voor verdelen bloed voor belangrijke orgaanfuncties
-meeste bloed naar: lever + darm > skeletspier + nier
-bloed: cellen + plasma
-body water= 60 procent van lichaamsgewicht:
Circulerend plasma: 3L water van hele lichaam
Interstitiële ruimte: 12L water van hele lichaam (tussen cellen)
Intracellulaire ruimte: 30L water van hele lichaam (in cellen)
1.3 elementen die bloodflow bepalen
-steady state= gesloten systeem= alles onder controle
-distributie n organen is parallel (buiten lever!)
=>voordeel: alle organen evenveel bloed want in serie zou laatste orgaan amper bloed krijgen