De lesvoorbereiding
1. Situering in het kader van een krachtige leeromgeving
Willen we goede lessen geven, dan is het noodzakelijk om de verschillende onderdelen van
dit kader grondig te overdenken
betere afbeelding zoeken
2. Een lesvoorbereiding: wat, waarom (en hoe)?
wat?
- het uitgeschreven resultaat van het denkwerk dat je verrichtte bij het voorbereiden
van een les (sjabloon)
Waarom?
- Een goede lesvoorbereiding verhoogt de kans sterk op een goede lesrealisatie!
- het uitschrijven biedt houvast bij alle denkstappen die je moet zetten bij de
voorbereiding
- je informeert zo alle betrokkenen: feedback en ondersteuning
- je staat zelfzeker voor de klas
3. Zicht krijgen op de les
2 vertrekpunten: (examen)
- je gebruikt een bestaande leidraad/methode en volgt de leerlijnen
- Je vertrekt vanuit een lesonderwerp en doelen
→ Niet voor alle leergebieden wordt een methode gebruikt.
→ speel in op de actualiteit - het spontane/onverwachte
→ Houd rekening met de autonomie/het initiatief van de leerlingen
Leerlijn: de lln kunnen bv al cijferen, eerst leren ze met tientallen en de volgende les
gaan ze met honderdtallen werken
3.1 Op basis van een bestaande leidraad
Methode: handleiding en andere materialen
,Voorbeelden van methodes
- de wiskundekanjers
- talent
- tuin van heden
- en action
- mikado
- …
Andere vormen van een leidraad:
- bundel van je stageschool
- educatieve pakketten
- lesideeën van educatieve websites
3.1.1 Het bredere plaatje
1. Nagaan wat de plaats van deze les is in de leerlijn
- kenmerken, visie en aanpak van de methode
- waar bevindt de les zich in de leerlijn? Op welke leerstof wordt er verder
gebouwd?
2. Beschikbare materialen
- welke materialen bevat deze methode, naast de handleiding
- denk aan: werkboek, handboek, onthoudboek, mappen of
scheurblokken met extra oefeningen, kopieerbladen, toetsen,
verbetersleutels, aanvullende kopieerbladen, wandplaten,
manipuleerbaar materiaal, oefensoftware
3.1.2 Verkennen van de les
1. Kerndoel verkennen
2. Leerinhoud verkennen
, leerinhoud = WAT de leerlingen gaan leren, de leerstof, wat je op het einde van de
les wil horen van de kinderen als je vraagt: ‘Leg nu eens uit hoe je dat moet doen’.
(dus alle stappen)
1. Denk eerst na: welke leerinhoud hoort bij het kerndoel?
2. Waar vind ik de leerinhoud terug in handleiding en andere materiaal?
3. Zoek naar bronnen die bijkomende achtergrondinformatie oplevert, en noteer
deze bronnen
3. Verwerkingsopdrachten verkennen
Welke verwerkingsopdrachten voorziet de methode (werkschrift/werkboek)?
- sluiten de oefeningen aan bij het kerndoel en de leerinhoud? Kan je op basis
van deze oefeningen kerndoel en leerinhoud verfijnen?
- Welke moeilijkheden zouden de leerlingen kunnen ondervinden bij het maken
van de oefeningen?
4. Lesopbouw verkennen
Welke grote lesfasen vinden we terug in ELKE les?
- een inleiding
- een kern
- een slot
EDI-model
INLEIDING → voorkennis -> V
→ lesdoel -> ? (motiveren?)
KERN -> verwerVing → instructie (ik) -> V
→ begeleide inoefening (wij - jullie) -> V
→ kleine lesafsluiting (jij) -> V
-> verwerKing → zelfstandige verwerking -> V
→ Verlengde & verrijkte instructie -> V
SLOT → grote lesafsluiting -> ? proces
3.2 Op basis van lesonderwerp en doelen