HSK 3 – borstvoeding
1. Het belang van borstvoeding
1.1. Aanbevelingen volgens de WHO en UNICEF
Exclusieve borstvoeding tot de leeftijd van 6 maanden, vanaf dan ook bijvoeding naast de
moedermelk bijgeven tot en met het tweede levensjaar of langer.
Exclusieve borstvoeding:
- Drinken van moedermelk via de borst of het drinken van afgekolfde melk
- Geen andere drank of voeding tenzij vitamine- en mineraalsupplementen of medicatie
1.2. Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI)
Internationale gedragscode voor melk vervangende producten → verbod op reclame van
kunstvoeding tot 2 jaar en bijvoeding tot 6 maanden.
10 vuistregels voor het welslagen van borstvoeding = voorwaarden om te voldoen aan het label,
alle instellingen voor moeder- en kindzorg moet hier zorg voor dragen:
- Geschreven beleid over borstvoeding
- Alle betrokken medewerkers moeten de nodige opleidingen en vaardigheden aanleren
- Alle zwangere vrouwen moeten worden voorgelicht over de voordelen
- De baby moet onmiddellijk na de geboorte gedurende minimum een uur huid-op-huid
contact hebben met de moeder
- Vrouwen uitleggen hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand
kan houden
- Geen andere voeding dan borstvoeding geven, noch extra vocht
- Rooming-in
- Borstvoeding op verzoek van kind
- Geen speen of fopspeen bij borstvoeding
- Er kunnen borstvoedingsbegeleidingsgroepen gevormd worden
2. Opstart van de borstvoeding
2.1. Huid-op-huid contact
= een natuurlijk proces waarbij de baby met de borst op de borst van de moeder wordt gelegd.
- Afkoeling vermijden (evt extra deken)
- Bevordert kan op slagen van borstvoeding na sectio + welzijn van moeder en kind vergroot
- Pasgeborene niet meenemen voor onderzoek, moeder en kind voldoende rust geven
2.2. Start borstvoeding binnen het 1ste uur
Tijdstip van 1ste borstvoeding wordt bepaald door pasgeborene, meeste baby’s zullen binnen het
uur na de geboorte zelf de borst vinden en gaan drinken, belangrijk om het hiervoor alle tijd en
ruimte te geven.
Het gouden uur na de bevalling = de pasgeborene wordt op de borst van de moeder gelegd en
samen met haar partner kunnen ze het eerste uur na de geboorte in alle rust beleven.
2.3. Correct aanhappen en zuigen aan de borst
De zuig- en slikcyclus → het aanhappen en drinken gebeurt dmv de orale reflexen v/d
pasgeborene
- Zoekreflex = baby gaat zelf op zoek naar borst en tepel
- Zuigreflex = wanneer de tepel de comfortzone van het gehemelte prikkelt, tong ligt onder
tepel en maakt golvende bewegingen
- Slikreflex = als er voldoende melk in de mond is gaat de tong omhoog om te kunnen slikken
,Kenmerken van correct aanhappen
- Beide zien er rustig uit en voelen zich comfortabel
- Een grote hap borst in mond (zowel tepel en tepelhof)
- De tong op of over de onderkaak
- De lippen krullen naar buiten
- De pasgeborene hoeft zijn hoofd niet te draaien
- Het hoofd en het lichaam van de pasgeborene liggen in 1 lijn
- De neus is vrij
- De kin raakt de borst van de moeder
Kenmerken van correct zuigen
- Effectief patroon zien van zuigen-slikken-ademen
- Slikt zichtbaar en hoorbaar
- Zichtbare oor- en/of kaakbewegingen
- Geen (grote hoeveelheid) melk terug tijdens het drinken
- De tepel is niet pijnlijk en/of beschadigd
- Baby maakt tevreden, verzadigde indruk na voeding
Baby aan de borst leggen
- Rustige omgeving
- Gemakkelijke houding (evt borstvoedingskussen)
- De baby’s buikje tegen de buik van de moeder
- Het neusje van de baby mooi thv de tepel liggen
- Streel met de tepel zacht over de lippen van de baby → zoekreflex opwekken
- Lipjes van baby moeten naar buiten krullen
- Neusje vrij en kin van baby tegen zijn borst
- Bij elke voedingsbeurt beide borsten geven → melkproductie stimuleren
- Baby beslist zelf wanneer de voeding aan de 1e borst is beëindigt → meer calorierijke
achtermelk
Baby van de borst nemen
- Baby geeft zelf aan wanneer die genoeg heeft door borst los te laten
- Baby van de borst nemen bij pijn of als die enkel sabbelt
- Eerst zuigkracht van mondje breken (pink tss borst en mondhoek), druk onderkin zachtjes naar
beneden
- Baby van borst trekken doet pijn en kan kloven veroorzaken
Goed aangelegd Weigering borst
- Onderlip baby krult naar buiten - Ongemakkelijke baby
- Ritmisch zuigen met diepe teugen - Baby heeft pijn
- Hoorbaar slikken en soms ook zichtbaar - Verstopte neus
- Vrije neus en goede ademhaling mogelijk - Melk schiet niet snel genoeg toe
- Wangen staan bol tijdens het drinken - Melk smaakt anders dan gewoonlijk of
borst ruikt anders dan gewoonlijk
- Medische oorzaak? Wees alert!
Als vpk een rustige en betrokken houding aannemen.
De LATCH-tool = beoordelingsinstrument die de nood aan (extra) borstvoedingsbegeleiding kan
onderkennen door verschillende aspecten van de borstvoeding te beoordelen.
- To Latch on = correct aanhappen
- Audible swallowing
- Type of nipple
- Comfort = tepels/borsten
- Hold positioning = mate waarin moeder hulp nodig heeft voor een goede positie
,2.4. Voedingshoudingen
Belangrijk om de aangeboren reflexen te volgen van de baby bij het positioneren.
- Afwisseling van houding zorgt ervoor dat alle segmenten van de borst regelmatig worden
leeggedronken
- Overdag → zittend in de zetel of op bed
- ’s nachts → liggend in bed
3. Frequentie en duur van de voedingen
De aanbeveling van de WHO is om borstvoeding op vraag te geven!
3.1. Voeden op verzoek
= ad libitum, het aantal voedingen per dag wordt niet bepaald door de klok maar op de tijdstippen
wanneer de pasgeborene dit aangeeft.
= moeder moet het kind observeren en de hongersignalen vroegtijdig herkennen.
= de pasgeborene mag eerst de eerste borst leegdrinken tot hij de borst gewon loslaat of in slaap
valt.
Voordelen:
- Minder gewichtsverlies bij pasgeborene tijdens 1ste week na geboorte
- Meer kans op een langere borstvoedingsduur
- Frequenter voeden leidt tot minder hyperbilirubinemie tijdens de 1ste dagen
Gemiddeld 8-12 voedingen/24 uur – 1ste dagen vaak clustervoedingen van 5-10
voedingsmomenten in een periode van 2-3u.
4. Parameters van efficiënte borstvoeding
Aan de hand van parameters kan worden afgeleid of de pasgeborene voldoende drinkt
- Correct drinkgedrag, 6-8x/dag
- Baby zuigt ritmisch en slikt luid tijdens voeding
- Gezonde gewichtsontwikkeling
- Plasluiers (min 6x/dag + kleurloos tot lichtgeel)
- Ontlasting op regelmatige basis in 1ste weken
- Gedrag en uiterlijk van pasgeborene → levendig en tevreden
5. Borstvoedingsproblemen
5.1. Problemen bij de moeder
1) Stuwing
= de borsten zijn heel vol en gespannen, voelen warm aan en zijn soms ook rood doordat de
melkproductie toeneemt (dag 3-4 na geboorte) → zorgt ervoor dat het moeilijk is voor
pasgeborene om op een correcte manier aan te happen en de borst in de mond te nemen.
Ter preventie Behandeling
- Vroeg starten met borstvoeding - Het teveel aan melk afkolven
- Zorgen dat baby op juiste manier aan de - Het aanbrengen van warmte voor
borst drinkt voeding om de borst zachter te maken
- Frequent voeden - Na de voeding koude kompressen ter
verlichting aanbrengen
, 2) Pijnlijke tepels
Een kort stekend gevoel of ongemak bij het begin van de voeding gedurende de 1ste 2 weken is
normaal, dit trekt weg na een paar minuten na start van de voeding.
Tepelpijn Behandeling
- Intense pijn - Correcte aanleg en zuigtechniek!
- Pijn gedurende of tussen voedingen - Moedermelk op wondjes
door - Aanbrengen van warme kompressen
- Kapotte huid, blaren of kleurverandering - Zuivere lanoline
- Branderig gevoel tijdens, na of - Hydrogelkompressen bij tepelbeschadiging
tussendoor - geen inperking van duur of frequentie
- Aanhoudende pijn die niet beter wordt voedingen
3) overvloedige melkproductie
Kenmerken bij moeder Kenmerken bij baby
- Blijvend gespannen en pijnlijke borsten - Onrust tijdens en na voeding
- Verstopte melkkanaaltjes - Verslikken tijdens de voeding
- Mastitis - Veel huilen, melk teruggeven
- Verlies van moedermelk tss voedingen - Overvloedige en gistende stoelgang,
- Pijnlijke toeschietreflex groene stoelgang
- Weigeren v/d borst bij sterke toeschietreflex
- zeer grote of kleine gewichtstoename
Adviezen:
- Eén borst per voeding → zo krijgt de baby ook vetrijke melk
- Stuwing in de andere borst behandelen met koude kompressen
- Bij krachtige toeschietreflex
o Met de hand de borst en tepel stimuleren tot de melk toeschiet
o Baby in verticale positie voeden
4) Ontoereikende melkproductie
= onvoldoende produceren van melk om een normale gewichtstoename te bekomen en dit
ondanks de motivatie van de moeder om de borstvoeding verder te zetten en een goede
borstvoedingsbegeleiding.
Kenmerken bij pasgeborene Adviezen
- Sterk ruikende urine, geconcentreerd, - Anamnese en observatie van
minder aantal natte luiers borstvoeding → oorzaak na gaan!
- Ontlasting hard en droog + minder dan - Aanhappen en zuigen optimaliseren
2x/dag tijdens 1ste 4-6 weken - Frequentie van voeding of afkolven ↑
- Verliest > 10% van geboortegewicht, geen - Geen tijdlimiet
terugkeer ernaartoe op leeftijd v. 2 weken - Beide borsten aanbieden
- Niet tevreden of verzadigd na voeding - Borstmassage en borstcompressie
- Huilt veel, vaak zwak of hoog en schel - Wisselvoeding
- Wil vaak en lang drinken - Vermijden van flessen, spenen, tepelhoed
- Slaapt lang door, futloos - Gezonde voeding, voldoende drinken en
- Weigert de borst rust voor moeder
Bijvoeding geven indien andere acties geen verhoging van melkproductie hebben
teweeggebracht → via cupfeeding, vingervoeden, spuit en borstvoedingshulpset.
1. Het belang van borstvoeding
1.1. Aanbevelingen volgens de WHO en UNICEF
Exclusieve borstvoeding tot de leeftijd van 6 maanden, vanaf dan ook bijvoeding naast de
moedermelk bijgeven tot en met het tweede levensjaar of langer.
Exclusieve borstvoeding:
- Drinken van moedermelk via de borst of het drinken van afgekolfde melk
- Geen andere drank of voeding tenzij vitamine- en mineraalsupplementen of medicatie
1.2. Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI)
Internationale gedragscode voor melk vervangende producten → verbod op reclame van
kunstvoeding tot 2 jaar en bijvoeding tot 6 maanden.
10 vuistregels voor het welslagen van borstvoeding = voorwaarden om te voldoen aan het label,
alle instellingen voor moeder- en kindzorg moet hier zorg voor dragen:
- Geschreven beleid over borstvoeding
- Alle betrokken medewerkers moeten de nodige opleidingen en vaardigheden aanleren
- Alle zwangere vrouwen moeten worden voorgelicht over de voordelen
- De baby moet onmiddellijk na de geboorte gedurende minimum een uur huid-op-huid
contact hebben met de moeder
- Vrouwen uitleggen hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand
kan houden
- Geen andere voeding dan borstvoeding geven, noch extra vocht
- Rooming-in
- Borstvoeding op verzoek van kind
- Geen speen of fopspeen bij borstvoeding
- Er kunnen borstvoedingsbegeleidingsgroepen gevormd worden
2. Opstart van de borstvoeding
2.1. Huid-op-huid contact
= een natuurlijk proces waarbij de baby met de borst op de borst van de moeder wordt gelegd.
- Afkoeling vermijden (evt extra deken)
- Bevordert kan op slagen van borstvoeding na sectio + welzijn van moeder en kind vergroot
- Pasgeborene niet meenemen voor onderzoek, moeder en kind voldoende rust geven
2.2. Start borstvoeding binnen het 1ste uur
Tijdstip van 1ste borstvoeding wordt bepaald door pasgeborene, meeste baby’s zullen binnen het
uur na de geboorte zelf de borst vinden en gaan drinken, belangrijk om het hiervoor alle tijd en
ruimte te geven.
Het gouden uur na de bevalling = de pasgeborene wordt op de borst van de moeder gelegd en
samen met haar partner kunnen ze het eerste uur na de geboorte in alle rust beleven.
2.3. Correct aanhappen en zuigen aan de borst
De zuig- en slikcyclus → het aanhappen en drinken gebeurt dmv de orale reflexen v/d
pasgeborene
- Zoekreflex = baby gaat zelf op zoek naar borst en tepel
- Zuigreflex = wanneer de tepel de comfortzone van het gehemelte prikkelt, tong ligt onder
tepel en maakt golvende bewegingen
- Slikreflex = als er voldoende melk in de mond is gaat de tong omhoog om te kunnen slikken
,Kenmerken van correct aanhappen
- Beide zien er rustig uit en voelen zich comfortabel
- Een grote hap borst in mond (zowel tepel en tepelhof)
- De tong op of over de onderkaak
- De lippen krullen naar buiten
- De pasgeborene hoeft zijn hoofd niet te draaien
- Het hoofd en het lichaam van de pasgeborene liggen in 1 lijn
- De neus is vrij
- De kin raakt de borst van de moeder
Kenmerken van correct zuigen
- Effectief patroon zien van zuigen-slikken-ademen
- Slikt zichtbaar en hoorbaar
- Zichtbare oor- en/of kaakbewegingen
- Geen (grote hoeveelheid) melk terug tijdens het drinken
- De tepel is niet pijnlijk en/of beschadigd
- Baby maakt tevreden, verzadigde indruk na voeding
Baby aan de borst leggen
- Rustige omgeving
- Gemakkelijke houding (evt borstvoedingskussen)
- De baby’s buikje tegen de buik van de moeder
- Het neusje van de baby mooi thv de tepel liggen
- Streel met de tepel zacht over de lippen van de baby → zoekreflex opwekken
- Lipjes van baby moeten naar buiten krullen
- Neusje vrij en kin van baby tegen zijn borst
- Bij elke voedingsbeurt beide borsten geven → melkproductie stimuleren
- Baby beslist zelf wanneer de voeding aan de 1e borst is beëindigt → meer calorierijke
achtermelk
Baby van de borst nemen
- Baby geeft zelf aan wanneer die genoeg heeft door borst los te laten
- Baby van de borst nemen bij pijn of als die enkel sabbelt
- Eerst zuigkracht van mondje breken (pink tss borst en mondhoek), druk onderkin zachtjes naar
beneden
- Baby van borst trekken doet pijn en kan kloven veroorzaken
Goed aangelegd Weigering borst
- Onderlip baby krult naar buiten - Ongemakkelijke baby
- Ritmisch zuigen met diepe teugen - Baby heeft pijn
- Hoorbaar slikken en soms ook zichtbaar - Verstopte neus
- Vrije neus en goede ademhaling mogelijk - Melk schiet niet snel genoeg toe
- Wangen staan bol tijdens het drinken - Melk smaakt anders dan gewoonlijk of
borst ruikt anders dan gewoonlijk
- Medische oorzaak? Wees alert!
Als vpk een rustige en betrokken houding aannemen.
De LATCH-tool = beoordelingsinstrument die de nood aan (extra) borstvoedingsbegeleiding kan
onderkennen door verschillende aspecten van de borstvoeding te beoordelen.
- To Latch on = correct aanhappen
- Audible swallowing
- Type of nipple
- Comfort = tepels/borsten
- Hold positioning = mate waarin moeder hulp nodig heeft voor een goede positie
,2.4. Voedingshoudingen
Belangrijk om de aangeboren reflexen te volgen van de baby bij het positioneren.
- Afwisseling van houding zorgt ervoor dat alle segmenten van de borst regelmatig worden
leeggedronken
- Overdag → zittend in de zetel of op bed
- ’s nachts → liggend in bed
3. Frequentie en duur van de voedingen
De aanbeveling van de WHO is om borstvoeding op vraag te geven!
3.1. Voeden op verzoek
= ad libitum, het aantal voedingen per dag wordt niet bepaald door de klok maar op de tijdstippen
wanneer de pasgeborene dit aangeeft.
= moeder moet het kind observeren en de hongersignalen vroegtijdig herkennen.
= de pasgeborene mag eerst de eerste borst leegdrinken tot hij de borst gewon loslaat of in slaap
valt.
Voordelen:
- Minder gewichtsverlies bij pasgeborene tijdens 1ste week na geboorte
- Meer kans op een langere borstvoedingsduur
- Frequenter voeden leidt tot minder hyperbilirubinemie tijdens de 1ste dagen
Gemiddeld 8-12 voedingen/24 uur – 1ste dagen vaak clustervoedingen van 5-10
voedingsmomenten in een periode van 2-3u.
4. Parameters van efficiënte borstvoeding
Aan de hand van parameters kan worden afgeleid of de pasgeborene voldoende drinkt
- Correct drinkgedrag, 6-8x/dag
- Baby zuigt ritmisch en slikt luid tijdens voeding
- Gezonde gewichtsontwikkeling
- Plasluiers (min 6x/dag + kleurloos tot lichtgeel)
- Ontlasting op regelmatige basis in 1ste weken
- Gedrag en uiterlijk van pasgeborene → levendig en tevreden
5. Borstvoedingsproblemen
5.1. Problemen bij de moeder
1) Stuwing
= de borsten zijn heel vol en gespannen, voelen warm aan en zijn soms ook rood doordat de
melkproductie toeneemt (dag 3-4 na geboorte) → zorgt ervoor dat het moeilijk is voor
pasgeborene om op een correcte manier aan te happen en de borst in de mond te nemen.
Ter preventie Behandeling
- Vroeg starten met borstvoeding - Het teveel aan melk afkolven
- Zorgen dat baby op juiste manier aan de - Het aanbrengen van warmte voor
borst drinkt voeding om de borst zachter te maken
- Frequent voeden - Na de voeding koude kompressen ter
verlichting aanbrengen
, 2) Pijnlijke tepels
Een kort stekend gevoel of ongemak bij het begin van de voeding gedurende de 1ste 2 weken is
normaal, dit trekt weg na een paar minuten na start van de voeding.
Tepelpijn Behandeling
- Intense pijn - Correcte aanleg en zuigtechniek!
- Pijn gedurende of tussen voedingen - Moedermelk op wondjes
door - Aanbrengen van warme kompressen
- Kapotte huid, blaren of kleurverandering - Zuivere lanoline
- Branderig gevoel tijdens, na of - Hydrogelkompressen bij tepelbeschadiging
tussendoor - geen inperking van duur of frequentie
- Aanhoudende pijn die niet beter wordt voedingen
3) overvloedige melkproductie
Kenmerken bij moeder Kenmerken bij baby
- Blijvend gespannen en pijnlijke borsten - Onrust tijdens en na voeding
- Verstopte melkkanaaltjes - Verslikken tijdens de voeding
- Mastitis - Veel huilen, melk teruggeven
- Verlies van moedermelk tss voedingen - Overvloedige en gistende stoelgang,
- Pijnlijke toeschietreflex groene stoelgang
- Weigeren v/d borst bij sterke toeschietreflex
- zeer grote of kleine gewichtstoename
Adviezen:
- Eén borst per voeding → zo krijgt de baby ook vetrijke melk
- Stuwing in de andere borst behandelen met koude kompressen
- Bij krachtige toeschietreflex
o Met de hand de borst en tepel stimuleren tot de melk toeschiet
o Baby in verticale positie voeden
4) Ontoereikende melkproductie
= onvoldoende produceren van melk om een normale gewichtstoename te bekomen en dit
ondanks de motivatie van de moeder om de borstvoeding verder te zetten en een goede
borstvoedingsbegeleiding.
Kenmerken bij pasgeborene Adviezen
- Sterk ruikende urine, geconcentreerd, - Anamnese en observatie van
minder aantal natte luiers borstvoeding → oorzaak na gaan!
- Ontlasting hard en droog + minder dan - Aanhappen en zuigen optimaliseren
2x/dag tijdens 1ste 4-6 weken - Frequentie van voeding of afkolven ↑
- Verliest > 10% van geboortegewicht, geen - Geen tijdlimiet
terugkeer ernaartoe op leeftijd v. 2 weken - Beide borsten aanbieden
- Niet tevreden of verzadigd na voeding - Borstmassage en borstcompressie
- Huilt veel, vaak zwak of hoog en schel - Wisselvoeding
- Wil vaak en lang drinken - Vermijden van flessen, spenen, tepelhoed
- Slaapt lang door, futloos - Gezonde voeding, voldoende drinken en
- Weigert de borst rust voor moeder
Bijvoeding geven indien andere acties geen verhoging van melkproductie hebben
teweeggebracht → via cupfeeding, vingervoeden, spuit en borstvoedingshulpset.