HSK 1 – de zorg voor de pasgeborene na de bevalling
1. Warmteverlies voorkomen (stap 1) = thermoregulatie
De pasgeborene kan zijn warmtehuishouding reguleren door
- Vasoconstrictie
- Via de foetale houding zo klein mogelijk maken
- Isolatie dankzij het onderhuidse vet
Warmteverlies kan op 4 manieren plaatsvinden:
Radiatie (straling) Evaporatie (verdamping)
= de warmte verdwijnt naar koudere objecten in = warmte die verloren gaat via huid en
de omgeving, zonder direct contact (40% via slijmvliezen via verdamping. Proces wordt
hoofdoppervlak). versterkt door het nat huidoppervlak na de
Weinig onderhuids vet → wel bruin vet rond geboorte.
nieren en tss schouderbladen (tot 2 à 4 dagen Maatregelen:
na geboorte). - Baby goed meteen goed afdrogen
Maatregelen om te voorkomen: - Hoofd bedekken met een muts
- Kamer-T° aapassen (min 28°C) - Nat linnen onmiddellijk verwijderen
- Baby aankleden - Warme deken over de pasgeborene
- Warmtebron aanschakelen - Huid-op-huid bij moeder met warm deken
- (Evt. couveuse-T° inschakelen) over de rug
Convectie (stroming) Conductie (geleiding)
= warmte gaat verloren naar de omgevende = directe geleiding van warmte aan het
lucht door het voorbijkomen van een koude aangrenzend of het vaste oppervlak waarop de
luchtstroom over het lichaam van de baby. baby ligt.
Maatregelen:
- Een tochtvrije ruimte, deuren toe Maatregelen:
- Een deken aanbrengen - Warme onderlaag/doeken bij de opvang
- Geen ventilatoren - CAVE: let op kocher rond de navelstreng
- Evt. bij O2-toediening: verwarmen en onder een warmtebron → nooit tegen de
bevochtigen + lage luchtstroom instellen in huid van de baby leggen!!
de couveuse
2. Het vrijmaken van de luchtwegen
Vrije luchtweg = huilen. Dit moet enkele seconden tot 30 seconden na de geboorte gebeuren.
Indien dat niet gebeurt → stimuleren door de baby goed droog te wrijven.
Vroeger: standaard aspiratie. Nu wordt ook geen meconiumaspiratie meer uitgevoerd omdat dit
onnodige pijnprikkels geeft aan de baby.
Meconiumvruchtwater = stoelgang in vruchtwater → teken dat de baby in nood/stress is → baby
gaat gaspen → vruchtwater + stoelgang inslikken → pneumonie.
3. De navelstreng
Op 1 à 1,5 cm v/d huid afklemmen met een klem of navelveter. Soms 5 cm (bij neonaat) om
katheters te kunnen plaatsen.
Geboorte uur = wnr de navelstreng wordt doorgeknipt. Dit wordt best 3 minuten na de geborte
gedaan. Eerst bloed uit navelstreng naar baby stuwen voor extra voedingsstoffen en dan pas
afnavelen.
Beoordelen op aanwezigheid van 1 vene en 2 arteriën. Deze is normaal geel, als deze groen is komt
dit door meconium.
Binnen de 30 minuten na de geboorte moet ook de placenta eruit zijn, anders gebeurt dit
chirurgisch (kans op ontstekingen als dit blijft zitten).
, 4. Beoordeling van de toestand van de pasgeborene
De APGAR-score wordt op 1, 5 en 10 minuten
genomen. De score is na 1 minuut zelden 10. De
score zegt iets over de mate van asfyxie.
- 7 na 1 en 5 minuten is normaal
- 4-6 is verontrustend + tussenkomst kinderarts
- 3 of minder → actieve reanimatie
+ met de waarde v/d navelstreng-pH geeft het
een indicatie v/d ernst v/d problemen v/d baby.
5. Adaptie aan het extra-uteriene leven
5.1. Veranderingen in circulatie
Kenmerken van de foetale circulatie:
- De aanwezigheid van een placentacirculatie
- De longcirculatie is minimaal (door longvaatweerstand)
- Openingen tss de long- en lichaamscirculatie
o Het open foramen ovale
o De open ductus Botalli
Het verschil tss de foetale en de neonatale/volwassen circulatie → de venen bevatten zuurstofarm
e/d arteriën zuurstofrijk bloed bij de pasgeborene / volwassene.
Verandering in de circulatie na de geboorte:
- O2 bereikt longen en de alveoli ontplooien zich
- Weerstand in longvaten daalt en longcirculatie neemt toe
- Druk in RA neemt toe door toegenomen bloedstroom naar de longen
- Druk in LA neemt toe door toegenomen bloedstroom vanuit longen
- De ductus arteriosus sluit zich langzaam onder invloed van O2 (binnen 24u functioneel, na 1
maand anatomisch, als dit niet vanzelf gaat → ibuprofen).
- Als de druk in de linkerharthelft hoger wordt dan die in de rechter, sluit het foramen ovale.
- De navelvaten trekken zich samen
Het hart
- Hartfrequentie kan beluisterd worden met de stethoscoop of gevoeld worden thv de
navelstreng
- Hartfrequentie kan tijdens verandering van gedragsstadium veranderen
- Harttonen best hoorbaar rechts → rechtsgelegen hart, door een hernia diafragmatica of
pneumothorax links
- Hartgeruis of “souffe” de eerste dagen na geboorte is meestal het gevolg van een (nog) niet
gesloten ductus arteriosus
- Hartpulsaties zichtbaar op thorax → bij pre en dysmaturen normaal, bij aterme baby’s kan dit
wijzen op cardiale problematiek
- Pulsaties van arteria femoralis zijn goed voelbaar in de lies. Niet zo? → een coarcatie van de
aorta → bloedstroom is beperkt naar de onderste extremiteiten.
Normaal Abnormaal
100-180 slagen/min na geboorte Tachy- (>180) en bradycardie (<100)
120-150 slagen/min (langer na geboorte) Harttonen rechts hoorbaar of onduidelijk…
Arteria femoralis palpabel Zichtbare pulsaties
1. Warmteverlies voorkomen (stap 1) = thermoregulatie
De pasgeborene kan zijn warmtehuishouding reguleren door
- Vasoconstrictie
- Via de foetale houding zo klein mogelijk maken
- Isolatie dankzij het onderhuidse vet
Warmteverlies kan op 4 manieren plaatsvinden:
Radiatie (straling) Evaporatie (verdamping)
= de warmte verdwijnt naar koudere objecten in = warmte die verloren gaat via huid en
de omgeving, zonder direct contact (40% via slijmvliezen via verdamping. Proces wordt
hoofdoppervlak). versterkt door het nat huidoppervlak na de
Weinig onderhuids vet → wel bruin vet rond geboorte.
nieren en tss schouderbladen (tot 2 à 4 dagen Maatregelen:
na geboorte). - Baby goed meteen goed afdrogen
Maatregelen om te voorkomen: - Hoofd bedekken met een muts
- Kamer-T° aapassen (min 28°C) - Nat linnen onmiddellijk verwijderen
- Baby aankleden - Warme deken over de pasgeborene
- Warmtebron aanschakelen - Huid-op-huid bij moeder met warm deken
- (Evt. couveuse-T° inschakelen) over de rug
Convectie (stroming) Conductie (geleiding)
= warmte gaat verloren naar de omgevende = directe geleiding van warmte aan het
lucht door het voorbijkomen van een koude aangrenzend of het vaste oppervlak waarop de
luchtstroom over het lichaam van de baby. baby ligt.
Maatregelen:
- Een tochtvrije ruimte, deuren toe Maatregelen:
- Een deken aanbrengen - Warme onderlaag/doeken bij de opvang
- Geen ventilatoren - CAVE: let op kocher rond de navelstreng
- Evt. bij O2-toediening: verwarmen en onder een warmtebron → nooit tegen de
bevochtigen + lage luchtstroom instellen in huid van de baby leggen!!
de couveuse
2. Het vrijmaken van de luchtwegen
Vrije luchtweg = huilen. Dit moet enkele seconden tot 30 seconden na de geboorte gebeuren.
Indien dat niet gebeurt → stimuleren door de baby goed droog te wrijven.
Vroeger: standaard aspiratie. Nu wordt ook geen meconiumaspiratie meer uitgevoerd omdat dit
onnodige pijnprikkels geeft aan de baby.
Meconiumvruchtwater = stoelgang in vruchtwater → teken dat de baby in nood/stress is → baby
gaat gaspen → vruchtwater + stoelgang inslikken → pneumonie.
3. De navelstreng
Op 1 à 1,5 cm v/d huid afklemmen met een klem of navelveter. Soms 5 cm (bij neonaat) om
katheters te kunnen plaatsen.
Geboorte uur = wnr de navelstreng wordt doorgeknipt. Dit wordt best 3 minuten na de geborte
gedaan. Eerst bloed uit navelstreng naar baby stuwen voor extra voedingsstoffen en dan pas
afnavelen.
Beoordelen op aanwezigheid van 1 vene en 2 arteriën. Deze is normaal geel, als deze groen is komt
dit door meconium.
Binnen de 30 minuten na de geboorte moet ook de placenta eruit zijn, anders gebeurt dit
chirurgisch (kans op ontstekingen als dit blijft zitten).
, 4. Beoordeling van de toestand van de pasgeborene
De APGAR-score wordt op 1, 5 en 10 minuten
genomen. De score is na 1 minuut zelden 10. De
score zegt iets over de mate van asfyxie.
- 7 na 1 en 5 minuten is normaal
- 4-6 is verontrustend + tussenkomst kinderarts
- 3 of minder → actieve reanimatie
+ met de waarde v/d navelstreng-pH geeft het
een indicatie v/d ernst v/d problemen v/d baby.
5. Adaptie aan het extra-uteriene leven
5.1. Veranderingen in circulatie
Kenmerken van de foetale circulatie:
- De aanwezigheid van een placentacirculatie
- De longcirculatie is minimaal (door longvaatweerstand)
- Openingen tss de long- en lichaamscirculatie
o Het open foramen ovale
o De open ductus Botalli
Het verschil tss de foetale en de neonatale/volwassen circulatie → de venen bevatten zuurstofarm
e/d arteriën zuurstofrijk bloed bij de pasgeborene / volwassene.
Verandering in de circulatie na de geboorte:
- O2 bereikt longen en de alveoli ontplooien zich
- Weerstand in longvaten daalt en longcirculatie neemt toe
- Druk in RA neemt toe door toegenomen bloedstroom naar de longen
- Druk in LA neemt toe door toegenomen bloedstroom vanuit longen
- De ductus arteriosus sluit zich langzaam onder invloed van O2 (binnen 24u functioneel, na 1
maand anatomisch, als dit niet vanzelf gaat → ibuprofen).
- Als de druk in de linkerharthelft hoger wordt dan die in de rechter, sluit het foramen ovale.
- De navelvaten trekken zich samen
Het hart
- Hartfrequentie kan beluisterd worden met de stethoscoop of gevoeld worden thv de
navelstreng
- Hartfrequentie kan tijdens verandering van gedragsstadium veranderen
- Harttonen best hoorbaar rechts → rechtsgelegen hart, door een hernia diafragmatica of
pneumothorax links
- Hartgeruis of “souffe” de eerste dagen na geboorte is meestal het gevolg van een (nog) niet
gesloten ductus arteriosus
- Hartpulsaties zichtbaar op thorax → bij pre en dysmaturen normaal, bij aterme baby’s kan dit
wijzen op cardiale problematiek
- Pulsaties van arteria femoralis zijn goed voelbaar in de lies. Niet zo? → een coarcatie van de
aorta → bloedstroom is beperkt naar de onderste extremiteiten.
Normaal Abnormaal
100-180 slagen/min na geboorte Tachy- (>180) en bradycardie (<100)
120-150 slagen/min (langer na geboorte) Harttonen rechts hoorbaar of onduidelijk…
Arteria femoralis palpabel Zichtbare pulsaties