Thema 4 – parameters i.v.m. de bloedcirculatie
Bloedcirculatie is belangrijk voor:
Het functioneren van de mens
Het functioneren van alle organen
Het leven en gezond te blijven
De circulatie zorgt voor:
Het transport van voedingsstoffen en zuurstof
De afvoer van afvalstoffen
Warmtetransport door het gehele lichaam
De circulatie sterk beïnvloedbaar door emoties hartslagversnelling,
bloeddrukverhoging, hartinfarct.
Observatie bloedcirculatie via:
Pols
Bloeddruk
Kleur van de huid, slijmvliezen en het nagelbed
Huidtemperatuur
Bewustzijn
1. Het voelen van de pols
1.1. Wat is ‘pols’
Pols = afgeleid van pulsus = slag
Polsobservatie:
Observatie van de slag
Observatie van de bloedgolf in de arteriën – bloed verplaatst zich golfsgewijs is
voelbaar
1.2. Plaatsen van polsobservatie
Overal waar arteriën oppervlakkig gelegen zijn op een harde onderlaag zoals een been of
spieren, kan men deze pulsaties of kloppingen waarnemen.
1) Art. radialis
Niet altijd geschikt om te voelen en is niet steeds te voelen.
Radialispols = meest gebruikt
In acute situaties palperen van
Art. femoralis of arteria carotis
o Omdat de perifere circulatie op een laag pitje is gezet ten gunste van de vitale
circulatie (bv. bij hypovolemische shock)
o Al te snelle polsfrequentie (+/- niet te tellen)
Hypo-vol-emische shock:
Hypo = te kort
Vol = volume
Emisch = mbt bloed
Shock = toestand ontstaan door acute geringe bloedtoevoer naar de weefsels door
o Ondervulling van het slagaderlijke systeem (bv. door bloeding)
o Sterke dilatatie (uitzetting) van belangrijke vaatgebieden (door zware allergische
reactie)
2) Art. temporalis
Bij magere ZO: zelfs zien ipv voelen (moeilijker bij obese ZO)
Best te voelen door het oor en net boven het jukbeen
, 3) Art. femoralis
Om te voelen:
Soms behoorlijk druk uitoefenen
Moeilijk bereikbare plaats
Als onkies-binnen-dringend ervaren liesarterie bijna nooit voor gewone polscontroles
Belangrijk bij:
Inzicht in de bloedvoorziening van de benen
Prikplaats voor arterieel bloed
Of in acute situaties
4) Art. brachialis
Ligging goed voelen i.f.v. bloeddrukmeting
5) Art. carotis = halsslagader
Goede plaats in geval van een acute situatie (wanneer de perifere pols niet meer te voelen is)
Voorzichtig manipuleren= zo niet sinus carotismassage en ontstaan van lage polsslag =
bradycardie
6) Art. dorsalis pedis en art. tibialis dorsalis
Enkel te gebruiken voor evaluatie van de doorbloeding.
1.3. Observatiepunten
1.3.1. Pulsatiefrequentie of polsfrequentie
= aantal slagen per minuut
Bij ongeborenen 140-160/minuut
Bij pasgeborenen 120-140/minuut
Bij kinderen 90-120/minuut
Bij volwassenen 60-80/minuut
Polsversnelling = tachycardie
>100/minuut
Zonder ziekelijke oorzaak = fysiologisch
Door ziekelijke oorzaak = pathologisch
Polsvertraging = bradycardie
<60/minuut
Zonder ziekelijke oorzaak = fysiologisch
Door ziekelijke oorzaak = pathologisch
Ga steeds na waar de pols stijgt of daalt vandaar komt het!
1.3.2. Pulsatieregelmaat / hartritme
Normaal: regelmatig
Soms:
Van nature uit onregelmatig
ritme
Respiratoire aritmie = normaal
Abnormaal: artimieën arts verwittigen
Extrasystolen I I II I I II
Tweelingspols II II II II II
Totale aritmie I II I I III
Bij onregelmatige pols: tijdsduur van de telling = 1 minuut.
Bloedcirculatie is belangrijk voor:
Het functioneren van de mens
Het functioneren van alle organen
Het leven en gezond te blijven
De circulatie zorgt voor:
Het transport van voedingsstoffen en zuurstof
De afvoer van afvalstoffen
Warmtetransport door het gehele lichaam
De circulatie sterk beïnvloedbaar door emoties hartslagversnelling,
bloeddrukverhoging, hartinfarct.
Observatie bloedcirculatie via:
Pols
Bloeddruk
Kleur van de huid, slijmvliezen en het nagelbed
Huidtemperatuur
Bewustzijn
1. Het voelen van de pols
1.1. Wat is ‘pols’
Pols = afgeleid van pulsus = slag
Polsobservatie:
Observatie van de slag
Observatie van de bloedgolf in de arteriën – bloed verplaatst zich golfsgewijs is
voelbaar
1.2. Plaatsen van polsobservatie
Overal waar arteriën oppervlakkig gelegen zijn op een harde onderlaag zoals een been of
spieren, kan men deze pulsaties of kloppingen waarnemen.
1) Art. radialis
Niet altijd geschikt om te voelen en is niet steeds te voelen.
Radialispols = meest gebruikt
In acute situaties palperen van
Art. femoralis of arteria carotis
o Omdat de perifere circulatie op een laag pitje is gezet ten gunste van de vitale
circulatie (bv. bij hypovolemische shock)
o Al te snelle polsfrequentie (+/- niet te tellen)
Hypo-vol-emische shock:
Hypo = te kort
Vol = volume
Emisch = mbt bloed
Shock = toestand ontstaan door acute geringe bloedtoevoer naar de weefsels door
o Ondervulling van het slagaderlijke systeem (bv. door bloeding)
o Sterke dilatatie (uitzetting) van belangrijke vaatgebieden (door zware allergische
reactie)
2) Art. temporalis
Bij magere ZO: zelfs zien ipv voelen (moeilijker bij obese ZO)
Best te voelen door het oor en net boven het jukbeen
, 3) Art. femoralis
Om te voelen:
Soms behoorlijk druk uitoefenen
Moeilijk bereikbare plaats
Als onkies-binnen-dringend ervaren liesarterie bijna nooit voor gewone polscontroles
Belangrijk bij:
Inzicht in de bloedvoorziening van de benen
Prikplaats voor arterieel bloed
Of in acute situaties
4) Art. brachialis
Ligging goed voelen i.f.v. bloeddrukmeting
5) Art. carotis = halsslagader
Goede plaats in geval van een acute situatie (wanneer de perifere pols niet meer te voelen is)
Voorzichtig manipuleren= zo niet sinus carotismassage en ontstaan van lage polsslag =
bradycardie
6) Art. dorsalis pedis en art. tibialis dorsalis
Enkel te gebruiken voor evaluatie van de doorbloeding.
1.3. Observatiepunten
1.3.1. Pulsatiefrequentie of polsfrequentie
= aantal slagen per minuut
Bij ongeborenen 140-160/minuut
Bij pasgeborenen 120-140/minuut
Bij kinderen 90-120/minuut
Bij volwassenen 60-80/minuut
Polsversnelling = tachycardie
>100/minuut
Zonder ziekelijke oorzaak = fysiologisch
Door ziekelijke oorzaak = pathologisch
Polsvertraging = bradycardie
<60/minuut
Zonder ziekelijke oorzaak = fysiologisch
Door ziekelijke oorzaak = pathologisch
Ga steeds na waar de pols stijgt of daalt vandaar komt het!
1.3.2. Pulsatieregelmaat / hartritme
Normaal: regelmatig
Soms:
Van nature uit onregelmatig
ritme
Respiratoire aritmie = normaal
Abnormaal: artimieën arts verwittigen
Extrasystolen I I II I I II
Tweelingspols II II II II II
Totale aritmie I II I I III
Bij onregelmatige pols: tijdsduur van de telling = 1 minuut.