Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages
Summary

samenvatting ecologie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages

samenvatting ecologie semester 2 hogent melle dierenzorg

Content preview

Samenvatting ecologie
1 ecologie als wetenschap
Wat is ecologie?
 Gerelateerd aan beter milieu, in het bijzonder dat van de mens.
 Beschrijft gedrag dat goed is voor de mens en zijn milieu en voor de natuur
o Vb. ecologische landbouw
o Ecolabels

Ecologie is geen levenswijze maar een wetenschap
Voor het eerst gedefinieerd in 1866 door Ernst Haeckel
 Duitse dierkundige en filosoof die het werk van Charles
Darwin breed bekend maakte
Ecologie bestudeert de complexe interacties tussen:
 Alle levende wezens onderling en hun omgeving biotiek (= alle levende
wezens) en abiotiek =(alle niet-levende omgevingsfactoren)
Ecologie is de oudste wetenschap! In de prehistorie moestten mensen als jager-
verzamelaars begrijpen waar bepaalde planten en dieren voorkwamen, om aan
voedsel te geraken, en om zichzelf te beschermen
 Mens ontstond 100 000 jaar geleden in Afrika – heeft grootste deel van zijn
tijd op aarde geleeds als jager – verzamelaar – zon 20 à 30 uur per week
op stap voor verzamelen van wilde planten en het jagen op dieren
Ook de eerste landbouwers (a ls de mens sedentair werd – 10 000 jaar geleden)
moesten vb. begrijpen waarom bepaalde planten op welke bodem kunnen
geteeld worden
= ecologie in functie van het overleven
Alle landbouwgewassen zijn afgeleid van wilde soorten – vaak voorouder niet
meer gekend
 Interactie gebeurt binnen een ecosysteem

2: Het ecosysteem als studie-object
Ecosysteem = afgebakend gebied dat bestaat uit 2 op elkaar inwerkende
componenten: abiotiek en biotiek
Abiotiek: (abiotische)
 Lucht – gasuitwisseling
 Water – oplossing van voedingsstoffen
 Bodem – verankeringsplaats voor planten en daar waar dood organisch
materiaal gerecycleerd wordt
Biotiek: (biotische)

,  Alle organismen die er voorkomen, boven- en ondergronds
Schematisch voorstelling van ecosysteem (links een complex, rechts
een vereenvoudigd)
tussen de omgeving en de soorten,
en tussen de soorten onderling
bestaan in elk ecosysteem dus
interacties. In een ecosysteem
kunnen veel soorten voorkomen,
waartussen veel interacties
bestaan. In een natuurlijk
ecosysteem vb. zoals een
soortenrijk bloemrijk grasland,
komen veel soorten kruiden en
grassen voor. Een eenvoudiger systeem is een landbouw ecosysteem – waar de
mens sturend werkt


allebei ecosystemen, waar allebei
ecologische interacties spelen
maar complex VS eenvoudiger
beide ecosystemen hebben een
ander doel
links: natuurbehoud
rechts: productie van hooi
abiotiek stuurt biotiek

bomen hebben water, voedingssotffen,
CO2 en licht nodig, om te kunnen
groeien. Welke bostypen kan
voorkomen, hangt af van het type
bodem

eiken-berkenbossen op arme zure zandbodem – eiken – beukbossen en rijkere
leembodem – de tewtuur en de zuurtegraad van de bodem bepalen welk bostype
voorkomt

links: dor, dezelfde soorten bomen, droger, op zandgrond (abiotiek is droger,
water stroomrt er snel door weg) armer aan voedingsstoffen, bepaalde soorten
zijn daar aan aangepast
rechts: op leem grond, meer begroeid, want er zitten meer voedingsstoffen in
leem
de abiotiek gaat bepalen welk bos het wordt
abiotiek stuurt biotiek, maar ook biotiek stuurt abiotiek

Beukenbos in de zomer: weinig licht en dus geen vegetatie

,Toch vegetatie in een beukenbos in het vroege voorjaar: tapijt van boshyacinten

 Soorten gaan elkaar invloeden

Biotiek stuurt (a)- biotiek-
Tijdens een korte periode in het voorjaar is er voldoende voedsel neerslag en
voldoende licht voor boshyacint om te kunnen groeien, bloeien en vrucht zetten
-- strategie van bolgewassen om hun levenscyclus snel te ontwikkelen vooraleer
het te donker wordt

niet alle bossen zijn in de zomer te donker. Dit hangt weer af van het
temperament van de boomsoorten die er voorkomen. Beuken-eikenbos VS
homogeen beukenbos  totaal andere lichtdynamiek, met gevolgen voor de
vegetatie
Ook verschil in dynamiek in de bodem
ook andere impact op de bodem – beuk verzuurt de bodem  geen
regenwormen

Abiotiek stuurt biotiek




bodem bepaalt boomsoort
Elke boomsoort heeft ander strooisel = bladeren/naalden die jaarlijks van de
boom vallen
Waar welke boomsoort kan voorkomen, hangt dus af van de bodem
 Voedselarme bodems: grove ben, berk, eik
o Lage concentraties aan voedingsstoffen en hoge concentraties aan
lignine in de bladeren
 Voedselrijke bodems: linde, kers, es,haagbeuk, esdoorn
o Hoge concentratie aan voedingsstoffen en lagere concentratie aan
lignine
Elke soort heeft ander strooisel
Op leem grond heb je meer verschillende soorten
De naalden van een dennenboom breken heel moeilijk af
Rechts: het strooisel (bladeren op de grond) zijn al verteerd
het bepaald strooisel heeft invloed op de
regenwormen
3 ecologische groepen regenwormen:
 Epigeïsch

, o Kleine wormen leven in het strooisel, gaan niet diep, leven eigenlijk
op de aarde
 Endogeïsch
o In de aarde, graven tot een halve meter diep, graven vooral
horizontaal (horizontale gangen) brengen strooisel in de grond
 Anekisch
o Dikke wormen, tot 2 m diep graven, verticaal graven,
voedingsstoffen van de bladeren brengen ze bij de wortels van de
planten
bodem bepaalt boomsoort
boomsoort bepaald afbraaksnelheid bladeren/naalden
abraaksnelheid beïnvloedt bodem
bodem beïnvloedt regenwormen
regenwormen beïnvloeden afbraaksnelheid
 Goed strooisel = goed abreekbaar door de wormen (de laatste
bomengroep) = gezond ecosysteem
3: wetenschappelijke methode




Alle ecologische studies gebeuren volgens een bepaalde wetenschappelijke
methode
 Verschillende stappen
Stap 1) observatie: er zijn verschillende (er staat niet enkel gras ook
verschillende soorten bloemen) als je links gaat maaien heb je niet veel
hooiopbrengst en rechts heb je wel veel hooi

Hoe hoger de biodiversiteit hoe lager de opbrengst
Hoe lager de biodiversiteit hoe hoger de opbrengst

Stap 2) onderzoeksvraag formuleren:
Observaties geven aanleiding tot het formuleren van het geobserveerde
fenomeen

Stap 3) hypothese = een gefundeerde gok over wat het antwoord zou kunnen
zijn op de onderzoeksvraag.
Achtergrondkennis nodig: dus inzicht in fysische, chemische en biologische
processen
-op de onderzoeksvraag wordt een verklarend antwoord geformuleerd

Stap 4) hypothese testen  gegevens verzamelen
De hypothese wordt getest in een wetenschappelijke studie. De verzamelede
gegevens worden geanalyseerd en geïnterpreteerd om de hypothese te
aanvaarden of verwerpen

Document information

Study
Uploaded on
June 14, 2025
Number of pages
45
Written in
2024/2025
Type
Summary
$6.00

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Eenhoornjoost69
3.0
(3)
Sold
38
Followers
1
Items
18
Last sold
3 days ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions