Werkboek
voor studenten
Burgerlijk Recht 2
Cursusjaar 2016-2017
1|Page
,Inhoudsopgave
WERKCOLLEGE 1.................................................................................................................3
WERKCOLLEGE 2.................................................................................................................7
Vraag 3...............................................................................................................................8
WERKCOLLEGE 4...............................................................................................................20
WERKCOLLEGE 5...............................................................................................................29
WERKCOLLEGE 6...............................................................................................................36
WERKCOLLEGE 7...............................................................................................................43
2|Page
,WERKCOLLEGE 1
Te bestuderen literatuur:
Praktisch Verbintenissenrecht, par. 7.1.
Zwaartepunten van het vermogensrecht, hoofdstuk 21.1 t/m 21.2.5.
Onderwerpen:
Onrechtmatige daad
Kelderluikarrest
Vraag 1
Welke eisen stelt art 6:162 BW aan een onrechtmatige daad?
Onrechtmatigheid, toerekenbaarheid aan de dader, schade en een
causaal verband tussen de daad en de schade.
* De daad moet onrechtmatig zijn.
* De daad moet kunnen worden toegerekend aan de dader.
* Er is sprake van schade.
* De schade moet het gevolg zijn van de onrechtmatige daad > causaal
verband.
Vraag 2
Wat moet er worden verstaan onder een inbreuk op een recht?
Een inbreuk op een recht betreft de schending van een subjectief
recht van een ander, dit is in veel gevallen het eigendomsrecht
(direct, rechtstreeks of opzettelijk).
Vraag 3
Wat wordt verstaan onder een doen of nalaten in strijd met een wettelijke
plicht?
Iemand handelt in strijd met een wettelijke plicht wanneer hij een
rechtsregel schendt, bijvoorbeeld door een strafbaar feit te
plegen. Ook niet-handelen (nalaten) kan een schending van een
3|Page
, rechtsregel opleveren, zoals nalaten om schade zo veel mogelijk
te beperken.
Vraag 4
Wat wordt verstaan onder een doen of nalaten in strijd met hetgeen in
het maatschappelijk verkeer betaamt?
Op grond van het ongeschreven recht behoort iedereen bepaalde
zorgvuldigheidsnormen in acht te nemen. Neemt iemand die
normen niet in acht (door bepaalde handelingen uit te voeren of
juist na te laten) dan is dit aan te merken als onrechtmatige daad.
Vraag 5
Licht het relativiteitsbeginsel (artikel 6:163 BW) toe in eigen woorden.
Er bestaat geen verplichting tot schadevergoeding als de
geschonden norm niet strekt ter bescherming tegen de schade
zoals die is geleden.
- Benadeelde behoort niet tot kring van personen die de
geschonden norm beoogt te beschermen of
- De geschonden norm heeft niet tot doel om de benadeelde te
beschermen tegen de soort schade die hij heeft geleden of
- De schade van de benadeelde is niet veroorzaakt op een
wijze waarop de geschonden norm het oog heeft.
Let op! Geldt bij ‘strijd met de wettelijke plicht’, want bij ‘inbreuk
op een (subjectief) recht’ en ‘strijd met de zorgvuldigheid jegens
een ander’ is altijd sprake van relativiteit.
Er moet altijd eerst voldaan zijn aan art. 6:162 BW
(onrechtmatige daad).
Vraag 6
Wat is de samenhang tussen art 6:163 BW en art 6:162 BW?
De schadelijdende partij bewijst; onrechtmatigheid, toerekening
aan de dader, schade en causaal verband tussen de daad en de
schade (voorwaarden art. 6:162). Lukt dit, dan moet de
schadeveroorzakende partij de schade vergoeden, tenzij de
schadeveroorzakende partij aannemelijk kan maken dat er sprake
is van het ontbreken van relativiteit (art. 6:163).
Vraag 7
Wanneer kan een onrechtmatige daad aan de dader worden toegerekend?
4|Page
voor studenten
Burgerlijk Recht 2
Cursusjaar 2016-2017
1|Page
,Inhoudsopgave
WERKCOLLEGE 1.................................................................................................................3
WERKCOLLEGE 2.................................................................................................................7
Vraag 3...............................................................................................................................8
WERKCOLLEGE 4...............................................................................................................20
WERKCOLLEGE 5...............................................................................................................29
WERKCOLLEGE 6...............................................................................................................36
WERKCOLLEGE 7...............................................................................................................43
2|Page
,WERKCOLLEGE 1
Te bestuderen literatuur:
Praktisch Verbintenissenrecht, par. 7.1.
Zwaartepunten van het vermogensrecht, hoofdstuk 21.1 t/m 21.2.5.
Onderwerpen:
Onrechtmatige daad
Kelderluikarrest
Vraag 1
Welke eisen stelt art 6:162 BW aan een onrechtmatige daad?
Onrechtmatigheid, toerekenbaarheid aan de dader, schade en een
causaal verband tussen de daad en de schade.
* De daad moet onrechtmatig zijn.
* De daad moet kunnen worden toegerekend aan de dader.
* Er is sprake van schade.
* De schade moet het gevolg zijn van de onrechtmatige daad > causaal
verband.
Vraag 2
Wat moet er worden verstaan onder een inbreuk op een recht?
Een inbreuk op een recht betreft de schending van een subjectief
recht van een ander, dit is in veel gevallen het eigendomsrecht
(direct, rechtstreeks of opzettelijk).
Vraag 3
Wat wordt verstaan onder een doen of nalaten in strijd met een wettelijke
plicht?
Iemand handelt in strijd met een wettelijke plicht wanneer hij een
rechtsregel schendt, bijvoorbeeld door een strafbaar feit te
plegen. Ook niet-handelen (nalaten) kan een schending van een
3|Page
, rechtsregel opleveren, zoals nalaten om schade zo veel mogelijk
te beperken.
Vraag 4
Wat wordt verstaan onder een doen of nalaten in strijd met hetgeen in
het maatschappelijk verkeer betaamt?
Op grond van het ongeschreven recht behoort iedereen bepaalde
zorgvuldigheidsnormen in acht te nemen. Neemt iemand die
normen niet in acht (door bepaalde handelingen uit te voeren of
juist na te laten) dan is dit aan te merken als onrechtmatige daad.
Vraag 5
Licht het relativiteitsbeginsel (artikel 6:163 BW) toe in eigen woorden.
Er bestaat geen verplichting tot schadevergoeding als de
geschonden norm niet strekt ter bescherming tegen de schade
zoals die is geleden.
- Benadeelde behoort niet tot kring van personen die de
geschonden norm beoogt te beschermen of
- De geschonden norm heeft niet tot doel om de benadeelde te
beschermen tegen de soort schade die hij heeft geleden of
- De schade van de benadeelde is niet veroorzaakt op een
wijze waarop de geschonden norm het oog heeft.
Let op! Geldt bij ‘strijd met de wettelijke plicht’, want bij ‘inbreuk
op een (subjectief) recht’ en ‘strijd met de zorgvuldigheid jegens
een ander’ is altijd sprake van relativiteit.
Er moet altijd eerst voldaan zijn aan art. 6:162 BW
(onrechtmatige daad).
Vraag 6
Wat is de samenhang tussen art 6:163 BW en art 6:162 BW?
De schadelijdende partij bewijst; onrechtmatigheid, toerekening
aan de dader, schade en causaal verband tussen de daad en de
schade (voorwaarden art. 6:162). Lukt dit, dan moet de
schadeveroorzakende partij de schade vergoeden, tenzij de
schadeveroorzakende partij aannemelijk kan maken dat er sprake
is van het ontbreken van relativiteit (art. 6:163).
Vraag 7
Wanneer kan een onrechtmatige daad aan de dader worden toegerekend?
4|Page