Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting micro-economie B

Rating
-
Sold
3
Pages
116
Uploaded on
11-06-2025
Written in
2024/2025

Samenvatting micro-economie B (semester 2). Hoofdstuk 8: ondernemingen op outputmarkten. Hoofdstuk 9: ondernemingen op factormarkten. Hoofdstuk 12: onvolmaakte mededinging. Hoofdstuk 5: speltheorie en marktwerking. Hoofdstuk 14: asymmetrische informatie. Samenvatting van cursus en slides.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

1. Hoofdstuk 8: Ondernemingen op outputmarkten:

1.1. Waarom zijn ondernemingen zo verschillend?
Er bestaat een grote verscheidenheid aan ondernemingen. De omvang van de
ondernemingen is zeer scheef verdeeld, met zeer veel kleine ondernemingen en een klein
aantal grote ondernemingen. De kleine ondernemingen hebben een eenvoudige structuur,
maar de organisatie wordt complexer naarmate een onderneming groot wordt. Die
observaties doen de vraag rijzen waarom sommige ondernemingen zo klein zijn, terwijl
andere ondernemingen uitgegroeid zijn tot organisaties met meer dan honderd werknemers.
We bekijken eerst de grote variaties in de omvang en, daarna samenhangend, de
organisatorische structuur van de ondernemingen. Daarna beantwoorden we de vraag waar
die variatie vandaan komt.


1.1.1. De omvang en organisatie van ondernemingen:
Er wordt dikwijls een onderscheid gemaakt tussen kleine en middelgrote ondernemingen
(kmo’s) en de grote ondernemingen (multinationals). De Europese Commissie gebruikt
drie meetbare criteria om de ondernemingen volgens hun omvang in te delen: het aantal
werknemers, de jaaromzet en het balanstotaal.
Kmo’s:
● minder dan 250 werknemers
● een jaaromzet lager dan 50 miljoen euro
● een balanstotaal lager dan 43 miljoen euro
Grote ondernemingen:
● meer dan 250 werknemers
● een jaaromzet hoger dan 50 miljoen euro
● een balanstotaal hoger dan 43 miljoen euro

Tabel 1 geeft een overzicht van de actieve Belgische ondernemingen in de privésector
volgens het aantal werknemers in 2021. We onderscheiden negen groepen op basis van het
aantal werknemers en zien voor elke groep, het aantal werkgevers(ondernemingen), het
aantal arbeidsplaatsen en het aantal voltijdse equivalenten. Het laatste concept maakt een
onderscheid tussen voltijdse en deeltijdse tewerkstelling. Twee deeltijdse arbeidsplaatsen
maken dan één voltijdse equivalente arbeidsplaats.
Wat zien we in de tabel:
● Groot overwicht van kleine ondernemingen.
● 96,7% van de ondernemingen heeft minder dan 50 werknemers.
● Beeld qua tewerkstelling verschillen (0,1% van de ondernemingen zorgt voor 24,5%
van de tewerkstelling).




1

, Tabel 1: Structuur van de Belgische ondernemingen op 30 september 2021:
Aantal werknemers Werkgevers Arbeidsplaatsen Voltijdse equivalenten

Aantal % Aantal % Aantal %

minder dan 5 156 865 67,7% 272 711 8,9% 292 411 8,1%

5 tot 9 34 565 14,9% 225 299 7,3% 167 162 7%

10 tot 19 19 636 8,5% 254 210 8,6% 206 167 8,7%

20 tot 49 12 866 5,6% 392 214 12,8% 317 183 13,4%

50 tot 99 3 838 1,7% 265 244 8,6% 212 381 8,9%

100 tot 199 1 964 0,8% 273 825 8,9% 220 452 9,3%

200 tot 499 1 196 0,5% 359 004 11,7% 287 904 12,1%

500 tot 999 384 0,2% 266 209 8,7% 207 418 8,7%

1 000 en meer 279 0,1% 750 615 24,5% 564 429 23,8%

Totaal 231 566 100% 3 069 331 100% 2 375 506 100%


Er bestaat een nauw verband tussen de omvang van ondernemingen en hun
organisatorische structuur:
● Eénmanszaak:
- Eenvoudigste vorm.
- De ondernemer is zowel eigenaar als bedrijfsleider.
- Bij eventueel faillissement kan de schuldeiser ook het persoonlijk vermogen
van de eigenaar in beslag nemen.
● Basis Vennootschap (BV):
- Kleine en middelgrote ondernemingen.
- Eigendom van de onderneming is in handen van één of een beperkt aantal
personen (de vennoten).
- Gescheiden van het persoonlijk vermogen.
● Naamloze Vennootschap (NV):
- Grote ondernemingen.
- Aandelen niet op naam maar vrij overdraagbaar naar anderen.
- Aandelen in handen van één of enkele aandeelhouders (raad van bestuur).

De hoogste instantie van de vennootschap/ onderneming is de algemene vergadering. Die
bestaat uit alle vennoten (of aandeelhouders) en komt minstens eenmaal per jaar samen. Zij
is bevoegd voor het goedkeuren van de resultatenrekening en de bestemming van de winst.
Die winsten kunnen in de vorm van een dividend per aandeel worden uitgekeerd aan de
vennoten.




2

,We kunnen dus stellen dat ondernemingen dikwijl zeer grote en complexe organisaties zijn
met minstens drie soorten leden:
● De werknemers:
- Die afgebakende taken hebben en daarvoor meestal een vast loon ontvangen.
● De managers (of directieleden):
- Die belangrijke bedrijfsbeslissingen nemen.
- Die controleren of de werknemers die beslissingen uitvoeren.
- Die een vergoeding krijgen die dikwijls gebonden is aan de prestaties.
● De eigenaars of aandeelhouders:
- Die het kapitaal bezitten en nieuwe investeringen financieren.
- Die een onzekere opbrengst (vb. via dividenden) krijgen ter vergoeding van hun
investering.

De meeste ondernemingen streven naar winst als hoofddoelstelling, maar er zijn ook
ondernemingen die winst niet als hun hoofddoelstelling zien (vzw’s en staatsbedrijven).



1.1.2. De reikwijdte en grenzen van de onderneming:
Kleine ondernemingen hebben een eenvoudige structuur, maar de organisatie wordt
complexer naarmate een onderneming groter wordt.

Coase (1937) vertrok van de vraag: “Waarom productie niet uitsluitend georganiseerd wordt
via markttransacties tussen individuen?”. Coase verklaarde zowel het bestaan als de grootte
onderneming aan de han van het begrip ‘transactiekosten’ (= Alle kosten boven op de prijs
van wat verhandeld wordt.)
● Volgens Coase zullen individuen voor hun transactiekosten streven naar de
organisatievorm die de transactiekosten minimaliseert.
● Ondernemingen zouden ontstaan wanneer de interne organisatie van een transactie
minder kostelijk is dan een externe transactie via de markt.
● Iedere onderneming wordt dus steeds opnieuw geconfronteerd met de zogenaamde
make or buy-beslissing (= Is het beter iets zelf te produceren dan het aan te kopen
op de markt, ook wel outsourcing genoemd)




3

, 1.2. Winstmaximalisatie:
In deze sectie bepalen we de optimale output van een onderneming die haar winst wil
maximaliseren. We beginnen daarom met een bespreking van het begrip ‘economische
winst’, ruwweg gedefinieerd als het verschil tussen opbrengst en kosten. Daarna bekijken
we de opbrengsten en kosten van een onderneming in detail om ten slotte de twee regels
voor winstmaximalisatie af te leiden (de outputregel en de sluitingsregel).


1.2.1. Economische winst:
De winst van de onderneming is het verschil tussen haar totale opbrengsten en haar totale
kosten. De belangrijkste opbrengsten komen uit de verkochte output van de onderneming.
De kosten verwijzen naar alle uitgaven aan productiefactoren (zoals arbeid en kapitaal) en
andere inputs (zoals grondstoffen en energie) die de output mogelijk maakten.

De economische winst is het verschil tussen de totale economische opbrengsten en de
totale economische kosten. De economische kost of opportuniteitskost van een input is
de waarde van die input in de beste alternatieve aanwending. Die is niet noodzakelijk gelijk
aan de boekhoudkundige kosten zoals die op de jaarrekening in rekening wordt gebracht.
De economische kost/ opportuniteitskost:
= de som van de expliciete en de impliciete kosten.
● Expliciete kosten: kosten die leiden tot een geldelijke uitgave (vb. betaling van een
leverancier, betaling huur, …).
=> Boekhoudkundige kosten.
● Impliciete kosten: kosten die niet leiden tot een geldelijke uitgave maar kunnen
beschouwd worden als verloren inkomsten (het loon indienen van een zelfstandige
als werknemer zou tewerkgesteld zijn).
=> Verloren gegane opbrengst van de beste alternatieve keuze.
=> Staan niet in de boekhouding.




4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 11, 2025
Number of pages
116
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$11.00
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
amberbarb
5.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
amberbarb Katholieke Universiteit Brussel
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
3 weeks ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions