Samenvatting fysiologie II en pathofysiologie II
Intermezzo
IEDER STRESSHORMOON IS EEN FUEL MOBILISER
2 soorten stress: positieve en negatieve stress
Beide soorten hebben andere hormonale output!
Module 1: de waterbalans en zuur-base evenwicht
1.1 Regulatie van waterbalans en osmolariteit
Osmolariteit: focus op antidiurese hormoon (ADH)
Functie: zorgt dat nieren minder urineren en je dus meer water resorbeert en vasthoudt
Richtwaarde: 300 mOsm/l !!!
Andere invloeden waterbalans: vb. gedrag (zweten bij sporten negatief, drinken positief), …
Waterbalans: homeorhetisch proces
Waterbalans = balans tussen wateropname en waterverlies
Wateropname
o Gedwongen: sonderen / infuus
o Ongedwongen: eten en drinken (!verschil tussen brokvoeding (droog) en
blikvoeding (nat)
o Zout supplementeren wateropname (!! Zout in drinkwater is een no go !!)
Waterverlies
o Gecontroleerd: nieren (adv antidiuretisch hormoon (ADH))
Continue controle op waterbalans
Setpoint vochten > 300mOsm/l: veel meer water resorberen in
buizensysteem water vasthouden
o Ongecontroleerd: negatief effect op waterbalans
Diarree: zwaar waterverlies
Oorzaak tast vaak ook binnenbekleding darm aan min 1 week
nodig om te herstellen (in dit geval is perorale behandeling ook niet
de beste optie)
Jonge dieren: minder fysiologische processen en kleinere
reservecapaciteit om op terug te vallen veel gevoeliger voor
dehydratatie
Anorectisch jong dier: stopt met drinken bij moeder omdat het zich
niet goed voelt versterkt negatieve vochtbalans
Zweten
Vb. na langdurige inspanningen bij paarden: gemakklijk 10-15l
vocht verliezen (! isotoon vochtverlies)
Vb. honden in auto: gemakkelijk 1 l water per 24 uur verliezen
ONG 10% LICHAAMSGEWICT DIER IS BLOEDVOLUME
(waterverlies heeft enorm effect op bloedvolume)
, Braken
Gezelschapsdieren: braken in combinatie met diarree zeer
problematisch
! pluimvee: geringste evolutie meegemaakt enorm gevoelig voor waterverlies / watertekort
Positieve waterbalans belangrijk voor nierstenen, …
Grote huisdieren: grote impact in lente, bij overgang stal – weide
Stal: volledig afhankelijk van drinken voor wateropname
Weide: waterrijk en nutriëntenrijk gras eten
Grote huisdieren: kleinere impact overgang weide – stal in herfst
Einde seizoen dus nutriënten en water in gras is al fel afgenomen
Stal: plots volledig afhankelijk van drinken voor wateropname vaak obstipatie
Overgang weide-stal-weide heeft enorme impact op water- en voederbalans
Honden die plots veel plassen: problematisch
1 uitzondering: psychogene polydipsie (positief)
o Vaak bij honden met verlatingsangst ofwel enorm veel drinken (niks te maken
met nierproblemen) ofwel meubels ruineren om om te gaan met angst
Speciale vorm van waterverlies = ocult waterverlies = onzichtbaar waterverlies
Vb. paard met reflux (groenachtige, bruine, naar braaksel stinkend vocht): paarden worden
om de zoveel uur gesondeert waarbij refluxvocht afgezogen wordt vochtverlies
Ocult waterverlies: Ileus = stilvallen maag-darmstelsel paard
Mechanische oorzaak
o Vb. gat in mesenterium, knoop in dunne darm, vetkwab op mesenterium waarrond
dunne darm slingert
Niet mechanische oorzaak / infectieuze oorzaak: meestal bacteriële infectie van dunne
darm
Ocult waterverlies: Dunne darm koliek paard
Maag ligt dwars tegen middenrif: ingang aan linkerkant, uitgang en S-bocht (overgang
dunne darm) aan rechterkant
Dunne darm opgehangen met mesenterium bevat bloedvaten
Gat in mesenterium dunne darmslingeringen door gat slingeringen vullen verder
darm zwelt op dunne darm wordt afgeklemd bloedtoevoer stopt darmnecrose
Ocult waterverlies: springen / schuren maag
Lever (produceert 15l galsap per dag) en pancreas (produceert 50l pancreassap per dag)
monden uit in tip van S-bocht dunne darm ileus: productie blijft verder gaan vocht
kiest makkelijkste weg: richting maag normale maagvulling: 6 l, maximale maagvulling:
20 l springen / scheuren maag
Hond is maaltijdeter maag kan enorm uitzetten andere fysiologie!!
ocult waterverlies: collitis = dikke darm ontsteking
, Symptomen: suf, onrustig, krabben, anorexie, soms koorts, tijdje niet mesten
Zeer moeilijk om erachter te komen of water in dikke darm zit
Diagnose: echografie
o Vloeibare inhoud in dikke darm zichtbaar, sterk verdikte wand dikke darm
zichtbaar
o Schitteringen in vocht: zand
Massa diarree en vocht stapelt op in dikke darm (uitwendig niet zichtbaar) paard zit in
zeer zware, negatieve waterbalans
Verhouding lichaamsgewicht
A Totaal lichaamsgewicht
100%
B Lean body mass: vet vrij gewicht Vet
55-69% 5%
C Spier Bot Huid Bloed Organen Opgestapeld en
40% 16% 14% 10% 13% essentieel vet
D Water Proteïnen Botmineralen Vet
60-70% 19-21% 7%
Vet: bevat niet al te veel water, bij verbranding wel vrijstelling van water
! wanneer je een patiënt krijgt met een zeer scheefgetrokken waterbalans, moet je er rekening mee
houden dat in het lichaam van de patiënt al extreme pogingen aan de gang zijn om de waterbalans
terug te normaliseren. Je zou dit kunnen vergelijken met de aarde, maar vergeet dan niet dat een
patiënt een open systeem is, en de aarde een gesloten systeem.
Survival regel van 3 (humaan)
3 minuten zonder zuurstof
3 dagen zonder water
3 weken zonder eten
Overschrijding van deze termijnen is fataal
Water: 60-70% van lichaamsgewicht
Intracellulair: 2/3de van water in lichaam, grootste compartiment
o ! als dierenarts kan je hier NOOIT rechtstreeks iets aan veranderen
Extracellulair: 1/3de van water in je lichaam, hier kan je mee spelen (vb. infuus)
o 50% interstitium
o 50% bloedstroom
! wanneer je de extracellulaire vochtcompartiment probeert te beïnvloeden (in eenpoging de
intracellulaire compartiment terug normaal te krijgen), moet je er rekening mee houden dat er een
zekere tijd moet overgaan eer de veranderingen in de extracellulaire component zich vertalen naar
de intracellulaire component!
Het nemen van bloedstalen om de vochtbalans te controleren gebeurt altijd in de bloedstroom,
wat dus het extracelullaire component is.!
Water probeert ten allen tijde van het compartiment met lage osmolariteit naar het compartiment
met hoge osmolariteit te gaan, heeft wel tijd nodig
, Isotoon vochtverlies
= vochtverlies waarbij de osmolariteit weinig of niet verandert
beschermingsmechanismen waterverlies treden pas laat in actie
Typisch voorbeeld: profuus zweten bij paarden
o Paarden hebben zweet dat veel ionen bevat bij profuus zweten nemen zowel
het vochtgehalte als de concentratie ionen af osmolariteit verandert weinig
late reactie beschermingsmechanismen
o Pas acitvatie alarmsystemen (door baroreceptoren, anders als normaal) bij meer
dan 10% bloedverlies vanwege daling bloeddruk
Antidiurethisch hormoon (ADH) = hormoon bij uitstek dat osmolariteit / waterbalans regelt
Hypofyse bestaat uit 3 delen: pars anterior (hypofysevoorkwab), pars intermedia,
neurohypofyse (hypofyseachterkwab)
Osmosensoren zijn in hele lichaam verspreid meten osmolariteit
o Functie: meten osmolariteit in lichaam en geven opdracht aan supra-optische en
para-ventriculaire kernen in hypothalamus om ADH te produceren via
zenuwbanen naar hypofyseachterkwab via zenuwuiteinden vrijstellen in
systemische circulatie
ADH: effect op waterbalans
o Nieren: meer water uit primaire filtraat resorberen
o Bloedvatenstelsel: vasoconstrictie (deel van RAAS)
o Gedrag: induceert dorstgevoel aanzetten tot drinken
Andere hormonen vanuit hypothalamus
Oxytocine: meerdere functies vb. contractie melkkanaaltjes zodat melk uit uier spuit,
baarmoedercontracties
Serotonine: happiness hormone
Dopamine: prolactine inhibiting factor (PIF), fungeert als continue natuurlijke rem op
werking van prolactine (belangrijke rol in melkproductie)
Proximale tubulus nier: actief resorberen van Na+, H2O volgt (ong 65% resorptie van primair
filtraat)
Primair filtraat: alles behalve rode en witte bloedcellen, bloedplaatjes en eiwitten > 50
kDalton (albumine: 50-70 kDalton, tijdelijke albuminurie kan voorkomen na stress, anders
pathologisch)
Dikke wand actief transport
Resorptie van natrium en andere stofjes vb. aminozuren, glucose, … (! Geen ureum!)
Co-transporters gedreven door Na/K ATPase pompen (aan interstitiële zijde)
o Luminale zijde tubuluscellen: ciliën voor oppervlaktevergroting
Bevatten talloze kleine enzymen (endopeptidasen) voor verdere afbraak
van eiwitten
o Pompen hebben veel energie nodig want ze pompen Na en K tegen de
concentratiegradiënt in
Kalium in hoge concentratie intracellulair, Natrium in hoge concentratie
extracellulair
Intermezzo
IEDER STRESSHORMOON IS EEN FUEL MOBILISER
2 soorten stress: positieve en negatieve stress
Beide soorten hebben andere hormonale output!
Module 1: de waterbalans en zuur-base evenwicht
1.1 Regulatie van waterbalans en osmolariteit
Osmolariteit: focus op antidiurese hormoon (ADH)
Functie: zorgt dat nieren minder urineren en je dus meer water resorbeert en vasthoudt
Richtwaarde: 300 mOsm/l !!!
Andere invloeden waterbalans: vb. gedrag (zweten bij sporten negatief, drinken positief), …
Waterbalans: homeorhetisch proces
Waterbalans = balans tussen wateropname en waterverlies
Wateropname
o Gedwongen: sonderen / infuus
o Ongedwongen: eten en drinken (!verschil tussen brokvoeding (droog) en
blikvoeding (nat)
o Zout supplementeren wateropname (!! Zout in drinkwater is een no go !!)
Waterverlies
o Gecontroleerd: nieren (adv antidiuretisch hormoon (ADH))
Continue controle op waterbalans
Setpoint vochten > 300mOsm/l: veel meer water resorberen in
buizensysteem water vasthouden
o Ongecontroleerd: negatief effect op waterbalans
Diarree: zwaar waterverlies
Oorzaak tast vaak ook binnenbekleding darm aan min 1 week
nodig om te herstellen (in dit geval is perorale behandeling ook niet
de beste optie)
Jonge dieren: minder fysiologische processen en kleinere
reservecapaciteit om op terug te vallen veel gevoeliger voor
dehydratatie
Anorectisch jong dier: stopt met drinken bij moeder omdat het zich
niet goed voelt versterkt negatieve vochtbalans
Zweten
Vb. na langdurige inspanningen bij paarden: gemakklijk 10-15l
vocht verliezen (! isotoon vochtverlies)
Vb. honden in auto: gemakkelijk 1 l water per 24 uur verliezen
ONG 10% LICHAAMSGEWICT DIER IS BLOEDVOLUME
(waterverlies heeft enorm effect op bloedvolume)
, Braken
Gezelschapsdieren: braken in combinatie met diarree zeer
problematisch
! pluimvee: geringste evolutie meegemaakt enorm gevoelig voor waterverlies / watertekort
Positieve waterbalans belangrijk voor nierstenen, …
Grote huisdieren: grote impact in lente, bij overgang stal – weide
Stal: volledig afhankelijk van drinken voor wateropname
Weide: waterrijk en nutriëntenrijk gras eten
Grote huisdieren: kleinere impact overgang weide – stal in herfst
Einde seizoen dus nutriënten en water in gras is al fel afgenomen
Stal: plots volledig afhankelijk van drinken voor wateropname vaak obstipatie
Overgang weide-stal-weide heeft enorme impact op water- en voederbalans
Honden die plots veel plassen: problematisch
1 uitzondering: psychogene polydipsie (positief)
o Vaak bij honden met verlatingsangst ofwel enorm veel drinken (niks te maken
met nierproblemen) ofwel meubels ruineren om om te gaan met angst
Speciale vorm van waterverlies = ocult waterverlies = onzichtbaar waterverlies
Vb. paard met reflux (groenachtige, bruine, naar braaksel stinkend vocht): paarden worden
om de zoveel uur gesondeert waarbij refluxvocht afgezogen wordt vochtverlies
Ocult waterverlies: Ileus = stilvallen maag-darmstelsel paard
Mechanische oorzaak
o Vb. gat in mesenterium, knoop in dunne darm, vetkwab op mesenterium waarrond
dunne darm slingert
Niet mechanische oorzaak / infectieuze oorzaak: meestal bacteriële infectie van dunne
darm
Ocult waterverlies: Dunne darm koliek paard
Maag ligt dwars tegen middenrif: ingang aan linkerkant, uitgang en S-bocht (overgang
dunne darm) aan rechterkant
Dunne darm opgehangen met mesenterium bevat bloedvaten
Gat in mesenterium dunne darmslingeringen door gat slingeringen vullen verder
darm zwelt op dunne darm wordt afgeklemd bloedtoevoer stopt darmnecrose
Ocult waterverlies: springen / schuren maag
Lever (produceert 15l galsap per dag) en pancreas (produceert 50l pancreassap per dag)
monden uit in tip van S-bocht dunne darm ileus: productie blijft verder gaan vocht
kiest makkelijkste weg: richting maag normale maagvulling: 6 l, maximale maagvulling:
20 l springen / scheuren maag
Hond is maaltijdeter maag kan enorm uitzetten andere fysiologie!!
ocult waterverlies: collitis = dikke darm ontsteking
, Symptomen: suf, onrustig, krabben, anorexie, soms koorts, tijdje niet mesten
Zeer moeilijk om erachter te komen of water in dikke darm zit
Diagnose: echografie
o Vloeibare inhoud in dikke darm zichtbaar, sterk verdikte wand dikke darm
zichtbaar
o Schitteringen in vocht: zand
Massa diarree en vocht stapelt op in dikke darm (uitwendig niet zichtbaar) paard zit in
zeer zware, negatieve waterbalans
Verhouding lichaamsgewicht
A Totaal lichaamsgewicht
100%
B Lean body mass: vet vrij gewicht Vet
55-69% 5%
C Spier Bot Huid Bloed Organen Opgestapeld en
40% 16% 14% 10% 13% essentieel vet
D Water Proteïnen Botmineralen Vet
60-70% 19-21% 7%
Vet: bevat niet al te veel water, bij verbranding wel vrijstelling van water
! wanneer je een patiënt krijgt met een zeer scheefgetrokken waterbalans, moet je er rekening mee
houden dat in het lichaam van de patiënt al extreme pogingen aan de gang zijn om de waterbalans
terug te normaliseren. Je zou dit kunnen vergelijken met de aarde, maar vergeet dan niet dat een
patiënt een open systeem is, en de aarde een gesloten systeem.
Survival regel van 3 (humaan)
3 minuten zonder zuurstof
3 dagen zonder water
3 weken zonder eten
Overschrijding van deze termijnen is fataal
Water: 60-70% van lichaamsgewicht
Intracellulair: 2/3de van water in lichaam, grootste compartiment
o ! als dierenarts kan je hier NOOIT rechtstreeks iets aan veranderen
Extracellulair: 1/3de van water in je lichaam, hier kan je mee spelen (vb. infuus)
o 50% interstitium
o 50% bloedstroom
! wanneer je de extracellulaire vochtcompartiment probeert te beïnvloeden (in eenpoging de
intracellulaire compartiment terug normaal te krijgen), moet je er rekening mee houden dat er een
zekere tijd moet overgaan eer de veranderingen in de extracellulaire component zich vertalen naar
de intracellulaire component!
Het nemen van bloedstalen om de vochtbalans te controleren gebeurt altijd in de bloedstroom,
wat dus het extracelullaire component is.!
Water probeert ten allen tijde van het compartiment met lage osmolariteit naar het compartiment
met hoge osmolariteit te gaan, heeft wel tijd nodig
, Isotoon vochtverlies
= vochtverlies waarbij de osmolariteit weinig of niet verandert
beschermingsmechanismen waterverlies treden pas laat in actie
Typisch voorbeeld: profuus zweten bij paarden
o Paarden hebben zweet dat veel ionen bevat bij profuus zweten nemen zowel
het vochtgehalte als de concentratie ionen af osmolariteit verandert weinig
late reactie beschermingsmechanismen
o Pas acitvatie alarmsystemen (door baroreceptoren, anders als normaal) bij meer
dan 10% bloedverlies vanwege daling bloeddruk
Antidiurethisch hormoon (ADH) = hormoon bij uitstek dat osmolariteit / waterbalans regelt
Hypofyse bestaat uit 3 delen: pars anterior (hypofysevoorkwab), pars intermedia,
neurohypofyse (hypofyseachterkwab)
Osmosensoren zijn in hele lichaam verspreid meten osmolariteit
o Functie: meten osmolariteit in lichaam en geven opdracht aan supra-optische en
para-ventriculaire kernen in hypothalamus om ADH te produceren via
zenuwbanen naar hypofyseachterkwab via zenuwuiteinden vrijstellen in
systemische circulatie
ADH: effect op waterbalans
o Nieren: meer water uit primaire filtraat resorberen
o Bloedvatenstelsel: vasoconstrictie (deel van RAAS)
o Gedrag: induceert dorstgevoel aanzetten tot drinken
Andere hormonen vanuit hypothalamus
Oxytocine: meerdere functies vb. contractie melkkanaaltjes zodat melk uit uier spuit,
baarmoedercontracties
Serotonine: happiness hormone
Dopamine: prolactine inhibiting factor (PIF), fungeert als continue natuurlijke rem op
werking van prolactine (belangrijke rol in melkproductie)
Proximale tubulus nier: actief resorberen van Na+, H2O volgt (ong 65% resorptie van primair
filtraat)
Primair filtraat: alles behalve rode en witte bloedcellen, bloedplaatjes en eiwitten > 50
kDalton (albumine: 50-70 kDalton, tijdelijke albuminurie kan voorkomen na stress, anders
pathologisch)
Dikke wand actief transport
Resorptie van natrium en andere stofjes vb. aminozuren, glucose, … (! Geen ureum!)
Co-transporters gedreven door Na/K ATPase pompen (aan interstitiële zijde)
o Luminale zijde tubuluscellen: ciliën voor oppervlaktevergroting
Bevatten talloze kleine enzymen (endopeptidasen) voor verdere afbraak
van eiwitten
o Pompen hebben veel energie nodig want ze pompen Na en K tegen de
concentratiegradiënt in
Kalium in hoge concentratie intracellulair, Natrium in hoge concentratie
extracellulair