Immunopathologie
1. Immunomodulatie
1.1. Immunosuppressie
Immunosuppresie kan op 2 manieren
Blokkeren van celdivisie
o Reduceert respons van antigeengevoelige cellen tegen
antigeen
o Niet doelgericht: zeer gevaarlijk groot risico op depletie van
andere, zich snel vermenigvuldigende populaties
Selectief T- en B-cellen elimineren
o Vb. Met specifieke antisera of monoklonale antistoffen
1.1.1. Niet-specifieke immunosuppressie (niet doelgericht) !!!
Radiatie
Ioniserende radiatie: X-stralen
Beschadigd zowel grote als kleine molecules: niet selectief voor DNA
Base beschadiging DNA deleties
DNA breuken
Vorming van O- en OH- radicalen met peroxide vorming
Corticosteroïden !!!
Corticosteroïden = farmacologische derivaten van leden van
glucocorticoïden familie van steroïden
Hebben tijd nodig om werking uit te voeren
Stabiliserend effect op celmembraan: blokkeren activiteiten van
celmembraan fosfolipase A2
Gevoeligheid: diersoortafhankelijk
Werking
1. Snelle absorptie in cel: dankzij lipofiele eigenschap door
celmembraan migreren
2. Binden aan receptor in cytoplasma: steroïd / receptor complex
1
, o Receptoren zijn complexeerd met heat-shock proteïnes
(Hsp90)
o Bij binding ligand: heat-shock proteïne lost
3. Transport naar kern: bindt aan regulerende DNA sequenties (zowel
opregulering als downregulerinng)
o GRE+: stimulerend
Neutraal endonuclease apoptose
Lipocortines (annexines) inhibitie fosfolipase A2:
daling van leukotriënen en prostaglandinen
Β2 receptoren
Stijging van IkBa blokkade van NF-kB
o GRE-: remmend
GR
Cytokinen
Cyclo-oxygenase daling prostaglandinen
Cellulaire fosfolipase
Neutrofielen adhesiemoleculen
Fosfolipase A2
4. RNA transcriptie en synthese van proteïnen die het effect van
cortico’s mediëren zoals vb. annexines
5. Blokkeren activiteiten van celmembraan PLA2: verhindert aldus de
productie van arachidonzuur en synthese van leukotriënen en
Figuur 1: Werking steroïdhormonen
prostaglandinen
2
,Immunosuppressie
Effect op circulerende leukocyten
o Depletie van circulerende lymfo’s door
Steroïden-geïnduceerde lymfolyse (apoptose): cortico-
receptor complex activering endonuclease DNA
degradatie
Veranderingen in lymfocytencirculatie
o Paarden en runderen
Daling van circulerende basofielen, eosinofielen en
lymfocyten
Stijging van neutrofielen t.g.v. adhesie aan vasculair
endotheel en extravasatie naar ontstekingsplaatsen
Effect op effectorfunctie van lymfocyten (meer op T-cellen)
o Daling cytokineproductie door T-cellen
o ! NK cellen: ongevoelig
o B-cellen: corticoresistent (enorme dosissen vereist om effect te
bereiken)
Effect op ontsteking: anti-ontsteking
o Daling adhesiemoleculen: verminderde emigratie van
leukocyten uit bloedbaan
o Suppressie van chemotaxis voor neutrofielen, monocyten en
eosinofielen
o Rund: reductie van fagocytose en ADCC door neutrofielen
o Paard: geen effect op fagocytose door neutrofielen
o Sommige diersoorten: daling van prostaglandinevorming en
leukotriënen
3
, o Blokkade van stijging in vasculaire permeabiliteit en
vasodilatatie
Verhinderen van oedeemvorming en fibrineneerslag
Blokkade van leukocytenemigratie uit capillairen
o Inhibitie van fosfolipase en dus leukotriënen en
prostaglandine productie
o Vertragen wond- en breukheling
Inhibitie van capillair- en fibroplast-proliferatie
Verhogen van collageenafbraak
o Stabilisatie lysosomale membranen : minder lysosomale
enzymen op ontstekingsplaatsen
Therapie
Begintherapie
o Prednisone (KHD)
Hond: 2(-6) mg/kg/dag
Kat: minder gevoelig dus soms hogere dosis
o Betamethazone of dexamethazone (GHD)
Onderhoudstherapie: dosis gradueel verlagen door interval te
verhogen of dosis te verminderen
Neveneffecten
o Onderdrukking hypofyse / bijnier: inductie Cushing
o Suppressie van ontstekingsreacties en fagocytaire celfunctie
o Hypertensie, oedeem en diabetes
o Groeisuppressie (kinderen)
Cytotoxische medicamenten
Ageren op vermenigvuldigende cellen op verschillende stadia van
nucleïnezuursynthese
Vooral gebruikt in chemotherapie
Alkylerende medicijnen
Vb. Cyclofosfamide, chlorambucil, busulfan en melphalan (hoofdzakelijk
voor behandeling van multipel myeloma’s)
Werking
Cyclofosfamide: metabolisatie tot fosforamidemosterd alkylatie
DNA
Kruisverbindingen van DNA helix: kunnen niet loskomen bij
transcriptie en duplicatie
o Blokkeert vermenigvuldiging en proteïnesynthese
4
1. Immunomodulatie
1.1. Immunosuppressie
Immunosuppresie kan op 2 manieren
Blokkeren van celdivisie
o Reduceert respons van antigeengevoelige cellen tegen
antigeen
o Niet doelgericht: zeer gevaarlijk groot risico op depletie van
andere, zich snel vermenigvuldigende populaties
Selectief T- en B-cellen elimineren
o Vb. Met specifieke antisera of monoklonale antistoffen
1.1.1. Niet-specifieke immunosuppressie (niet doelgericht) !!!
Radiatie
Ioniserende radiatie: X-stralen
Beschadigd zowel grote als kleine molecules: niet selectief voor DNA
Base beschadiging DNA deleties
DNA breuken
Vorming van O- en OH- radicalen met peroxide vorming
Corticosteroïden !!!
Corticosteroïden = farmacologische derivaten van leden van
glucocorticoïden familie van steroïden
Hebben tijd nodig om werking uit te voeren
Stabiliserend effect op celmembraan: blokkeren activiteiten van
celmembraan fosfolipase A2
Gevoeligheid: diersoortafhankelijk
Werking
1. Snelle absorptie in cel: dankzij lipofiele eigenschap door
celmembraan migreren
2. Binden aan receptor in cytoplasma: steroïd / receptor complex
1
, o Receptoren zijn complexeerd met heat-shock proteïnes
(Hsp90)
o Bij binding ligand: heat-shock proteïne lost
3. Transport naar kern: bindt aan regulerende DNA sequenties (zowel
opregulering als downregulerinng)
o GRE+: stimulerend
Neutraal endonuclease apoptose
Lipocortines (annexines) inhibitie fosfolipase A2:
daling van leukotriënen en prostaglandinen
Β2 receptoren
Stijging van IkBa blokkade van NF-kB
o GRE-: remmend
GR
Cytokinen
Cyclo-oxygenase daling prostaglandinen
Cellulaire fosfolipase
Neutrofielen adhesiemoleculen
Fosfolipase A2
4. RNA transcriptie en synthese van proteïnen die het effect van
cortico’s mediëren zoals vb. annexines
5. Blokkeren activiteiten van celmembraan PLA2: verhindert aldus de
productie van arachidonzuur en synthese van leukotriënen en
Figuur 1: Werking steroïdhormonen
prostaglandinen
2
,Immunosuppressie
Effect op circulerende leukocyten
o Depletie van circulerende lymfo’s door
Steroïden-geïnduceerde lymfolyse (apoptose): cortico-
receptor complex activering endonuclease DNA
degradatie
Veranderingen in lymfocytencirculatie
o Paarden en runderen
Daling van circulerende basofielen, eosinofielen en
lymfocyten
Stijging van neutrofielen t.g.v. adhesie aan vasculair
endotheel en extravasatie naar ontstekingsplaatsen
Effect op effectorfunctie van lymfocyten (meer op T-cellen)
o Daling cytokineproductie door T-cellen
o ! NK cellen: ongevoelig
o B-cellen: corticoresistent (enorme dosissen vereist om effect te
bereiken)
Effect op ontsteking: anti-ontsteking
o Daling adhesiemoleculen: verminderde emigratie van
leukocyten uit bloedbaan
o Suppressie van chemotaxis voor neutrofielen, monocyten en
eosinofielen
o Rund: reductie van fagocytose en ADCC door neutrofielen
o Paard: geen effect op fagocytose door neutrofielen
o Sommige diersoorten: daling van prostaglandinevorming en
leukotriënen
3
, o Blokkade van stijging in vasculaire permeabiliteit en
vasodilatatie
Verhinderen van oedeemvorming en fibrineneerslag
Blokkade van leukocytenemigratie uit capillairen
o Inhibitie van fosfolipase en dus leukotriënen en
prostaglandine productie
o Vertragen wond- en breukheling
Inhibitie van capillair- en fibroplast-proliferatie
Verhogen van collageenafbraak
o Stabilisatie lysosomale membranen : minder lysosomale
enzymen op ontstekingsplaatsen
Therapie
Begintherapie
o Prednisone (KHD)
Hond: 2(-6) mg/kg/dag
Kat: minder gevoelig dus soms hogere dosis
o Betamethazone of dexamethazone (GHD)
Onderhoudstherapie: dosis gradueel verlagen door interval te
verhogen of dosis te verminderen
Neveneffecten
o Onderdrukking hypofyse / bijnier: inductie Cushing
o Suppressie van ontstekingsreacties en fagocytaire celfunctie
o Hypertensie, oedeem en diabetes
o Groeisuppressie (kinderen)
Cytotoxische medicamenten
Ageren op vermenigvuldigende cellen op verschillende stadia van
nucleïnezuursynthese
Vooral gebruikt in chemotherapie
Alkylerende medicijnen
Vb. Cyclofosfamide, chlorambucil, busulfan en melphalan (hoofdzakelijk
voor behandeling van multipel myeloma’s)
Werking
Cyclofosfamide: metabolisatie tot fosforamidemosterd alkylatie
DNA
Kruisverbindingen van DNA helix: kunnen niet loskomen bij
transcriptie en duplicatie
o Blokkeert vermenigvuldiging en proteïnesynthese
4